Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Examenreglement zweefvliegen[Regeling vervallen per 23-08-2013.]

Geldend van 01-07-2001 t/m 22-08-2013

Examenreglement zweefvliegen

De directeur-generaal van de Rijksluchtvaartdienst,

Gelet op artikel 54 van de Regeling Toezicht Luchtvaart;

Maakt bekend:

Artikel 1. Algemeen [Vervallen per 23-08-2013]

  • 1 De examencommissie voor zweefvliegen heeft tot taak te onderzoeken of kandidaten beschikken over voldoende theoretische kennis, voldoende praktische bedrevenheid en voldoende ervaring voor het verkrijgen van het zweefvliegbewijs en bevoegdverklaringen daarin.

  • 2 De examencommissie is samengesteld uit twee subcommissies, waarvan de eerste is belast met de examens voor de bevoegdverklaringen lieren, slepen en motorzweefvliegen, en de tweede is belast met de examens voor de bevoegdverklaringen vliegonderricht en wolkenvliegen, alsmede de standaardisatie van normen.

  • 3 De examencomissie wordt vertegenwoordigd door de voorzitter van de commissie of, bij diens afwezigheid, door een door hem aan te wijzen lid van de commissie. De voorzitter heeft als bijzondere taak het onderhouden van alle contacten met de divisie Luchtvaart van de Inspectie Verkeer en Waterstaat.

Artikel 2. Organisatie van de commissie [Vervallen per 23-08-2013]

  • 1 Voor de benoeming van de examencommissie door de minister, worden voor beide subcommissies afzonderlijke voordrachten opgesteld. Een persoon kan tot lid van beide subcommissies worden benoemd.

  • 2 De examencommissie adviseert de Inspecteur-Generaal van de Inspectie Verkeer en Waterstaat met betrekking tot de voordrachten van personen voor de benoeming tot lid, voorzitter en vice-voorzitter van de examencommissie.

  • 3 Bij het advies voor de voordracht tot benoeming tot lid van een van de subcommissies van de examencommissie wordt voor iedere persoon aangegeven voor welke examens of voor welke onderdelen van deze examens het advies geldt.

  • 4 Bij haar advies tot benoeming van een persoon tot lid van een van beide subcommissies voor het afnemen van theorie examens voor het zweefvliegbewijs en bevoegdverklaringen daarin, houdt de examencommissie er rekening mee dat daartoe bij voorkeur personen worden benoemd, die

    • a. zelf in het bezit zijn van de bevoegdverklaring, waarvoor het examen is bedoeld,

    • b. een meer dan gebruikelijke affiniteit tot de theorie voor de betreffende bevoegdverklaring bezitten, en

    • c. te goeder naam en faam bekend staan als deskundige.

  • 5 Bij haar advies tot benoeming van een persoon tot lid van de subcommissie voor het afnemen van praktijk examens voor de bevoegdverklaringen lieren, sleepvliegen en motorzweefvliegen in het zweefvliegbewijs, houdt de examencommissie er rekening mee, dat daartoe bij voorkeur personen worden benoemd, die:

    • a. actief zweefvlieger zijn,

    • b. meer dan drie jaar in het bezit zijn van die bevoegdverklaring vliegonderricht voor de bevoegdverklaring waavoor zij examen afnemen, en

    • c. te goeder naam en faam bekend staan als zweefvlieger.

      Voor het afnemen van het examen voor de bevoegdverklaring motorzweefvliegen wordt daarnaast van de examinatoren verwacht dat zij

    • d. minimaal een jaar in het bezit zijn van de bevoegdverklaring motorzweefvliegen, en

    • e. een totale vliegervaring hebben van ten minste 150 uur, waarvan ten minste 50 uur als eerste bestuurder op een motorzweefvliegtuig.

