Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Uitvoeringsregeling BMKB 1997[Regeling vervallen per 01-01-2009.]

Geldend van 02-11-2008 t/m 31-12-2008

Uitvoeringsregeling BMKB 1997

De Minister van Economische Zaken,

handelende in overeenstemming met de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

Gelet op de artikelen 1, 3, 6 en 8 van het Besluit borgstelling MKB-kredieten 1997;

Besluit:

Artikel 1 [Vervallen per 01-01-2009]

  • 1 Van toepassing van het Besluit borgstelling MKB-kredieten 1997 is uitgesloten, de ondernemer die:

    • a. een onderneming in stand houdt waarvan de laatste jaaromzet voor 50 procent of meer is verkregen, of, indien de onderneming nog geen heel jaar is gedreven, waarvan de omzet naar verwachting voor 50 procent of meer zal worden verkregen, uit:

      • 1º. de beoefening van de land- of de tuinbouw, de vee- of visteelt, de visserij of de teelt van vee- of visvoer,

      • 2º. de uitoefening van het bank-, verzekerings- of beleggingsbedrijf, of het financieren van een of meer andere ondernemingen of

      • 3º. het verwerven, vervreemden, beheren of exploiteren van onroerende zaken of het ontwikkelen van onroerende zaak-projecten;

    • b. een beroep uitoefent waarvoor een tarief is vastgesteld ingevolge de Wet marktordening gezondheidszorg, dan wel het beroep van dierenarts, notaris, advocaat of gerechtsdeurwaarder.

  • 2 Voor de toepassing van het Besluit borgstelling MKB-kredieten 1997 komen slechts ondernemers in aanmerking, die een middelgrote of kleine onderneming in stand houden in de zin van verordening (EG) nr. 800/2008 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 6 augustus 2008 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van artikel 87 en 88 van het Verdrag met de gemeenschappelijke markt verenigbaar worden verklaard (de algemene groepsvrijstellingsverordening) (PbEU L 314).

Artikel 2 [Vervallen per 01-01-2009]

Artikel 3 [Vervallen per 01-01-2009]

  • 1

Het tarief van de garantieprovisie, bedoeld in artikel 3, derde lid, onder b, van het Besluit borgstelling MKB-kredieten 1997, wordt voor een bedrijfsborgstellingskrediet vastgesteld op:

  • a. 2 procent voor een kredietovereenkomst met een looptijd van niet langer dan 2 jaar;

  • b. 2,4 procent voor een kredietovereenkomst met een looptijd van meer dan 2 jaar, maar niet langer dan 4 jaar;

  • c. 2,8 procent voor een kredietovereenkomst met een looptijd van meer dan 4 jaar, maar niet langer dan 6 jaar;

  • d. 3,2 procent voor een kredietovereenkomst met een looptijd van meer dan 6 jaar, maar niet langer dan 9 jaar, en

  • e. 3,6 procent voor een kredietovereenkomst met een looptijd van meer dan 9 jaar, maar niet langer dan 12 jaar.

  • 2

Het tarief van de garantieprovisie, bedoeld in artikel 3, derde lid, onder b, van het Besluit borgstelling MKB-kredieten 1997, wordt voor een bodemsaneringsborgstellingskrediet vastgesteld op 3 procent.

Artikel 4 [Vervallen per 01-01-2009]

Artikel 5 [Vervallen per 01-01-2009]

Deze regeling wordt aangehaald als: Uitvoeringsregeling BMKB 1997.

Artikel 6 [Vervallen per 01-01-2009]

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag waarop het Besluit borgstelling MKB-kredieten 1997 in werking treedt.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlagen 5 en 6, die ter inzage worden gelegd. Van deze terinzagelegging zal mededeling worden gedaan in de Staatscourant.

's-Gravenhage, 11 december 1997

De

Minister

van Economische Zaken,

G.J. Wijers

Bijlage 1. Model overeenkomst als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van het Besluit borgstelling MKB-kredieten 1997 en artikel 2, tweede lid, van de Uitvoeringsregeling BMKB 1997 PM(bedrijfsborgstellingskrediet; één kredietinstelling) [Vervallen per 01-01-2009]

De Staat der Nederlanden, hierna te noemen: de staat,

ten deze vertegenwoordigd door de Minister van Economische Zaken,

hierna te noemen: de minister

en

ten deze vertegenwoordigd door

...........

hierna te noemen: de Bank,

komen overeen als volgt:

Paragraaf 1. Algemene bepalingen [Vervallen per 01-01-2009]

Artikel 1 [Vervallen per 01-01-2009]

In deze overeenkomst wordt verstaan onder:

  • a. gelieerde bank: een rechtspersoon waaraan de Bank direct of indirect meer dan de helft van het geplaatste kapitaal verschaft of voor wier handelen de Bank volledig aansprakelijk is, en die als gelieerde bank is vermeld in artikel 20 van deze overeenkomst;

  • b. groep: een economische eenheid, waarin organisatorisch zijn verbonden:

    • 1º. een natuurlijke persoon of een privaatrechtelijke rechtspersoon die direct of indirect

      • -

        meer dan de helft van het geplaatste kapitaal verschaft aan,

      • -

        volledig aansprakelijk vennoot is van of

      • -

        overwegende zeggenschap heeft over

        een of meer rechtspersonen of vennootschappen en

    • 2º. laatstbedoelde rechtspersonen of vennootschappen;

  • c. kredietovereenkomst: een overeenkomst uit hoofde waarvan:

    • 1º. de Bank aan een ondernemer geld ter leen verstrekt of zal verstrekken, of

    • 2º. de ondernemer tot een bepaald bedrag trekt of zal kunnen trekken op de Bank, of

    • 3º. de Bank tegenover een derde, niet zijnde een rechtspersoon waarmee de Bank in een groep verbonden is of een gelieerde bank, onherroepelijk een verplichting is aangegaan om ten laste van de ondernemer aan de derde een of meer betalingen te doen, welke verplichting niet afhankelijk is van voorwaarden op de vervulling waarvan het handelen van de Bank van invloed is;

  • d. krediet: een bedrag dat de Bank uit hoofde van een kredietovereenkomst verstrekt of zal verstrekken;

  • e. bedrijfsborgstellingskrediet: een krediet of een deel van een krediet dat overeenkomstig artikel 3 is gemeld;

  • f. bankfaciliteit: een krediet of een deel van een krediet waarvoor de staat niet borg staat ingevolge het Besluit borgstelling MKB-kredieten 1997, het Besluit borgstelling MKB-kredieten, de Regeling borgstelling MKB-kredieten 1988, de Kredietregeling midden- en kleinbedrijf 1985 of de Kredietbeschikking midden- en kleinbedrijf 1976;

  • g. uitwinning:

    • 1º. uitwinning door de Bank, naar normaal bankgebruik, van de door de ondernemer aan de Bank verstrekte zekerheden,

    • 2º. onderhandse verkoop met toestemming van de Bank door de ondernemer van de vermogensbestanddelen van de ondernemer, inning van vorderingen daaronder begrepen,

    • 3º. executoriale verkoop van de vermogensbestanddelen van de ondernemer, en

    • 4º. indien het faillissement van de ondernemer is uitgesproken of aan hem surséance van betaling is verleend: onderhandse of executoriale verkoop van de vermogensbestanddelen van de ondernemer door of met medewerking van de curator of de bewindvoerder;

  • h. ondernemer: een ondernemer als bedoeld in artikel 1, onder b, van het Besluit borgstelling MKB-kredieten 1997;

  • i. starter:

    • 1º. een ondernemer, die een natuurlijke persoon is en die ten tijde van het sluiten van de kredietovereenkomst niet langer dan vijf jaar een onderneming in stand houdt en die gedurende de zes aan het tijdstip van het sluiten van de kredietovereenkomst voorafgaande jaren ten minste één jaar geen onderneming in stand heeft gehouden;

    • 2º. een natuurlijke persoon, die voornemens is zelf of op een wijze als bedoeld onder 3° via een besloten vennootschap een onderneming in stand te houden en die gedurende de zes aan het tijdstip van het sluiten van de kredietovereenkomst voorafgaande jaren ten minste één jaar geen onderneming in stand heeft gehouden;

    • 3º. een besloten vennootschap, waarvan de directeur ten tijde van het sluiten van de kredietovereenkomst direct of indirect de meerderheid van het geplaatst en gestort kapitaal houdt en deze meerderheid niet langer dan vijf jaar houdt en gedurende de zes aan het tijdstip van het sluiten van de kredietovereenkomst voorafgaande jaren ten minste één jaar zelf of via een besloten vennootschap geen onderneming in stand heeft gehouden.

  • j. innovatieve ondernemer: een ondernemer ten aanzien waarvan de Bank beschikt over een gewaarmerkte kopie van een verklaring als bedoeld in artikel 31, tiende lid, van de Wet op de loonbelasting 1964, zoals dat luidde op 31 december 1995, of over een gewaarmerkte kopie van een verklaring als bedoeld in artikel 22, zevende lid, van de Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen, waarvan het origineel ten hoogste zestien maanden voor de datum waarop de kredietovereenkomst is gesloten, is afgegeven door een registeraccountant of een accountant-administratieconsulent;

  • k. starters-borgstellingskrediet: een bedrijfsborgstellingskrediet dat uitsluitend kan worden verstrekt aan een starter;

  • l. de-minimissteun: steun van de overheid die voldoet aan de voorwaarden, vastgesteld in artikel 2, tweede tot en met vijfde lid, van de Verordening (EG) Nr. 1998/2006 van de Commissie van 15 december 2006 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het Verdrag op de-minimissteun (PbEU L 379 van 28-12-2006).

Paragraaf 2. Borgstelling [Vervallen per 01-01-2009]

Artikel 2 [Vervallen per 01-01-2009]

De staat stelt zich borg ten behoeve van de Bank voor de terugbetaling van bedrijfsborgstellingskredieten die met inachtneming van het Besluit borgstelling MKB-kredieten 1997 en deze overeenkomst door de Bank worden verstrekt.

Deze borgstelling wordt aangegaan onder de navolgende bedingen.

Paragraaf 3. Kredietmelding [Vervallen per 01-01-2009]

Artikel 3 [Vervallen per 01-01-2009]

1 [Vervallen per 01-01-2009]

De toepasselijkheid van deze borgstellingsovereenkomst op een krediet of een deel van een krediet kan uitsluitend worden ingeroepen:

  • a. indien het krediet of het deel ervan binnen 35 dagen na het sluiten van de kredietovereenkomst aan de minister is gemeld met gebruikmaking van een formulier, waarvan het model door de minister wordt vastgesteld,

  • b. indien binnen 35 dagen na het sluiten van de kredietovereenkomst de door de minister op grond van artikel 3, derde lid, onder b, van het Besluit borgstelling MKB-kredieten 1997 vastgestelde garantieprovisie door de Bank aan de staat betaald is,

  • c. voor zover door de melding, bedoeld onder a, de som van de in een kalenderjaar gemelde kredieten of delen daarvan de door de minister op grond van artikel 7 van het Besluit borgstelling MKB-kredieten of artikel 4, tweede lid, van het Besluit borgstelling MKB-kredieten 1997 met betrekking tot dat kalenderjaar vastgestelde meldingslimiet niet is overschreden,

  • d. indien door de Bank gelijktijdig met het sluiten van de kredietovereenkomst, uit hoofde waarvan een bedrijfsborgstellingskrediet aan de ondernemer wordt verstrekt, met de ondernemer een kredietovereenkomst is gesloten uit hoofde waarvan de ondernemer voor tenminste hetzelfde bedrag als het bedrijfsborgstellingskrediet of, indien het bedrijfsborgstellingskrediet wordt verstrekt aan:

    • 1°. een ondernemer die ten tijde van de verstrekking starter was, voor een bedrag van ten minste 25 procent, of

    • 2°. een ondernemer die ten tijde van de verstrekking innovatieve ondernemer was, voor een bedrag van ten minste 50 procent

    van het bedrijfsborgstellingskrediet over een bankfaciliteit beschikt, die niet bestemd is en niet gebruikt wordt voor de aflossing van bankfaciliteiten waarover de ondernemer beschikt bij de Bank of een aan de Bank gelieerde bank.

2 [Vervallen per 01-01-2009]

De minister bevestigt de ontvangst van een meldingsformulier schriftelijk binnen 35 dagen na ontvangst.

3 [Vervallen per 01-01-2009]

Voor de toepassing van het eerste lid, aanhef en onder c, is de volgorde van ontvangst van de meldingsformulieren door de minister bepalend.

4 [Vervallen per 01-01-2009]

De meldingen, bedoeld in het eerste lid onder a, worden gedaan met gebruikmaking van het origineel van een ondertekend formulier.

5 [Vervallen per 01-01-2009]

Voor de toepassing van artikel 3, eerste lid, onder d, worden mede in aanmerking genomen de bedragen die een gelieerde bank uit hoofde van een gelijktijdig met het sluiten van de kredietovereenkomst door de Bank, uit hoofde waarvan een bedrijfsborgstellingskrediet aan de ondernemer wordt verstrekt, gesloten kredietovereenkomst aan de ondernemer verstrekt, indien de zekerheden van de gelieerde bank ter zake van die bedragen mede strekken tot zekerheid van de Bank.

Paragraaf 4. Omvang van de borgstelling [Vervallen per 01-01-2009]

Artikel 4 [Vervallen per 01-01-2009]

1 [Vervallen per 01-01-2009]

Voor de berekening van de omvang van de borgstelling wordt een bedrijfsborgstellingskrediet slechts in aanmerking genomen voor zover door de verstrekking van het bedrijfsborgstellingskrediet het totaal van de bedrijfsborgstellingskredieten, berekend per ondernemer of, indien de ondernemer deel uitmaakt van een groep, per groep, een bedrag van € 1.500.000,– niet overschrijdt.

2 [Vervallen per 01-01-2009]

Voor de berekening van de omvang van de borgstelling wordt een starters-borgstellingskrediet slechts in aanmerking genomen voor zover door de verstrekking van dit krediet het totaal van de starters-borgstellingskredieten, berekend per ondernemer of, indien de ondernemer deel uitmaakt van een groep, per groep, een bedrag van € 200.000 niet overschrijdt.

3 [Vervallen per 01-01-2009]

Voor de toepassing van het eerste lid wordt een bedrijfsborgstellingskrediet dat is verstrekt aan een andere ondernemer ten behoeve van een onderneming voor het drijven waarvan de ondernemer volledig aansprakelijk is, geacht aan de ondernemer te zijn verstrekt.

4 [Vervallen per 01-01-2009]

Voor de toepassing van het eerste lid is de toestand op het tijdstip onmiddellijk na het sluiten van de kredietovereenkomst uit hoofde waarvan het bedrijfsborgstellingskrediet is verstrekt bepalend.

5 [Vervallen per 01-01-2009]

Voor de toepassing van het eerste lid worden:

  • a. bedrijfsborgstellingskredieten die op een eerder tijdstip overeenkomstig artikel 3 zijn gemeld, slechts voor het met overeenkomstige toepassing van de artikelen 5 en 6 berekende gedeelte van die bedrijfsborgstellingskredieten in aanmerking genomen;

  • b. kredieten, voor zover de staat daarvoor ingevolge het Besluit borgstelling MKB-kredieten, de Regeling borgstelling MKB-kredieten 1988, de Kredietregeling midden- en kleinbedrijf 1985 of de Kredietbeschikking midden- en kleinbedrijf 1976 nog borg staat, als bedrijfsborgstellingskredieten in aanmerking genomen.

6 [Vervallen per 01-01-2009]

Voor de toepassing van het eerste en het tweede lid wordt een bedrijfsborgstellingskrediet dat betrekking heeft op buitenlandse activiteiten van de ondernemer slechts in aanmerking genomen voor zover dit niet wordt aangewend voor investeringen in distributiekanalen in verband met werkzaamheden op het gebied van uitvoer.

Artikel 5 [Vervallen per 01-01-2009]

1 [Vervallen per 01-01-2009]

Voor de berekening van de omvang van de borgstelling wordt het na toepassing van artikel 4 in aanmerking te nemen bedrijfsborgstellingskrediet na verloop van ieder kalenderkwartaal verminderd met een zodanig vast bedrag, dat het bedrijfsborgstellingskrediet op de laatste datum waarop het moet zijn afgelost, doch uiterlijk na verloop van 6 jaar, nihil bedraagt.

2 [Vervallen per 01-01-2009]

De Bank kan de vermindering, bedoeld in het eerste lid, gedurende een aaneengesloten periode van maximaal vier kalenderkwartalen opschorten indien:

  • a. de Bank voor ten minste de duur van de opschorting uitstel verleent van de verplichting tot aflossing van het bedrijfsborgstellingskrediet,

  • b. de Bank uitstel verleent van de verplichting tot aflossing van alle bankfaciliteiten gedurende de onder a bedoelde periode, dan wel uitstel verleent van de verplichting tot aflossing van een gedeelte van de bankfaciliteiten, waarbij de som van de aflossingsbedragen ten minste even groot is als de som van de aflossingsbedragen waarvoor de Bank uitstel verleent als bedoeld onder a, of, indien het bedrijfsborgstellingskrediet is verstrekt aan:

    • 1°. een ondernemer die ten tijde van de verstrekking starter was, ten minste 25 procent bedraagt van de som van de aflossingsbedragen waarvoor de Bank uitstel verleent als bedoeld onder a, of

    • 2°. een ondernemer die ten tijde van de verstrekking innovatief ondernemer was, ten minste 50 procent bedraagt van de som van de aflossingsbedragen waarvoor de Bank uitstel verleent als bedoeld onder a, en

  • c. de Bank de opschorting meldt binnen 35 dagen na aanvang van de opschorting met gebruikmaking van een formulier, waarvan het model door de minister wordt vastgesteld.

1 [Vervallen per 01-01-2009]

De opschorting van de vermindering vindt ten hoogste twee maal plaats.

De opschorting van de vermindering vindt ten hoogste drie maal plaats indien het bedrijfsborgstellingskrediet is verstrekt:

  • a. aan een starter;

  • b. voor de financiering van nieuw te bouwen registergoederen, mits één van de opschortingen gedurende de bouw van dit onroerend goed plaats vindt.

4 [Vervallen per 01-01-2009]

Indien:

  • a. het bedrijfsborgstellingskrediet uitsluitend is bestemd voor de betaling van de kosten van de stichting, van de aankoop of van de verbouwing van een onroerende zaak,

  • b. deze onroerende zaak voor ten minste de helft bestemd is te worden gebruikt voor de onderneming van de ondernemer,

  • c. de Bank met betrekking tot de onder a bedoelde kosten bankfaciliteiten verstrekt die een bedrag van ten minste 100 procent van het in onderdeel a bedoelde bedrijfsborgstellingskrediet belopen, dan wel, indien sprake is van een starters-borgstellingskrediet, 25 procent van dit bedrijfsborgstellingskrediet, en

  • d. de looptijd van de onder c bedoelde bankfaciliteiten ten minste even lang is als de looptijd van dit bedrijfsborgstellingskrediet, geldt voor de toepassing van het eerste lid in plaats van een periode van ten hoogste zes jaar een periode van ten hoogste twaalf jaar.

5 [Vervallen per 01-01-2009]

Voor de toepassing van het vierde lid wordt onder een onroerende zaak mede begrepen schepen en vliegtuigen, voor zover deze zijn ingeschreven in de registers als bedoeld in artikel 8, eerste lid, onder b, respectievelijk onder c, van de Kadasterwet, alsmede ieder goederenrechtelijk recht dat omvat het uitsluitend gebruik van een onroerende zaak, met inbegrip van bovenbedoelde schepen en vliegtuigen.

6 [Vervallen per 01-01-2009]

Voor de toepassing van het eerste lid vangt het eerste kalenderkwartaal uiterlijk aan op de eerste dag van het tweede kalenderkwartaal dat volgt op het kalenderkwartaal waarin de kredietovereenkomst is gesloten.

7 [Vervallen per 01-01-2009]

De minister bevestigt de ontvangst van een formulier als bedoeld in het tweede lid, onder c, schriftelijk binnen 35 dagen na ontvangst.

8 [Vervallen per 01-01-2009]

Indien het bedrijfsborgstellingskrediet wordt verstrekt aan een innovatieve ondernemer, geldt voor de toepassing van het eerste lid in plaats van een periode van ten hoogste zes jaar een periode van ten hoogste twaalf jaar.

9 [Vervallen per 01-01-2009]

Voor de toepassing van het eerste lid geldt dat, indien het bedrijfsborgstellingskrediet wordt verstrekt aan een innovatieve ondernemer, het eerste kalenderkwartaal waarin vermindering plaatsvindt uiterlijk aanvangt op de eerste dag van het veertiende kalenderkwartaal dat volgt op het kalenderkwartaal waarin de kredietovereenkomst is gesloten met dien verstande dat de totale looptijd van de kredietovereenkomst niet meer bedraagt dan 12 jaar.

