Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

IJkregeling meetreservoirs[Regeling vervallen per 01-02-2007.]

Geldend van 24-12-2000 t/m 31-01-2007

IJkregeling meetreservoirs

De Minister van Economische Zaken,

Gelet op de artikelen 11, derde lid, en 28 van de IJkwet en artikel 2, tweede lid, van het IJkreglement;

Besluit:

Hoofdstuk 1. Inleidende bepalingen [Vervallen per 01-02-2007]

Artikel 1 [Vervallen per 01-02-2007]

In deze regeling wordt verstaan onder:

wet:

de IJkwet;

meetreservoirs:

meetwerktuigen, die zijn ingericht om, al dan niet met behulp van een ander meetmiddel, door bepaling van de hoogte van de vloeistofspiegel de hoeveelheid vloeistof die zij bevatten, vast te stellen en die tevens zijn bestemd voor bewaring of vervoer daarin of aflevering daaruit van die vloeistof, met uitzondering van de scheepstanks, bedoeld in artikel 1 van de IJkregeling scheepstanks;

keuring:

de keuring, bedoeld in artikel 10, eerste lid, van de wet;

herkeuring:

de herhaalde keuring, bedoeld in artikel 11, vierde lid, van de wet;

toezicht:

het onderzoek, bedoeld in artikel 5:18 van de Algemene wet bestuursrecht.

Artikel 2 [Vervallen per 01-02-2007]

De bepalingen van deze regeling moeten wat betreft meetreservoirs in acht worden genomen bij:

Artikel 2a [Vervallen per 01-02-2007]

Met de meetreservoirs, die de in artikel 10, eerste lid, van de wet, bedoelde keuring hebben ondergaan, worden gelijkgesteld meetreservoirs, die in een andere lid-staat van de Europese Unie dan wel in een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte rechtmatig zijn geproduceerd of in de handel zijn gebracht en die door een gelijkwaardige, door die andere staat erkende instantie zijn gekeurd, mits bij die keuringen aan gelijkwaardige eisen is voldaan.

Artikel 3 [Vervallen per 01-02-2007]

Ten aanzien van meetreservoirs geldt artikel 11, tweede lid, van de wet niet.

Hoofdstuk 2. Technische voorschriften [Vervallen per 01-02-2007]

Artikel 4 [Vervallen per 01-02-2007]

Meetreservoirs zijn naar de wijze, waarop de hoogte van de vloeistofspiegel wordt bepaald, te onderscheiden in:

  • a. reservoirs, waarvan een peilstok, ingedeeld in eenheden van volume, deel uitmaakt;

  • b. reservoirs, waarvan een peilstok, ingedeeld in eenheden van lengte, deel uitmaakt;

  • c. reservoirs, die zijn ingericht om de hoogte van de vloeistofspiegel op andere wijze te bepalen dan met behulp van een van het betrokken reservoir deel uitmakende peilstok.

Artikel 5 [Vervallen per 01-02-2007]

Van de meetreservoirs, bedoeld in artikel 4, onder b, en, voor zover bij het vaststellen van de aanwezige hoeveelheid vloeistof gebruik wordt gemaakt van een meetmiddel, ingedeeld in eenheden van lengte, van de meetreservoirs, bedoeld in artikel 4, onder c, moet een certificaat van meting deel uitmaken.

Artikel 6 [Vervallen per 01-02-2007]

Meetreservoirs zijn naar hun samenstelling en de wijze van opstelling te onderscheiden in:

  • a. reservoirs, welke, behoudens geringe afwijkingen, de vorm hebben van:

    • 1°. een rechte cilinder, waarvan de beschrijvende lijnen verticaal zijn;

    • 2°. een rechthoekig parallellepipedum, waarvan de langste ribben verticaal zijn;

    • 3°. een kubus, waarvan vier ribben verticaal zijn;

    • 4°. een bol;

  • b. reservoirs, welke, behoudens geringe afwijkingen, de vorm hebben van:

    • 1°. een rechte cilinder, waarvan de beschrijvende lijnen horizontaal zijn;

    • 2°. een rechthoekig parallellepipedum, waarvan 4 ribben, doch niet de langste, verticaal zijn;

  • c. andere reservoirs dan die, bedoeld onder a en b, voor zover de samenstelling en de wijze van opstelling ervan naar het oordeel van de ijkinstelling of de ijkbevoegde voldoende doelmatig zijn.

