Start van deze paginaSkip navigatie, ga direct naar de Inhoud
  • Vorige

  • Volgende

Verordening financiën bedrijfslichamen 1999

Geldend op 30-05-2011

[Regeling vervalt per 01-01-2012]


  • Verordening financiën bedrijfslichamen 1999
  • § 1. Begripsbepalingen

  • Artikel 1

    • 1.In deze verordening wordt verstaan onder:

      a.

      wet:

      Wet op de bedrijfsorganisatie;

      b.

      bedrijfslichaam:

      bedrijf-, hoofdbedrijf-, product- of hoofdproductschap

      c.

      raad:

      Sociaal-Economische Raad;

      d.

      Bestuurskamer:

      commissie van de raad, ingesteld bij de Instellingsverordening Bestuurskamer 2008.

      e.

      Toezichtkamer:

      subcommissie van de Bestuurskamer;

      f.

      hoofdfunctie:

      groep van gelijksoortige taken en activiteiten van een bedrijfslichaam zoals omschreven in bijlage 1 bij deze verordening;

      g.

      functie:

      onderdeel van een hoofdfunctie; als zodanig kan dat één afzonderlijke taak of activiteit zijn, dan wel een groep van taken of activiteiten;

    • 2.Deze verordening is mede van toepassing op lichamen ter gemeenschappelijke behartiging van belangen als bedoeld in artikel 109 e.v. van de wet.

  • § 2. Algemene bepalingen en waarderingsgrondslagen

  • Artikel 2

    • 1.De begroting, de meerjarenraming en de jaarrekening geven volgens normen die in het maatschappelijk verkeer als aanvaardbaar worden beschouwd, een zodanig inzicht dat een verantwoord oordeel kan worden gevormd over het beheer van de financiën in het algemeen en over de grootte en samenstelling van het vermogen en van de baten en lasten in het bijzonder.

    • 2.Voorzover dat nodig is voor het in het eerste lid bedoelde inzicht, zijn de bepalingen van deze verordening van overeenkomstige toepassing op commissies ex artikel 88a van de wet; in dat geval wordt tot uitdrukking gebracht dat de begroting, de meerjarenraming en de jaarrekening van het bedrijfslichaam geconsolideerde financiële stukken zijn.

  • Artikel 3

    • 1.Voor de begroting, de meerjarenraming en de jaarrekening wordt het stelsel van baten en lasten gehanteerd.

    • 2.Boekjaren komen overeen met kalenderjaren.

    • 3.De indeling van de begroting, de meerjarenraming en de jaarrekening mag slechts om gegronde redenen afwijken van die van het voorafgaande boekjaar; in de toelichting worden de verschillen aangegeven en gemotiveerd.

  • Artikel 4

    • 1.De baten en lasten worden in de begrotingsverordening toegerekend aan de hoofdfuncties, omschreven in bijlage 1 van deze verordening.

    • 2.De baten en lasten worden ingedeeld in de baten- en kostensoorten, vermeld in bijlage 2 van deze verordening.

    • 3.De baten- en kostensoorten worden in de toelichting gesplitst in sub-baten- en kostensoorten, zoveel als nodig is ter verkrijging van een duidelijk beeld van het te voeren, onderscheidenlijk het gevoerde beleid.

  • Artikel 5

    Alle baten en lasten worden geraamd, onderscheidenlijk verantwoord tot hun bruto bedrag.

  • Artikel 6

    • 1.Bij de begroting, meerjarenraming en jaarrekening worden de gehanteerde grondslagen voor de bepaling van de baten en lasten en voor de waardering van de activa en passiva vermeld.

    • 2.Slechts om gegronde redenen mogen de waardering van de activa en de passiva en de bepaling van de baten en de lasten geschieden op andere grondslagen dan die welke in het voorafgaande boekjaar zijn toegepast. De reden van de verandering wordt in de toelichting uiteengezet. Tevens wordt inzicht gegeven in haar betekenis voor de financiële positie en voor de baten en de lasten aan de hand van aangepaste cijfers voor het desbetreffende boekjaar en het daaraan voorafgaande jaar.

    • 3.Het bestuur van een bedrijfslichaam legt het beleid inzake het beleggen van vaste en vlottende middelen (beleggingsbeleid) vast ten behoeve van het dagelijks bestuur, dat belast is met het beheer van het vermogen en de inkomsten en uitgaven.

      Het beleggingsbeleid wordt vastgelegd in een verordening.

      In de jaarrekening wordt een toelichting gegeven op het gevoerde beleggingsbeleid in relatie tot de door het bestuur ter zake geformuleerde uitgangspunten.

