Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Subsidieregeling energievoorzieningen in de non-profit en bijzondere sectoren[Regeling vervallen per 07-06-2003.]

Geldend van 16-11-2002 t/m 06-06-2003

Subsidieregeling energie-voorzieningen in de non-profit en bijzondere sectoren

De Minister van Economische Zaken

Gelet op artikel 3 van de Kaderwet EZ-subsidies;

Besluit:

§ 1. Algemene bepalingen [Vervallen per 07-06-2003]

Artikel 1 [Vervallen per 07-06-2003]

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. groep:

een economische eenheid, waarin organisatorisch zijn verbonden:

  • een natuurlijke persoon of privaatrechtelijke rechtspersoon, die direct of indirect

    • -

      meer dan de helft van het geplaatste kapitaal verschaft aan,

    • -

      volledig aansprakelijk vennoot is van of

    • -

      overwegende zeggenschap heeft over een of meer rechtspersonen of vennootschappen, en

  • laatstbedoelde rechtspersonen of vennootschappen.

b. energie-advies:

advies bestaande uit een verkenning van de mogelijkheden om maatregelen te treffen ter verbetering van de energie-efficiency dat is vastgelegd in een rapportage die ten minste omvat:

  • 1º. een overzicht van de energiehuishouding van het bestaande object;

  • 2º. een energiebalans van de relevante onderdelen van het bestaande object;

  • 3º. een overzicht van de mogelijkheden van en de kwantificering tot energiebesparing;

  • 4º. een overzicht van de noodzakelijke organisatorische en administratieve aanpassingen;

  • 5º. een raming van de te verwachten kosten van koop van voorzieningen en de te verwachten baten,en in het geval dat de subsidieontvanger een afnemer is met een energieverbruik van meer dan 25.000 m3 aardgas of aardgasequivalent of van meer dan 50.000 kWh elektriciteit per jaar:

  • 6º. een inzichtelijke beschrijving van alle maatregelen met een terugverdientijd tot en met vijf jaar;

  • 7º. een specificatie in de energiebalans van 90 procent van het totale energieverbruik;

  • 8º. een beschrijving van het object of het proces;

  • 9º. een helder en eenvoudig plan voor het uitvoeren van de energiebesparende maatregelen.

c. object:
  • 1º. een vaste installatie in de open lucht of een niet voor permanente bewoning bestemd gebouw of gedeelte daarvan, waarvan het energieverbruik afzonderlijk kan worden gemeten, of

  • 2º. één of meer woongebouwen waarvan het beheer in handen is van één rechtspersoon;

d. Energielijst 2002:

de bedrijfsmiddelen, opgenomen in bijlage 1 van de Uitvoeringsregeling energie-investeringsaftrek 2002, artikel 1, onderdelen A tot en met E, onder de voorwaarden, genoemd in de artikelen 2 en 3 van die bijlage.

Artikel 2 [Vervallen per 07-06-2003]

  • 1 De minister verstrekt op aanvraag een subsidie aan degene die een voorziening koopt die als bedrijfsmiddel is opgenomen in de Energielijst 2002, indien diegene aan de hiernavolgende omschrijving voldoet:

    • -

      een kerkgenootschap, een vereniging met volledige rechtsbevoegdheid, niet zijnde een vereniging van eigenaren als bedoeld in artikel 5:112, eerste lid, onder e, van het Burgerlijk Wetboek, of een stichting, daaronder niet begrepen een vereniging of een stichting die ingevolge artikel 70, eerste lid, van de Woningwet is aangewezen als uitsluitend in het belang van de volkshuisvesting werkzaam;

    • -

      een rechtspersoon die krachtens publiekrecht is ingesteld, niet zijnde de staat;

    • -

      een naamloze vennootschap of een besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid waarvan de aandelen worden gehouden door een gemeente en die ten doel heeft het zonder winstoogmerk beheren van een zweminrichting;

    • -

      een waterleidingbedrijf als bedoeld in artikel 1 van de Waterleidingwet.

  • 2 Voor de toepassing van deze regeling wordt onder een bedrijfsgebouw als bedoeld in de Energielijst 2002 mede begrepen een woning of een woongebouw.

  • 3 De minister verstrekt op aanvraag een subsidie aan een natuurlijke persoon die een windturbine met rotorbladen koopt, bestemd voor het opwekken van elektrische energie, gecertificeerd volgens voorontwerp van norm NEN 6096/2 en haar opvolgers, dan wel een daaraan gelijkwaardige norm, met inbegrip van de mast en de netaansluiting.