  • 6 Bij haar advies tot benoeming van een persoon tot lid van de subcommissie voor het afnemen van praktijk examens voor de bevoegdverklaringen vliegonderricht en wolkenvliegen in het zweefvliegbewijs houdt de examencommissie er rekening mee, dat daartoe bij voorkeur personen worden benoemd, die:

    • a. actief zweefvlieger zijn,

    • b. minimaal 6 jaar in het bezit zijn van de bevoegdverklaringen waarvoor men examen af neemt;

    • c. een meer dan gebruikelijke affiniteit tot de opleiding van zweefvlieginstructeurs bezitten, hetgeen moet blijken uit het vervuld hebben van de mentofunctie bij de succesvolle opleiding van ten minste drie instructeurs, en

    • d. te goeder naam en faam bekend staan als zweefvlieginstructeur.

  • 7 De voorzitter kan tijdelijk of permanent een of meer commissieleden belasten met de verantwoordelijkheid voor bepaalde deeltaken binnen de commissie of de subcommissies.

  • 8 Voor het verrichten van de noodzakelijke sekretariaatswerkzaamheden wordt t.b.v. de examencommissie een sekretariaat ingesteld.

  • 9 Voor zover leden van de examencommissie zijn betrokken bij de opleiding voor het behalen van bevoegdverklaringen in het zweefvliegbewijs worden kandidaten, aan de opleiding van wie zij in belangrijke mate hebben bijgedragen, niet door hen geëxamineerd.

Artikel 3. Organisatie van de theorie examens [Vervallen per 23-08-2013]

  • 1 De theorie examens voor de bevoegdverklaringen in het zweefvliegbewijs zijn, afhankelijk van het examenvak en de bevoegdverklaring, schriftelijk en mondeling (gemengd), of uitsluitend mondeling.

  • 2 In bijzondere gevallen kan de voorzitter bepalen uitsluitend mondeling te examineren.

  • 3 Bij gemengde examens geldt, dat onder zekere voorwaarden m.b.t. het resultaat van het schriftelijk deel, het mondelinge deel kan komen te vervallen. De tijd tussen het afleggen van het schriftelijk examen en het eventueel af te leggen mondeling examen bedraagt maximaal 6 weken.

  • 4 Van theorie examens die uit meer examenvakken bestaan kunnen deze examenvakken apart worden geëxamineerd. Bij een voldoende resultaat voor één van deze vakken wordt aan de kandidaat een certificaat uitgereikt. De kandidaat is voor het gehele theorie examen geslaagd indien hij binnen de daarvoor gestelde termijn certificaten heeft verworven voor alle vakken van het betreffende examen.

  • 5 Voor de organisatie van de theorie examens worden bij verenigingen of opleidingsinstituten op hun verzoek door de voorzitter leden van de examencommissie voor een van te voren overeengekomen periode als coördinator benoemd. Deze coördinatoren houden namens hun vereniging of instituut kontakt met de voorzitter van de examencommissie, schrijven in zijn naam certificaten uit en coördineren de theorie examens binnen hun vereniging of instituut.

  • 6 De coördinator nodigt tijdig een voldoende aantal leden van de examencommissie uit voor het opstellen van de examenvragen, het uitoefenen van toezicht tijdens het schriftelijk gedeelte en het afnemen van de mondelinge examens. De coördinator houdt hierbij rekening met het gestelde in artikel 2, negende lid.

  • 7 De examenopgaven worden gesteld over een zo groot mogelijk gedeelte van de in de exameneisen vervatte leerstof, opdat een zo goed mogelijk beeld wordt verkregen van de kennis van de kandidaat. Examinatoren maken voor het opstellen van de vragen zoveel mogelijk gebruik van de voor het betreffende examen aanbevolen literatuur.

  • 8 De opgestelde examenopgaven worden door de opstellers zo spoedig aan de coördinator voor het betreffende theorie examen ter hand gesteld of toegezonden. Deze stelt de opgaven na overleg met de opstellers vast en zorgt voor de vermenigvuldiging ervan.

  • 9 Voor ieder af te nemen theorie examen draagt de coördinator zorg voor het beschikbaar zijn van de benodigde examenruimte en de examenmaterialen. Voor de aanvang van een examen is hij verantwoordelijk voor de controle van het geschikt zijn van de examenruimte.