Artikel 6 [Vervallen per 01-01-2009]

1 [Vervallen per 01-01-2009]

De vermindering van de borgstelling, bedoeld in artikel 5, wordt geschorst met ingang van de dag waartegen het bedrijfsborgstellingskrediet is opgeëist.

2 [Vervallen per 01-01-2009]

In afwijking van het eerste lid wordt de vermindering van de borgstelling pas geschorst door de aanvang van de uitwinning, indien met die uitwinning geen aanvang is gemaakt binnen twee maanden na de dag waartegen het bedrijfsborgstellingskrediet door de Bank is opgeëist.

3 [Vervallen per 01-01-2009]

De vermindering van de borgstelling wordt tevens geschorst zolang de ondernemer in staat van faillissement verkeert of aan hem surséance van betaling is verleend.

Artikel 7 [Vervallen per 01-01-2009]

1 [Vervallen per 01-01-2009]

De omvang van de borgstelling bedraagt per ondernemer 90 procent van hetgeen de ondernemer ten tijde van de overeenkomstig artikel 13 ingediende aanvraag uit hoofde van het bedrijfsborgstellingskrediet of de bedrijfsborgstellingskredieten pro resto verschuldigd is, doch ten hoogste

  • a. 90 procent van de met toepassing van de artikelen 4, 5 en 6 berekende omvang van het bedrijfsborgstellingskrediet of de bedrijfsborgstellingskredieten,en niet meer dan

  • b. de som van de ten tijde van de opzegging van de kredietovereenkomst bestaande en verstrekte bankfaciliteiten van de Bank voor de ondernemer.

2 [Vervallen per 01-01-2009]

Indien sprake is van een starters-borgstellingskrediet, bedraagt de omvang van de borgstelling, in afwijking van het eerste lid, aanhef en onder a, hetgeen de ondernemer ten tijde van de overeenkomstig artikel 13 ingediende aanvraag uit hoofde van het bedrijfsborgstellingskrediet of de bedrijfsborgstellingskredieten pro resto verschuldigd is, doch ten hoogste de met toepassing van de artikelen 4, 5 en 6 berekende omvang van het bedrijfsborgstellingskrediet.

3 [Vervallen per 01-01-2009]

In afwijking van het eerste lid, onder b, bedraagt de omvang van de borgstelling:

  • a. indien sprake is van een starters-borgstellingskrediet: ten hoogste vier maal de som van de ten tijde van de opzegging van de kredietovereenkomst bestaande en verstrekte bankfaciliteiten van de Bank voor de ondernemer;

  • b. indien het bedrijfsborgstellingskrediet is verstrekt aan een ondernemer die ten tijde van de verstrekking een innovatieve ondernemer was: ten hoogste twee maal de som van de ten tijde van de opzegging van de kredietovereenkomst bestaande en verstrekte bankfaciliteiten van de Bank voor de ondernemer.

4 [Vervallen per 01-01-2009]

Voor de toepassing van het eerste lid en het derde lid worden als bankfaciliteiten mede in aanmerking genomen:

  • a. de bedragen die een gelieerde bank uit hoofde van een overeenkomst aan de ondernemer ter leen verstrekt of zal verstrekken, en

  • b. de verplichtingen die een gelieerde bank tegenover een derde, niet zijnde een andere gelieerde bank of een rechtspersoon waarmee de Bank in een groep verbonden is, onherroepelijk is aangegaan om ten laste van de ondernemer aan de derde een of meer betalingen te doen als bedoeld in artikel 1, onder c, 3°, indien de zekerheden van de gelieerde bank ter zake van de hiervoor onder a en b bedoelde bedragen en verplichtingen mede strekken tot zekerheid van de Bank.

Paragraaf 5. Criteria en verplichtingen [Vervallen per 01-01-2009]

Artikel 8 [Vervallen per 01-01-2009]

1 [Vervallen per 01-01-2009]

Ten tijde van het sluiten van een kredietovereenkomst uit hoofde waarvan een bedrijfsborgstellingskrediet aan een ondernemer wordt verstrekt, moet aan de volgende criteria zijn voldaan:

  • a. de ondernemer beschikt over onvoldoende financiële middelen om zijn onderneming op economisch verantwoorde wijze te drijven;

  • b. er is een tekort aan zekerheden bij de ondernemer, waardoor de Bank naar normaal bankgebruik het krediet niet geheel voor eigen rekening en risico kan verstrekken;

  • c. het bedrijfsborgstellingskrediet bedraagt niet meer dan het tekort aan zekerheden dat bij de Bank ten tijde van het sluiten van de kredietovereenkomst bestaat;

  • d. de kredietovereenkomst is in schriftelijke vorm aangegaan;

  • e. de rentabiliteits- en continuïteitsperspectieven van de onderneming zijn bevredigend;

  • f. het bedrijfsborgstellingskrediet is niet bestemd en wordt niet gebruikt voor de nakoming van verplichtingen van de ondernemer aan de Bank die het bedrijfsborgstellingskrediet verstrekt, aan een gelieerde bank of aan een rechtspersoon waarmee de Bank in een groep verbonden is;

  • g. de ondernemer beschikt naast het bedrijfsborgstellingskrediet niet over een lening waarvoor de Stichting Borgstellingsfonds voor de landbouw borg staat;

  • h. de ondernemer beschikt niet over een door een andere bank verstrekte kredietfaciliteit, waarvoor de staat op grond van het Besluit borgstelling MKB-kredieten 1997, het Besluit borgstelling MKB-kredieten, de Regeling borgstelling MKB-kredieten 1988, de Kredietregeling midden- en kleinbedrijf 1985 of de Kredietbeschikking midden- en kleinbedrijf 1976 nog borg staat anders dan een bijzondere hypothecaire geldlening als bedoeld in bijlage 4 van de Kredietbeschikking midden- en kleinbedrijf 1976, of in hoofdstuk VI van de Kredietregeling voor het midden- en kleinbedrijf 1985;

  • i. de ondernemer, indien deze een natuurlijke persoon is, zal naar verwachting na een gebruikelijke aanloopperiode uit de inkomsten van zijn onderneming kunnen voorzien in zijn levensonderhoud;

  • j. de ondernemer beschikt bij de Bank over bankfaciliteiten die een bedrag van ten minste 100 procent van het bedrijfsborgstellingskrediet belopen dan wel indien:

    • 1. het bedrijfsborgstellingskrediet wordt verstrekt aan een innovatieve ondernemer, ten minste 50 procent van het bedrijfsborgstellingskrediet belopen, of

    • 2. een starters-borgstellingskrediet niet wordt verstrekt aan een innovatieve ondernemer, ten minste 25 procent van het bedrijfsborgstellingskrediet belopen;

  • k. de natuurlijke persoon die direct of indirect meer dan de helft van het geplaatste kapitaal verschaft aan de ondernemer, niet zijnde een natuurlijke persoon, heeft zich borg gesteld voor de nakoming door de ondernemer van de verplichtingen voortvloeiende uit de kredietovereenkomst uit hoofde waarvan het bedrijfsborgstellingskrediet is verstrekt, tot aan een bedrag ter grootte van ten minste 25 procent van het bedrijfsborgstellingskrediet met een minimum van € 15.000,–;

  • l. de Bank heeft in de door haar gesloten borgstellingsovereenkomsten met betrekking tot de nakoming door de ondernemer van de verplichtingen voortvloeiende uit de kredietovereenkomst uit hoofde waarvan het bedrijfsborgstellingskrediet is verleend een beding ten behoeve van de staat opgenomen, ertoe strekkende dat de omslagregeling van artikel 869, boek 7, Burgerlijk Wetboek niet geldt ten opzichte van de staat en de Bank heeft geen bedingen opgenomen, ertoe leidende dat:

    • 1º. een borg er zich op zou kunnen beroepen dat de staat eerst zou moeten worden aangesproken,

    • 2º. een borg zich zou kunnen onttrekken aan toepassing door de staat van de omslagregeling van artikel 869, boek 7, Burgerlijk Wetboek;

  • m. de Bank heeft in de kredietovereenkomst uit hoofde waarvan het bedrijfsborgstellingskrediet wordt verstrekt een verplichting voor de ondernemer opgenomen om alle medewerking te verlenen aan het uitoefenen door de staat van de in artikel 9, eerste lid, genoemde bevoegdheden.

  • n. het bedrijfsborgstellingskrediet is niet bestemd en wordt niet gebruikt voor buitenlandse investeringen in distributiekanalen in verband met werkzaamheden op het gebied van uitvoer;

  • o. de verlening van de borgstelling leidt er niet toe dat de ondernemer een bedrag van meer dan € 200.000,– aan de-minimissteun ontvangt over de periode van het lopende en de twee voorafgaande fiscale jaren. Indien de onderneming actief is in het wegvervoer, geldt een maximum voor dit totaal van € 100.000,–.

    Een bedrijfsborgstellingskrediet wordt aangemerkt als de-minimissteun voor 13% van het staatsgegarandeerde deel van het krediet. Bij de bepaling of de verlening van de borgstelling niet leidt tot overschrijding van het desbetreffende maximum wordt rekening gehouden met de-minimissteun die in de referteperiode is verleend aan ondernemingen die deel uitmaken van dezelfde groep;

  • p. De Bank heeft er voor zorg gedragen dat:

    • zij de ondernemer in kennis heeft gesteld dat hij ingevolge de verstrekking van het bedrijfsborgstellingskrediet steun van de overheid ontvangt ter waarde van 13% van het staatsgegarandeerde deel van het krediet, en dat deze steun wordt aangemerkt als de-minimissteun in de zin van de Verordening (EG) Nr. 1998/2006 van de Commissie van 15 december 2006 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het Verdrag op de-minimissteun (PbEU L 379 van 28-12-2006);

    • de ondernemer een schriftelijke verklaring heeft afgelegd over de de-minimissteun die hij of, indien hij deel uitmaakt van een groep, deze groep heeft ontvangen in het lopende en de twee voorafgaande fiscale jaren en schriftelijk heeft verklaard dat het totaal van deze de-minimissteun en de de-minimissteun ingevolge de verstrekking van het bedrijfsborgstellingskrediet niet meer bedraagt dan € 200.000,– of, indien de onderneming actief is in het wegvervoer, niet meer bedraagt dan € 100.000,–;

    • de ondernemer schriftelijk heeft verklaard dat, voor zover het ontvangen van de-minimissteun ingevolge de verstrekking van het bedrijfsborgstellingskrediet samen gaat met het ontvangen van staatssteun voor dezelfde in aanmerking komende kosten, dit niet leidt tot een overschrijding van het maximale percentage van staatssteun dat in dit geval geldt ingevolge de desbetreffende groepsvrijstellingsverordening of het desbetreffende besluit van de Commissie.

2 [Vervallen per 01-01-2009]

Voor de toepassing van het eerste lid, aanhef en onder j, wordt het bedrijfsborgstellingskrediet verhoogd met:

  • a. het met overeenkomstige toepassing van de artikelen 5 en 6 berekende gedeelte van de door de Bank aan de ondernemer verstrekte bedrijfsborgstellingskredieten die op een eerder tijdstip overeenkomstig artikel 3 zijn gemeld, en

  • b. de door de Bank aan de ondernemer verstrekte kredieten, met uitzondering van vermogensversterkingskredieten en bijzondere hypothecaire geldleningen, voor zover de staat daarvoor ingevolge het Besluit borgstelling MKB-kredieten, de Regeling borgstelling MKB-kredieten 1988, de Kredietregeling midden- en kleinbedrijf 1985 of de Kredietbeschikking midden- en kleinbedrijf 1976 nog borg staat.

3 [Vervallen per 01-01-2009]

Voor de toepassing van het eerste lid, aanhef en onder j, is artikel 3, vijfde lid, van overeenkomstige toepassing.

Artikel 9 [Vervallen per 01-01-2009]

1 [Vervallen per 01-01-2009]

De Bank, en indien toepassing is gegeven aan de artikelen 3, vijfde lid, en 7, vierde lid, de gelieerde bank, en de ondernemer voldoen aan hetgeen door door de minister aangewezen bij zijn ministerie werkzame personen wordt verzocht, voor zover dat redelijkerwijs noodzakelijk is voor een goede uitvoering van het Besluit borgstelling MKB-kredieten 1997 en deze overeenkomst en met het oog op de nakoming door de staat van op hem rustende internationaalrechtelijke verplichtingen, en voor zover het betrekking heeft op de uit het besluit en deze overeenkomst voortvloeiende zelfstandige verplichtingen van de Bank of de gelieerde bank, op de ondernemer aan wie het bedrijfsborgstellingskrediet is verstrekt of op de met deze ondernemer gesloten kredietovereenkomsten omtrent:

  • a. het toegang verlenen tot door hen gebruikte plaatsen;

  • b. het verlenen van inzage in zakelijke gegevens en bescheiden;

  • c. het maken van kopieën van de onder b bedoelde gegevens en bescheiden;

  • d. het verlenen van medewerking aan het verstrekken van gegevens door anderen en

  • e. het verstrekken van inlichtingen.

2 [Vervallen per 01-01-2009]

Alleen in daartoe aanleiding gevende gevallen zal aan de Bank, of indien toepassing is gegeven aan de artikelen 3, vijfde lid, en 7, vierde lid, de gelieerde bank, of aan de ondernemer, gevraagd worden de in het eerste lid bedoelde inlichtingen ook door haar interne accountant te doen verstrekken.

3 [Vervallen per 01-01-2009]

Van de mogelijkheid, genoemd in het eerste lid, aanhef en onder a, zal alleen gebruik worden gemaakt indien een ernstig vermoeden bestaat dat de Bank, de gelieerde bank of de ondernemer onjuiste of onvolledige informatie heeft verstrekt.

4 [Vervallen per 01-01-2009]

De Bank stelt, met gebruikmaking van een formulier, waarvan het model door de minister wordt vastgesteld, de minister binnen 35 dagen na kennisname op de hoogte van de volgende feiten:

  • a. vervroegde volledige aflossing van het bedrijfsborgstellingskrediet;

  • b. het door de afdeling ....... van de Bank in beheer nemen van het bedrijfsborgstellingskrediet;

  • c. de verlening van surséance van betaling aan of de faillietverklaring van de ondernemer;

  • d. opeising van het bedrijfsborgstellingskrediet.

5 [Vervallen per 01-01-2009]

Na afsluiting van ieder boekjaar zendt de Bank voor 1 februari van het daaropvolgende jaar, met gebruikmaking van een formulier, waarvan het model door de minister wordt vastgesteld, aan de minister een opgave van de omvang van de borgstelling aan het einde van het boekjaar voor alle bedrijfsborgstellingskredieten te zamen, waarvoor de Bank nog geen verzoek om betaling als bedoeld in artikel 13 heeft ingediend. Deze omvang dient te worden berekend met toepassing van paragraaf 4.

6 [Vervallen per 01-01-2009]

Binnen zes maanden na afsluiting van ieder boekjaar zendt de Bank, met gebruikmaking van een formulier, waarvan het model door de minister wordt vastgesteld, aan de minister een verklaring van een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek waaruit blijkt van de juistheid en volledigheid van de in het vijfde lid bedoelde opgave.

7 [Vervallen per 01-01-2009]

Tijdens de looptijd van de kredietovereenkomst uit hoofde waarvan een bedrijfsborgstellingskrediet wordt verstrekt en tijdens de uitwinning zal de Bank waken over de belangen van de staat als borg.

8 [Vervallen per 01-01-2009]

De Bank zal er voor zorgdragen dat het bedrijfsborgstellingskrediet niet wordt gebruikt voor de nakoming van verplichtingen van de ondernemer aan de Bank die het bedrijfsborgstellingskrediet verstrekt, aan een gelieerde bank of aan een rechtspersoon waarmee de Bank in een groep verbonden is.

9 [Vervallen per 01-01-2009]

De Bank zal tijdens de looptijd van de kredietovereenkomst uit hoofde waarvan een bedrijfsborgstellingskrediet is verleend in de door haar te sluiten overeenkomsten met allen, niet zijnde de staat, die zich borg willen stellen voor de nakoming door de ondernemer van de verplichtingen voortvloeiende uit de kredietovereenkomst uit hoofde waarvan het bedrijfsborgstellingskrediet is verleend een beding ten behoeve van de staat opnemen, ertoe strekkende dat de omslagregeling van artikel 869, boek 7, Burgerlijk Wetboek niet geldt ten opzichte van de staat en de Bank zal geen bedingen opnemen, ertoe leidende dat:

  • a. een borg er zich op zou kunnen beroepen dat de staat eerst zou moeten worden aangesproken,

  • b. een borg zich zou kunnen onttrekken aan toepassing door de staat van de omslagregeling van artikel 869, boek 7, Burgerlijk Wetboek.

Artikel 10 [Vervallen per 01-01-2009]

1 [Vervallen per 01-01-2009]

Indien een aanvraag om betaling als bedoeld in artikel 13 is ingediend op een moment, waarop de uitwinning nog niet is voltooid en ook niet aannemelijk is geworden dat geen opbrengsten meer zijn te verwachten die in mindering komen op het bedrijfsborgstellingskrediet, brengt de Bank de minister ten minste jaarlijks verslag uit over de voortgang van de uitwinning.

2 [Vervallen per 01-01-2009]

De minister kan over het verloop van de uitwinning binnen een door hem te stellen termijn nadere gegevens van de Bank verlangen.

Artikel 11 [Vervallen per 01-01-2009]

1 [Vervallen per 01-01-2009]

Gedurende een periode van vijf jaar na de datum waarop een verzoek om betaling als bedoeld in artikel 13 is ingediend of, indien een verzoek om betaling is ingediend op een moment waarop de uitwinning nog niet is voltooid en ook niet aannemelijk is geworden dat geen opbrengsten meer zijn te verwachten die in mindering komen op het bedrijfsborgstellingskrediet, na de datum waarop de Bank de minister heeft bericht dat de uitwinning is voltooid of dat aannemelijk is dat geen opbrengsten meer zijn te verwachten die in mindering komen op het bedrijfsborgstellingskrediet, is de Bank gehouden die pogingen in het werk te stellen om namens de staat het door de staat betaalde bedrag in te vorderen, die de Bank in het werk zou hebben gesteld indien het krediet voor eigen rekening en risico door de Bank zou zijn verstrekt. De staat machtigt met het oog hierop de Bank tot invordering bij de kredietnemer van de door deze aan de staat verschuldigde bedragen.

2 [Vervallen per 01-01-2009]

De Bank zendt binnen drie maanden na afloop van de in het eerste lid bedoelde periode de minister een overzicht van de door haar ondernomen activiteiten, met gebruikmaking van een formulier, waarvan het model door de minister wordt vastgesteld.

Artikel 12 [Vervallen per 01-01-2009]

1 [Vervallen per 01-01-2009]

De Bank treft geen schuldregeling die inhoudt of mede inhoudt een gehele of gedeeltelijke kwijtschelding van verplichtingen voortvloeiende uit een kredietovereenkomst, uit hoofde waarvan een bedrijfsborgstellingskrediet is verstrekt, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de minister. De minister kan aan zijn toestemming voorwaarden verbinden ten aanzien van de inhoud van een dergelijke regeling.

2 [Vervallen per 01-01-2009]

Een verzoek om toestemming als bedoeld in het eerste lid dient door de Bank schriftelijk bij de minister te worden ingediend.

3 [Vervallen per 01-01-2009]

De minister beslist zo spoedig mogelijk op een verzoek om toestemming als bedoeld in het eerste lid.

Paragraaf 6. Vaststelling betalingsverplichting [Vervallen per 01-01-2009]

Artikel 13 [Vervallen per 01-01-2009]

1 [Vervallen per 01-01-2009]

De Bank dient zo spoedig mogelijk na de voltooiing van de uitwinning of, indien dit eerder is, zo spoedig mogelijk nadat aannemelijk is geworden dat geen opbrengsten meer zijn te verwachten die in mindering komen op het bedrijfsborgstellingskrediet, doch in ieder geval binnen negen maanden na de datum waartegen het bedrijfsborgstellingskrediet is opgeëist of, indien dit eerder is, na de datum van het faillissement, een aanvraag in om betaling uit hoofde van de bedrijfsborgstellingsovereenkomst.

2 [Vervallen per 01-01-2009]

De aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van een formulier, waarvan het model door de minister wordt vastgesteld.

Artikel 14 [Vervallen per 01-01-2009]

1 [Vervallen per 01-01-2009]

De minister bevestigt de ontvangst van een aanvraag om betaling schriftelijk binnen 35 dagen na de ontvangst.