  • 4 Geen subsidie wordt verstrekt:

    • a. indien de aanvrager voor de indiening van de aanvraag ter zake van de koop van de voorzieningen waarop de aanvraag betrekking heeft verplichtingen heeft aangegaan anders dan terzake van het energie-advies dat hem tot de koop van de voorzieningen heeft doen besluiten;

    • b. indien de voorziening voorafgaand aan de koop reeds is gebruikt;

    • c. indien de aanvrager ter zake van de koop met succes een beroep heeft gedaan op artikel 3.31, eerste lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001 dan wel door de minister een verklaring is afgegeven als bedoeld in artikel 3.42, eerste lid, van die wet.

Artikel 3 [Vervallen per 07-06-2003]

  • 3 Indien ter zake van de kosten of een deel daarvan reeds door een bestuursorgaan of de Commissie van de Europese Gemeenschappen subsidie is verstrekt, wordt deze subsidie in mindering gebracht op de in artikel 4, eerste lid, bedoelde kosten.

  • 4 Indien de kosten per samenhangend geheel van voorzieningen meer dan € 4 840 000 bedragen wordt over het meerdere geen subsidie verstrekt.

  • 5 Aan een aanvrager wordt op grond van deze regeling per kalenderjaar niet meer dan € 895 400 subsidie verleend.

  • 6 De extra investeringskosten gemaakt en betaald door een waterleidingbedrijf als bedoeld in artikel 1 van de Waterleidingwet worden slechts in aanmerking genomen voor zover zij noodzakelijk zijn voor het verwezenlijken van milieudoeleinden.

Artikel 4 [Vervallen per 07-06-2003]

  • 1 Als kosten worden uitsluitend in aanmerking genomen:

    • a. de volgende, rechtstreeks aan de koop, de installatie en de ingebruikneming van de voorziening toe te rekenen, door de subsidie-ontvanger gemaakte en betaalde kosten:

      • 1º. kosten van koop van de voorzieningen;

      • 2º. kosten van verbruikte materialen en hulpmiddelen, gebaseerd op historische aanschafprijzen;

      • 3º. andere dan de onder 1° en 2° bedoelde, aan derden verschuldigde kosten, exclusief winstopslagen binnen een groep;

    • b. de kosten van een energie-advies, mits voldaan is aan de volgende vereisten:

      • 1º. de koop van de energievoorziening vindt plaats binnen 24 maanden na het tijdstip waarop de opdracht tot het advies is verstrekt,

      • 2º. de energievoorziening is aanbevolen in het advies,

      • 3º. de kosten van het advies worden niet tevens toegerekend aan andere energievoorzieningen;

      • 4º. het advies wordt uitgebracht door een van de subsidie-ontvanger onafhankelijke, externe derde.

  • 2 Bij een gecombineerd energie-milieuadvies wordt 50 procent van de totale advieskosten toegerekend aan het energie-advies.

  • 3 Bij de berekening van de energiebesparing blijven bij het bedrag van de koop van de energievoorziening de kosten van het energie-advies buiten beschouwing.

  • 4 De kosten worden in aanmerking genomen met inbegrip van omzetbelasting, indien de subsidie-ontvanger omzetbelasting niet in aftrek kan brengen.

Artikel 5 [Vervallen per 07-06-2003]

  • 1 De minister stelt ieder begrotingsjaar bij ministeriële regeling verschillende subsidieplafonds vast voor het in dat jaar verlenen van subsidies op grond van artikel 2, eerste, respectievelijk derde, lid van deze regeling.

§ 2. Aanvragen [Vervallen per 07-06-2003]

Artikel 6 [Vervallen per 07-06-2003]

  • 1 Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het origineel van een ondertekend formulier, dat is opgenomen in bij deze regeling behorende bijlage 1.

  • 2 Een aanvraag gaat vergezeld van alle bescheiden, overeenkomstig hetgeen in het formulier is vermeld.

Artikel 7 [Vervallen per 07-06-2003]

De minister beslist in ieder geval afwijzend op een aanvraag indien hij de kosten op minder dan € 1900 raamt.

Artikel 8 [Vervallen per 07-06-2003]

De minister verdeelt het beschikbare bedrag in de volgorde van ontvangst van de aanvragen, met dien verstande dat indien een aanvrager niet heeft voldaan aan enig wettelijk voorschrift voor het in behandeling nemen van de aanvraag en met toepassing van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, de dag waarop de aanvraag voldoet aan de wettelijke voorschriften met betrekking tot de verdeling als datum van ontvangst geldt.