  • 10 Bij het schriftelijk gedeelte van het examen zijn in elk lokaal ten minste twee leden van de examencommissie aanwezig voor het houden van toezicht.

  • 11 Uiterlijk 10 minuten voor aanvang van het schriftelijke examen vervoegt de kandidaat zich bij de toezicht houdende examinator(en).

  • 12 Bij het examen moeten kandidaten zich kunnen legitimeren met een algemeen gebruikelijk identiteitsbewijs, voorzien van een goedgelijkende foto. De personalia hiervan worden verwerkt op het examenuitslagformulier.

  • 13 De examenopgaven worden voorafgaand aan het begin van het schriftelijk examen door coördinator aan de aan het toezicht deelnemende examinator(en) overhandigd om uit te delen aan de kandidaten.

  • 14 De kandidaten beantwoorden de opgaven slechts op daarvoor aan hen uitgereikt papier. Al het uitgereikte papier wordt na afloop van het schriftelijk examen ingenomen. De kandidaten mogen op hun tafel slechts die zaken hebben, welke door de toezichthoudende examinator(en) als noodzakelijk worden geacht. Uitlenen van hierboven bedoelde noodzakelijke zaken zonder toestemming van de examinator(en) is niet toegestaan.

  • 15 Gedurende het examen mogen kandidaten het lokaal niet verlaten, niet met elkaar spreken en niet elkaars werk inzien.

    Als dat toch gebeurt, leidt dit tot het direct inleveren van het examenwerk.

  • 16 Zo spoedig mogelijk na de beëindiging van het schriftelijk deel van een examen wordt het schriftelijk werk door bij voorkeur twee examinatoren nagekeken en beoordeeld. Daarna wordt door de coördinator aan de kandidaten bericht voor welk(e) vak(ken) men is geslaagd en, indien van toepassing, voor welk(e) vak(ken) nog een mondeling examen moet worden afgelegd.

  • 17 Wanneer meer mondelinge examens tegelijkertijd worden afgenomen, zorgt de coördinator er voor dat de opstelling van de tafels zodanig is dat de examens geen hinder van elkaar ondervinden.

  • 18 Na afloop van het mondeling deel van het examen stelt de coördinator in overleg met de aan de examinering deelnemende leden van de examencommissie het eindresultaat per examenvak voor iedere kandidaat vast en deelt dit aan de kandidaat mede. Als bewijs van een voldoende resultaat schrijft de coördinator in naam van de voorzitter van de examencommissie ter plaatse de door de kandidaat behaalde certificaten uit. Deze certificaten worden medeondertekend door de betreffende examinator.

  • 19 Om het ter plaatse uitschrijven van de certificaten mogelijk te maken wordt ruim voor het examen door de coördinator aan het sekretariaat opgave gedaan van het verwacht aantal deelnemende kandidaten. Het sekretariaat zorgt n.a.v. deze opgave voor een tijdige toezending van een voldoende aantal blanko certifikaten.

  • 20 Na afloop van het examen is de coördinator verantwoordelijk voor toezending aan het secretariaat van de niet uitgeschreven certificaten, samen met

    (a) het beoordeelde examenwerk,

    (b) een overzichtslijst van de deelnemende examinatoren,

    (c) een volledig stel vragen en

    (d) een ingevuld examenuitslagformulier met daarop de uitslag van het examen per kandidaat en de aanduiding of een certifikaat is uitgeschreven en uitgereikt.

    Al deze bescheiden worden door toedoen van het sekretariaat minimaal 5 jaren zorgvuldig bewaard

  • 21 Na afloop van het examen mogen de opgaven voor het schriftelijk deel van het theorie examen door kandidaten worden behouden.

