Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Instelling Commissie De Vries[Regeling vervallen per 01-05-2004.]

Geldend van 01-04-1998 t/m 30-04-2004

Instelling Commissie De Vries

De Minister van Verkeer en Water-staat,

Overwegende dat

  • -

    het door het Gemeentelijk Havenbedrijf van Rotterdam beheerde haven-industriële complex in toenemende mate van (inter)nationaal belang is;

  • -

    het haven-industriële complex steeds meer afhankelijk wordt van besluiten en projecten op rijksniveau en dat besluitvormingsprocedures en investeringen in het mainport complex meer en meer een brede en integrale betrokkenheid vergen;

  • -

    door rationalisatie in logistiek en industrie alsmede door internationale concurrentie hogere eisen worden gesteld aan de doelmatigheid en de marktoriëntatie van de portmanager;

Gelet op het met het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam terzake gevoerde overleg en in overeenstemming met de meest betrokken rijksdepartementen;

Besluit:

Artikel 1 [Vervallen per 01-05-2004]

Er is een commissie De Vries, hierna te noemen de commissie.

Artikel 2 [Vervallen per 01-05-2004]

  • 1 De commissie heeft tot taak aanbevelingen te doen met betrekking tot

    • a. de inrichting van de relatie tussen het haven-industriële complex en het Rijk met het oog op een integrale bestuurlijke aansturing.

    • b. de positionering van het Gemeentelijk Havenbedrijf Rotterdam als portmanager van het Rotterdamse haven-industriële complex, vanuit een optiek die zowel het lokale, regionale als nationale belang in aanmerking neemt.

  • 2 De commissie brengt ten laatste medio maart 1998 haar aanbevelingen uit aan het kabinet, via de minister van Verkeer en Waterstaat.

Artikel 3 [Vervallen per 01-05-2004]

In de commissie hebben zitting:

  • 1. als voorzitter, tevens lid:

    mr K.G. de Vries, voorzitter van de Sociaal-Economische Raad.

  • 2. als leden:

    • a. ir A.B.M. van der Plas, secretaris-generaal van het ministerie van Verkeer en Waterstaat;

    • b. ir B. Westerduin, directeur-generaal Goederenvervoer van het ministerie van Verkeer en Waterstaat;

    • c. drs J.W. Holtslag, directeur-generaal Openbaar Bestuur van het ministerie van Binnenlandse Zaken;

    • d. drs M.C. van der Harst, directeur-generaal Industrie en Diensten van het ministerie van Economische Zaken;

    • e. drs G.H.O. van Maanen, directeur-generaal Rijksbegroting van het ministerie van Financiën;

    • f. drs H. Borstlap, directeur-generaal bij het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;

    • g. mr G.J.R. Wolters, plaatsvervangend directeur-generaal Milieubeheer van het ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;

    • h. dr A. Peper, burgemeester van Rotterdam;

    • i. mr J.H.A. van den Muijsenberg, wethouder haven Rotterdam;

    • j. mr W.K. Scholten, hoofddirecteur Gemeentelijk Havenbedrijf Rotterdam;

    • k. drs P.H. Laman, directeur Sociaal-Economische Zaken, gemeente Rotterdam;

    • l. drs J.C. Blankert, voorzitter vereniging VNO-NCW;

    • m. L.J. de Waal, voorzitter Federatie Nederlandse Vakverenigingen FNV;

    • n. H.J. Simons, wethouder voor Werkgelegenheid, Economische en Sociale Zaken van Rotterdam.

Artikel 4 [Vervallen per 01-05-2004]

De commissie wordt in haar werkzaamheden bijgestaan door een extern secretariaat, waarvan de kosten voor de helft worden gedragen door het ministerie van Verkeer en Waterstaat en voor de helft door de gemeente Rotterdam.

Artikel 5 [Vervallen per 01-05-2004]

De aanbevelingen bedoeld in artikel 2 worden opgesteld overeenkomstig het gevoelen van de meerderheid van de leden van de commissie. Leden kunnen desgewenst minderheidsstandpunten aan de aanbevelingen toevoegen.

Artikel 6 [Vervallen per 01-05-2004]

Dit besluit zal in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 7 [Vervallen per 01-05-2004]

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt ge-plaatst en werkt terug tot en met 16 januari 1998.

Afschrift van dit besluit zal worden gezonden aan de Algemene Rekenkamer.

Den Haag, 3 februari 1998

De

Minister

van Verkeer en Waterstaat,

A. Jorritsma-Lebbink