2 [Vervallen per 01-01-2009]

De minister deelt zijn beslissing op de aanvraag binnen negen maanden na de bevestiging van de ontvangst schriftelijk aan de Bank mede.

Artikel 15 [Vervallen per 01-01-2009]

1 [Vervallen per 01-01-2009]

De minister stelt het uit hoofde van deze overeenkomst door de staat verschuldigde bedrag vast overeenkomstig het Besluit borgstelling MKB-kredieten 1997, de Uitvoeringsregeling BMKB 1997 en deze overeenkomst, met uitzondering van het bepaalde in artikel 9, vierde, vijfde en zesde lid.

2 [Vervallen per 01-01-2009]

Voor zover de Bank bij haar aanvraag om betaling aannemelijk maakt dat er bijzondere omstandigheden waren die het naar normaal bankgebruik noodzakelijk maakten de bankfaciliteiten sterker in omvang terug te brengen dan de bedrijfsborgstellingskredieten, blijft artikel 7, eerste lid, aanhef en onder b, en derde lid, buiten toepassing.

3 [Vervallen per 01-01-2009]

De minister kan in ieder geval afwijzend beslissen op een aanvraag:

  • a. indien niet voldaan is aan een verzoek als bedoeld in artikel 9, eerste lid;

  • b. indien de Bank in het kader van de aanvraag gegevens heeft verstrekt, waarvan zij wist of behoorde te weten dat deze onjuist of onvolledig waren en de verstrekking van deze gegevens tot een onjuiste beslissing op de aanvraag zou hebben geleid.

Paragraaf 7. Betalingen [Vervallen per 01-01-2009]

Artikel 16 [Vervallen per 01-01-2009]

1 [Vervallen per 01-01-2009]

Betalingen door de staat aan de Bank en door de Bank aan de staat geschieden door debitering respectievelijk creditering door de Bank van een rekening die de Bank zal aanhouden ten name van het Ministerie van Economische Zaken, met vermelding van 'verliesdeclaraties'.

2 [Vervallen per 01-01-2009]

Over het debet- of creditsaldo van de rekening zal een rente berekend worden gelijk aan de in Het Financieele Dagblad gepubliceerde basisrente.

Paragraaf 8. Diversen [Vervallen per 01-01-2009]

Artikel 17 [Vervallen per 01-01-2009]

1 [Vervallen per 01-01-2009]

De verplichtingen van de staat uit hoofde van deze overeenkomst met betrekking tot een bedrijfsborgstellingskrediet vervallen door schuldvernieuwing, door schuldoverneming en - voor het gedeelte waarin subrogatie plaatsvindt - door subrogatie van derden in de rechten van de Bank met betrekking tot het bedrijfsborgstellingskrediet, al dan niet voorafgegaan door verpanding van het bedrijfsborgstellingskrediet.

2 [Vervallen per 01-01-2009]

In afwijking van het eerste lid blijven de verplichtingen van de staat met betrekking tot een bedrijfsborgstellingskrediet van kracht, indien:

  • a. de ondernemer aan wie het bedrijfsborgstellingskrediet is verstrekt de onderneming en alle voor het drijven van de onderneming bestemde activa en passiva inbrengt of overdraagt aan een door de ondernemer voor het drijven van die onderneming opgerichte rechtspersoon,

  • b. de Bank met de onder a bedoelde rechtspersoon een overeenkomst sluit als gevolg waarvan die rechtspersoon bij de kredietovereenkomst uit hoofde waarvan het bedrijfsborgstellingskrediet is verleend de plaats inneemt van de ondernemer, en

  • c. de ondernemer zich naast de onder a bedoelde rechtspersoon hoofdelijk aansprakelijk stelt voor de nakoming door die rechtspersoon van de verplichtingen die voortvloeien uit de kredietovereenkomst.

3 [Vervallen per 01-01-2009]

Voor de toepassing van het tweede lid wordt onder rechtspersoon mede begrepen twee of meer rechtspersonen, indien die rechtspersonen gezamenlijk voldoen aan de in het tweede lid genoemde voorwaarden en ieder van die rechtspersonen zich hoofdelijk aansprakelijk stelt voor de nakoming van de verplichtingen die voortvloeien uit de kredietovereenkomst uit hoofde waarvan het bedrijfsborgstellingskrediet is verstrekt.

Artikel 17a [Vervallen per 01-01-2009]

Indien overeenkomstig artikel 3, eerste lid, onderdeel b, een garantieprovisie is betaald met betrekking tot een kredietovereenkomst en indien het desbetreffende krediet niet is opgenomen vanwege omstandigheden die niet zijn toe te rekenen aan de kredietnemer of aan de Bank, wordt de provisie door de staat terugbetaald aan de Bank mits de Bank binnen een jaar na het sluiten van de kredietovereenkomst daartoe een verzoek aan de staat heeft gedaan.

Artikel 18 [Vervallen per 01-01-2009]

1 [Vervallen per 01-01-2009]

De Bank betaalt de vanaf het moment van de indiening van een aanvraag als bedoeld in artikel 13 ontvangen opbrengsten die in mindering komen op het bedrijfsborgstellingskrediet binnen twee maanden na ontvangst aan de staat.

2 [Vervallen per 01-01-2009]

Voor zover de opbrengsten na de aanvang van de periode, bedoeld in artikel 11, eerste lid, ontvangen zijn en niet ontvangen zijn uit hoofde van de uitwinning van zekerheden, wordt de in het eerste lid bedoelde betalingsverplichting beperkt tot 80 procent van de ontvangen opbrengsten.

3 [Vervallen per 01-01-2009]

De Bank zal de rekening, bedoeld in artikel 16, eerste lid, per de datum van verzending van de aanvraag, bedoeld in artikel 13, en binnen twee maanden na die datum, debiteren voor het bedrag waarvoor betaling wordt gevraagd, vermeerderd met een rente als bedoeld in artikel 16, tweede lid, over de periode die verstreken is sinds de dag waarop de vermindering, bedoeld in artikel 5, op grond van artikel 6 is geschorst.

4 [Vervallen per 01-01-2009]

De Bank zal de rekening per de datum van de beslissing van de minister, bedoeld in artikel 14, tweede lid, en binnen twee maanden na die datum crediteren of debiteren voor respectievelijk het voor de staat positieve of negatieve verschil tussen het bedrag waarvoor de rekening ingevolge het derde lid is gedebiteerd en het bedrag waarop de minister de betaling vaststelde, vermeerderd met een over dat verschil te berekenen rente als bedoeld in artikel 16, tweede lid, over de periode die is verstreken sinds de creditering of debitering, bedoeld in het derde lid, en de vaststelling van de betaling.

Artikel 19 [Vervallen per 01-01-2009]

Reeds uitgekeerde bedragen zijn terstond en zonder enige ingebrekestelling opeisbaar zodra de minister blijkt dat de Bank zodanig onjuiste of onvolledige informatie heeft verschaft dat hij op een verzoek om betaling een andere beslissing zou hebben genomen, indien hem de juiste gegevens volledig waren verschaft, of dat de Bank de betalingsverplichting, bedoeld in artikel 18, eerste lid, niet is nagekomen.

Artikel 20 [Vervallen per 01-01-2009]

Gelieerde bank(en) in de zin van artikel 1, eerste lid, onder a, van deze overeenkomst is (zijn) ...........

Paragraaf 9. Slotbepalingen [Vervallen per 01-01-2009]

Artikel 21 [Vervallen per 01-01-2009]

1 [Vervallen per 01-01-2009]

De inwerkingtreding van een wijziging van het Besluit borgstelling MKB-kredieten 1997 of de Uitvoeringsregeling BMKB 1997 leidt te zelfder tijd tot een gelijke wijziging van deze overeenkomst.

2 [Vervallen per 01-01-2009]

Deze overeenkomst kan worden gewijzigd door een schriftelijke mededeling van de minister aan de Bank.

3 [Vervallen per 01-01-2009]

Deze overeenkomst is aangegaan voor onbepaalde tijd en kan door de minister en de Bank schriftelijk worden opgezegd met inachtneming van een opzegtermijn van drie hele kalendermaanden.

4 [Vervallen per 01-01-2009]

In afwijking van het derde lid kan deze overeenkomst door de minister met onmiddellijke ingang worden ontbonden, indien de Bank in strijd heeft gehandeld met het gestelde in de paragrafen 5, 6, 7 of 8 van deze overeenkomst.

5 [Vervallen per 01-01-2009]

In afwijking van het derde lid kan de Bank deze overeenkomst met onmiddellijke ingang opzeggen binnen een termijn van een maand na publicatie in het Staatsblad van een wijziging van het Besluit borgstelling MKB-kredieten 1997, publicatie in de Staatscourant van een wijziging van de Uitvoeringsregeling BMKB 1997 of schriftelijke mededeling van de minister, inhoudende een wijziging van deze overeenkomst.

6 [Vervallen per 01-01-2009]

Deze overeenkomst eindigt van rechtswege door de intrekking van het Besluit borgstelling MKB-kredieten 1997 of door intrekking van artikel 2, eerste lid, onderdeel a, van de Uitvoeringsregeling BMKB 1997.

7 [Vervallen per 01-01-2009]

Wijziging, opzegging, ontbinding of beëindiging van deze overeenkomst heeft geen gevolg ten aanzien van bedrijfsborgstellingskredieten, welke ten tijde van de inwerkingtreding van de wijziging, opzegging, ontbinding of beëindiging overeenkomstig artikel 3 zijn gemeld en ten aanzien van bedrijfsborgstellingskredieten die zijn of zullen worden verstrekt uit hoofde van een kredietovereenkomst die is aangegaan voor de inwerkingtreding van de wijziging, opzegging, ontbinding of beëindiging.

Getekend te 's-Gravenhage op ..... De Minister van Economische Zaken,(naam en functie vertegenwoordigers Bank)

Bijlage 2. Model overeenkomst als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van het Besluit borgstelling MKB-kredieten 1997 en artikel 2, derde lid, van de Uitvoeringsregeling BMKB 1997 PM (bedrijfsborgstellingskrediet; meer dan één kredietinstelling) [Vervallen per 01-01-2009]

De Staat der Nederlanden, hierna te noemen: de staat, ten deze vertegenwoordigd door de Minister van Economische Zaken, hierna te noemen: de minister

en ....(inclusief de centrale Bank indien deze bedrijfsborgstellingskredieten verstrekt) ...., hierna gezamenlijk te noemen de Banken en ieder voor zich de Bank, ten deze vertegenwoordigd door ...... hierna te noemen: de centrale Bank,

komen overeen als volgt:

Paragraaf 1. Algemene bepalingen [Vervallen per 01-01-2009]

Artikel 1 [Vervallen per 01-01-2009]

In deze overeenkomst wordt verstaan onder:

  • a. gelieerde bank: een rechtspersoon waaraan een van de Banken voor zich, dan wel twee of meer Banken gezamenlijk, direct of indirect meer dan de helft van het geplaatste kapitaal verschaft respectievelijk verschaffen of voor wier handelen deze Bank volledig aansprakelijk is of deze Banken volledig aansprakelijk zijn, en die als gelieerde bank is vermeld in artikel 20 van deze overeenkomst;

  • b. groep: een economische eenheid, waarin organisatorisch zijn verbonden:

    • 1º. een natuurlijke persoon of een privaatrechtelijke rechtspersoon die direct of indirect

      • -

        meer dan de helft van het geplaatste kapitaal verschaft aan,

      • -

        volledig aansprakelijk vennoot is van of

      • -

        overwegende zeggenschap heeft over

        een of meer rechtspersonen of vennootschappen en

    • 2º. laatstbedoelde rechtspersonen of vennootschappen;

  • c. kredietovereenkomst: een overeenkomst uit hoofde waarvan:

    • 1º. de Bank aan een ondernemer geld ter leen verstrekt of zal verstrekken, of

    • 2º. de ondernemer tot een bepaald bedrag trekt of zal kunnen trekken op de Bank, of

    • 3º. de Bank tegenover een derde, niet zijnde een rechtspersoon waarmee de Bank in een groep verbonden is of een gelieerde bank, onherroepelijk een verplichting is aangegaan om ten laste van de ondernemer aan de derde een of meer betalingen te doen, welke verplichting niet afhankelijk is van voorwaarden op de vervulling waarvan het handelen van de Bank van invloed is;

  • d. krediet: een bedrag dat de Bank uit hoofde van een kredietovereenkomst verstrekt of zal verstrekken;

  • e. bedrijfsborgstellingskrediet: een krediet of een deel van een krediet dat overeenkomstig artikel 3 is gemeld;

  • f. bankfaciliteit: een krediet of een deel van een krediet waarvoor de staat niet borg staat ingevolge het Besluit borgstelling MKB-kredieten 1997, het Besluit borgstelling MKB-kredieten, de Regeling borgstelling MKB-kredieten 1988, de Kredietregeling midden- en kleinbedrijf 1985 of de Kredietbeschikking midden- en kleinbedrijf 1976;

  • g. uitwinning:

    • 1º. uitwinning door de Bank, naar normaal bankgebruik, van de door de ondernemer aan de Bank verstrekte zekerheden,

    • 2º. onderhandse verkoop met toestemming van de Bank door de ondernemer van de vermogensbestanddelen van de ondernemer, inning van vorderingen daaronder begrepen,

    • 3º. executoriale verkoop van de vermogensbestanddelen van de ondernemer, en

    • 4º. indien het faillissement van de ondernemer is uitgesproken of aan hem surséance van betaling is verleend: onderhandse of executoriale verkoop van de vermogensbestanddelen van de ondernemer door of met medewerking van de curator of de bewindvoerder;

  • h. ondernemer: een ondernemer als bedoeld in artikel 1, onder b, van het Besluit borgstelling MKB-kredieten 1997;

  • i. starter:

    • 1º. een ondernemer, die een natuurlijke persoon is en die ten tijde van het sluiten van de kredietovereenkomst niet langer dan vijf jaar een onderneming in stand houdt en die gedurende de zes aan het tijdstip van het sluiten van de kredietovereenkomst voorafgaande jaren ten minste één jaar geen onderneming in stand heeft gehouden;

    • 2º. een natuurlijke persoon, die voornemens is zelf of op een wijze als bedoeld onder 3° via een besloten vennootschap een onderneming in stand te houden en die gedurende de zes aan het tijdstip van het sluiten van de kredietovereenkomst voorafgaande jaren ten minste één jaar geen onderneming in stand heeft gehouden;

    • 3º. een besloten vennootschap, waarvan de directeur ten tijde van het sluiten van de kredietovereenkomst direct of indirect de meerderheid van het geplaatst en gestort kapitaal houdt en deze meerderheid niet langer dan vijf jaar houdt en gedurende de zes aan het tijdstip van het sluiten van de kredietovereenkomst voorafgaande jaren ten minste één jaar zelf of via een besloten vennootschap geen onderneming in stand heeft gehouden.

  • j. innovatieve ondernemer: een ondernemer ten aanzien waarvan de Bank beschikt over een gewaarmerkte kopie van een verklaring als bedoeld in artikel 31, tiende lid, van de Wet op de loonbelasting 1964, zoals dat luidde op 31 december 1995, of over een gewaarmerkte kopie van een verklaring als bedoeld in artikel 22, zevende lid, van de Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen, waarvan het origineel ten hoogste zestien maanden voor de datum waarop de kredietovereenkomst is gesloten, is afgegeven door een registeraccountant of een accountant-administratieconsulent;

  • k. starters-borgstellingskrediet: een bedrijfsborgstellingskrediet dat uitsluitend kan worden verstrekt aan een starter;

  • l. de-minimissteun: steun van de overheid die voldoet aan de voorwaarden, vastgesteld in artikel 2, tweede tot en met vijfde lid, van de Verordening (EG) Nr. 1998/2006 van de Commissie van 15 december 2006 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het Verdrag op de-minimissteun (PbEU L 379 van 28-12-2006).

Paragraaf 2. Borgstelling [Vervallen per 01-01-2009]

Artikel 2 [Vervallen per 01-01-2009]

De staat stelt zich borg ten behoeve van de Banken voor de terugbetaling van bedrijfsborgstellingskredieten die met inachtneming van het Besluit borgstelling MKB-kredieten 1997 en deze overeenkomst door de Banken worden verstrekt.

Deze borgstelling wordt aangegaan onder de navolgende bedingen.

Paragraaf 3. Kredietmelding [Vervallen per 01-01-2009]

Artikel 3 [Vervallen per 01-01-2009]

1 [Vervallen per 01-01-2009]

De toepasselijkheid van deze borgstellingsovereenkomst op een krediet of een deel van een krediet kan uitsluitend worden ingeroepen:

  • a. indien het krediet of het deel ervan binnen 35 dagen na het sluiten van de kredietovereenkomst door de centrale Bank aan de minister is gemeld met gebruikmaking van een formulier, waarvan het model door de minister wordt vastgesteld,

  • b. indien binnen 35 dagen na het sluiten van de kredietovereenkomst de door de minister op grond van artikel 3, derde lid, onder b, van het Besluit borgstelling MKB-kredieten 1997 vastgestelde garantieprovisie door de centrale Bank aan de staat betaald is,

  • c. voor zover door de melding, bedoeld onder a, de som van de in een kalenderjaar gemelde kredieten of delen daarvan de door de minister op grond van artikel 7 van het Besluit borgstelling MKB-kredieten of artikel 4, tweede lid, van het Besluit borgstelling MKB-kredieten 1997 met betrekking tot dat kalenderjaar vastgestelde meldingslimiet niet is overschreden,

  • d. indien door de Bank gelijktijdig met het sluiten van de kredietovereenkomst, uit hoofde waarvan een bedrijfsborgstellingskrediet aan de ondernemer wordt verstrekt, met de ondernemer een kredietovereenkomst is gesloten uit hoofde waarvan de ondernemer voor tenminste hetzelfde bedrag als het bedrijfsborgstellingskrediet of, indien het bedrijfsborgstellingskrediet wordt verstrekt aan:

    • 1°. een ondernemer die ten tijde van de verstrekking starter was, voor een bedrag van ten minste 25 procent, of

    • 2°. een ondernemer die ten tijde van de verstrekking innovatieve ondernemer was, voor een bedrag van ten minste 50 procent

    van het bedrijfsborgstellingskrediet over een bankfaciliteit beschikt, die niet bestemd is en niet gebruikt wordt voor de aflossing van bankfaciliteiten waarover de ondernemer beschikt bij de Bank of een aan de Bank gelieerde bank.

2 [Vervallen per 01-01-2009]

De minister bevestigt de ontvangst van een meldingsformulier schriftelijk binnen 35 dagen na ontvangst.

3 [Vervallen per 01-01-2009]

Voor de toepassing van het eerste lid, aanhef en onder c, is de volgorde van ontvangst van de meldingsformulieren door de minister bepalend.

4 [Vervallen per 01-01-2009]

De meldingen, bedoeld in het eerste lid onder a, worden gedaan met gebruikmaking van het origineel van een ondertekend formulier.

5 [Vervallen per 01-01-2009]

Voor de toepassing van artikel 3, eerste lid, onder d, worden mede in aanmerking genomen de bedragen die een gelieerde bank uit hoofde van een gelijktijdig met het sluiten van de kredietovereenkomst door de Bank, uit hoofde waarvan een bedrijfsborgstellingskrediet aan de ondernemer wordt verstrekt, gesloten kredietovereenkomst aan de ondernemer verstrekt, indien de zekerheden van de gelieerde bank ter zake van die bedragen mede strekken tot zekerheid van de Bank.

Paragraaf 4. Omvang van de borgstelling [Vervallen per 01-01-2009]

Artikel 4 [Vervallen per 01-01-2009]

1 [Vervallen per 01-01-2009]

Voor de berekening van de omvang van de borgstelling wordt een bedrijfsborgstellingskrediet slechts in aanmerking genomen voor zover door de verstrekking van het bedrijfsborgstellingskrediet het totaal van de bedrijfsborgstellingskredieten, berekend per ondernemer of, indien de ondernemer deel uitmaakt van een groep, per groep, een bedrag van € 1.500.000,– niet overschrijdt.

2 [Vervallen per 01-01-2009]

Voor de berekening van de omvang van de borgstelling wordt een starters-borgstellingskrediet slechts in aanmerking genomen voor zover door de verstrekking van dit krediet het totaal van de starters-borgstellingskredieten, berekend per ondernemer of, indien de ondernemer deel uitmaakt van een groep, per groep, een bedrag van € 200.000 niet overschrijdt.

3 [Vervallen per 01-01-2009]

Voor de toepassing van het eerste lid wordt een bedrijfsborgstellingskrediet dat is verstrekt aan een andere ondernemer ten behoeve van een onderneming voor het drijven waarvan de ondernemer volledig aansprakelijk is, geacht aan de ondernemer te zijn verstrekt.