Artikel 4. Organisatie van de praktijk examens [Vervallen per 23-08-2013]

A. Praktijkexamens voor de bevoegdverklaringen lieren, slepen en motorzweefvliegen
  • 1. Voor de organisatie van de praktijkexamens voor de bevoegdverklaringen lieren, slepen en motorzweefvliegen worden bij verenigingen of opleidingsinstituten op hun verzoek door de voorzitter leden van de examencommissie voor een van te voren overeengekomen periode als coördinator benoemd. Deze coördinatoren houden namens hun vereniging of opleidingsinstituut kontakt met de voorzitter van de examencommissie, schrijven in zijn naam certifikaten uit en coördineren de praktijkexamens afgenomen binnen hun vereniging of opleidingsinstituut.

  • 2. De coördinator nodigt voor de praktijkexamens voor de bevoegdverklaringen lieren, slepen of motorzweefvliegen van kandidaten die nog niet in het bezit zijn van het zweefvliegbewijs, per volledig praktijkexamen ten minste één lid van de examencommissie uit voor het afnemen van het examen.

    Voor het afnemen van examens voor de aanvullende bevoegdverklaringen lieren, slepen of motorzweefvliegen nodigt de coördinator één lid van de examencommissie uit.

  • 3. Na gunstige afloop van het praktijkexamen vult de examinator een examenuitslagformulier/certifikaat in.

    Dit certifikaat wordt ondertekend door de examinator en (namens de voorzitter) door de coördinator.

  • 4. De coördinator doet opgave van ieder door hem uitgeschreven certifikaat aan het sekretariaat.

B. Praktijk examens voor de bevoegdverklaringen vliegonderricht en wolkenvliegen
  • 5. Voor de organisatie van de praktijkexamens voor het behalen van de bevoegdverklaringen vliegonderricht en de bevoegdverklaring wolkenvliegen wordt door de voorzitter voor een van te voren overeengekomen periode een coördinator benoemd. Deze houdt kontakt met de voorzitter van de examencommissie, coördineert de praktijk examens en schrijft in naam van de voorzitter de op de praktijk examens betrekking hebbende certifikaten uit.

  • 6. De coördinator voor de praktijk examens voor de bevoegdverklaringen vliegonderricht en wolkenvliegen nodigt per praktijkexamen ten minste één examinator uit. Deze examinator(en) bepaalt (bepalen) in overleg met de kandidaat de plaats en de datum voor het examen.

  • 7. Na afloop van een praktijkexamen voor een bevoegdverklaring vliegonderricht of voor de bevoegdverklaring wolkenvliegen vult de examinator een examenuitslagformulier in. Dit ondertekende examenformulier wordt door (een van) de examinator(en) naar de coördinator gestuurd, die op grond daarvan in naam van de voorzitter van de examencommissie een certifikaat voor het betreffende examen uitschrijft en toezendt aan de kandidaat.

C. Verplichtingen van kandidaten van praktijk examens
  • 8. Kandidaten voor een praktisch gedeelte van een examen kunnen dit slechts afleggen, nadat zij het volledige theorie examen met goed gevolg hebben afgelegd en aan de ervaringseisen voor betreffende bevoegdheid voldoen.

  • 9. Bij ieder examen moeten kandidaten zich kunnen legitimeren d.m.v. een algemeen gebruikelijk identiteitsbewijs voorzien van een goedgelijkende foto. De personalia hiervan worden verwerkt op uitslagformulieren/certifikaten.

  • 10. Voor ieder af te nemen praktijk examen draagt de kandidaat in overleg met de aangewezen examinator(en) zorg voor toegang en opvang van de examinator(en) op het te gebruiken terrein, draagt zorg voor de aanwezigheid van het voor het examen benodigde materiaal en de aanwezigheid van een voor het examen geschikt vliegbedrijf.

Artikel 5 [Vervallen per 23-08-2013]

Binnen een periode van 48 maanden moeten alle benodigde certificaten (dus zowel theorie als praktijk) zijn behaald om in aanmerking te komen voor het zweefvliegbewijs.