Artikel 7 [Vervallen per 01-02-2007]

In een meetreservoir mogen verwarmingselementen, leidingen en andere hulpinrichtingen, die in verband met het gebruik noodzakelijk zijn, zijn aangebracht, mits deze de goede werking van het meetreservoir niet schaden.

Artikel 8 [Vervallen per 01-02-2007]

Een meetreservoir moet zo nodig aan de bovenzijde zijn voorzien van een meetopening of, indien de samenstelling of de opstelling van het meetreservoir van invloed is op de juistheid van de meting, van meer meetopeningen.

Artikel 9 [Vervallen per 01-02-2007]

  • 1 In een meetopening van een meetreservoir moet een kenmerk zijn aangebracht, dat de meetplaats voor de hoogte van de vloeistofspiegel duidelijk aangeeft.

  • 2 Het kenmerk mag achterwege blijven bij meetreservoirs als bedoeld in artikel 4, onder a of b, indien de peilstok is voorzien van een aanslag als bedoeld in artikel 13, en de bovenzijde van de meetopening, meetplaats voor de hoogte van de vloeistofspiegel is.

Artikel 10 [Vervallen per 01-02-2007]

  • 1 In de nabijheid van een meetopening van een meetreservoir moet de hoogte van de meetplaats boven de bodem, boven de meetplaat, bedoeld in artikel 12, eerste lid, of boven de onderzijde van een aan de onderzijde gesloten peilkoker als bedoeld in artikel 12, tweede lid, duidelijk en ondubbelzinnig zijn aangegeven.

  • 2 De in het eerste lid bedoelde vermelding moet achterwege blijven, indien het meetreservoir is voorzien van een drijvend dak en de meetopening in dat dak is aangebracht.

Artikel 11 [Vervallen per 01-02-2007]

  • 1 In een meetopening van een meetreservoir moet een verticaal geplaatste en over de gehele hoogte geperforeerde peilkoker worden aangebracht van zodanige samenstelling, dat de meting van de hoogte van de vloeistofspiegel gemakkelijk en op ondubbelzinnige wijze kan worden uitgevoerd.

  • 2 De peilkoker mag aan de onderzijde gesloten zijn, in welk geval de perforatie onmiddellijk boven de onderzijde moet beginnen.

  • 3 De peilkoker moet achterwege blijven, indien het meetreservoir is voorzien van een drijvend dak en de meetopening in dat dak is aangebracht.

  • 4 De peilkoker mag achterwege blijven, indien de juistheid van de meting daardoor niet kan worden geschaad.

Artikel 12 [Vervallen per 01-02-2007]

  • 1 Indien het deel van de bodem van een meetreservoir dat zich loodrecht onder een meetopening bevindt, niet horizontaal of niet nagenoeg horizontaal is, moet op die plaats een horizontale meetplaat van voldoende grootte zijn aangebracht.

  • 2 De meetplaat mag achterwege blijven, indien zich in de meetopening een aan de onderzijde gesloten peilkoker bevindt dan wel indien ook zonder zodanige voorziening de juistheid van de meting voldoende gewaarborgd is te achten.

Artikel 13 [Vervallen per 01-02-2007]

Een peilstok als bedoeld in artikel 4, onder a of b, mag zijn voorzien van een aanslag die zijn stand in de meetopening, waarvoor hij bestemd is, tijdens de meting ondubbelzinnig bepaalt.