  • Artikel 7

    • 1.Activa en passiva worden gewaardeerd op basis van de verkrijgings- of vervaardigingsprijs.

    • 2.In afwijking van het bepaalde in het eerste lid zijn voor voorraden, vorderingen, liquide middelen, schulden en voorzieningen andere waarderingsgrondslagen van toepassing:

      • a. voorraden worden tegen de marktwaarde gewaardeerd indien de marktwaarde lager is dan de verkrijgings- of vervaardigingsprijs;

      • b. vorderingen worden, onder aftrek van eventuele voorzieningen wegens oninbaarheid, tegen de nominale waarde gewaardeerd;

      • c. liquide middelen worden gewaardeerd tegen de nominale waarde;

      • d. schulden worden tegen de nominale waarde gewaardeerd;

    • 3.In afwijking van het bepaalde in het eerste lid wordt bij de waardering van de vaste activa rekening gehouden met een vermindering of vermeerdering van hun waarde, indien deze vermindering respectievelijk vermeerdering naar verwachting duurzaam is.

  • Artikel 8

    • 1.Waardeverminderingen of waardevermeerderingen van activa als bedoeld in artikel 7, tweede lid worden onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar in aanmerking genomen.

    • 2.Het verschil tussen verkrijgingsprijs en marktwaarde van effecten wordt in de toelichting op de balans opgenomen.

  • Artikel 9

    • 1.Bij de toepassing van de waarderings- en afschrijvingsmethoden wordt het toerekeningbeginsel in acht genomen.

    • 2.De methoden volgens welke de afschrijvingen zijn berekend worden in de toelichting op de balans uiteengezet.

  • § 3. De begroting

  • Artikel 10

    De begroting en toelichting geven getrouw, duidelijk en stelselmatig de omvang van alle begrote baten en lasten van het begrotingsjaar, alsmede het saldo daarvan weer.

  • Artikel 11

    De begrotingsverordening geeft, zoals schematisch weergegeven in bijlage 3, voor elk van de op grond van artikel 4, eerste lid, te onderscheiden hoofdfuncties, alsmede voor alle hoofdfuncties tezamen (totaal-generaal) ramingen voor elk van de op grond van artikel 4, tweede lid, te onderscheiden baten- en kostensoorten, alsmede de ramingen van de totaalbedragen van de baten, van de totaalbedragen van de lasten, van de exploitatiesaldi en van de raming van de omvang van de reserves aan het begin en aan het eind van het begrotingsjaar.

  • Artikel 12

    • 1.De toelichting op de begroting omvat een korte omschrijving van de beleidsvoornemens die aan de begroting ten grondslag liggen, alsmede een toelichting op de belangrijkste posten en wijzigingen in de begroting.

    • 2.De toelichting op de begroting is ingericht op een wijze die door het bestuur van het bedrijfslichaam passend wordt geacht.

    • 3.De toelichting bevat ten minste:

      • a. een specificatie van de begroting volgens de door het bestuur passend geachte inrichting; deze specificatie geeft naast de geraamde bedragen voor het begrotingsjaar tevens de geraamde bedragen voor het vorige begrotingsjaar na eventuele, door het bestuur vastgestelde wijzigingen en de gerealiseerde bedragen voor het voorvorige begrotingsjaar, alsmede

        • -

          het begrote exploitatiesaldo,

        • -

          de omvang van de desbetreffende reserve aan het begin van het begrotingsjaar en

        • -

          de omvang van de desbetreffende reserve aan het eind van het begrotingsjaar.

      • b. een overzicht van de heffingsverordeningen die ten grondslag liggen aan de begroting, met hun tarieven, heffingsgrondslagen, begrote bruto-heffingsopbrengst(en), eventuele Schilthuisaftrek en begrote netto-opbrengst(en);

      • c. een uiteenzetting over de financiële positie van het bedrijfslichaam;

      • d. een overzicht van de personele sterkte in het begrotingsjaar en het vorige begrotingsjaar, uitgedrukt in voltijdeenheden;

      • e. een overzicht van de personeelskosten in het begrotingsjaar, het vorige begrotingsjaar en de gerealiseerde bedragen voor het voorvorige begrotingsjaar, gespecificeerd naar

        • a. salarissen;

        • b. sociale-verzekeringspremies;

        • c. pensioenpremies;

        • d. niet in premieverband betaalde sociale lasten en overige personeelskosten van het eigen personeel;

      • f. de vergoeding voor de voorzitter in het begrotingsjaar en het vorige begrotingsjaar;

