Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Regeling stroefheid start- en landingsbanen[Regeling vervallen per 20-01-2010.]

Geldend van 06-02-1998 t/m 19-01-2010

Regeling, houdende vaststelling van de stroefheid van verharde oppervlakken die bestemd zijn voor de start en landing van luchtvaartuigen op aangewezen luchtvaartterreinen

De Minister van Verkeer en Waterstaat,

Gelet op artikel 132, eerste lid van de Regeling Toezicht Luchtvaart;

Besluit:

Artikel 1 [Vervallen per 20-01-2010]

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. calibreren:

afstellen van een meetapparaat op een door de fabrikant voorgeschreven wijze;

b. hartlijn:

de denkbeeldige lijn in het midden van de start- en landingsbaan over de totale lengte van de baan;

c. langsslip:

de verhouding tussen de omtrekbeweging van een vrij rollend wiel en een even groot vertraagd wiel in de lengterichting van de voortbeweging, waarbij 0% langsslip een gelijke omtrekbeweging is en 100% langsslip een volledige blokkering van het vertraagde wiel;

d. meetincrement:

afstand waarop een registratie van de mu-waarde plaats vindt;

e. mu-waarde:

stroefheidswaarde die aangeeft of de start- en landingsbaan stroef genoeg is om veilig te gebruiken;

f. referentiemeting:

vergelijking van het meetresultaat van een verhardingsoppervlak, met het gedeelte van het verhardingsoppervlak met minder vliegbewegingen;

g. textuurdiepte:

de indicatie voor het waterbergend vermogen van het verhardingsoppervlak;

h. verhardingsoppervlakken:

geprepareerde oppervlakken die als start- en landingsbaan, rijbaan en platform voor luchtvaartuigen worden gebruikt anders dan het bestaande maaiveld;

i. wide-body vliegtuig:

breedrompvliegtuig met een afmeting tussen de wielsporen van de buitenste landingsgestellen van 9 meter of meer;

j. zandvlekmethode:

methode voor de meting van de textuurdiepte als bedoeld in bijlage B.

Artikel 2 [Vervallen per 20-01-2010]

  • 1 De exploitanten van burgerluchtvaartterreinen meten de mu-waarde van verharde start- en landingsbanen jaarlijks.

  • 2 De textuurdiepte en mu-waarden worden bij aanleg, reconstructie en renovatie van een verharde start- en landingsbaan bepaald.

Artikel 3 [Vervallen per 20-01-2010]

  • 1 De mu-waarde van verharde start- en landingsbanen wordt gemeten:

    • a. over een zo groot mogelijke lengte van de start- en landingsbaan;

    • b. in beide baanrichtingen rechts van de hartlijn;

    • c. in het spoor op 3 meter afstand van en evenwijdig aan de hartlijn van de baan;

    • d. bij een constante snelheid van 65 en 95 km/uur;

    • e. niet tijdens of vlak na regenval;

    • f. met een waterlaagdikte van 1 mm voor de meetband.

  • 2 Een referentiemeting wordt uitgevoerd op een onbereden gedeelte van de baan in één richting op 10 meter afstand van en evenwijdig aan de hartlijn.

  • 3 Op banen die gebruikt worden door wide-body vliegtuigen, vinden de metingen tevens plaats in een spoor op 5 meter afstand van en evenwijdig aan de hartlijn.

  • 4 De meetwijze en de meetfrequentie van de mu-waarde behoeft vooraf de vergunning van de Minister van Verkeer en Waterstaat indien deze afwijkt van de vorige leden en van artikel 2, eerste lid.

Artikel 4 [Vervallen per 20-01-2010]

  • 1 De textuurdiepte van verharde start- en landingsbanen wordt vastgesteld door middel van de zandvlekmethode.

  • 2 De meetwijze van de textuurdiepte behoeft vooraf de vergunning van de Minister van Verkeer en Waterstaat, indien deze afwijkt van het vorige lid.

Artikel 5 [Vervallen per 20-01-2010]

  • 1 Per baanlengtemeting wordt vastgelegd:

    • a. gemiddelde mu-waarde;

    • b. standaardafwijking;

    • c. plaats;

    • d. materiaal baanoppervlak;

    • e. baannummer;

    • f. datum;

    • g. tijd;

    • h. weersgesteldheid.

  • 2 De volgende bandgegevens worden vastgelegd:

    • a. type;

    • b. afmetingen;

    • c. belasting;

    • d. bandenspanning;

    • e. loopvlak.

  • 3 De grootte van de langsslip ligt tussen de 10% en 20%.

  • 4 Per meetincrement van ten hoogste 1 meter wordt de mu-waarde vastgelegd.

  • 5 De presentatie van de mu-waarde wordt cijfermatig weergegeven en mag daarbij ook grafisch worden weergegeven.

  • 6 Over ten minste elke 100 meter baanlengte wordt de gemiddelde mu-waarde en de standaardafwijking vastgelegd.