4 [Vervallen per 01-01-2009]

Voor de toepassing van het eerste lid is de toestand op het tijdstip onmiddellijk na het sluiten van de kredietovereenkomst uit hoofde waarvan het bedrijfsborgstellingskrediet is verstrekt bepalend.

5 [Vervallen per 01-01-2009]

Voor de toepassing van het eerste lid worden:

  • a. bedrijfsborgstellingskredieten die op een eerder tijdstip overeenkomstig artikel 3 zijn gemeld, slechts voor het met overeenkomstige toepassing van de artikelen 5 en 6 berekende gedeelte van die bedrijfsborgstellingskredieten in aanmerking genomen;

  • b. kredieten, voor zover de staat daarvoor ingevolge het Besluit borgstelling MKB-kredieten, de Regeling borgstelling MKB-kredieten 1988, de Kredietregeling midden- en kleinbedrijf 1985 of de Kredietbeschikking midden- en kleinbedrijf 1976 nog borg staat, als bedrijfsborgstellingskredieten in aanmerking genomen.

6 [Vervallen per 01-01-2009]

Voor de toepassing van het eerste en het tweede lid wordt een bedrijfsborgstellingskrediet dat betrekking heeft op buitenlandse activiteiten van de ondernemer slechts in aanmerking genomen voor zover dit niet wordt aangewend voor investeringen in distributiekanalen in verband met werkzaamheden op het gebied van uitvoer.

Artikel 5 [Vervallen per 01-01-2009]

1 [Vervallen per 01-01-2009]

Voor de berekening van de omvang van de borgstelling wordt het na toepassing van artikel 4 in aanmerking te nemen bedrijfsborgstellingskrediet na verloop van ieder kalenderkwartaal verminderd met een zodanig vast bedrag, dat het bedrijfsborgstellingskrediet op de laatste datum waarop het moet zijn afgelost, doch uiterlijk na verloop van 6 jaar, nihil bedraagt.

2 [Vervallen per 01-01-2009]

De Bank kan de vermindering, bedoeld in het eerste lid, gedurende een aaneengesloten periode van maximaal vier kalenderkwartalen opschorten indien:

  • a. de Bank voor ten minste de duur van de opschorting uitstel verleent van de verplichting tot aflossing van het bedrijfsborgstellingskrediet,

  • b. de Bank uitstel verleent van de verplichting tot aflossing van alle bankfaciliteiten gedurende de onder a bedoelde periode, dan wel uitstel verleent van de verplichting tot aflossing van een gedeelte van de bankfaciliteiten, waarbij de som van de aflossingsbedragen ten minste even groot is als de som van de aflossingsbedragen waarvoor de Bank uitstel verleent als bedoeld onder a, of, indien het bedrijfsborgstellingskrediet is verstrekt aan:

    • 1°. een ondernemer die ten tijde van de verstrekking starter was, ten minste 25 procent bedraagt van de som van de aflossingsbedragen waarvoor de Bank uitstel verleent als bedoeld onder a, of

    • 2°. een ondernemer die ten tijde van de verstrekking innovatief ondernemer was, ten minste 50 procent bedraagt van de som van de aflossingsbedragen waarvoor de Bank uitstel verleent als bedoeld onder a, en

  • c. de centrale Bank de opschorting meldt binnen 35 dagen na aanvang van de opschorting met gebruikmaking van een formulier, waarvan het model door de minister wordt vastgesteld.

1 [Vervallen per 01-01-2009]

De opschorting van de vermindering vindt ten hoogste twee maal plaats.

De opschorting van de vermindering vindt ten hoogste drie maal plaats indien het bedrijfsborgstellingskrediet is verstrekt:

  • a. aan een starter;

  • b. voor de financiering van nieuw te bouwen registergoederen, mits één van de opschortingen gedurende de bouw van dit onroerend goed plaats vindt.

4 [Vervallen per 01-01-2009]

Indien:

  • a. het bedrijfsborgstellingskrediet uitsluitend is bestemd voor de betaling van de kosten van de stichting, van de aankoop of van de verbouwing van een onroerende zaak,

  • b. deze onroerende zaak voor ten minste de helft bestemd is te worden gebruikt voor de onderneming van de ondernemer,

  • c. de Bank met betrekking tot de onder a bedoelde kosten bankfaciliteiten verstrekt die een bedrag van ten minste 100 procent van het in onderdeel a bedoelde bedrijfsborgstellingskrediet belopen, dan wel, indien sprake is van een starters-borgstellingskrediet, 25 procent van dit bedrijfsborgstellingskrediet, en

  • d. de looptijd van de onder c bedoelde bankfaciliteiten ten minste even lang is als de looptijd van dit bedrijfsborgstellingskrediet,

geldt voor de toepassing van het eerste lid in plaats van een periode van ten hoogste zes jaar een periode van ten hoogste twaalf jaar.

5 [Vervallen per 01-01-2009]

Voor de toepassing van het vierde lid wordt onder een onroerende zaak mede begrepen schepen en vliegtuigen, voor zover deze zijn ingeschreven in de registers als bedoeld in artikel 8, eerste lid, onder b, respectievelijk onder c, van de Kadasterwet, alsmede ieder goederenrechtelijk recht dat omvat het uitsluitend gebruik van een onroerende zaak, met inbegrip van bovenbedoelde schepen en vliegtuigen.

6 [Vervallen per 01-01-2009]

Voor de toepassing van het eerste lid vangt het eerste kalenderkwartaal uiterlijk aan op de eerste dag van het tweede kalenderkwartaal dat volgt op het kalenderkwartaal waarin de kredietovereenkomst is gesloten.

7 [Vervallen per 01-01-2009]

De minister bevestigt de ontvangst van een formulier als bedoeld in het tweede lid, onder c, schriftelijk binnen 35 dagen na ontvangst.

8 [Vervallen per 01-01-2009]

Indien het bedrijfsborgstellingskrediet wordt verstrekt aan een innovatieve ondernemer, geldt voor de toepassing van het eerste lid in plaats van een periode van ten hoogste zes jaar een periode van ten hoogste twaalf jaar.

9 [Vervallen per 01-01-2009]

Voor de toepassing van het eerste lid geldt dat, indien het bedrijfsborgstellingskrediet wordt verstrekt aan een innovatieve ondernemer, het eerste kalenderkwartaal waarin vermindering plaatsvindt uiterlijk aanvangt op de eerste dag van het veertiende kalenderkwartaal dat volgt op het kalenderkwartaal waarin de kredietovereenkomst is gesloten, met dien verstande dat de totale looptijd van de kredietovereenkomst niet meer bedraagt dan 12 jaar.

Artikel 6 [Vervallen per 01-01-2009]

1 [Vervallen per 01-01-2009]

De vermindering van de borgstelling, bedoeld in artikel 5, wordt geschorst met ingang van de dag waartegen het bedrijfsborgstellingskrediet is opgeëist.

2 [Vervallen per 01-01-2009]

In afwijking van het eerste lid wordt de vermindering van de borgstelling pas geschorst door de aanvang van de uitwinning, indien met die uitwinning geen aanvang is gemaakt binnen twee maanden na de dag waartegen het bedrijfsborgstellingskrediet door de Bank is opgeëist.

3 [Vervallen per 01-01-2009]

De vermindering van de borgstelling wordt tevens geschorst zolang de ondernemer in staat van faillissement verkeert of aan hem surséance van betaling is verleend.

Artikel 7 [Vervallen per 01-01-2009]

1 [Vervallen per 01-01-2009]

De omvang van de borgstelling bedraagt per ondernemer 90 procent van hetgeen de ondernemer ten tijde van de overeenkomstig artikel 13 ingediende aanvraag uit hoofde van het bedrijfsborgstellingskrediet of de bedrijfsborgstellingskredieten pro resto verschuldigd is, doch ten hoogste

  • a. 90 procent van de met toepassing van de artikelen 4, 5 en 6 berekende omvang van het bedrijfsborgstellingskrediet of de bedrijfsborgstellingskredieten en niet meer dan

  • b. de som van de ten tijde van de opzegging van de kredietovereenkomst bestaande en verstrekte bankfaciliteiten van de Bank voor de ondernemer.

2 [Vervallen per 01-01-2009]

Indien sprake is van een starters-borgstellingskrediet, bedraagt de omvang van de borgstelling, in afwijking van het eerste lid, aanhef en onder a, hetgeen de ondernemer ten tijde van de overeenkomstig artikel 13 ingediende aanvraag uit hoofde van het bedrijfsborgstellingskrediet of de bedrijfsborgstellingskredieten pro resto verschuldigd is, doch ten hoogste de met toepassing van de artikelen 4, 5 en 6 berekende omvang van het bedrijfsborgstellingskrediet.

3 [Vervallen per 01-01-2009]

In afwijking van het eerste lid, onder b, bedraagt de omvang van de borgstelling:

  • a. indien sprake is van een starters-borgstellingskrediet: ten hoogste vier maal de som van de ten tijde van de opzegging van de kredietovereenkomst bestaande en verstrekte bankfaciliteiten van de Bank voor de ondernemer;

  • b. indien het bedrijfsborgstellingskrediet is verstrekt aan een ondernemer die ten tijde van de verstrekking een innovatieve ondernemer was: ten hoogste twee maal de som van de ten tijde van de opzegging van de kredietovereenkomst bestaande en verstrekte bankfaciliteiten van de Bank voor de ondernemer.

4 [Vervallen per 01-01-2009]

Voor de toepassing van het eerste lid en het derde lid worden als bankfaciliteiten mede in aanmerking genomen:

  • a. de bedragen die een gelieerde bank uit hoofde van een overeenkomst aan de ondernemer ter leen verstrekt of zal verstrekken, en

  • b. de verplichtingen die een gelieerde bank tegenover een derde, niet zijnde een andere gelieerde bank of een rechtspersoon waarmee de Bank in een groep verbonden is, onherroepelijk is aangegaan om ten laste van de ondernemer aan de derde een of meer betalingen te doen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder c, 3°, indien de zekerheden van de gelieerde bank ter zake van de hiervoor onder a en b bedoelde bedragen en verplichtingen mede strekken tot zekerheid van de Bank.

Paragraaf 5. Criteria en verplichtingen [Vervallen per 01-01-2009]

Artikel 8 [Vervallen per 01-01-2009]

1 [Vervallen per 01-01-2009]

Ten tijde van het sluiten van een kredietovereenkomst uit hoofde waarvan een bedrijfsborgstellingskrediet aan een ondernemer wordt verstrekt, moet aan de volgende criteria zijn voldaan:

  • a. de ondernemer beschikt over onvoldoende financiële middelen om zijn onderneming op economisch verantwoorde wijze te drijven;

  • b. er is een tekort aan zekerheden bij de ondernemer, waardoor de Bank naar normaal bankgebruik het krediet niet geheel voor eigen rekening en risico kan verstrekken;

  • c. het bedrijfsborgstellingskrediet bedraagt niet meer dan het tekort aan zekerheden dat bij de Bank ten tijde van het sluiten van de kredietovereenkomst bestaat;

  • d. de kredietovereenkomst is in schriftelijke vorm aangegaan;

  • e. de rentabiliteits- en continuïteitsperspectieven van de onderneming zijn bevredigend;

  • f. het bedrijfsborgstellingskrediet is niet bestemd en wordt niet gebruikt voor de nakoming van verplichtingen van de ondernemer aan de Bank die het borgstellingskrediet verstrekt, aan een andere Bank, aan een gelieerde bank of aan een rechtspersoon waarmee de Bank in een groep verbonden is;

  • g. de ondernemer beschikt naast het bedrijfsborgstellingskrediet niet over een lening waarvoor de Stichting Borgstellingsfonds voor de landbouw borg staat;

  • h. de ondernemer beschikt niet over een door een andere bank verstrekte kredietfaciliteit, waarvoor de staat op grond van het Besluit borgstelling MKB-kredieten 1997, het Besluit borgstelling MKB-kredieten, de Regeling borgstelling MKB-kredieten 1988, de Kredietregeling midden- en kleinbedrijf 1985 of de Kredietbeschikking midden- en kleinbedrijf 1976 nog borg staat anders dan een bijzondere hypothecaire geldlening als bedoeld in bijlage 4 van de Kredietbeschikking midden- en kleinbedrijf 1976 of in hoofdstuk VI van de Kredietregeling voor het midden- en kleinbedrijf 1985;

  • i. de ondernemer, indien deze een natuurlijke persoon is, zal naar verwachting na een gebruikelijke aanloopperiode uit de inkomsten van zijn onderneming kunnen voorzien in zijn levensonderhoud;

  • j. de ondernemer beschikt bij de Bank over bankfaciliteiten die een bedrag van ten minste 100 procent van het bedrijfsborgstellingskrediet belopen dan wel indien:

    • 1. het bedrijfsborgstellingskrediet wordt verstrekt aan een innovatieve ondernemer, ten minste 50 procent van het bedrijfsborgstellingskrediet belopen, of

    • 2. een starters-borgstellingskrediet niet wordt verstrekt aan een innovatieve ondernemer, ten minste 25 procent van het bedrijfsborgstellingskrediet belopen;

  • k. de natuurlijke persoon die direct of indirect meer dan de helft van het geplaatste kapitaal verschaft aan de ondernemer, niet zijnde een natuurlijke persoon, heeft zich borg gesteld voor de nakoming door de ondernemer van de verplichtingen voortvloeiende uit de kredietovereenkomst uit hoofde waarvan het bedrijfsborgstellingskrediet is verstrekt, tot aan een bedrag ter grootte van ten minste 25 procent van het bedrijfsborgstellingskrediet met een minimum van € 15.000,–;

  • l. de Bank heeft in de door haar gesloten borgstellingsovereenkomsten met betrekking tot de nakoming door de ondernemer van de verplichtingen voortvloeiende uit de kredietovereenkomst uit hoofde waarvan het bedrijfsborgstellingskrediet is verleend een beding ten behoeve van de staat opgenomen, ertoe strekkende dat de omslagregeling van artikel 869, boek 7, Burgerlijk Wetboek niet geldt ten opzichte van de staat en de Bank heeft geen bedingen opgenomen, ertoe leidende dat:

    • 1º. een borg er zich op zou kunnen beroepen dat de staat eerst zou moeten worden aangesproken,

    • 2º. een borg zich zou kunnen onttrekken aan toepassing door de staat van de omslagregeling van artikel 869, boek 7, Burgerlijk Wetboek;

  • m. de Bank heeft in de kredietovereenkomst uit hoofde waarvan het bedrijfsborgstellingskrediet wordt verstrekt een verplichting voor de ondernemer opgenomen om alle medewerking te verlenen aan het uitoefenen door de staat van de in artikel 9, eerste lid, genoemde bevoegdheden.

  • n. het bedrijfsborgstellingskrediet is niet bestemd en wordt niet gebruikt voor buitenlandse investeringen in distributiekanalen in verband met werkzaamheden op het gebied van uitvoer;

  • o. de verlening van de borgstelling leidt er niet toe dat de ondernemer een bedrag van meer dan € 200.000,– aan de-minimissteun ontvangt over de periode van het lopende en de twee voorafgaande fiscale jaren. Indien de onderneming actief is in het wegvervoer, geldt een maximum voor dit totaal van € 100.000,–.

    Een bedrijfsborgstellingskrediet wordt aangemerkt als de-minimissteun voor 13% van het staatsgegarandeerde deel van het krediet. Bij de bepaling of de verlening van de borgstelling niet leidt tot overschrijding van het desbetreffende maximum wordt rekening gehouden met de-minimissteun die in de referteperiode is verleend aan ondernemingen die deel uitmaken van dezelfde groep;

  • p. De Bank heeft er voor zorg gedragen dat:

    • zij de ondernemer in kennis heeft gesteld dat hij ingevolge de verstrekking van het bedrijfsborgstellingskrediet steun van de overheid ontvangt ter waarde van 13% van het staatsgegarandeerde deel van het krediet, en dat deze steun wordt aangemerkt als de-minimissteun in de zin van de Verordening (EG) Nr. 1998/2006 van de Commissie van 15 december 2006 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het Verdrag op de-minimissteun (PbEU L 379 van 28-12-2006);

    • de ondernemer een schriftelijke verklaring heeft afgelegd over de de-minimissteun die hij of, indien hij deel uitmaakt van een groep, deze groep heeft ontvangen in het lopende en de twee voorafgaande fiscale jaren en schriftelijk heeft verklaard dat het totaal van deze de-minimissteun en de de-minimissteun ingevolge de verstrekking van het bedrijfsborgstellingskrediet niet meer bedraagt dan € 200.000,– of, indien de onderneming actief is in het wegvervoer, niet meer bedraagt dan € 100.000,–;

    • de ondernemer schriftelijk heeft verklaard dat, voor zover het ontvangen van de-minimissteun ingevolge de verstrekking van het bedrijfsborgstellingskrediet samen gaat met het ontvangen van staatssteun voor dezelfde in aanmerking komende kosten, dit niet leidt tot een overschrijding van het maximale percentage van staatssteun dat in dit geval geldt ingevolge de desbetreffende groepsvrijstellingsverordening of het desbetreffende besluit van de Commissie.

2 [Vervallen per 01-01-2009]

Voor de toepassing van het eerste lid, aanhef en onder j, wordt het bedrijfsborgstellingskrediet verhoogd met:

  • a. het met overeenkomstige toepassing van de artikelen 5 en 6 berekende gedeelte van de door de Bank aan de ondernemer verstrekte bedrijfsborgstellingskredieten die op een eerder tijdstip overeenkomstig artikel 3 zijn gemeld, en

  • b. de door de Bank aan de ondernemer verstrekte kredieten, met uitzondering van vermogensversterkingskredieten en bijzondere hypothecaire geldleningen, voor zover de staat daarvoor ingevolge het Besluit borgstelling MKB-kredieten, de Regeling borgstelling MKB-kredieten 1988, de Kredietregeling midden- en kleinbedrijf 1985 of de Kredietbeschikking midden- en kleinbedrijf 1976 nog borg staat.

3 [Vervallen per 01-01-2009]

Voor de toepassing van het eerste lid, aanhef en onder j, is artikel 3, vijfde lid, van overeenkomstige toepassing.

Artikel 9 [Vervallen per 01-01-2009]

1 [Vervallen per 01-01-2009]

De Bank, en indien toepassing is gegeven aan de artikelen 3, vijfde lid, en 7, vierde lid , de gelieerde bank, en de ondernemer voldoen aan hetgeen door door de minister aangewezen bij zijn ministerie werkzame personen wordt verzocht, voor zover dat redelijkerwijs noodzakelijk is voor een goede uitvoering van het Besluit borgstelling MKB-kredieten 1997 en deze overeenkomst en met het oog op de nakoming door de staat van op hem rustende internationaalrechtelijke verplichtingen, en voor zover het betrekking heeft op de uit het besluit en deze overeenkomst voortvloeiende zelfstandige verplichtingen van de Bank of de gelieerde bank, op de ondernemer aan wie het bedrijfsborgstellingskrediet is verstrekt of op de met deze ondernemer gesloten kredietovereenkomsten omtrent:

  • a. het toegang verlenen tot door hen gebruikte plaatsen;

  • b. het verlenen van inzage in zakelijke gegevens en bescheiden;

  • c. het maken van kopieën van de onder b bedoelde gegevens en bescheiden;

  • d. het verlenen van medewerking aan het verstrekken van gegevens door anderen en

  • e. het verstrekken van inlichtingen.

2 [Vervallen per 01-01-2009]

Alleen in daartoe aanleiding gevende gevallen zal aan de Bank, of indien toepassing is gegeven aan de artikelen 3, vijfde lid, en 7, vierde lid, de gelieerde bank, of aan de ondernemer, gevraagd worden de in het eerste lid bedoelde inlichtingen ook door haar interne accountant te doen verstrekken.

3 [Vervallen per 01-01-2009]

Van de mogelijkheid, genoemd in het eerste lid, aanhef en onder a, zal alleen gebruik worden gemaakt indien een ernstig vermoeden bestaat dat de Bank, de gelieerde bank of de ondernemer onjuiste of onvolledige informatie heeft verstrekt.

4 [Vervallen per 01-01-2009]

De centrale Bank stelt, met gebruikmaking van een formulier, waarvan het model door de minister wordt vastgesteld, de minister binnen 35 dagen na kennisname op de hoogte van de volgende feiten:

  • a. vervroegde volledige aflossing van het bedrijfsborgstellingskrediet;

  • b. het door de afdeling ....... van de Bank in beheer nemen van het bedrijfsborgstellingskrediet;

  • c. de verlening van surséance van betaling aan of de faillietverklaring van de ondernemer;

  • d. opeising van het bedrijfsborgstellingskrediet.