      • g. vermelding van de benoemingsgerechtigde organisaties waarmee financiële relaties worden aangegaan of onderhouden, alsmede instellingen waarin deze organisaties participeren en waarmee financiële relaties worden aangegaan of onderhouden, plus de daarmee gemoeide bedragen en de bestedingsdoeleinden;

      • h. vermelding van de overige organisaties waarmee financiële relaties worden aangegaan of onderhouden, plus de daarmee gemoeide bedragen en de bestedingsdoeleinden; hierbij geldt als ondergrens: 50.000 euro per financiële relatie of, indien het totaal aan financiële relaties niet méér bedraagt dan 1 miljoen euro: 5 procent van het begrote bedrag aan financiële relaties;

      • i. een verantwoording van de sub g en h bedoelde financiële relaties volgens de punten a tot en met e van artikel 4.1.1 van het Besluit beleidsregels Bestuurskamer;

      • j. een overzicht van de wijze waarop de baten- en kostensoorten, als genoemd in bijlage 2, zijn toegerekend aan de hoofdfuncties, opgenomen in de begrotingsverordening. Indien de toelichting niet is ingericht naar het model van de hoofdfuncties is een transponeringstabel of -overzicht opgenomen.

  • Artikel 13 [Vervallen per 26-06-2005]

  • Artikel 14

    • 1.Onverminderd het bepaalde in artikel 120, tweede lid van de wet worden geen baten en lasten ten gunste onderscheidenlijk ten laste van het kalenderjaar gebracht, zonder dat de begroting door het bestuur van het bedrijfslichaam is vastgesteld en door de Toezichtkamer is goedgekeurd.

    • 2.Bij een noodzakelijk gebleken overschrijding van de in de begroting uitgetrokken bedragen van de lasten, alsmede voor lasten welke in de begroting niet waren voorzien, wordt een herziene begroting opgesteld.

    • 3.Onverminderd het bepaalde in artikel 123 van de wet is het bepaalde in -het tweede lid van dit artikel niet van toepassing indien het bedrag van de overschrijding respectievelijk van de onvoorziene lastencategorie niet meer dan 5% van de totale lasten van de desbetreffende hoofdfunctie beloopt, alsmede indien blijkt dat de overschrijding meer dan 5% is, maar daarvoor compensatie in de totale baten van de desbetreffende hoofdfunctie wordt gevonden.

  • Artikel 15

    Bijzondere transacties zoals

    • a. de koop en verkoop van onroerend goed,

    • b. het aangaan van geldleningen onder hypothecair verband alsmede van geldleningen voor een tijdsduur, welke verder strekt dan het kalenderjaar en

    • c. het verstrekken van geldleningen, anders dan uit een oogpunt van normale beleggingen

    worden, voorzover deze zijn voorzien en opgenomen in de jaarlijkse begroting, daarin afzonderlijk toegelicht. In andere gevallen worden voor dergelijke transacties afzonderlijke aanvullende begrotingsverordeningen opgesteld.

  • § 4. De meerjarenraming

  • Artikel 16

    • 1.De jaarlijkse begroting gaat vergezeld van een meerjarenraming en toelichting daarop.

    • 2.De meerjarenraming en toelichting geven inzicht in de financiële consequenties van de beleidsontwikkeling voor de komende jaren.

    • 3.Uitgangspunt voor de meerjarenraming is het beleid dat ten grondslag ligt aan de bedragen, opgenomen in de begroting.

    • 4.De meerjarenraming biedt inzicht in de jaarlijkse ontwikkeling van de stand van de reserves.

  • § 5. De verslaglegging

  • Artikel 17

    De financiële verslaglegging van de organisatie bestaat uit de jaarrekening en het jaarverslag.

  • Artikel 18

    • 1.De jaarrekening bestaat uit:

      • a. de rekening van baten en lasten en de toelichting daarop;

      • b. de balans en de toelichting daarop.

    • 2.De jaarrekening wordt vastgesteld met inachtneming van hetgeen omtrent de financiële positie op de balansdatum is gebleken tussen het moment van opmaken van de jaarrekening en het tijdstip van vaststelling daarvan, voor zover deze aanvullende informatie onontbeerlijk is voor het in artikel 2 bedoelde inzicht.

  • Artikel 19

    • 1.Het jaarverslag bevat een beknopte verantwoording van het gevoerde beleid en beheer.

    • 2.Het jaarverslag geeft een getrouw beeld van de toestand op de balansdatum en de gang van zaken gedurende het boekjaar.