Artikel 6. Omvang van de examens [Vervallen per 23-08-2013]

A. Theorie examens
  • 1. De theorie examens omvatten de vakken omschreven in bijlage I.

  • 2. Op de betreffende bijlage is tevens voor elk vak aangegeven wat de tijdsduur is van zowel het schriftelijk als het mondeling examengedeelte

B. Praktijk examens
  • 3. Praktijk examens omvatten de groepen of onderdelen, die zijn vermeld in bijlage 2.

  • 4. De tijdsduur van een praktijk examen is ter beoordeling van de examinator(en) met een minimum en een maximum duur zoals vermeld in bijlage 1.

  • 5. Een kandidaat is geslaagd voor een praktijk examen zodra alle van toepassing zijnde groepen en/of onderdelen van het examen zijn afgewerkt en als voldoende beoordeeld.

Artikel 7. Waardering van onderdelen van examens in percentages en letters [Vervallen per 23-08-2013]

A. Theorie examens
  • 1. Kandidaten worden afgewezen, wanneer bij het schriftelijk examen 40% of lager wordt behaald.

  • 2. Kandidaten, die bij het schriftelijk examen een percentage hoger dan 40, maar minder dan 70 behalen, kunnen in het betreffende vak een mondeling examen afleggen, het eindoordeel van het mondeling gedeelte vormt tevens het eindoordeel over het betreffende vak.

  • 3. Kandidaten, die bij het schriftelijk examen een percentage van 70 of hoger behalen, zijn geslaagd voor dat vak.

B. Praktijk examens
  • 4. Het oordeel omtrent de praktische bedrevenheid van de kandidaten wordt per groep en onderdeel uitgedrukt met de letters O of V, waaraan de volgende betekenis wordt gehecht:

    O onvoldoende V voldoende

  • 5. De beoordelingen van alle onderdelen van het praktijk examen een voldoende hebben gekregen, zijn geslaagd voor het praktijk examen.

Artikel 8. Beslissingen [Vervallen per 23-08-2013]

  • 1 Alle beslissingen in de examencommissie worden met gewone meerderheid van stemmen genomen. Bij staking van stemmen beslist de voorzitter of waarnemend voorzitter.

  • 2 In geval van verschil van mening over de beoordeling van het examenwerk beslist de voorzitter van de examencommissie, die daartoe het werk opnieuw kan laten beoordelen door andere examinatoren.

  • 3 Bij situaties rond de examens voor het zweefvliegbewijs waarin dit reglement niet voorziet, beslist de voorzitter.

Artikel 9 [Vervallen per 29-03-1998]

Artikel 10 [Vervallen per 29-03-1998]

Artikel 11 [Vervallen per 23-08-2013]

Deze regeling wordt aangehaald als: Examenreglement zweefvliegen.

De

directeur-generaal van de Rijksluchtvaartdienst

,
namens deze,
De

Directeur Luchtvaartinspectie

,

H.N. Wolleswinkel

Bijlage 1. bij het examenreglement zweefvliegen [Vervallen per 23-08-2013]

In de volgende tabel zijn de examenvakken voor de theorie van het zweefvliegbewijs aangegeven en de duur van het examen per vak.

examenvak

examenduur

schriftelijk

mondeling

zweefvliegen

voorschriften

30 minuten

15 minuten

meteorologie

30 minuten

15 minuten

zweefvliegtuigen

45 minuten

15 minuten

instrumenten

30 minuten

15 minuten

luchtvaartkaarten

30 minuten

zweefvlieginstructeur

voorschriften

30 minuten

15 minuten

meteorologie

45 minuten

20 minuten

constructie /dagelijks toezicht

30 minuten

20 minuten

aerodynamica

45 minuten

20 minuten

instrumenten

30 minuten

15 minuten

De examenduur van het mondelinge examen als onderdeel van het praktische examen bedraagt:

Bevoegdverklaring

examenduur in minuten ten minste

maximaal

lieren

10

20

slepen

10

20

motorzweefvliegen

30

45

wolkenvliegen

20

40

Bijlage 2a. bij het Examenreglement zweefvliegen [Vervallen per 23-08-2013]

Onderdelen van het praktijk examen voor de bevoegdverklaringen lieren of sleepvliegen in het zweefvliegbewijs