5 [Vervallen per 01-01-2009]

Na afsluiting van ieder boekjaar zendt de centrale Bank voor 1 februari van het daaropvolgende jaar, met gebruikmaking van een formulier, waarvan het model door de minister wordt vastgesteld, aan de minister een opgave van de omvang van de borgstelling aan het einde van het boekjaar voor alle bedrijfsborgstellingskredieten te zamen, waarvoor de centrale Bank nog geen verzoek om betaling als bedoeld in artikel 13 heeft ingediend. Deze omvang dient te worden berekend met toepassing van paragraaf 4.

6 [Vervallen per 01-01-2009]

Binnen zes maanden na afsluiting van ieder boekjaar zendt de centrale Bank, met gebruikmaking van een formulier, waarvan het model door de minister wordt vastgesteld, aan de minister een verklaring van een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek waaruit blijkt van de juistheid en volledigheid van de in het vijfde lid bedoelde opgave.

7 [Vervallen per 01-01-2009]

Tijdens de looptijd van de kredietovereenkomst uit hoofde waarvan een bedrijfsborgstellingskrediet wordt verstrekt en tijdens de uitwinning zal de Bank waken over de belangen van de staat als borg.

8 [Vervallen per 01-01-2009]

De Bank zal er voor zorgdragen dat het bedrijfsborgstellingskrediet niet wordt gebruikt voor de nakoming van verplichtingen van de ondernemer aan de Bank die het bedrijfsborgstellingskrediet verstrekt, aan een gelieerde bank of aan een rechtspersoon waarmee de Bank in een groep verbonden is.

9 [Vervallen per 01-01-2009]

De Bank zal tijdens de looptijd van de kredietovereenkomst uit hoofde waarvan een bedrijfsborgstellingskrediet is verleend in de door haar te sluiten overeenkomsten met allen, niet zijnde de staat, die zich borg willen stellen voor de nakoming door de ondernemer van de verplichtingen voortvloeiende uit de kredietovereenkomst uit hoofde waarvan het bedrijfsborgstellingskrediet is verleend een beding ten behoeve van de staat opnemen, ertoe strekkende dat de omslagregeling van artikel 869, boek 7, Burgerlijk Wetboek niet geldt ten opzichte van de staat en de Bank zal geen bedingen opnemen, ertoe leidende dat:

  • a. een borg er zich op zou kunnen beroepen dat de staat eerst zou moeten worden aangesproken,

  • b. een borg zich zou kunnen onttrekken aan toepassing door de staat van de omslagregeling van artikel 869, boek 7, Burgerlijk Wetboek.

Artikel 10 [Vervallen per 01-01-2009]

1 [Vervallen per 01-01-2009]

Indien een aanvraag om betaling als bedoeld in artikel 13 is ingediend op een moment, waarop de uitwinning nog niet is voltooid en ook niet aannemelijk is geworden dat geen opbrengsten meer zijn te verwachten die in mindering komen op het bedrijfsborgstellingskrediet, brengt de centrale Bank de minister ten minste jaarlijks verslag uit over de voortgang van de uitwinning.

2 [Vervallen per 01-01-2009]

De minister kan over het verloop van de uitwinning binnen een door hem te stellen termijn nadere gegevens van de Banken verlangen.

Artikel 11 [Vervallen per 01-01-2009]

1 [Vervallen per 01-01-2009]

Gedurende een periode van vijf jaar na de datum waarop een verzoek om betaling als bedoeld in artikel 13 is ingediend of, indien een verzoek om betaling is ingediend op een moment waarop de uitwinning nog niet is voltooid en ook niet aannemelijk is geworden dat geen opbrengsten meer zijn te verwachten die in mindering komen op het bedrijfsborgstellingskrediet, na de datum waarop de centrale Bank de minister heeft bericht dat de uitwinning is voltooid of dat aannemelijk is dat geen opbrengsten meer zijn te verwachten die in mindering komen op het bedrijfsborgstellingskrediet, is de Bank gehouden die pogingen in het werk te stellen om namens de staat het door de staat betaalde bedrag in te vorderen, die de Bank in het werk zou hebben gesteld indien het krediet voor eigen rekening en risico door de Bank zou zijn verstrekt. De staat machtigt met het oog hierop de Bank tot invordering bij de kredietnemer van de door deze aan de staat verschuldigde bedragen.

2 [Vervallen per 01-01-2009]

De centrale Bank zendt binnen drie maanden na afloop van de in het eerste lid bedoelde periode de minister een overzicht van de door haar of door de Bank ondernomen activiteiten, met gebruikmaking van een formulier, waarvan het model door de minister wordt vastgesteld.

Artikel 12 [Vervallen per 01-01-2009]

1 [Vervallen per 01-01-2009]

De Bank treft geen schuldregeling die inhoudt of mede inhoudt een gehele of gedeeltelijke kwijtschelding van verplichtingen voortvloeiende uit een kredietovereenkomst, uit hoofde waarvan een bedrijfsborgstellingskrediet is verstrekt, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de minister op een verzoek ingediend door de centrale Bank. De minister kan aan zijn toestemming voorwaarden verbinden ten aanzien van de inhoud van een dergelijke regeling.

2 [Vervallen per 01-01-2009]

Een verzoek om toestemming als bedoeld in het eerste lid dient door de centrale Bank schriftelijk bij de minister te worden ingediend.

3 [Vervallen per 01-01-2009]

De minister beslist zo spoedig mogelijk op een verzoek om toestemming als bedoeld in het eerste lid.

Paragraaf 6. Vaststelling betalingsverplichting [Vervallen per 01-01-2009]

Artikel 13 [Vervallen per 01-01-2009]

1 [Vervallen per 01-01-2009]

De centrale Bank dient zo spoedig mogelijk na de voltooiing van de uitwinning of, indien dit eerder is, zo spoedig mogelijk nadat aannemelijk is geworden dat geen opbrengsten meer zijn te verwachten die in mindering komen op het bedrijfsborgstellingskrediet, doch in ieder geval binnen negen maanden na de datum waartegen het bedrijfsborgstellingskrediet is opgeëist of, indien dit eerder is, na de datum van het faillissement, een aanvraag in om betaling uit hoofde van de bedrijfsborgstellingsovereenkomst.

2 [Vervallen per 01-01-2009]

De aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van een formulier, waarvan het model door de minister wordt vastgesteld.

Artikel 14 [Vervallen per 01-01-2009]

1 [Vervallen per 01-01-2009]

De minister bevestigt de ontvangst van een aanvraag om betaling schriftelijk binnen 35 dagen na de ontvangst.

2 [Vervallen per 01-01-2009]

De minister deelt zijn beslissing op de aanvraag binnen negen maanden na de bevestiging van de ontvangst schriftelijk aan de centrale Bank mede.

Artikel 15 [Vervallen per 01-01-2009]

1 [Vervallen per 01-01-2009]

De minister stelt het uit hoofde van deze overeenkomst door de staat verschuldigde bedrag vast overeenkomstig het Besluit borgstelling MKB-kredieten 1997, de Uitvoeringsregeling BMKB 1997 en deze overeenkomst, met uitzondering van het bepaalde in artikel 9, vierde, vijfde en zesde lid.

2 [Vervallen per 01-01-2009]

Voor zover de centrale Bank bij haar aanvraag om betaling aannemelijk maakt dat er bijzondere omstandigheden waren die het naar normaal bankgebruik noodzakelijk maakten de bankfaciliteiten sterker in omvang terug te brengen dan de bedrijfsborgstellingskredieten, blijft artikel 7, eerste lid, aanhef en onder b, en derde lid, buiten toepassing.

3 [Vervallen per 01-01-2009]

De minister kan in ieder geval afwijzend beslissen op een aanvraag:

  • a. indien niet voldaan is aan een verzoek als bedoeld in artikel 9, eerste lid;

  • b. indien de Bank of de centrale Bank in het kader van de aanvraag gegevens heeft verstrekt, waarvan zij wist of behoorde te weten dat deze onjuist of onvolledig waren en de verstrekking van deze gegevens tot een onjuiste beslissing op de aanvraag zou hebben geleid.

Paragraaf 7. Betalingen [Vervallen per 01-01-2009]

Artikel 16 [Vervallen per 01-01-2009]

1 [Vervallen per 01-01-2009]

Betalingen door de staat aan de Bank en door de Bank aan de staat geschieden door debitering respectievelijk creditering door de centrale Bank van een rekening die de centrale Bank zal aanhouden ten name van het Ministerie van Economische Zaken, met vermelding van 'verliesdeclaraties'.

2 [Vervallen per 01-01-2009]

Over het debet- of creditsaldo van de rekening zal een rente berekend worden gelijk aan de in Het Financieele Dagblad gepubliceerde basisrente.

Paragraaf 8. Diversen [Vervallen per 01-01-2009]

Artikel 17 [Vervallen per 01-01-2009]

1 [Vervallen per 01-01-2009]

De verplichtingen van de staat uit hoofde van deze overeenkomst met betrekking tot een bedrijfsborgstellingskrediet vervallen door schuldvernieuwing, door schuldoverneming en - voor het gedeelte waarin subrogatie plaatsvindt - door subrogatie van derden in de rechten van de Bank met betrekking tot het bedrijfsborgstellingskrediet, al dan niet voorafgegaan door verpanding van het bedrijfsborgstellingskrediet.

2 [Vervallen per 01-01-2009]

In afwijking van het eerste lid blijven de verplichtingen van de staat met betrekking tot een bedrijfsborgstellingskrediet van kracht, indien:

  • a. de ondernemer aan wie het bedrijfsborgstellingskrediet is verstrekt de onderneming en alle voor het drijven van de onderneming bestemde activa en passiva inbrengt of overdraagt aan een door de ondernemer voor het drijven van die onderneming opgerichte rechtspersoon,

  • b. de Bank met de onder a bedoelde rechtspersoon een overeenkomst sluit als gevolg waarvan die rechtspersoon bij de kredietovereenkomst uit hoofde waarvan het bedrijfsborgstellingskrediet is verleend de plaats inneemt van de ondernemer, en

  • c. de ondernemer zich naast de onder a bedoelde rechtspersoon hoofdelijk aansprakelijk stelt voor de nakoming door die rechtspersoon van de verplichtingen die voortvloeien uit de kredietovereenkomst.

3 [Vervallen per 01-01-2009]

Voor de toepassing van het tweede lid wordt onder rechtspersoon mede begrepen twee of meer rechtspersonen, indien die rechtspersonen gezamenlijk voldoen aan de in het tweede lid genoemde voorwaarden en ieder van die rechtspersonen zich hoofdelijk aansprakelijk stelt voor de nakoming van de verplichtingen die voortvloeien uit de kredietovereenkomst uit hoofde waarvan het bedrijfsborgstellingskrediet is verstrekt.

Artikel 17a [Vervallen per 01-01-2009]

Indien overeenkomstig artikel 3, eerste lid, onderdeel b, een garantieprovisie is betaald met betrekking tot een kredietovereenkomst en indien het desbetreffende krediet niet is opgenomen vanwege omstandigheden die niet zijn toe te rekenen aan de kredietnemer of aan de Bank, wordt de provisie door de staat terugbetaald aan de Bank mits de Bank binnen een jaar na het sluiten van de kredietovereenkomst daartoe een verzoek aan de staat heeft gedaan.

Artikel 18 [Vervallen per 01-01-2009]

1 [Vervallen per 01-01-2009]

De centrale Bank betaalt de vanaf het moment van de indiening van een aanvraag als bedoeld in artikel 13 ontvangen opbrengsten die in mindering komen op het bedrijfsborgstellingskrediet binnen twee maanden na ontvangst aan de staat.

2 [Vervallen per 01-01-2009]

Voor zover de opbrengsten na de aanvang van de periode, bedoeld in artikel 11, eerste lid, ontvangen zijn en niet ontvangen zijn uit hoofde van de uitwinning van zekerheden, wordt de in het eerste lid bedoelde betalingsverplichting beperkt tot 80 procent van de ontvangen opbrengsten.

3 [Vervallen per 01-01-2009]

De centrale Bank zal de rekening, bedoeld in artikel 16, eerste lid, per de datum van verzending van de aanvraag, bedoeld in artikel 13, en binnen twee maanden na die datum, debiteren voor het bedrag waarvoor betaling wordt gevraagd, vermeerderd met een rente als bedoeld in artikel 16, tweede lid, over de periode die verstreken is sinds de dag waarop de vermindering, bedoeld in artikel 5, op grond van artikel 6 is geschorst.

4 [Vervallen per 01-01-2009]

De centrale Bank zal de rekening per de datum van de beslissing van de minister, bedoeld in artikel 14, tweede lid, en binnen twee maanden na die datum crediteren of debiteren voor respectievelijk het voor de staat positieve of negatieve verschil tussen het bedrag waarvoor de rekening ingevolge het derde lid is gedebiteerd en het bedrag waarop de minister de betaling vaststelde, vermeerderd met een over dat verschil te berekenen rente als bedoeld in artikel 16, tweede lid, over de periode die is verstreken sinds de creditering of debitering, bedoeld in het derde lid, en de vaststelling van de betaling.

Artikel 19 [Vervallen per 01-01-2009]

Reeds uitgekeerde bedragen zijn terstond en zonder enige ingebrekestelling opeisbaar zodra de minister blijkt dat de Bank of de centrale Bank zodanig onjuiste of onvolledige informatie heeft verschaft dat hij op een verzoek om betaling een andere beslissing zou hebben genomen, indien hem de juiste gegevens volledig waren verschaft, of dat de centrale Bank de betalingsverplichting, bedoeld in artikel 18, eerste lid, niet is nagekomen.

Artikel 20 [Vervallen per 01-01-2009]

Gelieerde bank(en) in de zin van artikel 1, eerste lid, onder a, van deze overeenkomst is (zijn) ...........

Paragraaf 9. Slotbepalingen [Vervallen per 01-01-2009]

Artikel 21 [Vervallen per 01-01-2009]

1 [Vervallen per 01-01-2009]

De inwerkingtreding van een wijziging van het Besluit borgstelling MKB-kredieten 1997 of de Uitvoeringsregeling BMKB 1997 leidt te zelfder tijd tot een gelijke wijziging van deze overeenkomst.

2 [Vervallen per 01-01-2009]

Deze overeenkomst kan worden gewijzigd door een schriftelijke mededeling van de minister aan de centrale Bank.

3 [Vervallen per 01-01-2009]

Deze overeenkomst is aangegaan voor onbepaalde tijd en kan door de minister en de Banken schriftelijk worden opgezegd met inachtneming van een opzegtermijn van drie hele kalendermaanden.

4 [Vervallen per 01-01-2009]

In afwijking van het derde lid kan deze overeenkomst door de minister met onmiddellijke ingang worden ontbonden, indien een Bank of de centrale Bank in strijd heeft gehandeld met het gestelde in de paragrafen 5, 6, 7 of 8 van deze overeenkomst.

5 [Vervallen per 01-01-2009]

In afwijking van het derde lid kunnen de Banken deze overeenkomst met onmiddellijke ingang opzeggen binnen een termijn van een maand na publicatie in het Staatsblad van een wijziging van het Besluit borgstelling MKB-kredieten 1997, publicatie in de Staatscourant van een wijziging van de Uitvoeringsregeling BMKB 1997 of schriftelijke mededeling van de minister, inhoudende een wijziging van deze overeenkomst.

6 [Vervallen per 01-01-2009]

Opzegging door de Banken als bedoeld in het derde en vijfde lid is uitsluitend mogelijk indien dit geschiedt door alle Banken gezamenlijk.

7 [Vervallen per 01-01-2009]

Deze overeenkomst eindigt van rechtswege door de intrekking van van het Besluit borgstelling MKB-kredieten 1997 of door intrekking van artikel 2, eerste lid, onderdeel a, van de Uitvoeringsregeling BMKB 1997.

8 [Vervallen per 01-01-2009]

Wijziging, opzegging, ontbinding of beëindiging van deze overeenkomst heeft geen gevolg ten aanzien van bedrijfsborgstellingskredieten, welke ten tijde van de inwerkingtreding van de wijziging, opzegging, ontbinding of beëindiging overeenkomstig artikel 3 zijn gemeld en ten aanzien van bedrijfsborgstellingskredieten die zijn of zullen worden verstrekt uit hoofde van een kredietovereenkomst die is aangegaan voor de inwerkingtreding van de wijziging, opzegging, ontbinding of beëindiging.

Getekend te 's-Gravenhage op ...... De Minister van Economische Zaken, (naam en functie vertegenwoordigers Bank)

Bijlage 3. Model overeenkomst als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van het Besluit borgstelling MKB-kredieten 1997 en artikel 2, vierde lid, van de Uitvoeringsregeling BMKB 1997 PM (bodemsaneringsborgstellingskrediet; één kredietinstelling) [Vervallen per 01-01-2009]

De Staat der Nederlanden, hierna te noemen: de staat, ten deze vertegenwoordigd door de Minister van Economische Zaken, hierna te noemen:

de minister

en

ten deze vertegenwoordigd door ......

hierna te noemen: de Bank,

komen overeen als volgt:

Paragraaf 1. Algemene bepalingen [Vervallen per 01-01-2009]

Artikel 1 [Vervallen per 01-01-2009]

In deze overeenkomst wordt verstaan onder:

  • a. groep: een economische eenheid, waarin organisatorisch zijn verbonden:

    • 1º. een natuurlijke persoon of een privaatrechtelijke rechtspersoon die direct of indirect

      • -

        meer dan de helft van het geplaatste kapitaal verschaft aan,

      • -

        volledig aansprakelijk vennoot is van of

      • -

        overwegende zeggenschap heeft over

        een of meer rechtspersonen of vennootschappen en

    • 2º. laatstbedoelde rechtspersonen of vennootschappen;

  • b. kredietovereenkomst: een overeenkomst uit hoofde waarvan:

    • 1º. de Bank aan een ondernemer geld ter leen verstrekt of zal verstrekken, of

    • 2º. de ondernemer tot een bepaald bedrag trekt of zal kunnen trekken op de Bank, of

    • 3º. de Bank tegenover een derde, niet zijnde een rechtspersoon waarmee de Bank in een groep verbonden is onherroepelijk een verplichting is aangegaan om ten laste van de ondernemer aan de derde een of meer betalingen te doen, welke verplichting niet afhankelijk is van voorwaarden op de vervulling waarvan het handelen van de Bank van invloed is;

  • c. krediet: een bedrag dat de Bank uit hoofde van een kredietovereenkomst verstrekt of zal verstrekken;

  • d. bodemsaneringsborgstellingskrediet: een krediet of een deel van een krediet dat overeenkomstig artikel 3 is gemeld;

  • e. saneringsplan: plan als bedoeld in artikel 39 van de Wet bodembescherming;

  • f. saneringsbestek: bestek gebaseerd op een saneringsplan, dat een gedetailleerde beschrijving omvat van de aard en de omvang van de uit te voeren sanering van de bodem met een nauwkeurige beschrijving van het te bereiken resultaat en waaruit de omvang van de saneringskosten kan worden afgeleid;

  • g. uitwinning:

    • 1º. uitwinning door de Bank, naar normaal bankgebruik, van de door de ondernemer aan de Bank verstrekte zekerheden,

    • 2º. onderhandse verkoop met toestemming van de Bank door de ondernemer van de vermogensbestanddelen van de ondernemer, inning van vorderingen daaronder begrepen,

    • 3º. executoriale verkoop van de vermogensbestanddelen van de ondernemer, en

    • 4º. indien het faillissement van de ondernemer is uitgesproken of aan hem surséance van betaling is verleend: onderhandse of executoriale verkoop van de vermogensbestanddelen van de ondernemer door of met medewerking van de curator of de bewindvoerder;

  • h. ondernemer: een ondernemer als bedoeld in artikel 1, onder b, van het Besluit borgstelling MKB-kredieten 1997;

  • i. de-minimissteun: steun van de overheid die voldoet aan de voorwaarden, vastgesteld in artikel 2, tweede tot en met vijfde lid, van de Verordening (EG) Nr. 1998/2006 van de Commissie van 15 december 2006 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het Verdrag op de-minimissteun (PbEU L 379 van 28-12-2006).

Paragraaf 2. Borgstelling [Vervallen per 01-01-2009]

Artikel 2 [Vervallen per 01-01-2009]

De staat stelt zich borg ten behoeve van de Bank voor de terugbetaling van bodemsaneringsborgstellingskredieten die met inachtneming van het Besluit borgstelling MKB-kredieten 1997 en deze overeenkomst door de Bank worden verstrekt.

Deze borgstelling wordt aangegaan onder de navolgende bedingen.