    • 3.In het jaarverslag worden tevens mededelingen gedaan over

      • a. de doeltreffendheid en doelmatigheid van het gevoerde beleid en

      • b. het voor het komende en volgende jaren te voeren beleid.

  • § 5.1. De rekening van baten en lasten en de toelichting daarop

  • Artikel 20

    De rekening van baten en lasten en de toelichting geven getrouw, duidelijk en stelselmatig de omvang van alle baten en alle lasten, alsmede het saldo daarvan weer.

  • Artikel 21

    Het besluit tot vaststelling van de rekening van baten en lasten is ingericht overeenkomstig de inrichting van de begrotingsverordening en bevat, zoals schematisch weergegeven in bijlage 4, de voor het verslagjaar gerealiseerde bedragen.

  • Artikel 22

    De toelichting op de rekening van baten en lasten is ingericht overeenkomstig de inrichting van de toelichting op de begroting en bevat ten minste:

    • a. een specificatie van de rekening volgens de door het bestuur passend geachte inrichting van de begroting; deze specificatie geeft naast de gerealiseerde bedragen voor het verslagjaar tevens de begrote bedragen voor het verslagjaar na eventuele, door het bestuur vastgestelde wijzigingen en de gerealiseerde bedragen voor het vorige verslagjaar;

    • b. een toelichting van belangrijke afwijkingen tussen begrote en gerealiseerde baten en lasten;

    • c. een overzicht van de heffingsverordeningen met hun tarieven, begrote en gerealiseerde bruto-heffingsopbrengst(en), eventuele Schilthuisaftrek en begrote en gerealiseerde netto-opbrengsten;

    • d. een overzicht van de personele sterkte per 1 januari en per 31 december van het verslagjaar, zowel uitgedrukt in aantal personeelsleden als in voltijdeenheden en aangevuld met een overzicht van de verdeling van de personele sterkte - omgerekend naar voltijdeenheden - over de door het bedrijfslichaam gehanteerde salarisschalen/ functiegroepen;

    • e. een overzicht van de personeelskosten en de vergoeding voor de voorzitter, een en ander overeenkomstig de desbetreffende specificatie en toelichting op de begroting;

    • f. een overzicht van de benoemingsgerechtigde organisaties waarmee financiële relaties zijn aangegaan of onderhouden, alsmede instellingen waarin deze organisaties participeren en waarmee financiële relaties worden aangegaan of onderhouden, plus de daarmee gemoeide bedragen en de bestedingen;

    • g. een overzicht van de overige organisaties waarmee financiële relaties zijn aangegaan of onderhouden, plus de daarmee gemoeide bedragen en de bestedingen; hierbij geldt als ondergrens: 50.000 euro per financiële relatie of, indien het totaal aan financiële relaties niet méér bedraagt dan 1 miljoen euro: 5 procent van het totale bedrag aan financiële relaties;

    • h. een verantwoording van de financiële relaties volgens de punten a tot en met e van artikel 4.1.1 van het Besluit beleidsregels Bestuurskamer;

    • i. een overzicht van de wijze waarop de baten- en kostensoorten, als genoemd in bijlage 2, zijn toegerekend aan de hoofdfuncties, verantwoord in het besluit tot vaststelling van de rekening van baten en lasten. Indien de toelichting niet is ingericht naar het model van de hoofdfuncties is een transponeringstabel of -overzicht opgenomen.

  • § 5.2. De balans en de toelichting daarop

  • Algemeen
  • Artikel 23
    • 1.De balans, zoals schematisch weergegeven in bijlage 7, geeft tezamen met de toelichting daarop getrouw, duidelijk en stelselmatig de financiële positie en de samenstelling daarvan in actief- en passiefposten op het einde van het verslagjaar weer.

    • 2.De balans bevat ook de cijfers van het voorafgaande verslagjaar.

  • Artikel 24

    In de toelichting op de balans wordt vermeld tot welke belangrijke, niet uit de balans blijkende, financiële verplichtingen het bedrijfslichaam voor de toekomst is verbonden, zoals die welke voortvloeien uit langlopende overeenkomsten of bijzondere kortlopende verplichtingen.

  • Activa
  • Artikel 25
    • 1.In de balans worden de activa onderscheiden in vaste en vlottende activa, al naar gelang zij zijn bestemd om de uitoefening van de werkzaamheid van het bedrijfslichaam al dan niet duurzaam te dienen.

    • 2.Onder de vaste activa worden afzonderlijk opgenomen de materiële en de financiële vaste activa.