1. Check geldige theoriecertificaten/zweefvliegbewijs

certificaten voor de 5 vakken van het theorie examen zweefvliegen niet ouder dan 48 maanden

geldig zweefvliegbewijs of zweefvliegbewijs, dat niet langer verlopen is dan 36 maanden

2. Check ervaringseisen

ten minste 40 solovluchten met een totale duur van 6 uur (of voor houders van een ZVB met een bevoegdverklaring motorzweefvliegen ten minste 20 solovluchten met een zweefvliegtuig)

een geaccepteerde serie van 5 doellandingen

lieren:

slepen

10 solo lierstarts waarbij ten minste de normale circuithoogte werd bereikt

5 solo sleepstarts met een gezamelijke sleeptijd van ten minste 30 minuten

3. Praktijk examen:

voldoende mondeling examen van de ‘theorie van de praktijk’ (niet uitsluitend betrekking hebbend op de voorbereiding van de examenvluchten)

voldoende uitvoering van (1 1 of) 3 examenvluchten samengesteld uit oefeningen uit de volgende groepen:

1

2

3

GROEP 1: Voorbereiding van de vlucht

GROEP 2: Start en stijgvlucht

GROEP 3: Vrije vlucht

GROEP 4: Circuit, eindnadering en landing

GROEP 5: Noodprocedures (voor LRZ en SLZ)

Een overzicht van de oefeningen in de Groepen 1 t/m 5 is in de bijlage 2e nader gespecificeerd.

De examinator maakt voor iedere examenvlucht een zodanige keuze uit de volgende oefeningen dat deze, voor zover mogelijk, ten minste eenmaal worden beoordeeld:

a. voor kandidaten zonder een eerder behaalde bevoegdverklaring:

een serie wisselbochten

een asymmetrische overtrek 2

een slipvlucht

een zijwindlanding 3

b. voor kandidaten voor een bevoegdverklaring SLZ een speciale examensleepvlucht bestaande uit de volgende onderdelen:

een daalvlucht achter het sleepvliegtuig vanaf ten minste 150 m AGL tot vlak boven de grond

een voortzetting van dezelfde sleepvlucht tot ten minste 500 m AGL

c. voor kandidaten voor een bevoegdverklaring LRZ die reeds eerder een bevoegdverklaring SLZ of MZV verkregen:

een (gesimuleorde) kabelbreuk beneden 150 m AGL

N.B.

Een kandidaat is alleen dan geslaagd voor het praktijk examen, wanneer hij voor elk van de groepen oefeningen en voor elk van de voor hem van toepassing zijnde (hierboven nader gespecificeerde) speciale oefeningen een voldoende beoordeling krijgt.

Bijlage 2b. bij het Examenreglement zweefvliegen [Vervallen per 23-08-2013]

Onderdelen van het praktijk examen voor de bevoegdverklaring motorzweefvliegen in het zweefvliegbewijs

1. Check geldige theoriecertificaten/zweefvliegbewijs

certificaten voor de 5 vakken van het theorie examen zweefvliegen niet ouder dan 48 maanden of

geldig zweefvliegbewijs of zweefvliegbewijs, dat niet langer verlopen is dan 36 maanden

2. Check ervaringseisen

ten minste 45 uren vliegervaring als eerste of leerling-bestuurder van vliegtuigen, motorzweefvliegtuigen, zweefvliegtuigen of ultralichte vliegtuigen,

ten minste 8 uur solo vliegervaring (in totaal), waarvan 3 uur solo op een motorzweefvliegtuig

ten minste 15 uur vliegervaring als eerste of leerling bestuurder op overlandvluchten, waarbij op ten minste 5 verschillende luchtvaartterreinen, waarvan ten minste één met een motorzweefvliegtuig in het buitenland, is geland

3. Praktijk examen:

voldoende mondeling examen van de ‘theorie van de praktijk’ (niet uitsluitend betrekking hebbend op de voorbereiding van de examenvlucht) en de vakken:

Motoren (theorie, gebruik en onderhoud)