  • 7 Het meetvoertuig is deugdelijk gecalibreerd.

Artikel 6 [Vervallen per 20-01-2010]

  • 1 De normering, genoemd in dit artikel, geldt voor ten minste elke 100 meter baanlengte, waarbij de gegevens van de ASTM E 1551-band maatgevend zijn.

  • 2 De mu-waarde van verharde start- en landingsbanen voldoet ten minste aan het minimum niveau in bijlage A, vierde kolom, waarbij wordt aanbevolen om onderhoudsmaatregelen ter verbetering uit te voeren zodra de mu-waarde daalt onder het onderhoudsniveau in bijlage A, derde kolom.

  • 3 De mu-waarde van verharde start- en landingsbanen voldoet bij nieuwe aanleg, bij reconstructie of bij renovatie van het verhardingsoppervlak aan het nieuw aanleg niveau in bijlage A, tweede kolom.

  • 4 Voldoet de mu-waarde niet aan het minimum niveau in bijlage A, vierde kolom, dan laat de exploitant van het burgerluchtvaartterrein een NOTAM uitgeven en neemt hij onderhoudsmaatregelen ter verbetering.

Artikel 7 [Vervallen per 20-01-2010]

De textuurdiepte van verharde start- en landingsbanen bedraagt direct na aanleg danwel na reconstructie daarvan of na renovatie van het verhardingsoppervlak gemiddeld ten minste 1 mm.

Artikel 8 [Vervallen per 20-01-2010]

De meetresultaten, bedoeld in de artikelen 2, 5 en 7, worden binnen 4 weken na registratie schriftelijk gemeld aan de Minister van Verkeer en Waterstaat.

Artikel 9 [Vervallen per 20-01-2010]

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 10 [Vervallen per 20-01-2010]

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling stroefheid start- en landingsbanen.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag, 19 januari 1998

De

Minister

van Verkeer en Waterstaat,

A. Jorritsma-Lebbink

Bijlage A. Deze bijlage behoort bij artikel 6 van de Regeling stroefheid start- en landingsbanen. [Vervallen per 20-01-2010]

Meetvoertuig

Mu-waarden

   

Testsnelheid

(km/uur)

Slipratio

(%)

Banden

spanning

(kPa)

 

Nieuw

aanleg-

niveau

Onderhouds-

niveau

Minimum

NOTAM-

actie

     

(1)

(2)

(3)

(4)

(5)

(6)

(7)

Surface friction

tester of BV 11

ASTM E 1551-

band, glad

0.82

0.60

0.50

65

10-20

210

belasting 1420 N

0.74

0.47

0.34

9510-20

210

 

Surface friction

tester of BV 11

Aero-band

met profiel

0.70

0.50

040

65

10-20

700

belasting 1420 N

0.60

0.40

0.32

95

10-20

700

DWW-voertuig

PIARC-band glad

0.80

0.60

0.50

65

15

200

belasting 2000 N

0.60

0.40

0.32

95

15

200

Bijlage B. Textuurdieptemeting volgens de zandvlekmethode [Vervallen per 20-01-2010]

Deze bijlage behoort bij artikel 1 onder k van de Regeling stroefheid start-en landingsbanen

De textuurdiepte wordt beproefd op een droge, kleefvrije ondergrond die vooraf is schoongeborsteld.

Vul een cilinder met een inhoud van 23800 (± 100) mm³ en een inwendige diameter van 20 (± 1) mm geheel met vuurgedroogd rondkorrelig zand met een korrelgrootte tussen 0,125 en 0,250 mm. Strijk het teveel aan zand af met een vlakke lat. Giet vervolgens de afgepaste hoeveelheid zand uit op de plaats van de meting op het verhardingsoppervlak. Tref zonodig tijdens de proefuitvoering voorzieningen om wegwaaien van zand te voorkomen.

Verdeel het zand over het oppervlak met een platte messing schijf met een diameter van 65 (± 2) mm, aan de onderzijde bekleed met een hard rubberen schijf met een dikte van 1,5 (± 0,5) mm en aan de bovenzijde voorzien van een handgreep. Verdeel het zand door het maken van draaiende bewegingen met de messing schijf die daarbij horizontaal wordt gehouden. Bij het uitwrijven moet een cirkelvormige zandvlek ontstaan waarbij de diepten in het oppervlak worden gevuld tot de hoogste punten.

Meet vervolgens in vier richtingen, met een onderlinge hoek van 45 graden, de diameter van de zandvlek tot op 1 mm nauwkeurig.

Bereken de textuurdiepte, tot op 0,1 mm nauwkeurig, met de formule:

TD=

484800

(D1+D2+D3+D4

waarin: TD is de textuurdiepte in mm;

Diis de gemeten diameter van de zandvlek in mm.

De textuurdiepte wordt op ten minste 5 verschillende plaatsen bepaald.