    • 3.Onder de vlottende activa worden afzonderlijk opgenomen de voorraden, de vorderingen, de overlopende activa voor zover deze niet zijn begrepen in de vorderingen en de liquide middelen.

  • Artikel 26
    • 1.In de toelichting op de balans worden onder de materiële vaste activa afzonderlijk opgenomen:

      • a. bedrijfsgebouwen;

      • b. overige aan de bedrijfsuitoefening dienstbare materiële vaste activa;

      • c. overige niet aan de bedrijfsuitoefening dienstbare materiële vaste activa.

    • 2.In de toelichting op de balans worden onder de financiële vaste activa afzonderlijk opgenomen:

      • a. langlopende leningen;

      • b. effecten.

    • 3.In de toelichting op de balans wordt het bruto-verloop van de vaste activa gedurende het verslagjaar weergegeven in een sluitend overzicht van de beginstanden, van de mutaties waaronder mede begrepen afschrijvingen en waardeverminderingen en van de eindstanden op de balansdatum.

  • Artikel 27

    In de toelichting op de balans worden onder de tot de vlottende activa behorende vorderingen afzonderlijk opgenomen:

    • a. vorderingen uit hoofde van heffingen;

    • b. vorderingen op stichtingen, fondsen of instellingen waarmee het bedrijfslichaam een bestendige zakelijke relatie heeft;

    • c. overige vorderingen.

  • Passiva
  • Artikel 28
    • 1.Onder de passiva worden afzonderlijk opgenomen het eigen vermogen, de voorzieningen, de langlopende schulden en de vlottende passiva.

    • 2.Onder de vlottende passiva worden afzonderlijk opgenomen de kortlopende schulden en de overlopende passiva voor zover deze niet zijn begrepen in de schulden.

  • Artikel 29
    • 1.Onder langlopende schulden worden verstaan de schulden met een resterende looptijd van één jaar of langer.

    • 2.In de toelichting op de balans worden onder de langlopende schulden afzonderlijk opgenomen:

      • a. hypothecaire leningen;

      • b. andere leningen.

    • 3.Van de in het tweede lid bedoelde leningen worden naast de omvang van de resterende schuldbedragen vermeld de verstrekte zekerheden, de resterende looptijden en de werkelijke rentepercentages.

  • Artikel 30

    In de toelichting op de balans worden onder de tot de vlottende passiva behorende kortlopende schulden afzonderlijk opgenomen:

    • a. schulden aan stichtingen, fondsen of instellingen waarmee het bedrijfslichaam een bestendige zakelijke relatie heeft;

    • b. banksaldi;

    • c. schulden ter zake van belastingen en premies sociale verzekering;

    • d. schulden ter zake van pensioenen;

    • e. overige schulden.

  • Reserves
  • Artikel 31
    • 1.Reserves worden in de balans onderscheiden naar:

      • a. de algemene reserve;

      • b. de bestemmingsreserves en

      • c. de bestemmingsfondsen.

    • 2.De algemene reserve is de reserve van de hoofdfunctie 'bestuur en algemeen'.

    • 3.Bestemmingsreserves zijn reserves met een bijzondere bestemming, bepaald door het bestuur.

    • 4.Bestemmingsfondsen zijn reserves met een bijzondere bestemming, waarbij een bestedingsbeperking is aangebracht door derden.

  • Artikel 32

    Het eigen vermogen bestaat uit de som van de algemene reserve, de bestemmingsreserves en de bestemmingsfondsen.

  • Artikel 33

    In de toelichting op de balans worden eventuele stille reserves of tekorten geraamd, indien:

    • a. de actuele waarde van materiële vaste activa belangrijk afwijkt van de boekwaarde en

    • b. de actuarieel wenselijke omvang van voorzieningen belangrijk afwijkt van de feitelijke omvang daarvan.

  • Artikel 34

    De som van de algemene reserve en de bestemmingsreserves is maximaal gelijk aan het totaal van de lasten over het verslagjaar.

  • Artikel 35
    • 1.Een positief exploitatiesaldo op een (hoofd)functie wordt, voor zover deze (hoofd)functie wordt gefinancierd uit een bestemmingsheffing, gebracht naar de reserve van de desbetreffende (hoofd)functie.

    • 2.Bij een negatief exploitatiesaldo op een (hoofd)functie wordt zoveel mogelijk geput uit de desbetreffende reserve.

    • 3.De algemene reserve mag uitsluitend gemuteerd worden met

      • a. het exploitatiesaldo van de hoofdfunctie ‘bestuur en algemeen’,

      • b. de reserve van een van de andere (hoofd)functies, voorzover deze niet is gefinancierd uit een bestemmingsheffing en,

        bij verordening, met

      • c. de reserve van een van de andere (hoofd)functies, voor zover deze is gefinancierd uit een bestemmingsheffing.