Navigatie (theorie, hulpmiddelen, uitvoering)

voldoende uitvoering van een examen (overland)vlucht van ten minste 30 minuten, waarbij op een ander luchtvaartterrein dan het terrein van herkomst kan worden geland en waarbij oefeningen uit de volgende groepen mede worden beoordeeld:

GROEP 1: Voorbereiding van de vlucht

GROEP 2: Start en stijgvlucht

GROEP 3: Vrije vlucht

GROEP 4: Circuit, eindnadering en landing

GROEP 5: Noodprocedures (voor motorzweefvliegtuigen)

GROEP 6: Navigatievlucht

Een overzicht van de oefeningen in de Groepen 1 t/m 6 is in de bijlage 2e nader gespecificeerd.

Bijlage 2c. bij het Examenreglement zweefvliegen [Vervallen per 23-08-2013]

Onderdelen van het praktijk examen voor de bevoegdverklaring wolkenvliegen in het zweefvliegbewijs

1. Check geldig zweefvliegbewijs

geldig zweefvliegbewijs

2. Check ervaringseisen

ten minste 30 uur vliegervaring als eerste bestuurder met zweefvliegtuigen toegelaten voor overlandvluchten

ten minste 3 overlandvluchten met behulp van thermiek met een totale duur van ten minste 5 uur

3. Praktijk examen:

voldoende mondeling examen van de ‘theorie van de praktijk’ (niet uitsluitend betrekking hebbend op de voorbereiding van de examenvluchten) en de vakken:

Voorschriften (voor zover van belang voor wolkenvliegen)

Meteorologie (voor zover van belang voor wolkenvliegen)

voldoende uitvoering van 2 examenvluchten met ieder een duur van ten minste 15 minuten, waarbij de besturing geschiedt zonder visuele oriëntatie met blindvlieginstrumenten en is samengesteld uit oefeningen uit de groepen:

1

2

GROEP 1: Voorbereiding van de vlucht

GROEP 3: Vrije vlucht

GROEP 5: Noodprocedures (voor zover van toepassing)

Een overzicht van de oefeningen in de Groepen 1, 3 en 5 is in de bijlage 2e nader gespecificeerd.

De examinator kiest de oefeningen voor de examenvluchten zodanig, dat de volgende oefeningen ten minste eenmaal worden beoordeeld:

rechtlijnige vlucht met constante snelheid

bochten met een dwarshelling van ten minste 30°

bochten met veranderlijke dwarshelling

herstel uit abnormale vliegstanden

Bijlage 2d. bij het examenreglement zweefvliegen [Vervallen per 23-08-2013]

Onderdelen van het praktijk examen voor de bevoegdverklaringen vliegonderricht VOA, VOB en VOC in het zweefvliegbewijs

1. Check geldige theoriecertificaten en zweefvliegbewijs

certificaten voor de 5 vakken van het theorie examen vliegonderricht niet ouder dan 48 maanden of

een zweefvliegbewijs met bevoegdverklaringen VOA, VOB of VOC die niet langer verlopen zijn dan 36 maanden

geldig zweefvliegbewijs

2. Check ervaringseisen

vliegervaring van ten minste 500 starts of 75 uur op zweefvliegtuigen

3. Praktijk examen:

examen tijdens een zweefvliegbedrijf, waarbij de kandidaat in de praktijk demonstreert dat hij:

(1) op voldoende wijze in staat is leiding te geven aan leerlingen.

Beoordeeld hierbij worden in het bijzonder een keuze uit de aspecten genoemd in de hierna gespecificeerde groep 7: Algemene leiding

(2) op voldoende wijze in woord en daad (voor zover voor de beoogde bevoegdverklaring VOA, VOB of VOC van toepassing) naar behoren vliegonderricht kan geven in de oefeningen van de groepen 1 t/m 5, voor zover die voor de overeenkomende bevoegdverklaringen LRZ of SLZ nodig zijn.