Paragraaf 3. Kredietmelding [Vervallen per 01-01-2009]

Artikel 3 [Vervallen per 01-01-2009]

1 [Vervallen per 01-01-2009]

De toepasselijkheid van deze borgstellingsovereenkomst op een krediet of een deel van een krediet kan uitsluitend worden ingeroepen:

  • a. indien het krediet of het deel ervan binnen 35 dagen na het sluiten van de kredietovereenkomst aan de minister is gemeld met gebruikmaking van een formulier, waarvan het model door de minister wordt vastgesteld,

  • b. indien binnen 35 dagen na het sluiten van de kredietovereenkomst de door de minister op grond van artikel 3, derde lid, onder b van het Besluit borgstelling MKB-kredieten 1997 vastgestelde garantieprovisie door de Bank aan de staat betaald is,

  • c. voor zover door de melding, bedoeld onder a, de som van de in een kalenderjaar gemelde kredieten of delen daarvan de door de minister op grond van artikel 19 van het Besluit borgstelling MKB-kredieten of artikel 4, tweede lid, van het Besluit borgstelling MKB-kredieten 1997 met betrekking tot dat kalenderjaar vastgestelde meldingslimiet niet is overschreden.

2 [Vervallen per 01-01-2009]

De minister bevestigt de ontvangst van een meldingsformulier schriftelijk binnen 35 dagen na ontvangst.

3 [Vervallen per 01-01-2009]

Voor de toepassing van het eerste lid, aanhef en onder c, is de volgorde van ontvangst van de meldingsformulieren door de minister bepalend.

4 [Vervallen per 01-01-2009]

De meldingen, bedoeld in het eerste lid onder a, worden gedaan met gebruikmaking van het origineel van een ondertekend formulier.

Paragraaf 4. Omvang van de borgstelling [Vervallen per 01-01-2009]

Artikel 4 [Vervallen per 01-01-2009]

1 [Vervallen per 01-01-2009]

Voor de berekening van de omvang van de borgstelling wordt een bodemsaneringsborgstellingskrediet slechts in aanmerking genomen voor zover door de verstrekking van het bodemsaneringsborgstellingskrediet het totaal van de bodemsaneringsborgstellingskredieten, berekend per ondernemer of, indien de ondernemer deel uitmaakt van een groep, per groep, een bedrag van € 1.500.000,– niet overschrijdt.

2 [Vervallen per 01-01-2009]

Voor de toepassing van het eerste lid wordt een bodemsaneringsborgstellingskrediet dat is verstrekt aan een andere ondernemer ten behoeve van een onderneming voor het drijven waarvan de ondernemer volledig aansprakelijk is, geacht aan de ondernemer te zijn verstrekt.

3 [Vervallen per 01-01-2009]

Voor de toepassing van het eerste lid is de toestand op het tijdstip onmiddellijk na het sluiten van de krediet- overeenkomst uit hoofde waarvan het bodemsaneringsborgstellingskrediet is verstrekt bepalend.

4 [Vervallen per 01-01-2009]

Voor de toepassing van het eerste lid worden bodemsaneringsborgstellingskredieten die op een eerder tijdstip overeenkomstig artikel 3 zijn gemeld slechts voor het met overeenkomstige toepassing van de artikelen 5 en 6 berekende gedeelte van die bodemsaneringsborgstellingskredieten in aanmerking genomen.

Artikel 5 [Vervallen per 01-01-2009]

1 [Vervallen per 01-01-2009]

Voor de berekening van de omvang van de borgstelling wordt het na toepassing van artikel 4 in aanmerking te nemen bodemsaneringsborgstellingskrediet na verloop van ieder kalenderkwartaal met een zodanig vast bedrag verminderd, dat het bodemsaneringsborgstellingskrediet op de laatste datum waarop het moet zijn afgelost, doch uiterlijk na verloop van 18 jaar, nihil bedraagt.

2 [Vervallen per 01-01-2009]

De Bank kan de vermindering, bedoeld in het eerste lid, gedurende een aaneengesloten periode van maximaal vier kalenderkwartalen opschorten indien:

  • a. de Bank voor ten minste de duur van de opschorting uitstel verleent van de verplichting tot aflossing van het bodemsaneringsborgstellingskrediet, en

  • b. de Bank de opschorting meldt binnen 35 dagen na aanvang van de opschorting met gebruikmaking van een formulier, waarvan het model door de minister wordt vastgesteld.

3 [Vervallen per 01-01-2009]

De opschorting van de vermindering vindt ten hoogste twee maal plaats.

4 [Vervallen per 01-01-2009]

Voor de toepassing van het eerste lid vangt het eerste kalenderkwartaal uiterlijk aan op de eerste dag van het tweede kalenderkwartaal dat volgt op het kalenderkwartaal waarin de kredietovereenkomst is gesloten.

5 [Vervallen per 01-01-2009]

De minister bevestigt de ontvangst van een formulier als bedoeld in het tweede lid, onder b, schriftelijk binnen 35 dagen na de ontvangst.

Artikel 6 [Vervallen per 01-01-2009]

1 [Vervallen per 01-01-2009]

De vermindering van de borgstelling, bedoeld in artikel 5, wordt geschorst met ingang van de dag waartegen het bodemsaneringsborgstellingskrediet is opgeëist.

2 [Vervallen per 01-01-2009]

In afwijking van het eerste lid wordt de vermindering van de borgstelling pas geschorst door de aanvang van de uitwinning, indien met die uitwinning geen aanvang is gemaakt binnen twee maanden na de dag waartegen het bodemsaneringsborgstellingskrediet door de Bank is opgeëist.

3 [Vervallen per 01-01-2009]

De vermindering van de borgstelling wordt tevens geschorst zolang de ondernemer in staat van faillissement verkeert of aan hem surséance van betaling is verleend.

Artikel 7 [Vervallen per 01-01-2009]

De omvang van de borgstelling bedraagt per ondernemer 90 procent van hetgeen de ondernemer ten tijde van een overeenkomstig artikel 14 ingediende aanvraag uit hoofde van het bodemsaneringsborgstellingskrediet of bodemsaneringsborgstellingskredieten pro resto verschuldigd is, doch ten hoogste 90 procent van de met toepassing van de artikelen 4, 5 en 6 berekende omvang van het bodemsaneringsborgstellingskrediet of de bodemsaneringsborgstellingskredieten.

Paragraaf 5. Criteria en verplichtingen [Vervallen per 01-01-2009]

Artikel 8 [Vervallen per 01-01-2009]

Ten tijde van het sluiten van een kredietovereenkomst uit hoofde waarvan een bodemsaneringsborgstellingskrediet aan een ondernemer wordt verstrekt, moet aan de volgende criteria zijn voldaan:

  • a. De Bank heeft de beschikking over de volgende bescheiden:

  • b. de ondernemer beschikt over onvoldoende financiële middelen om zijn onderneming op economisch verantwoorde wijze te drijven;

  • c. er is een tekort aan zekerheden bij de ondernemer, waardoor de Bank naar normaal bankgebruik het krediet niet geheel voor eigen rekening en risico kan verstrekken;

  • d. het bodemsaneringsborgstellingskrediet bedraagt niet meer dan het tekort aan zekerheden dat bij de Bank ten tijde van het sluiten van de kredietovereenkomst bestaat;

  • e. het bodemsaneringsborgstellingskrediet bedraagt niet meer dan de saneringskosten die in de schriftelijke verklaring als bedoeld in onderdeel a, ten 1°, zijn aangemerkt als kosten van de werkzaamheden die noodzakelijk zijn voor de sanering van de bodem;

  • f. de kredietovereenkomst is in schriftelijke vorm aangegaan;

  • g. de rentabiliteits- en continuïteitsperspectieven van de onderneming zijn bevredigend;

  • h. het bodemsaneringsborgstellingskrediet is niet bestemd en wordt niet gebruikt voor de nakoming van verplichtingen van de ondernemer aan de Bank die het bodemsaneringsborgstellingskrediet verstrekt of aan een rechtspersoon waarmee de Bank in een groep verbonden is;

  • i. de ondernemer beschikt niet over een door een andere bank verstrekte kredietfaciliteit waarvoor de staat op grond van het Besluit borgstelling MKB-kredieten 1997, het Besluit borgstelling MKB-kredieten, de Regeling borgstelling MKB-kredieten 1988, de Kredietregeling midden- en kleinbedrijf 1985 of de Kredietbeschikking midden- en kleinbedrijf 1976 borg staat anders dan een bijzondere hypothecaire geldlening als bedoeld in bijlage 4 van de Kredietbeschikking midden- en kleinbedrijf 1976 of in hoofdstuk VI van de Kredietregeling midden- en kleinbedrijf 1985;

  • j. de ondernemer, indien deze een natuurlijke persoon is, zal naar verwachting na een gebruikelijke aanloopperiode uit de inkomsten van zijn onderneming kunnen voorzien in zijn levensonderhoud;

  • k. de natuurlijke persoon die direct of indirect meer dan de helft van het geplaatste kapitaal verschaft aan de ondernemer, niet zijnde een natuurlijke persoon, heeft zich borg gesteld voor de nakoming door de ondernemer van de verplichtingen voortvloeiende uit de kredietovereenkomst uit hoofde waarvan het bodemsaneringsborgstellingskrediet is verstrekt, tot aan een bedrag ter grootte van ten minste 25 procent van het bodemsaneringsborgstellingskrediet met een minimum van € 15.000,–;

  • l. de Bank heeft in de door haar gesloten borgstellingsovereenkomsten met betrekking tot de nakoming door de ondernemer van de verplichtingen voortvloeiende uit de kredietovereenkomst uit hoofde waarvan het bodemsaneringsborgstellingskrediet is verleend een beding ten behoeve van de staat opgenomen, ertoe strekkende dat de omslagregeling van artikel 869, boek 7, Burgerlijk Wetboek niet geldt ten opzichte van de staat en de Bank heeft geen bedingen opgenomen, ertoe leidende dat:

    • 1º. een borg er zich op zou kunnen beroepen dat de staat eerst zou moeten worden aangesproken,

    • 2º. een borg zich zou kunnen onttrekken aan toepassing door de staat van de omslagregeling van artikel 869, boek 7, Burgerlijk Wetboek.

  • m. de verlening van de borgstelling leidt er niet toe dat de ondernemer een bedrag van meer dan € 200.000,– aan de-minimissteun ontvangt over de periode van het lopende en de twee voorafgaande fiscale jaren. Indien de onderneming actief is in het wegvervoer, geldt een maximum voor dit totaal van € 100.000,–.

    Een bodemsaneringsborgstellingskrediet wordt aangemerkt als de-minimissteun voor 13% van het staatsgegarandeerde deel van het krediet. Bij de bepaling of de verlening van de borgstelling niet leidt tot overschrijding van het desbetreffende maximum wordt rekening gehouden met de-minimissteun die in de referteperiode is verleend aan ondernemingen die deel uitmaken van dezelfde groep;

  • n. De Bank heeft er voor zorg gedragen dat:

    • zij de ondernemer in kennis heeft gesteld dat hij ingevolge de verstrekking van het bodemsaneringsborgstellingskrediet steun van de overheid ontvangt ter waarde van 13% van het staatsgegarandeerde deel van het krediet, en dat deze steun wordt aangemerkt als de-minimissteun in de zin van de Verordening (EG) Nr. 1998/2006 van de Commissie van 15 december 2006 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het Verdrag op de-minimissteun (PbEU L 379 van 28-12-2006);

    • de ondernemer een schriftelijke verklaring heeft afgelegd over de de-minimissteun die hij of, indien hij deel uitmaakt van een groep, deze groep heeft ontvangen in het lopende en de twee voorafgaande fiscale jaren en schriftelijk heeft verklaard dat het totaal van deze de-minimissteun en de de-minimissteun ingevolge de verstrekking van het bodemsaneringsborgstellingskrediet niet meer bedraagt dan € 200.000,– «of, indien de onderneming actief is in het wegvervoer, niet meer bedraagt dan € 100.000,–»;

    • de ondernemer schriftelijk heeft verklaard dat, voor zover het ontvangen van de-minimissteun ingevolge de verstrekking van het bodemsaneringsborgstellingskrediet samen gaat met het ontvangen van staatssteun voor dezelfde in aanmerking komende kosten, dit niet leidt tot een overschrijding van het maximale percentage van staatssteun dat in dit geval geldt ingevolge de desbetreffende groepsvrijstellingsverordening of het desbetreffende besluit van de Commissie.

Artikel 9 [Vervallen per 01-01-2009]

De Bank voldoet slechts aan de voor haar uit het bodemsaneringsborgstellingskrediet jegens de ondernemer voortvloeiende betalingsverplichtingen voor zover de ondernemer door het overleggen van facturen de verschuldigdheid van de kosten, die in de schriftelijke verklaring als bedoeld in artikel 8, onderdeel a, ten 1° zijn aangemerkt als noodzakelijk voor de sanering van de bodem, heeft aangetoond.

Artikel 10 [Vervallen per 01-01-2009]

1 [Vervallen per 01-01-2009]

De Bank voldoet aan hetgeen door door de minister aangewezen bij zijn ministerie werkzame personen wordt verzocht, voor zover dat redelijkerwijs noodzakelijk is voor een goede uitvoering van het Besluit borgstelling MKB-kredieten 1997 en deze overeenkomst, en voor zover het betrekking heeft op de uit het besluit en deze overeenkomst voortvloeiende zelfstandige verplichtingen van de Bank, op de ondernemer aan wie het bodemsaneringsborgstellingskrediet is verstrekt of op de met deze ondernemer gesloten kredietovereenkomsten omtrent:

  • a. het toegang verlenen tot door haar gebruikte plaatsen;

  • b. het verlenen van inzage in zakelijke gegevens en bescheiden;

  • c. het maken van kopieën van de onder b bedoelde gegevens en bescheiden;

  • d. het verlenen van medewerking aan het verstrekken van gegevens door anderen en

  • e. het verstrekken van inlichtingen.

2 [Vervallen per 01-01-2009]

Alleen in daartoe aanleiding gevende gevallen zal aan de Bank gevraagd worden de in het eerste lid bedoelde inlichtingen ook door haar interne accountant te doen verstrekken.

3 [Vervallen per 01-01-2009]

Van de mogelijkheid, genoemd in het eerste lid, aanhef en onder a, zal alleen gebruik worden gemaakt indien een ernstig vermoeden bestaat dat de Bank onjuiste of onvolledige informatie heeft verstrekt.

4 [Vervallen per 01-01-2009]

De Bank stelt, met gebruikmaking van een formulier, waarvan het model door de minister wordt vastgesteld, de minister binnen 35 dagen na kennisname op de hoogte van de volgende feiten:

  • a. vervroegde volledige aflossing van het bodemsaneringsborgstellingskrediet;

  • b. het door de afdeling ....... van de Bank in beheer nemen van het bodemsaneringsborgstellingskrediet;

  • c. de verlening van surséance van betaling aan of de faillietverklaring van de ondernemer;

  • d. opeising van het bodemsaneringsborgstellingskrediet.

5 [Vervallen per 01-01-2009]

Na afsluiting van ieder boekjaar zendt de Bank voor 1 februari van het daaropvolgende jaar, met gebruikmaking van een formulier, waarvan het model door de minister wordt vastgesteld, aan de minister een opgave van de omvang van de borgstelling aan het einde van het boekjaar voor alle bodemsaneringsborgstellingskredieten te zamen, waarvoor de Bank nog geen verzoek om betaling als bedoeld in artikel 14 heeft ingediend. Deze omvang dient te worden berekend met toepassing van paragraaf 4.

6 [Vervallen per 01-01-2009]

Binnen zes maanden na afsluiting van ieder boekjaar zendt de Bank, met gebruikmaking van een formulier, waarvan het model door de minister wordt vastgesteld, aan de minister een verklaring van een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek waaruit blijkt van de juistheid en volledigheid van de in het vijfde lid bedoelde opgave.

7 [Vervallen per 01-01-2009]

Tijdens de looptijd van de kredietovereenkomst uit hoofde waarvan een bodemsaneringsborgstellingskrediet wordt verstrekt en tijdens de uitwinning zal de Bank waken over de belangen van de staat als borg.

8 [Vervallen per 01-01-2009]

De Bank zal tijdens de looptijd van de kredietovereenkomst uit hoofde waarvan een bodemsaneringsborgstellingskrediet is verleend in de door haar te sluiten overeenkomsten met allen, niet zijnde de staat, die zich borg willen stellen voor de nakoming door de ondernemer van de verplichtingen voortvloeiende uit de kredietovereenkomst uit hoofde waarvan het bodemsaneringsborgstellingskrediet is verleend een beding ten behoeve van de staat opnemen, ertoe strekkende dat de omslagregeling van artikel 869, boek 7, Burgerlijk Wetboek niet geldt ten opzichte van de staat en de Bank zal geen bedingen opnemen, ertoe leidende dat:

  • 1º. een borg er zich op zou kunnen beroepen dat de staat eerst zou moeten worden aangesproken,

  • 2º. een borg zich zou kunnen onttrekken aan toepassing door de staat van de omslagregeling van artikel 869, boek 7, Burgerlijk Wetboek.

Artikel 11 [Vervallen per 01-01-2009]

1 [Vervallen per 01-01-2009]

Indien een aanvraag om betaling als bedoeld in artikel 14 is ingediend op een moment, waarop de uitwinning nog niet is voltooid en ook niet aannemelijk is geworden dat geen opbrengsten meer zijn te verwachten die in mindering komen op het bodemsaneringsborgstellingskrediet, brengt de Bank de minister ten minste jaarlijks verslag uit over de voortgang van de uitwinning.

2 [Vervallen per 01-01-2009]

De minister kan over het verloop van de uitwinning binnen een door hem te stellen termijn nadere gegevens van de Bank verlangen.

Artikel 12 [Vervallen per 01-01-2009]

1 [Vervallen per 01-01-2009]

Gedurende een periode van vijf jaar na de datum waarop een verzoek om betaling als bedoeld in artikel 14 is ingediend of, indien een verzoek om betaling is ingediend op een moment waarop de uitwinning nog niet is voltooid en ook niet aannemelijk is geworden dat geen opbrengsten meer zijn te verwachten die in mindering komen op het bodemsaneringsborgstellingskrediet, na de datum waarop de Bank de minister heeft bericht dat de uitwinning is voltooid of dat aannemelijk is dat geen opbrengsten meer zijn te verwachten die in mindering komen op het bodemsaneringsborgstellingskrediet, is de Bank gehouden die pogingen in het werk te stellen om namens de staat het door de staat betaalde bedrag in te vorderen, die de Bank in het werk zou hebben gesteld indien het krediet voor eigen rekening en risico door de Bank zou zijn verstrekt. De staat machtigt met het oog hierop de Bank tot invordering bij de kredietnemer van de door deze aan de staat verschuldigde bedragen.

2 [Vervallen per 01-01-2009]

De Bank zendt binnen drie maanden na afloop van de in het eerste lid bedoelde periode de minister een overzicht van de door haar ondernomen activiteiten, met gebruikmaking van een formulier, waarvan het model door de minister wordt vastgesteld.

Artikel 13 [Vervallen per 01-01-2009]

1 [Vervallen per 01-01-2009]

De Bank treft geen schuldregeling die inhoudt of mede inhoudt een gehele of gedeeltelijke kwijtschelding van verplichtingen voortvloeiende uit een kredietovereenkomst, uit hoofde waarvan een bodemsaneringsborgstellingskrediet is verstrekt, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de minister. De minister kan aan zijn toestemming voorwaarden verbinden ten aanzien van de inhoud van een dergelijke regeling.

2 [Vervallen per 01-01-2009]

Een verzoek om toestemming als bedoeld in het eerste lid dient door de Bank schriftelijk bij de minister te worden ingediend.

3 [Vervallen per 01-01-2009]

De minister beslist zo spoedig mogelijk op een verzoek om toestemming als bedoeld in het eerste lid.

Paragraaf 6. Vaststelling betalingsverplichting [Vervallen per 01-01-2009]

Artikel 14 [Vervallen per 01-01-2009]

1 [Vervallen per 01-01-2009]

De Bank dient zo spoedig mogelijk na de voltooiing van de uitwinning of, indien dit eerder is, zo spoedig mogelijk nadat aannemelijk is geworden dat geen opbrengsten meer zijn te verwachten die in mindering komen op het bodemsaneringsborgstellingskrediet, doch in ieder geval binnen negen maanden na de datum waartegen het bodemsaneringsborgstellingskrediet is opgeëist of, indien dit eerder is, na de datum van het faillissement, een aanvraag in om betaling uit hoofde van de bodemsaneringsborgstellingsovereenkomst.

2 [Vervallen per 01-01-2009]

De aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van een formulier, waarvan het model door de minister wordt vastgesteld.

Artikel 15 [Vervallen per 01-01-2009]

1 [Vervallen per 01-01-2009]

De minister bevestigt de ontvangst van een aanvraag om betaling schriftelijk binnen 35 dagen na de ontvangst.