    • 4.Een bestemmingsreserve mag uitsluitend worden gemuteerd met

      • a. het eigen exploitatiesaldo,

      • b. een gehele of gedeeltelijke overboeking naar de algemene reserve en, bij verordening, met

      • c. de reserve van een andere (hoofd)functie.

    • 5.Rente- of dividendontvangsten op reserves worden geboekt ten gunste van de desbetreffende rekening van baten en lasten.

  • Voorzieningen en niet in de balans opgenomen verplichtingen
  • Artikel 36

    Op voorzieningen en niet in de balans opgenomen verplichtingen is van toepassing Richtlijn B10 van de Richtlijnen voor de jaarverslaggeving voor kleine rechtspersonen.

  • Artikel 37 [Vervallen per 26-06-2005]
  • Artikel 38
    • 1.In de toelichting op de balans wordt elke voorziening afzonderlijk vermeld en toegelicht.

    • 2.Per voorziening wordt het bruto verloop gedurende het verslagjaar in een sluitend overzicht weergegeven.

      Daaruit blijken:

      • a. het saldo aan het begin van het jaar;

      • b. de toevoegingen in het jaar ten laste van de rekening van baten en lasten;

      • c. de vermeerderingen in het jaar door ontvangen subsidies;

      • d. de vermeerderingen in het jaar door overige ontvangsten van derden;

      • e. de vrijgevallen bedragen in het jaar ten gunste van de rekening van baten en lasten;

      • f. de aanwending in het jaar;

      • g. het saldo aan het einde van het jaar.

  • Artikel 39 [Vervallen per 26-06-2005]
  • § 6. Externe controle

  • Artikel 40

    • 2.De accountant brengt omtrent zijn onderzoek verslag uit aan het (dagelijks) bestuur.

    • 3.De accountant geeft de uitslag van zijn onderzoek weer in een verklaring omtrent de getrouwheid van de jaarrekening. De accountant stelt vast of het jaarverslag conform deze verordening is opgesteld en met de jaarrekening verenigbaar is. Indien er ernstige tekortkomingen in het jaarverslag aanwezig zijn, maakt hij daarvan melding in de verklaring.

  • Artikel 41

    • 1.Bij zijn controle betrekt de accountant de naleving door het bedrijfslichaam van de Verordening financiën bedrijfslichamen 1999, alsmede van de wet. Hiervan geeft de accountant kennis in zijn verklaring.

    • 2.De in artikel 40, derde lid bedoelde accountantsverklaring wordt tegelijk met de jaarrekening -van het bedrijfslichaam aan de Toezichtkamer overgelegd.

  • § 7. Ontheffingen en advisering

  • Artikel 42

    Op gemotiveerd verzoek van het bestuur van een bedrijfslichaam kan de Toezichtkamer in bijzondere gevallen, waarin de nakoming van een bij deze verordening opgelegde verplichting op overwegende bezwaren stuit, of wegens andere bijzondere omstandigheden, aan het bedrijfslichaam ontheffing van die verplichting worden verleend. Aan deze ontheffing kunnen voorwaarden worden verbonden.

  • Artikel 43

    • 1.Er is een commissie met vertegenwoordigers van bedrijfslichamen en van het secretariaat van de Bestuurskamer, die de Bestuurskamer gevraagd en ongevraagd adviseert over de voorschriften en richtlijnen voor de begroting en jaarverslaglegging en de toepassing ervan.

    • 2.De leden van de commissie worden benoemd door de Bestuurskamer.

  • § 8. Slotbepalingen

  • Artikel 44

    De Verordening financiën bedrijfslichamen 1978 wordt ingetrokken, met dien verstande dat hij van kracht blijft voor de begrotingen en de rekeningen over de aan 1999 voorafgaande begrotingsjaren.

  • Artikel 45

    Deze verordening wordt bekendgemaakt in het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie.

  • Artikel 46

    Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 1999, met dien verstande dat hij voor het eerst wordt toegepast bij de opstelling van de begrotingen voor het jaar 1999.

  • Artikel 47

    Deze verordening wordt aangehaald als Verordening financiën bedrijfslichamen 1999.

