Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Wijziging financiële arbeidsvoorwaarden sector Rijk per 1 januari 1998

Geldend van 30-12-1997 t/m heden

Wijziging financiële arbeidsvoorwaarden sector Rijk per 1 januari 1998

Circulaire aan de Ministers

Inleiding/managementinformatie

Deze circulaire op het terrein van de financiële arbeidsvoorwaarden van het personeel van de sector Rijk betreft de hieronder genoemde aangelegenheden.

  • A. Aanpassing van diverse bedragen, te weten:

  • B. Overige mededelingen, te weten over:

    • 1. het aantal te werken uren op jaarbasis in 1998;

    • 2. de salariswijziging per 1 januari 1998;

    • 3. de bedragen van het wettelijk minimum(jeugd)loon ingaande 1 januari 1998;

    • 4. de hoogte van de eindejaarsuitkering in 1998;

    • 5. het vervallen van de distorsietoeslag per 1 januari 1998;

    • 6. de hoogte van het maximum spaarloonbedrag in 1998;

    • 7. inhoudingen en afdrachten inzake pensioenen e.d. per 1 januari 1998;

    • 8. de totstandkoming van enige regelgeving;

    • 9. de WAO bij uitzending naar het buitenland.

Voor de ambtenaar die reeds in het IPA-salarissysteem is opgenomen, zullen de onderhavige wijzigingen voor zover van toepassing automatisch worden aangepast. Daar waar betalingen op basis van declaratie plaatsvinden zal uw eigen personeelsadministratie de desbetreffende wijzigingen dienen aan te brengen. Dit laatste betreft onder meer de wijzigingen vermeld onder A.3 (bedragen inzake dienstreizen binnenland).

A. Aanpassing van diverse bedragen

1. Besluit betaling emolumenten burgerlijk rijkspersoneel

Voor diegenen voor wie de berekeningsbasis gelijk is aan of lager dan het voor 23-jarigen en ouderen geldende bedrag van het minimumloon, zal het verrekeningsbedrag voor genot van inwoning, bedoeld in artikel 2, tweede lid, van genoemd besluit ingaande 1 januari 1998 worden verhoogd van f 241 tot f 250 per maand.

De overige bedragen krachtens dit besluit, vermeld in de ministeriële regeling van 17 juni 1997, zijn niet gewijzigd. De ministeriële regeling waarin het gewijzigde bedrag is opgenomen, wordt in de Staatscourant gepubliceerd.

2. Verplaatsingskostenregeling 1989

De wijzigingen in de Verplaatsingskostenregeling 1989 per 1 januari 1998 houden het volgende in:

a. Wijziging bedragen verband houdende met het woon/werkverkeer

  • het in artikel 11, eerste lid, genoemde maximum bedrag van f 193 wordt verhoogd tot f 197 (het maximum bedrag aan reiskosten woon/werkverkeer voor niet-verhuisplichtige ambtenaren die naar het oordeel van de minister werkzaam zijn op per openbaar vervoer te bereiken plaatsen van tewerkstelling).

  • het in artikel 11, eerste lid, genoemde bedrag dat de ambtenaar te allen tijde van de reiskosten woon/werkverkeer voor eigen rekening moet nemen, wordt verhoogd van f 86,75 tot f 92,25.

  • het in artikel 11, derde lid, genoemde maximum bedrag wordt verhoogd van f 297,50 tot f 312,75 (het maximum bedrag aan reiskosten woon/werkverkeer voor niet-verhuisplichtige ambtenaren die naar het oordeel van de minister werkzaam zijn op plaatsen van tewerkstelling die niet per openbaar vervoer zijn te bereiken).

  • het in artikel 12, eerste lid, genoemde maximum bedrag wordt verhoogd van f 449,75 tot f 471,75 (het maximum bedrag aan reiskosten woon/werkverkeer voor verhuisplichtige ambtenaren die werkzaam zijn op per openbaar vervoer te bereiken plaatsen van tewerkstelling).

  • de in artikel 12, tweede lid, genoemde tabel wordt vervangen door de volgende tabel:

van meer dan 20 km

tot en met 30 km f 330,83

van meer dan 30 km

tot en met 40 km f 389,17

van meer dan 40 km

tot en met 50 km f 486,67

van meer dan 50 km

tot en met 60 km f 532,50

van meer dan 60 km

tot en met 70 km f 581,67

van meer dan 70 km

tot en met 80 km f 602,50

van meer dan 80 km f 610

(maximaal uit te betalen vergoedingsbedragen voor reiskosten woon/werkverkeer voor verhuisplichtige ambtenaren die naar het oordeel van de minister werkzaam zijn op plaatsen van tewerkstelling die niet per openbaar vervoer zijn te bereiken).

Het bedrag van f 0,30, bedoeld in artikel 11, tweede lid, wijzigt niet per 1 januari 1998.

b. Wijziging financiële voorzieningen bij functieverplaatsing (overgangsrecht)

Het in artikel 16a, tweede lid, genoemde bedrag van f 92.500 wordt verhoogd tot f 95.100.

De in dit lid vermelde percentages van 1,8% en 0,9% wijzigen niet.

De ministeriële regeling waarin de wijzigingen zijn opgenomen wordt gepubliceerd in de Staatscourant.