2 [Vervallen per 01-01-2009]

De minister deelt zijn beslissing op de aanvraag binnen negen maanden na de bevestiging van de ontvangst schriftelijk aan de Bank mede.

Artikel 16 [Vervallen per 01-01-2009]

1 [Vervallen per 01-01-2009]

De minister stelt het uit hoofde van deze overeenkomst door de staat verschuldigde bedrag vast overeenkomstig het Besluit borgstelling MKB-kredieten 1997, de Uitvoeringsregeling BMKB 1997 en deze overeenkomst, met uitzondering van het bepaalde in artikel 10, vierde, vijfde en zesde lid.

2 [Vervallen per 01-01-2009]

De minister kan in ieder geval afwijzend beslissen op een aanvraag:

  • a. indien niet voldaan is aan een verzoek als bedoeld in artikel 10, eerste lid;

  • b. indien de Bank in het kader van de aanvraag gegevens heeft verstrekt, waarvan zij wist of behoorde te weten dat deze onjuist of onvolledig waren en de verstrekking van deze gegevens tot een onjuiste beslissing op de aanvraag zou hebben geleid.

Paragraaf 7 . Betalingen [Vervallen per 01-01-2009]

Artikel 17 [Vervallen per 01-01-2009]

1 [Vervallen per 01-01-2009]

Betalingen door de staat aan de Bank en door de Bank aan de staat geschieden door debitering respectievelijk creditering door de Bank van een rekening die de Bank zal aanhouden ten name van het Ministerie van Economische Zaken, met vermelding van 'bodemsaneringsverliesdeclaraties'.

2 [Vervallen per 01-01-2009]

Over het debet- of creditsaldo van de rekening zal een rente berekend worden gelijk aan de in Het Financieele Dagblad gepubliceerde basisrente.

Paragraaf 8. Diversen [Vervallen per 01-01-2009]

Artikel 18 [Vervallen per 01-01-2009]

1 [Vervallen per 01-01-2009]

De verplichtingen van de staat uit hoofde van deze overeenkomst met betrekking tot een bodemsaneringsborgstellingskrediet vervallen door schuldvernieuwing, door schuldoverneming en - voor het gedeelte waarin subrogatie plaatsvindt - door subrogatie van derden in de rechten van de Bank met betrekking tot het bodemsaneringsborgstellingskrediet, al dan niet voorafgegaan door verpanding van het bodemsaneringsborgstellingskrediet.

2 [Vervallen per 01-01-2009]

In afwijking van het eerste lid blijven de verplichtingen van de staat met betrekking tot een bodemsaneringsborgstellingskrediet van kracht, indien:

  • a. de ondernemer aan wie het bodemsaneringsborgstellingskrediet is verstrekt de onderneming en alle voor het drijven van de onderneming bestemde activa en passiva inbrengt of overdraagt aan een door de ondernemer voor het drijven van die onderneming opgerichte rechtspersoon,

  • b. de Bank met de onder a bedoelde rechtspersoon een overeenkomst sluit als gevolg waarvan die rechtspersoon bij de kredietovereenkomst uit hoofde waarvan het bodemsaneringsborgstellingskrediet is verleend de plaats inneemt van de ondernemer, en

  • c. de ondernemer zich naast de onder a bedoelde rechtspersoon hoofdelijk aansprakelijk stelt voor de nakoming door die rechtspersoon van de verplichtingen die voortvloeien uit de kredietovereenkomst.

3 [Vervallen per 01-01-2009]

Voor de toepassing van het tweede lid wordt onder rechtspersoon mede begrepen twee of meer rechtspersonen, indien die rechtspersonen gezamenlijk voldoen aan de in het tweede lid genoemde voorwaarden en ieder van die rechtspersonen zich hoofdelijk aansprakelijk stelt voor de nakoming van de verplichtingen die voortvloeien uit de kredietovereenkomst uit hoofde waarvan het bodemsaneringsborgstellingskrediet is verstrekt.

Artikel 18a [Vervallen per 01-01-2009]

Indien overeenkomstig artikel 3, eerste lid, onderdeel b, een garantieprovisie is betaald met betrekking tot een kredietovereenkomst en indien het desbetreffende krediet niet is opgenomen vanwege omstandigheden die niet zijn toe te rekenen aan de kredietnemer of aan de Bank, wordt de provisie door de staat terugbetaald aan de Bank mits de Bank binnen een jaar na het sluiten van de kredietovereenkomst daartoe een verzoek aan de staat heeft gedaan.

Artikel 19 [Vervallen per 01-01-2009]

1 [Vervallen per 01-01-2009]

De Bank betaalt de vanaf het moment van de indiening van een aanvraag als bedoeld in artikel 14 ontvangen opbrengsten die in mindering komen op het bodemsaneringsborgstellingskrediet binnen twee maanden na ontvangst aan de staat.

2 [Vervallen per 01-01-2009]

Voor zover de opbrengsten na de aanvang van de periode, bedoeld in artikel 12, eerste lid, ontvangen zijn en niet ontvangen zijn uit hoofde van de uitwinning van zekerheden, wordt de in het eerste lid bedoelde betalingsverplichting beperkt tot 80 procent van de ontvangen opbrengsten.

3 [Vervallen per 01-01-2009]

De Bank zal de rekening, bedoeld in artikel 17, eerste lid, per de datum van verzending van de aanvraag, bedoeld in artikel 14, en binnen twee maanden na die datum, debiteren voor het bedrag waarvoor betaling wordt gevraagd, vermeerderd met een rente als bedoeld in artikel 17, tweede lid, over de periode die verstreken is sinds de dag waarop de vermindering, bedoeld in artikel 5, op grond van artikel 6 is geschorst.

4 [Vervallen per 01-01-2009]

De Bank zal de rekening per de datum van de beslissing van de minister, bedoeld in artikel 15, tweede lid, en binnen twee maanden na die datum crediteren of debiteren voor respectievelijk het voor de staat positieve of negatieve verschil tussen het bedrag waarvoor de rekening ingevolge het derde lid is gedebiteerd en het bedrag waarop de minister de betaling vaststelde, vermeerderd met een over dat verschil te berekenen rente als bedoeld in artikel 17, tweede lid, over de periode die is verstreken sinds de creditering of debitering, bedoeld in het derde lid, en de vaststelling van de betaling.

Artikel 20 [Vervallen per 01-01-2009]

Reeds uitgekeerde bedragen zijn terstond en zonder enige ingebrekestelling opeisbaar zodra de minister blijkt dat de Bank zodanig onjuiste of onvolledige informatie heeft verschaft dat hij op een verzoek om betaling een andere beslissing zou hebben genomen, indien hem de juiste gegevens volledig waren verschaft, of dat de Bank de betalingsverplichting bedoeld in artikel 19, eerste lid, niet is nagekomen.

Paragraaf 9. Slotbepalingen [Vervallen per 01-01-2009]

Artikel 21 [Vervallen per 01-01-2009]

1 [Vervallen per 01-01-2009]

De inwerkingtreding van een wijziging van het Besluit borgstelling MKB-kredieten 1997 of de Uitvoeringsregeling BMKB 1997 leidt te zelfder tijd tot een gelijke wijziging van deze overeenkomst.

2 [Vervallen per 01-01-2009]

Deze overeenkomst kan worden gewijzigd door een schriftelijke mededeling van de minister aan de Bank.

3 [Vervallen per 01-01-2009]

Deze overeenkomst is aangegaan voor onbepaalde tijd en kan door de minister en de Bank schriftelijk worden opgezegd met inachtneming van een opzegtermijn van drie hele kalendermaanden.

4 [Vervallen per 01-01-2009]

In afwijking van het derde lid kan deze overeenkomst door de minister met onmiddellijke ingang worden ontbonden, indien de Bank in strijd heeft gehandeld met het gestelde in de paragrafen 5, 6, 7 of 8 van deze overeenkomst.

5 [Vervallen per 01-01-2009]

In afwijking van het derde lid kan de Bank de overeenkomst met onmiddellijke ingang opzeggen binnen een termijn van een maand na publicatie in het Staatsblad van een wijziging van het Besluit borgstelling MKB-kredieten 1997, publicatie in de Staatscourant van een wijziging van de Uitvoeringsregeling BMKB 1997 of schriftelijke mededeling van de minister, inhoudende een wijziging van deze overeenkomst.

6 [Vervallen per 01-01-2009]

Deze overeenkomst eindigt van rechtswege door de intrekking van het Besluit borgstelling MKB-kredieten 1997 of door intrekking van artikel 2, eerste lid, onderdeel b, van de Uitvoeringsregeling BMKB 1997.

7 [Vervallen per 01-01-2009]

Wijziging, opzegging, ontbinding of beëindiging van deze overeenkomst heeft geen gevolg ten aanzien van bodemsaneringsborgstellingskredieten, welke ten tijde van de inwerking- treding van de wijziging, opzegging, ontbinding of beëindiging overeenkomstig artikel 3 zijn gemeld en ten aanzien van bodemsaneringsborgstellingskredieten die zijn of zullen worden verstrekt uit hoofde van een kredietovereenkomst die is aangegaan voor de inwerkingtreding van de wijziging, opzegging, ontbinding of beëindiging.

Getekend te 's-Gravenhage op ...... De Minister van Economische Zaken, (naam en functie vertegenwoordigers Bank)

Bijlage 4. Model overeenkomst als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van het Besluit borgstelling MKB-kredieten 1997 en artikel 2, vijfde lid, van de Uitvoeringsregeling BMKB 1997 PM(bodemsaneringsborgstellingskrediet; meer dan één kredietinstelling) [Vervallen per 01-01-2009]

De Staat der Nederlanden, hierna te noemen: de staat, ten deze vertegenwoordigd door de Minister van Economische Zaken,

hierna te noemen: de minister

en (inclusief de centrale Bank indien deze bodemsaneringsborgstellingskredieten verstrekt), ...... hierna gezamenlijk te noemen de Banken en ieder voor zich de Bank, ten deze vertegenwoordigd door ........... hierna te noemen: de centrale Bank,

komen overeen als volgt:

Paragraaf 1. Algemene bepalingen [Vervallen per 01-01-2009]

Artikel 1 [Vervallen per 01-01-2009]

In deze overeenkomst wordt verstaan onder:

  • a. groep: een economische eenheid, waarin organisatorisch zijn verbonden:

    • 1º. een natuurlijke persoon of een privaatrechtelijke rechtspersoon die direct of indirect

      • -

        meer dan de helft van het geplaatste kapitaal verschaft aan,

      • -

        volledig aansprakelijk vennoot is van of

      • -

        overwegende zeggenschap heeft over

        een of meer rechtspersonen of vennootschappen en

    • 2º. laatstbedoelde rechtspersonen of vennootschappen;

  • b. kredietovereenkomst: een overeenkomst uit hoofde waarvan:

    • 1º. de Bank aan een ondernemer geld ter leen verstrekt of zal verstrekken, of

    • 2º. de ondernemer tot een bepaald bedrag trekt of zal kunnen trekken op de Bank, of

    • 3º. de Bank tegenover een derde, niet zijnde een rechtspersoon waarmee de Bank in een groep verbonden is onherroepelijk een verplichting is aangegaan om ten laste van de ondernemer aan de derde een of meer betalingen te doen, welke verplichting niet afhankelijk is van voorwaarden op de vervulling waarvan het handelen van de Bank van invloed is;

  • c. krediet: een bedrag dat de Bank uit hoofde van een kredietovereenkomst verstrekt of zal verstrekken;

  • d. bodemsaneringsborgstellingskrediet: een krediet of een deel van een krediet dat overeenkomstig artikel 3 is gemeld;

  • e. saneringsplan: plan als bedoeld in artikel 39 van de Wet bodembescherming;

  • f. saneringsbestek: bestek gebaseerd op een saneringsplan, dat een gedetailleerde beschrijving omvat van de aard en de omvang van de uit te voeren sanering van de bodem met een nauwkeurige beschrijving van het te bereiken resultaat en waaruit de omvang van de saneringskosten kan worden afgeleid;

  • g. uitwinning:

    • 1º. uitwinning door de Bank, naar normaal bankgebruik, van de door de ondernemer aan de Bank verstrekte zekerheden,

    • 2º. onderhandse verkoop met toestemming van de Bank door de ondernemer van de vermogensbestanddelen van de ondernemer, inning van vorderingen daaronder begrepen,

    • 3º. executoriale verkoop van de vermogensbestanddelen van de ondernemer, en

    • 4º. indien het faillissement van de ondernemer is uitgesproken of aan hem surséance van betaling is verleend: onderhandse of executoriale verkoop van de vermogensbestanddelen van de ondernemer door of met medewerking van de curator of de bewindvoerder;

  • h. ondernemer: een ondernemer als bedoeld in artikel 1, onder b, van het Besluit borgstelling MKB-kredieten 1997;

  • i. de-minimissteun: steun van de overheid die voldoet aan de voorwaarden, vastgesteld in artikel 2, tweede tot en met vijfde lid, van de Verordening (EG) Nr. 1998/2006 van de Commissie van 15 december 2006 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het Verdrag op de-minimissteun (PbEU L 379 van 28-12-2006).

Paragraaf 2. Borgstelling [Vervallen per 01-01-2009]

Artikel 2 [Vervallen per 01-01-2009]

De staat stelt zich borg ten behoeve van de Banken voor de terugbetaling van bodemsaneringsborgstellingskredieten die met inachtneming van het Besluit borgstelling MKB-kredieten 1997 en deze overeenkomst door de Banken worden verstrekt.

Deze borgstelling wordt aangegaan onder de navolgende bedingen.

Paragraaf 3. Kredietmelding [Vervallen per 01-01-2009]

Artikel 3 [Vervallen per 01-01-2009]

1 [Vervallen per 01-01-2009]

De toepasselijkheid van deze borgstellingsovereenkomst op een krediet of een deel van een krediet kan uitsluitend worden ingeroepen:

  • a. indien het krediet of het deel ervan binnen 35 dagen na het sluiten van de kredietovereenkomst door de centrale Bank aan de minister is gemeld met gebruikmaking van een formulier, waarvan het model door de minister wordt vastgesteld,

  • b. indien binnen 35 dagen na het sluiten van de kredietovereenkomst de door de minister op grond van artikel 3, derde lid, onder b, van het Besluit borgstelling MKB-kredieten 1997 vastgestelde garantieprovisie door de centrale Bank aan de staat betaald is,

  • c. voor zover door de melding, bedoeld onder a, de som van de in een kalenderjaar gemelde kredieten of delen daarvan de door de minister op grond van artikel 19 van het Besluit borgstelling MKB-kredieten of artikel 4, tweede lid, van het Besluit borgstelling MKB-kredieten 1997 met betrekking tot dat kalenderjaar vastgestelde meldingslimiet niet is overschreden.

2 [Vervallen per 01-01-2009]

De minister bevestigt de ontvangst van een meldingsformulier schriftelijk binnen 35 dagen na ontvangst.

3 [Vervallen per 01-01-2009]

Voor de toepassing van het eerste lid, aanhef en onder c, is de volgorde van ontvangst van de meldingsformulieren door de minister bepalend.

4 [Vervallen per 01-01-2009]

De meldingen, bedoeld in het eerste lid onder a, worden gedaan met gebruikmaking van het origineel van een ondertekend formulier.

Paragraaf 4. Omvang van de borgstelling [Vervallen per 01-01-2009]

Artikel 4 [Vervallen per 01-01-2009]

1 [Vervallen per 01-01-2009]

Voor de berekening van de omvang van de borgstelling wordt een bodemsaneringsborgstellingskrediet slechts in aanmerking genomen voor zover door de verstrekking van het bodemsaneringsborgstellingskrediet het totaal van de bodemsaneringsborgstellingskredieten, berekend per ondernemer of, indien de ondernemer deel uitmaakt van een groep, per groep, een bedrag van € 1.500.000,– niet overschrijdt.

2 [Vervallen per 01-01-2009]

Voor de toepassing van het eerste lid wordt een bodemsaneringsborgstellingskrediet dat is verstrekt aan een andere ondernemer ten behoeve van een onderneming voor het drijven waarvan de ondernemer volledig aansprakelijk is, geacht aan de ondernemer te zijn verstrekt.

3 [Vervallen per 01-01-2009]

Voor de toepassing van het eerste lid is de toestand op het tijdstip onmiddellijk na het sluiten van de krediet- overeenkomst uit hoofde waarvan het bodemsaneringsborgstellingskrediet is verstrekt bepalend.

4 [Vervallen per 01-01-2009]

Voor de toepassing van het eerste lid worden bodemsaneringsborgstellingskredieten die op een eerder tijdstip overeenkomstig artikel 3 zijn gemeld slechts voor het met overeenkomstige toepassing van de artikelen 5 en 6 berekende gedeelte van die bodemsaneringsborgstellingskredieten in aanmerking genomen.

Artikel 5 [Vervallen per 01-01-2009]

1 [Vervallen per 01-01-2009]

Voor de berekening van de omvang van de borgstelling wordt het na toepassing van artikel 4 in aanmerking te nemen bodemsaneringsborgstellingskrediet na verloop van ieder kalenderkwartaal met een zodanig vast bedrag verminderd, dat het bodemsaneringsborgstellingskrediet op de laatste datum waarop het moet zijn afgelost, doch uiterlijk na verloop van 18 jaar, nihil bedraagt.

2 [Vervallen per 01-01-2009]

De Bank kan de vermindering, bedoeld in het eerste lid, gedurende een aaneengesloten periode van maximaal vier kalenderkwartalen opschorten indien:

  • a. de Bank voor ten minste de duur van de opschorting uitstel verleent van de verplichting tot aflossing van het bodemsaneringsborgstellingskrediet, en

  • b. de centrale Bank de opschorting meldt binnen 35 dagen na aanvang van de opschorting met gebruikmaking van een formulier, waarvan het model door de minister wordt vastgesteld.

3 [Vervallen per 01-01-2009]

De opschorting van de vermindering vindt ten hoogste twee maal plaats.

4 [Vervallen per 01-01-2009]

Voor de toepassing van het eerste lid vangt het eerste kalenderkwartaal uiterlijk aan op de eerste dag van het tweede kalenderkwartaal dat volgt op het kalenderkwartaal waarin de kredietovereenkomst is gesloten.

5 [Vervallen per 01-01-2009]

De minister bevestigt de ontvangst van een formulier als bedoeld in het tweede lid, onder b, schriftelijk binnen 35 dagen na de ontvangst.

Artikel 6 [Vervallen per 01-01-2009]

1 [Vervallen per 01-01-2009]

De vermindering van de borgstelling, bedoeld in artikel 5, wordt geschorst met ingang van de dag waartegen het bodemsaneringsborgstellingskrediet is opgeëist.

2 [Vervallen per 01-01-2009]

In afwijking van het eerste lid wordt de vermindering van de borgstelling pas geschorst door de aanvang van de uitwinning, indien met die uitwinning geen aanvang is gemaakt binnen twee maanden na de dag waartegen het bodemsaneringsborgstellingskrediet door de Bank is opgeëist.

3 [Vervallen per 01-01-2009]

De vermindering van de borgstelling wordt tevens geschorst zolang de ondernemer in staat van faillissement verkeert of aan hem surséance van betaling is verleend.

Artikel 7 [Vervallen per 01-01-2009]

De omvang van de borgstelling bedraagt per ondernemer 90 procent van hetgeen de ondernemer ten tijde van een overeenkomstig artikel 14 ingediende aanvraag uit hoofde van het bodemsaneringsborgstellingskrediet of bodemsaneringsborgstellingskredieten pro resto verschuldigd is, doch ten hoogste 90 procent van de met toepassing van de artikelen 4, 5 en 6 berekende omvang van het bodemsaneringsborgstellingskrediet of de bodemsaneringsborgstellingskredieten.