  • Bijlage 1. Hoofdfuncties

    De in artikel 4, eerste lid bedoelde indeling omvat vijf clusters van activiteiten en taken ten behoeve van de begroting en de jaarrekening;

    a. bestuur en algemeen

    bestuursvergaderingen, met inbegrip van de voorbereiding daarvan; dit cluster is bedoeld voor inzicht in de kosten van het bestuur (zoals vacatiegelden en andere vergaderkosten, de vergoeding voor de voorzitter e.d.) en de hieraan toe te rekenen kosten van het ondersteunend apparaat (personeelskosten secretariaat, huisvestingskosten, accountants-/incassokosten); in het algemeen worden deze uitgaven gedekt uit de algemene of financieringsheffing;

    b. markt

    promotie-campagnes, exportbevordering, informatie over marktontwikkelingen e.d.; niet alleen de directe kosten (zoals kosten voor advertenties, promotiemateriaal en inschakeling van marktonderzoekbureaus) dienen hier begroot en verantwoord te worden, maar ook de hieraan toe te rekenen apparaatskosten;

    c. product en dienst

    hierbij valt te denken aan activiteiten zoals de ontwikkeling van kwaliteitsnormen, ‘managementtools’ kwaliteitsbeheer en -verbetering, gezondheid van planten en dieren, verbetering van de bedrijfsvoering, alsmede het voor deze activiteiten ingestelde of uitbestede onderzoek; niet alleen de directe kosten dienen hier begroot en verantwoord te worden, maar ook de hieraan toe te rekenen apparaatskosten;

    d. arbeid

    hieronder vallen activiteiten als de zorg voor en voorlichting over arbeidsomstandigheden en -veiligheid, bijdragen aan het leerlingwezen, aan arbeidsvoorzieningsmaatregelen en aan scholing en opleiding; niet alleen de directe kosten dienen hier begroot en verantwoord te worden, maar ook de hieraan toe te rekenen apparaatskosten;

    e. medebewind

    door de overheid aan het bedrijfslichaam opgedragen taken; dit cluster is bedoeld voor inzicht in de kosten van uitvoering van medebewindstaken (directe kosten en hieraan toe te rekenen secretariaatskosten) en de mate waarin deze worden gedekt door vergoedingen van de opdrachtgever; niet alleen de directe kosten dienen hier begroot en verantwoord te worden, maar ook de hieraan toe te rekenen apparaatskosten.

  • Bijlage 2. Baten- en kostensoorten

    De in artikel 4, tweede lid bedoelde minimumindeling omvat:

    • -

      Baten

      1.

      heffingen

      2.

      retributies

      3.

      diensten aan derden

      4.

      rente

      5.

      vergoeding voor opgedragen taken

      6.

      niet bestede subsidies

      7.

      overige baten

        

      A

      totaal van de baten

    • -

      Lasten

      1.

      vaste vergoedingen voorzitter en personeelskosten

      2.

      reis-, verblijf- en representatiekosten

      3.

      huisvestingskosten

      4.

      bureaukosten

      5.

      vergaderkosten

      6.

      financiële relaties

      7.

      diensten door derden

      8.

      overige lasten

        

      B

      subtotaal 1 t/m 8

        

      9.

      interne overboekingen toerekening apparaatskosten

        

      C

      Totaal van de lasten

    • -

      Saldo

      D

      Exploitatiesaldo: A -/- C

  • Bijlage 3. Verordening begroting ….

    Verordening van het (bedrijfslichaam) tot vaststelling van de begroting van baten en lasten voor 1999

    Het bestuur van het (bedrijfslichaam);

    Gelet op artikel 119 van de wet op de bedrijfsorganisatie;

    Besluit:

    Artikel 1

    De begroting van baten en lasten van het (bedrijfslichaam) voor …. is als volgt:

    JAAR ….

    Totaal generaal

    Bestuur

    Markt

    Product en dienst

    Arbeid

    Algemeen belang

    Mede- bewind

    Baten

           

    1 Heffingen

           

    2 Retributies

           

    3 Diensten aan derden

           

    4 Rente

           

    5 Vergoeding opgedragen taken

           

    6 Niet bestede subsidies

           

    7 Overige baten

           

    totaal van de baten

           

    Lasten

           

    1 Voorzitter / Personeelskosten

           

    2 Reis-, verblijf- en repres.kosten

           

    3 Huisvestingskosten

           

    4 Bureaukosten

           

    5 Vergaderkosten

           

    6 Subsidies

           

    7 Diensten door derden

           

    8 Overige lasten

           

    subtotaal

           

    9 Interne overboekingen

           

    totaal van de lasten

           

    Saldo

           

    Reserve 01/01

           

    Reserve 31/12

           

    Artikel 2

    Deze verordening wordt geplaatst in het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie.