§ 3. Subsidieverlening en verplichtingen van de subsidie-ontvanger [Vervallen per 07-06-2003]

Artikel 9 [Vervallen per 07-06-2003]

Op de subsidie-ontvanger rusten de in de artikelen 10, 11 en 12 opgenomen verplichtingen.

Zij gelden tot de dag waarop de subsidie wordt vastgesteld.

Artikel 10 [Vervallen per 07-06-2003]

  • 1 De subsidie-ontvanger installeert de voorziening in Nederland en neemt hem in gebruik overeenkomstig het plan waarop de subsidieverlening betrekking heeft en uiterlijk op het bij de subsidieverlening vermelde tijdstip, behoudens voorafgaande schriftelijke ontheffing van de minister voor wijzigingen of vertragingen.

  • 2 De minister kan aan een ontheffing als bedoeld in het eerste lid voorschriften verbinden.

Artikel 11 [Vervallen per 07-06-2003]

  • 1 De subsidie-ontvanger dient zijn aanvraag tot subsidievaststelling binnen zes maanden na het tijdstip waarop ingevolge artikel 10, eerste lid, de voorzieningen moeten zijn geïnstalleerd en in gebruik genomen in bij de minister.

  • 2 De aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van het origineel van een ondertekend formulier, dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 2.

  • 3 De aanvraag gaat vergezeld van alle bescheiden, overeenkomstig hetgeen in het formulier is vermeld.

Artikel 12 [Vervallen per 07-06-2003]

  • 1 De subsidie-ontvanger voert een administratie die zodanig is ingericht, dat daaruit te allen tijde op eenvoudige en duidelijke wijze alle in artikel 4 bedoelde kosten kunnen worden afgelezen.

  • 2 De subsidie-ontvanger doet onverwijld mededeling aan de minister van de indiening van een verzoek tot het op hem van toepassing verklaren van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen, tot verlening van surséance van betaling aan of faillietverklaring van hem.

§ 4. Voorschotten [Vervallen per 07-06-2003]

Artikel 13 [Vervallen per 07-06-2003]

  • 1 Op een subsidie ter zake waarvan een beschikking tot subsidieverlening geldt kan op aanvraag van de subsidie-ontvanger door de minister eenmaal een voorschot worden verstrekt.

  • 2 Een voorschot wordt berekend naar rato van de gemaakte en betaalde kosten. Het bedrag van het voorschot zal niet groter zijn dan 80 procent van het bij de subsidieverlening vermelde maximale bedrag van de subsidie.

  • 3 Een voorschot wordt slechts verstrekt, indien het bedrag aan voorschot ten minste € 4 500 bedraagt.

Artikel 14 [Vervallen per 07-06-2003]

  • 1 Een aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van het origineel van een ondertekend formulier, dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 3.

  • 2 De aanvraag gaat vergezeld van alle bescheiden, overeenkomstig hetgeen in het formulier is vermeld.

Artikel 15 [Vervallen per 07-06-2003]

De minister kan afwijzend beschikken op een aanvraag, indien een subsidie-ontvanger niet heeft voldaan aan ingevolge de subsidieverlening voor hem geldende verplichtingen.

§ 5. Subsidievaststelling [Vervallen per 07-06-2003]

Artikel 16 [Vervallen per 07-06-2003]

De minister geeft de beschikking tot subsidievaststelling binnen dertien weken na de ontvangst van de aanvraag daartoe dan wel nadat de voor het indienen daarvan geldende termijn is verstreken.

Artikel 17 [Vervallen per 07-06-2003]

Aan de subsidievaststelling is voor de ontvanger van een subsidie als bedoeld in artikel 2, derde lid, de verplichting verbonden dat hij de subsidie terugbetaalt, indien zich na de subsidievaststelling feiten voordoen op grond waarvan, gelet op artikel 2, vierde lid, aanhef en onder c, geen subsidie zou zijn verstrekt.

§ 6. Overgangs- en slotbepalingen [Vervallen per 07-06-2003]

Artikel 18 [Vervallen per 07-06-2003]

De Subsidieregeling energie-investeringen in de non-profitsector wordt ingetrokken, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op subsidies die voor de inwerkingtreding van deze regeling zijn verleend of vastgesteld.

Artikel 19 [Vervallen per 07-11-1999]

Artikel 20 [Vervallen per 07-06-2003]

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 21 [Vervallen per 07-06-2003]

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling energievoorzieningen in de non-profit en bijzondere sectoren.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst, met uitzondering van de bijlagen die ter inzage worden gelegd. Van deze terinzagelegging zal mededeling worden gedaan in de Staatscourant.

’s-Gravenhage, 5 maart 1998

De

Minister

van Economische Zaken,

G.J. Wijers