3. Reisregeling binnenland

De wijzigingen van de Reisregeling binnenland per 1 januari 1998 houden het volgende in:

In artikel 5, eerste lid, worden de vergoedingen wegens verblijfkosten als volgt gewijzigd:

  • het bedrag voor kleine uitgaven ’s-avonds (avondcomponent) wordt verhoogd van f 17,50 tot f 18;

  • het in onderdeel a genoemde bedrag voor een lunch (lunchcomponent) wordt verhoogd van f 18,50 tot f 19;

  • het in onderdeel b genoemde bedrag voor een avondmaaltijd (dinercomponent) wordt verhoogd van f 28 tot f 29;

  • het in onderdeel c genoemde bedrag voor logies (logiescomponent) wordt verhoogd van f 109 tot f 110.

De bedragen van de dag- (f 6) en ontbijtcomponent (f 10,50) en van de vergoedingen per kilometer voor een motorvoertuig (f 0,60 resp. f 0,19), bromfiets (f 0,21 resp. f 0,19) en fiets (f 0,12) zijn niet gewijzigd. De ministeriële regeling waarin de wijzigingen zijn opgenomen wordt in de Staatscourant gepubliceerd.

B. Overige mededelingen

1. Aantal te werken uren op jaarbasis in 1998

Het aantal te werken uren bedraagt in 1998 voor een voltijds ambtenaar 1828,8 (= 254 x 7,2) uren, afgerond 1829 uren.

2. Salariswijziging per 1 januari 1998

Per 1 januari 1998 vindt er een gedifferentieerde salarisverhoging plaats. Bij circulaire van 23 oktober 1997, nr. AD97/U998, bent u hierover reeds geïnformeerd.

3. Garantietoelage wettelijk minimumloon

De bedragen van het wettelijk minimumloon en minimumjeugdloon die van belang zijn voor de bepaling van de garantietoelage, bedoeld in artikel 16 van het BBRA 1984, luiden ingaande 1 januari 1998 als volgt:

leeftijd:

bedrag per maand:

23 jaar of ouder

f 2276,30

22 jaar

f 1934,90

21 jaar

f 1650,30

20 jaar

f 1399,90

19 jaar

f 1195,10

18 jaar

f 1035,70

17 jaar

f 899,10

16 jaar

f 785,30

15 jaar

f 682,90

4. Eindejaarsuitkering over 1998

Volledigheidshalve herinner ik u eraan dat over 1998 de maandelijkse opbouw van de aanspraak op de eindejaarsuitkering als bedoeld in artikel 20a van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 0,8% van het salaris bedraagt.

5. Vervallen van de distorsietoeslag

De distorsietoeslag, genoemd onder punt C van de circulaire van 15 december 1994, nr. AD94/U1450, zijnde een tijdelijke en afnemende toeslag, vervalt per 1 januari 1998.

6. Spaarloonregeling rijkspersoneel

Het maximale spaarbedrag over 1998 bedraagt f 1670 (was f 1638).

7. Inhoudingen en afdrachten inzake pensioenen e.d. per 1 januari 1998

De inhoudingen en afdrachten inzake pensioenen (OP/NP, IP/bw, FPU), pseudo-premie WW en de premie WAO met de daarbij behorende franchises per 1 januari 1998 worden bij afzonderlijke circulaire aan onder meer de werkgevers in de sector Rijk bekendgemaakt. De FAOP-premie komt te vervallen.

8. Totstandkoming regelgeving

Er zijn twee koninklijke besluiten totstandgekomen en gepubliceerd in het Staatsblad, te weten het koninklijk besluit van:

9. De WAO bij uitzending naar het buitenland

Zoals bekend is de ambtenaar niet in alle gevallen verzekerd tegen arbeidsongeschiktheid indien er sprake is van uitzending naar het buitenland. Daarbij dient onderscheid te worden gemaakt tussen enerzijds EG- en andere landen waarmee een verdrag is gesloten met betrekking tot de sociale zekerheid en anderzijds landen waarmee geen verdrag met betrekking tot de sociale zekerheid is gesloten.

Op dit moment is het algemene beeld dat er bij uitzending naar Internationale Organisaties in de betreffende arbeidsvoorwaarden-regelingen voldoende financiële voorzieningen zijn getroffen tegen arbeidsongeschiktheid. Omdat de ambtenaar echter niet in alle gevallen is verzekerd tegen arbeidsongeschiktheid op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, is het van belang dat ten aanzien van de individuele ambtenaar wordt beoordeeld of het noodzakelijk is om de ambtenaar daarnaast vrijwillig te doen verzekeren tegen arbeidsongeschiktheid. Daarbij dient overigens te allen tijde te worden voorkomen dat de ambtenaar dubbel verzekerd is.

Over de consequenties van de invoering van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering in de sector Rijk verschijnt nog een circulaire. In die circulaire zal nader worden ingegaan op bovenvermelde problematiek.

Slotopmerkingen

Ik verzoek u met het vorenstaande rekening te houden en daaraan voor zoveel nodig uitvoering te geven.

Inlichtingen, uitsluitend voor de afdelingen Personeelszaken van geadresseerden, kunnen worden verkregen bij de heren Martens (telefoon 070–3026904) en Buurman (telefoon 070–3027664). Bij geen gehoor kan contact worden opgenomen met het secretariaat van de afdeling Arbeidsvoorwaarden en Sociaal Beleid, telefoon 070–3026847 respectievelijk 3027095.

’s-Gravenhage, 12 december 1997

De

Minister

van Binnenlandse Zaken,
voor deze,
de

Directeur-Generaal Management en Personeelsbeleid

,

A.H.C. Annink