Artikel 14 [Vervallen per 01-02-2007]

  • 1 De meetopening van een meetreservoir moet zo zijn aangebracht en een peilstok als bedoeld in artikel 4, onder a en b, moet zo zijn uitgevoerd, dat de juistheid van de meting niet geschaad kan worden.

  • 2 Indien er meer dan één meetopening in een meetreservoir is aangebracht, moeten deze openingen door merktekens duidelijk worden onderscheiden.

Artikel 15 [Vervallen per 01-02-2007]

Een schaaldeel van de verdeling van een peilstok als bedoeld in artikel 4, onder a, moet een lengte hebben van ten minste 1 mm en ten hoogste 10 mm.

Artikel 16 [Vervallen per 01-02-2007]

  • 1 Een peilstok als bedoeld in artikel 4, onder b, moet zijn verdeeld in millimeters of in centimeters.

  • 2 Van een peilstok als bedoeld in artikel 4, onder b, bedraagt de maximaal toelaatbare fout van de afstand van het nulpunt van de verdeling tot een willekeurige deelstreep:

    • a. bij de keuring: plus of min 0,1 + 0,1L mm;

    • b. bij de herkeuring, bij het onderzoek, bedoeld in artikel 16, eerste lid, van de wet en bij het toezicht: plus of min 0,2 + 0,2L mm,

    waarbij L het gehele getal voorstelt, dat de naar boven afgeronde nominale waarde van de te meten hoogte van een vloeistofspiegel in meters aangeeft.

  • 3 Bij de vaststelling van de maximaal toelaatbare fout ingevolge het tweede lid geldt dat die fout niet kleiner behoeft te zijn dan plus of min 0,6 mm bij de keuring, onderscheidenlijk plus of min 1,2 mm bij de herkeuring, bij het onderzoek, bedoeld in artikel 16, eerste lid, van de wet en bij het toezicht.

Artikel 17 [Vervallen per 01-02-2007]

De maximaal toelaatbare fout van de aanwijzing van de gemeten hoeveelheid bedraagt:

Artikel 18 [Vervallen per 01-02-2007]

De vaststelling van de kleinste door middel van een meetreservoir te meten hoeveelheid dan wel van het kleinste te meten verschil in hoogte van twee vloeistofspiegels, zijnde tevens de kleinste te meten hoogte van een vloeistofspiegel boven de bodem bij de vaststelling door middel van één meting van de in het meetreservoir aanwezige vloeistof, wordt bepaald door de ijkinstelling of de ijkbevoegde.

Artikel 19 [Vervallen per 01-02-2007]

Het volume van het onderste gedeelte van een meetreservoir wordt volumetrisch door inliteren van water of van het product waarvoor het meetreservoir bestemd is, bepaald.

Artikel 20 [Vervallen per 01-02-2007]

Aan een meetreservoir, dat is ingericht voor het daarop aanbrengen van een meetwerktuig, bestemd voor het meten van de hoogte van de vloeistofspiegel in een zodanig meetreservoir, moeten voorzieningen zijn aangebracht, welke geschikt zijn om steeds voldoende nauwkeurige controlemetingen van de met dat meetwerktuig gemeten hoogte van de vloeistofspiegels te kunnen uitvoeren.

Artikel 21 [Vervallen per 01-02-2007]

  • 1 Op een meetreservoir moet, hetzij direct, hetzij op een plaat, die vast met het meetreservoir is verbonden, zijn vermeld:

    • a. de aanduiding ’MEETRESERVOIR’;

    • b. een nummer, dat het meetreservoir van andere meetreservoirs onderscheidt;

    • c. de kleinste door middel van het meetreservoir te meten hoeveelheid dan wel het kleinste te meten verschil in hoogte van twee vloeistofspiegels, zijnde tevens de kleinste te meten hoogte van een vloeistofspiegel boven de bodem bij de vaststelling door middel van één meting van de in het meetreservoir aanwezige vloeistof;

    • d. in die gevallen, waarin ingevolge het bepaalde in artikel 5 van het meetreservoir een certificaat van meting deel uitmaakt: het nummer van dat certificaat.