Beoordeeld hierbij wordt in het bijzonder een keuze uit de aspecten genoemd in de hierna gespecificeerde groep 8: Instructie

Bijlage 2e. bij het Examenreglement zweefvliegen [Vervallen per 23-08-2013]

Specificatie van de groepen van oefeningen en aandachtspunten

GROEP 1: Voorbereiding van de vlucht

Vluchtvoorbereiding

Kennis van het vliegtuig

Gewicht en zwaartepunt

Dagelijkse inspectie

Controles opstarten (alleen (MZV)

Taxieën (alleen MZV)

Controles voor de start

Vliegerschap*

GROEP 2: Start en stijgvlucht

Aanrollen en loskomen

Stijgvlucht

Klimmende / (dalende) bochten

Overgang stijgvlucht in horizontale vlucht

Ontkoppelen

Controles aan het einde van de stijgvlucht

Vliegerschap*

GROEP 3: Vrije vlucht (voor MZV: met en zonder motor)

Uitkijken

Normale rechtlijnige vlucht

Normale bochten

Steile bochten

Wisselbochten

Slipvlucht

Overtrekken in rechtlijnige vlucht

Inleiding tolvlucht uit rechtlijnige vlucht

Inleiding tolvlucht uit bocht (= Asymmetrische overtrek)

Invoegen bij thermiekvliegen

Vliegerschap*

GROEP 4: Circuit, eindnadering en landing

Circuitplanning

Aansluiten op het circuit

Checks tijdens het circuit

Snelheden en kleppen op het circuit

Eindnadering met kleppen

Eindnadering met slippen

Afronden, afvangen en uitrollen

Landing met zijwind

Doellanding

Eindnadering met vermogen (MZV)

Normale doorstart (alleen MZV)

Vliegerschap

GROEP 5a: Noodprocedures (LRZ/SLZ)

Kabelbreuk

Daalsleep

Herstel uit abnormale vliegstanden Vliegerschap

GROEP 5b: Noodprocedures (MZV)

Motorstoring in de start

Wave-off

Gesimuleerde nood-, of buitenlanding

Gesimuleerde voorzorgslanding

Gesimuleerde storingen

Herstel uit abnormale vliegstanden

Vliegerschap*

GROEP 6: Navigatievlucht (MZV)

Vliegplan/navigatieplan

Koersvliegen

Hoogte aanhouden

Oriëntatie/tijd en correcties

Uitwijken naar andere vliegvelden

Technische controles tijdens vlucht

Vluchtafhandeling na aankomst

Vliegerschap*

GROEP 7: Algemene leiding

Toezicht materieel

Algemene zorg voor de veiligheid

Verdeling van werkzaamheden

Overwicht

Optreden bij afwijkingen van de procedures

Optreden bij calamiteiten

Vliegerschap*

GROEP 8: Instructie

Ervaringsbeoordeling leerling

Aanpassing aan de leerling

Instructie van de oefeningen

Briefing voor de vlucht

Demonstratie van de oefeningen

Reactie op oefeningen leerling

Nabeschouwing van de vlucht

Definitie Vliegerschap:

Het geheel aan eigenschappen (kennis, instelling en vaardigheid) dat de vlieger in staat stelt om, met inachtneming van de regels en de voorschriften, met zijn luchtvartuig onder alle omstandigheden veilig te kunnen omgaan, zowel op de grond als in de lucht.

  • ^ [1]

    Bij kandidaten in het bezit van een bevoegdverklaring LRZ of MZV kan voor de bevoegdverklaring SLZ worden volstaan met de hierna gespecificeerde speciale sleepexamenvlucht.

  • ^ [2]

    Indien een van deze oefeningen bij geen van de examenvluchten praktisch mogelijk is, kan de oefening toch worden afgetekend door de examinator als deze zich er van vergewist heeft, dat de kandidaat de oefening tijdens zijn opleiding in voldoende mate beoefend heeft.

  • ^ [3]

    Indien een van deze oefeningen bij geen van de examenvluchten praktisch mogelijk is, kan de oefening toch worden afgetekend door de examinator als deze zich er van vergewist heeft, dat de kandidaat de oefening tijdens zijn opleiding in voldoende mate beoefend heeft.