    Artikel 3

    Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari..

    Artikel 4

    Deze verordening wordt aangehaald als Verordening begroting …..

    Plaats en datum:

    , voorzitter

    , secretaris

  • Bijlage 4. Besluit rekening baten en lasten ….

    Besluit van het (bedrijfslichaam) tot vaststelling van de rekening van baten en lasten over ...

    Het bestuur van het (bedrijfslichaam);

    Gelet op artikel 124, derde lid van de Wet op de bedrijfsorganisatie;

    Besluit

    Artikel 1

    De rekening van baten en lasten van het (bedrijfslichaam) over …. is als volgt:

    JAAR ….

    Totaal generaal

    Bestuur

    Markt

    Product en dienst

    Arbeid

    Algemeen belang

    Mede- bewind

    Baten

           

    1 Heffingen

           

    2 Retributies

           

    3 Diensten aan derden

           

    4 Rente

           

    5 Vergoeding opgedragen taken

           

    6 Niet bestede subsidies

           

    7 Overige baten

           

    totaal van de baten

           

    Lasten

           

    1 Voorzitter / Personeelskosten

           

    2 Reis-, verblijf- en repres.kosten

           

    3 Huisvestingskosten

           

    4 Bureaukosten

           

    5 Vergaderkosten

           

    6 Subsidies

           

    7 Diensten door derden

           

    8 Overige lasten

           

    subtotaal

           

    9 Interne overboekingen

           

    totaal van de lasten

           

    Saldo

           

    Reserve 01/01

           

    Reserve 31/12

           

    Artikel 2

    Dit besluit wordt aangehaald als Besluit rekening baten en lasten …..

    Plaats en datum:

    , voorzitter

    , secretaris

  • Bijlage 5. Balans

    ACTIVA

    31-12-20xx

    31-12-20xx-1

    PASSIVA

    31-12-20xx

    31-12-20xx-1

    VASTE ACTIVA

    • materiële vaste activa

    • financiële vaste activa

    VLOTTENDE ACTIVA

    • - voorraden

    • - vorderingen

    • - overlopende activa

    • - totaal

    Liquide middelen

      

    EIGEN VERMOGEN

    • - algemene reserve

    • - bestemmingsreserves

      • . a

      • . b

      • . totaal bestemmingsreserves

    • - totaal

    VOORZIENINGEN

    • - pensioenen personeel

    • - andere voorzieningen

    • - totaal

    LANGLOPENDE SCHULDEN

    VLOTTENDE PASSIVA

    • - kortlopende schulden

    • - overlopende passiva

    • - totaal

      

    Totaal activa

      

    Totaal passiva

      
  • Begroting van baten en lasten

    Hoofdfunctie Bestuur met vergelijkende cijfers

    JAAR t

    Bestuur

    Begroting t

    Begroting t-1

    Rekening t-2

    Baten

       

    1 Heffingen

       

    2 Retributies

       

    3 Diensten aan derden

       

    4 Rente

       

    5 Vergoeding opgedragen taken

       

    6 Niet bestede subsidies

       

    7 Overige baten

       

    totaal van de baten

       

    Lasten

       

    1 Voorzitter / Personeelskosten

       

    2 Reis-, verblijf- en repres.kosten

       

    3 Huisvestingskosten

       

    4 Bureaukosten

       

    5 Vergaderkosten

       

    6 Subsidies

       

    7 Diensten door derden

       

    8 Overige lasten

       

    subtotaal

       

    9 Interne overboekingen

       

    totaal van de lasten

       

    Saldo

       

    Reserve 01/01

       

    Reserve 31/12

       
  • Rekening van baten en lasten

    Hoofdfunctie Bestuur met vergelijkende cijfers

    JAAR t

    Bestuur

     

    Rekening t

    Begroting t

    Rekening t-1

    Baten

       

    1 Heffingen

       

    2 Retributies

       

    3 Diensten aan derden

       

    4 Rente

       

    5 Vergoeding opgedragen taken

       

    6 Niet bestede subsidies

       

    7 Overige baten

       

    totaal van de baten

       

    Lasten

       

    1 Voorzitter / Personeelskosten

       

    2 Reis-, verblijf- en repres.kosten

       

    3 Huisvestingskosten

       

    4 Bureaukosten

       

    5 Vergaderkosten

       

    6 Subsidies

       

    7 Diensten door derden

       

    8 Overige lasten

       

    subtotaal

       

    9 Interne overboekingen

       

    totaal van de lasten

       

    Saldo

       

    Reserve 01/01

       

    Reserve 31/12