  • 2 De vermelding, bedoeld in het eerste lid, onder c, moet achterwege blijven, indien het meetreservoir uitsluitend is ingericht ter vaststelling van de volledige inhoud.

Artikel 22 [Vervallen per 01-02-2007]

Op een peilstok als bedoeld in artikel 4, onder a of b, moet zijn vermeld:

  • a. het nummer van het meetreservoir waarvan hij deel uitmaakt;

  • b. ingeval het meetreservoir is voorzien van meer meetopeningen: zo nodig een aanduiding van de meetopening, waarbij de peilstok behoort.

Artikel 23 [Vervallen per 01-02-2007]

  • 1 Het certificaat van meting, bedoeld in artikel 5, moet vermelden:

    • a. het nummer van het meetreservoir;

    • b. de naam van de eigenaar en de plaats van opstelling van het meetreservoir;

    • c. de kleinste door middel van het meetreservoir te meten hoeveelheid, dan wel het kleinste te meten verschil in hoogte van twee vloeistofspiegels, zijnde tevens de kleinste te meten hoogte van een vloeistofspiegel boven de bodem bij de vaststelling door middel van één meting van de in het meetreservoir aanwezige vloeistof;

    • d. de constructieve en de meettechnische bijzonderheden van het meetreservoir, welke voor de meting van enig belang zijn;

    • e. een tabel of tabellen, waarin de betrekkingen tussen de hoeveelheden vloeistof die zich in het meetreservoir bevinden en de hoogten van de vloeistofspiegels zijn vermeld;

    • f. indien het meetreservoir is voorzien van meer meetopeningen: het verband tussen de hoogten van de vloeistofspiegels, welke in de onder e bedoelde tabellen zijn vermeld, en de hoogten van de vloeistofspiegels, gemeten in elk van de meetopeningen;

  • 2 De vermelding, bedoeld in het eerste lid, onder c, moet achterwege blijven, indien het meetreservoir uitsluitend is ingericht ter vaststelling van de volledige inhoud.

Artikel 24 [Vervallen per 01-02-2007]

  • 1 Het certificaat van meting moet een nummer dragen, dat het van andere certificaten van meting onderscheidt.

  • 2 Het certificaat wordt, bij goedkeuring van het meetreservoir, door degene, die het onderzoek verricht, gewaarmerkt, onder vermelding van de datum, waarop het onderzoek heeft plaats gehad.

Hoofdstuk 3. Overgangs- en slotbepalingen [Vervallen per 01-02-2007]

Artikel 25 [Vervallen per 01-02-2007]

In afwijking van het bepaalde in hoofdstuk 2 geldt dat meetreservoirs, die voor 1 mei 1989 zijn aangewezen krachtens artikel 11, derde lid, van de wet en zijn goedgekeurd overeenkomstig de bepalingen van de IJkbeschikking, zoals deze luidden tot 1 mei 1989, bij de keuring, de herkeuring, het onderzoek, bedoeld in artikel 16, eerste lid, van de wet en het toezicht moeten voldoen aan de bepalingen van de IJkbeschikking, zoals deze luidden tot 1 mei 1989.

Artikel 26 [Vervallen per 01-02-2007]

Na de inwerkingtreding van deze regeling berusten de krachtens de IJkregeling meetreservoirs (Stcrt. 1989, 81) vastgestelde besluiten op deze regeling.

Artikel 27 [Vervallen per 01-02-2007]

De IJkregeling meetreservoirs (Stcrt. 1989,81) wordt ingetrokken.

Artikel 28 [Vervallen per 01-02-2007]

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zijn wordt geplaatst.

Artikel 29 [Vervallen per 01-02-2007]

Deze regeling wordt aangehaald als: IJkregeling meetreservoirs.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 12 december 1997

De

Minister

van Economische Zaken,

G.J. Wijers