Paragraaf 5. Criteria en verplichtingen [Vervallen per 01-01-2009]

Artikel 8 [Vervallen per 01-01-2009]

Ten tijde van het sluiten van een kredietovereenkomst uit hoofde waarvan een bodemsaneringsborgstellingskrediet aan een ondernemer wordt verstrekt, moet aan de volgende criteria zijn voldaan:

  • a. De Bank heeft de beschikking over de volgende bescheiden:

  • b. de ondernemer beschikt over onvoldoende financiële middelen om zijn onderneming op economisch verantwoorde wijze te drijven;

  • c. er is een tekort aan zekerheden bij de ondernemer, waardoor de Bank naar normaal bankgebruik het krediet niet geheel voor eigen rekening en risico kan verstrekken;

  • d. het bodemsaneringsborgstellingskrediet bedraagt niet meer dan het tekort aan zekerheden dat bij de Bank ten tijde van het sluiten van de kredietovereenkomst bestaat;

  • e. het bodemsaneringsborgstellingskrediet bedraagt niet meer dan de saneringskosten die in de schriftelijke verklaring als bedoeld in onderdeel a, ten 1°, zijn aangemerkt als kosten van de werkzaamheden die noodzakelijk zijn voor de sanering van de bodem;

  • f. de kredietovereenkomst is in schriftelijke vorm aangegaan;

  • g. de rentabiliteits- en continuïteitsperspectieven van de onderneming zijn bevredigend;

  • h. het bodemsaneringsborgstellingskrediet is niet bestemd en wordt niet gebruikt voor de nakoming van verplichtingen van de ondernemer aan de Bank die het bodemsaneringsborgstellingskrediet verstrekt, aan een andere Bank, of aan een rechtspersoon waarmee de Bank in een groep verbonden is;

  • i. de ondernemer beschikt niet over een door een andere bank verstrekte kredietfaciliteit waarvoor de staat op grond van het Besluit borgstelling MKB-kredieten 1997, het Besluit borgstelling MKB-kredieten, de Regeling borgstelling MKB-kredieten 1988, de Kredietregeling midden- en kleinbedrijf 1985, of de Kredietbeschikking midden- en kleinbedrijf 1976 borg staat anders dan een bijzondere hypothecaire geldlening als bedoeld in bijlage 4 van de kredietbeschikking midden- en kleinbedrijf 1976 of in hoofdstuk VI van de Kredietregeling midden- en kleinbedrijf 1985;

  • j. de ondernemer, indien deze een natuurlijke persoon is, zal naar verwachting na een gebruikelijke aanloopperiode uit de inkomsten van zijn onderneming kunnen voorzien in zijn levensonderhoud;

  • k. de natuurlijke persoon die direct of indirect meer dan de helft van het geplaatste kapitaal verschaft aan de ondernemer, niet zijnde een natuurlijke persoon, heeft zich borg gesteld voor de nakoming door de ondernemer van de verplichtingen voortvloeiende uit de kredietovereenkomst uit hoofde waarvan het bodemsaneringsborgstellingskrediet is verstrekt, tot aan een bedrag ter grootte van ten minste 25 procent van het bodemsaneringsborgstellingskrediet met een minimum van € 15.000,–;

  • l. de Bank heeft in de door haar gesloten borgstellingsovereenkomsten met betrekking tot de nakoming door de ondernemer van de verplichtingen voortvloeiende uit de kredietovereenkomst uit hoofde waarvan het bodemsaneringsborgstellingskrediet is verleend een beding ten behoeve van de staat opgenomen, ertoe strekkende dat de omslagregeling van artikel 869, boek 7, Burgerlijk Wetboek niet geldt ten opzichte van de staat en de Bank heeft geen bedingen opgenomen, ertoe leidende dat:

    • 1º. een borg er zich op zou kunnen beroepen dat de staat eerst zou moeten worden aangesproken,

    • 2º. een borg zich zou kunnen onttrekken aan toepassing door de staat van de omslagregeling van artikel 869, boek 7, Burgerlijk Wetboek.

  • m. de verlening van de borgstelling leidt er niet toe dat de ondernemer een bedrag van meer dan € 200.000,– aan de-minimissteun ontvangt over de periode van het lopende en de twee voorafgaande fiscale jaren. Indien de onderneming actief is in het wegvervoer, geldt een maximum voor dit totaal van € 100.000,–.

    Een bodemsaneringsborgstellingskrediet wordt aangemerkt als de-minimissteun voor 13% van het staatsgegarandeerde deel van het krediet. Bij de bepaling of de verlening van de borgstelling niet leidt tot overschrijding van het desbetreffende maximum wordt rekening gehouden met de-minimissteun die in de referteperiode is verleend aan ondernemingen die deel uitmaken van dezelfde groep;

  • n. De Bank heeft er voor zorg gedragen dat:

    • zij de ondernemer in kennis heeft gesteld dat hij ingevolge de verstrekking van het bodemsaneringsborgstellingskrediet steun van de overheid ontvangt ter waarde van 13% van het staatsgegarandeerde deel van het krediet, en dat deze steun wordt aangemerkt als de-minimissteun in de zin van de Verordening (EG) Nr. 1998/2006 van de Commissie van 15 december 2006 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het Verdrag op de-minimissteun (PbEU L 379 van 28-12-2006);

    • de ondernemer een schriftelijke verklaring heeft afgelegd over de de-minimissteun die hij of, indien hij deel uitmaakt van een groep, deze groep heeft ontvangen in het lopende en de twee voorafgaande fiscale jaren en schriftelijk heeft verklaard dat het totaal van deze de-minimissteun en de de-minimissteun ingevolge de verstrekking van het bodemsaneringsborgstellingskrediet niet meer bedraagt dan € 200.000,– «of, indien de onderneming actief is in het wegvervoer, niet meer bedraagt dan € 100.000,–»;

    • de ondernemer schriftelijk heeft verklaard dat, voor zover het ontvangen van de-minimissteun ingevolge de verstrekking van het bodemsaneringsborgstellingskrediet samen gaat met het ontvangen van staatssteun voor dezelfde in aanmerking komende kosten, dit niet leidt tot een overschrijding van het maximale percentage van staatssteun dat in dit geval geldt ingevolge de desbetreffende groepsvrijstellingsverordening of het desbetreffende besluit van de Commissie.

Artikel 9 [Vervallen per 01-01-2009]

De Bank voldoet slechts aan de voor haar uit het bodemsaneringsborgstellingskrediet jegens de ondernemer voortvloeiende betalingsverplichtingen voor zover de ondernemer door het overleggen van facturen de verschuldigdheid van de kosten, die in de schriftelijke verklaring als bedoeld in artikel 8, onderdeel a, ten 1°, zijn aangemerkt als noodzakelijk voor de sanering van de bodem, heeft aangetoond.

Artikel 10 [Vervallen per 01-01-2009]

1 [Vervallen per 01-01-2009]

De Banken voldoen aan hetgeen door door de minister aangewezen bij zijn ministerie werkzame personen wordt verzocht, voor zover dat redelijkerwijs noodzakelijk is voor een goede uitvoering van het Besluit borgstelling MKB-kredieten 1997 en deze overeenkomst, en voor zover het betrekking heeft op de uit het besluit en deze overeenkomst voortvloeiende zelfstandige verplichtingen van de Bank, op de ondernemer aan wie het bodemsaneringsborgstellingskrediet is verstrekt of op de met deze ondernemer gesloten kredietovereenkomsten omtrent:

  • a. het toegang verlenen tot door hen gebruikte plaatsen;

  • b. het verlenen van inzage in zakelijke gegevens en bescheiden;

  • c. het maken van kopieën van de onder b bedoelde gegevens en bescheiden;

  • d. het verlenen van medewerking aan het verstrekken van gegevens door anderen en

  • e. het verstrekken van inlichtingen.

2 [Vervallen per 01-01-2009]

Alleen in daartoe aanleiding gevende gevallen zal aan de Bank gevraagd worden de in het eerste lid bedoelde inlichtingen ook door haar interne accountant te doen verstrekken.

3 [Vervallen per 01-01-2009]

Van de mogelijkheid, genoemd in het eerste lid, aanhef en onder a, zal alleen gebruik worden gemaakt indien een ernstig vermoeden bestaat dat de Bank onjuiste of onvolledige informatie heeft verstrekt.

4 [Vervallen per 01-01-2009]

De centrale Bank stelt, met gebruikmaking van een formulier, waarvan het model door de minister wordt vastgesteld, de minister binnen 35 dagen na kennisname op de hoogte van de volgende feiten:

  • a. vervroegde volledige aflossing van het bodemsaneringsborgstellingskrediet;

  • b. het door de afdeling ..... van de Bank in beheer nemen van het bodemsaneringsborgstellingskrediet;

  • c. de verlening van surséance van betaling aan of de faillietverklaring van de ondernemer;

  • d. opeising van het bodemsaneringsborgstellingskrediet.

5 [Vervallen per 01-01-2009]

Na afsluiting van ieder boekjaar zendt de centrale Bank voor 1 februari van het daaropvolgende jaar, met gebruikmaking van een formulier, waarvan het model door de minister wordt vastgesteld, aan de minister een opgave van de omvang van de borgstelling aan het einde van het boekjaar voor alle bodemsaneringsborgstellingskredieten te zamen, waarvoor de centrale Bank nog geen verzoek om betaling als bedoeld in artikel 14 heeft ingediend. Deze omvang dient te worden berekend met toepassing van paragraaf 4.

6 [Vervallen per 01-01-2009]

Binnen zes maanden na afsluiting van ieder boekjaar zendt de centrale Bank, met gebruikmaking van een formulier, waarvan het model door de minister wordt vastgesteld aan de minister een verklaring van een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek waaruit blijkt van de juistheid en volledigheid van de in het vijfde lid bedoelde opgave.

7 [Vervallen per 01-01-2009]

Tijdens de looptijd van de kredietovereenkomst uit hoofde waarvan een bodemsaneringsborgstellingskrediet wordt verstrekt en tijdens de uitwinning zal de Bank waken over de belangen van de staat als borg.

8 [Vervallen per 01-01-2009]

De Bank zal tijdens de looptijd van de kredietovereenkomst uit hoofde waarvan een bodemsaneringsborgstellingskrediet is verleend in de door haar te sluiten overeenkomsten met allen, niet zijnde de staat, die zich borg willen stellen voor de nakoming door de ondernemer van de verplichtingen voortvloeiende uit de kredietovereenkomst uit hoofde waarvan het bodemsaneringsborgstellingskrediet is verleend een beding ten behoeve van de staat opnemen, ertoe strekkende dat de omslagregeling van artikel 869, boek 7, Burgerlijk Wetboek niet geldt ten opzichte van de staat en de Bank zal geen bedingen opnemen, ertoe leidende dat:

  • 1º. een borg er zich op zou kunnen beroepen dat de staat eerst zou moeten worden aangesproken,

  • 2º. een borg zich zou kunnen onttrekken aan toepassing door de staat van de omslagregeling van artikel 869, boek 7, Burgerlijk Wetboek.

Artikel 11 [Vervallen per 01-01-2009]

1 [Vervallen per 01-01-2009]

Indien een aanvraag om betaling als bedoeld in artikel 14 is ingediend op een moment, waarop de uitwinning nog niet is voltooid en ook niet aannemelijk is geworden dat geen opbrengsten meer zijn te verwachten die in mindering komen op het bodemsaneringsborgstellingskrediet, brengt de centrale Bank de minister ten minste jaarlijks verslag uit over de voortgang van de uitwinning.

2 [Vervallen per 01-01-2009]

De minister kan over het verloop van de uitwinning binnen een door hem te stellen termijn nadere gegevens van de Banken verlangen.

Artikel 12 [Vervallen per 01-01-2009]

1 [Vervallen per 01-01-2009]

Gedurende een periode van vijf jaar na de datum waarop een verzoek om betaling als bedoeld in artikel 14 is ingediend of, indien een verzoek om betaling is ingediend op een moment waarop de uitwinning nog niet is voltooid en ook niet aannemelijk is geworden dat geen opbrengsten meer zijn te verwachten die in mindering komen op het bodemsaneringsborgstellingskrediet, na de datum waarop de centrale Bank de minister heeft bericht dat de uitwinning is voltooid of dat aannemelijk is dat geen opbrengsten meer zijn te verwachten die in mindering komen op het bodsemsaneringsborgstellingskrediet, is de Bank gehouden die pogingen in het werk te stellen om namens de staat het door de staat betaalde bedrag in te vorderen, die de Bank in het werk zou hebben gesteld indien het krediet voor eigen rekening en risico door de Bank zou zijn verstrekt. De staat machtigt met het oog hierop de Bank tot invordering bij de kredietnemer van de door deze aan de staat verschuldigde bedragen.

2 [Vervallen per 01-01-2009]

De centrale Bank zendt binnen drie maanden na afloop van de in het eerste lid bedoelde periode de minister een overzicht van de door haar of door de Bank ondernomen activiteiten, met gebruikmaking van een formulier, waarvan het model door de minister wordt vastgesteld.

Artikel 13 [Vervallen per 01-01-2009]

1 [Vervallen per 01-01-2009]

De Bank treft geen schuldregeling die inhoudt of mede inhoudt een gehele of gedeeltelijke kwijtschelding van verplichtingen voortvloeiende uit een kredietovereenkomst, uit hoofde waarvan een bodemsaneringsborgstellingskrediet is verstrekt, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de minister. De minister kan aan zijn toestemming voorwaarden verbinden ten aanzien van de inhoud van een dergelijke regeling.

2 [Vervallen per 01-01-2009]

Een verzoek om toestemming als bedoeld in het eerste lid dient door de centrale Bank schriftelijk bij de minister te worden ingediend.

3 [Vervallen per 01-01-2009]

De minister beslist zo spoedig mogelijk op een verzoek om toestemming als bedoeld in het eerste lid.

Paragraaf 6. Vaststelling betalingsverplichting [Vervallen per 01-01-2009]

Artikel 14 [Vervallen per 01-01-2009]

1 [Vervallen per 01-01-2009]

De centrale Bank dient zo spoedig mogelijk na de voltooiing van de uitwinning of, indien dit eerder is, zo spoedig mogelijk nadat aannemelijk is geworden dat geen opbrengsten meer zijn te verwachten die in mindering komen op het bodemsaneringsborgstellingskrediet, doch in ieder geval binnen negen maanden na de datum waartegen het bodemsaneringsborgstellingskrediet is opgeëist of, indien dit eerder is, na de datum van het faillissement, een aanvraag in om betaling uit hoofde van de bodemsaneringsborgstellingsovereenkomst.

2 [Vervallen per 01-01-2009]

De aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van een formulier, waarvan het model door de minister wordt vastgesteld.

Artikel 15 [Vervallen per 01-01-2009]

1 [Vervallen per 01-01-2009]

De minister bevestigt de ontvangst van een aanvraag om betaling schriftelijk binnen 35 dagen na de ontvangst.

2 [Vervallen per 01-01-2009]

De minister deelt zijn beslissing op de aanvraag binnen negen maanden na de bevestiging van de ontvangst schriftelijk aan de centrale Bank mede.

Artikel 16 [Vervallen per 01-01-2009]

1 [Vervallen per 01-01-2009]

De minister stelt het uit hoofde van deze overeenkomst door de staat verschuldigde bedrag vast overeenkomstig het Besluit borgstelling MKB-kredieten 1997, de Uitvoeringsregeling BMKB 1997 en deze overeenkomst, met uitzondering van het bepaalde in artikel 10, vierde, vijfde en zesde lid.

2 [Vervallen per 01-01-2009]

De minister kan in ieder geval afwijzend beslissen op een aanvraag:

  • a. indien niet voldaan is aan een verzoek als bedoeld in artikel 10, eerste lid;

  • b. indien de Bank of de centrale Bank in het kader van de aanvraag gegevens heeft verstrekt, waarvan zij wist of behoorde te weten dat deze onjuist of onvolledig waren en de verstrekking van deze gegevens tot een onjuiste beslissing op de aanvraag zou hebben geleid.

Paragraaf 7. Betalingen [Vervallen per 01-01-2009]

Artikel 17 [Vervallen per 01-01-2009]

1 [Vervallen per 01-01-2009]

Betalingen door de staat aan de Bank en door de Bank aan de staat geschieden door debitering respectievelijk creditering door de centrale Bank van een rekening die de centrale Bank zal aanhouden ten name van het Ministerie van Economische Zaken, met vermelding van 'bodemsaneringsverliesdeclaraties'.

2 [Vervallen per 01-01-2009]

Over het debet- of creditsaldo van de rekening zal een rente berekend worden gelijk aan de in Het Financieele Dagblad gepubliceerde basisrente.

Paragraaf 8. Diversen [Vervallen per 01-01-2009]

Artikel 18 [Vervallen per 01-01-2009]

1 [Vervallen per 01-01-2009]

De verplichtingen van de staat uit hoofde van deze overeenkomst met betrekking tot een bodemsaneringsborgstellingskrediet vervallen door schuldvernieuwing, door schuldoverneming en - voor het gedeelte waarin subrogatie plaatsvindt - door subrogatie van derden in de rechten van de Bank met betrekking tot het bodemsaneringsborgstellingskrediet, al dan niet voorafgegaan door verpanding van het bodemsaneringsborgstellingskrediet.

2 [Vervallen per 01-01-2009]

In afwijking van het eerste lid blijven de verplichtingen van de staat met betrekking tot een bodemsaneringsborgstellingskrediet van kracht, indien:

  • a. de ondernemer aan wie het bodemsaneringsborgstellingskrediet is verstrekt de onderneming en alle voor het drijven van de onderneming bestemde activa en passiva inbrengt of overdraagt aan een door de ondernemer voor het drijven van die onderneming opgerichte rechtspersoon,

  • b. de Bank met de onder a bedoelde rechtspersoon een overeenkomst sluit als gevolg waarvan die rechtspersoon bij de kredietovereenkomst uit hoofde waarvan het bodemsaneringsborgstellingskrediet is verleend de plaats inneemt van de ondernemer, en

  • c. de ondernemer zich naast de onder a bedoelde rechtspersoon hoofdelijk aansprakelijk stelt voor de nakoming door die rechtspersoon van de verplichtingen die voortvloeien uit de kredietovereenkomst.

3 [Vervallen per 01-01-2009]

Voor de toepassing van het tweede lid wordt onder rechtspersoon mede begrepen twee of meer rechtspersonen, indien die rechtspersonen gezamenlijk voldoen aan de in het tweede lid genoemde voorwaarden en ieder van die rechtspersonen zich hoofdelijk aansprakelijk stelt voor de nakoming van de verplichtingen die voortvloeien uit de kredietovereenkomst uit hoofde waarvan het bodemsaneringsborgstellingskrediet is verstrekt.

Artikel 18a [Vervallen per 01-01-2009]

Indien overeenkomstig artikel 3, eerste lid, onderdeel b, een garantieprovisie is betaald met betrekking tot een kredietovereenkomst en indien het desbetreffende krediet niet is opgenomen vanwege omstandigheden die niet zijn toe te rekenen aan de kredietnemer of aan de Bank, wordt de provisie door de staat terugbetaald aan de Bank mits de Bank binnen een jaar na het sluiten van de kredietovereenkomst daartoe een verzoek aan de staat heeft gedaan.

Artikel 19 [Vervallen per 01-01-2009]

1 [Vervallen per 01-01-2009]

De centrale Bank betaalt de vanaf het moment van de indiening van een aanvraag als bedoeld in artikel 14 ontvangen opbrengsten die in mindering komen op het bodemsaneringsborgstellingskrediet binnen twee maanden na ontvangst aan de staat.

2 [Vervallen per 01-01-2009]

Voor zover de opbrengsten na de aanvang van de periode, bedoeld in artikel 12, eerste lid, ontvangen zijn en niet ontvangen zijn uit hoofde van de uitwinning van zekerheden, wordt de in het eerste lid bedoelde betalingsverplichting beperkt tot 80 procent van de ontvangen opbrengsten.

3 [Vervallen per 01-01-2009]

De centrale Bank zal de rekening, bedoeld in artikel 17, eerste lid, per de datum van verzending van de aanvraag, bedoeld in artikel 14, en binnen twee maanden na die datum, debiteren voor het bedrag waarvoor betaling wordt gevraagd, vermeerderd met een rente als bedoeld in artikel 17, tweede lid, over de periode die verstreken is sinds de dag waarop de vermindering, bedoeld in artikel 5, op grond van artikel 6 is geschorst.

4 [Vervallen per 01-01-2009]

De centrale Bank zal de rekening per de datum van de beslissing van de minister, bedoeld in artikel 15, tweede lid, en binnen twee maanden na die datum crediteren of debiteren voor respectievelijk het voor de staat positieve of negatieve verschil tussen het bedrag waarvoor de rekening ingevolge het derde lid is gedebiteerd en het bedrag waarop de minister de betaling vaststelde, vermeerderd met een over dat verschil te berekenen rente als bedoeld in artikel 17, tweede lid, over de periode die is verstreken sinds de creditering of debitering, bedoeld in het derde lid, en de vaststelling van de betaling.

Artikel 20 [Vervallen per 01-01-2009]

Reeds uitgekeerde bedragen zijn terstond en zonder enige ingebrekestelling opeisbaar zodra de minister blijkt dat de Bank of de centrale Bank zodanig onjuiste of onvolledige informatie heeft verschaft dat hij op een verzoek om betaling een andere beslissing zou hebben genomen, indien hem de juiste gegevens volledig waren verschaft, of dat de centrale Bank de betalingsverplichting, bedoeld in artikel 19, eerste lid, niet is nagekomen.

Paragraaf 9. Slotbepalingen [Vervallen per 01-01-2009]

Artikel 21 [Vervallen per 01-01-2009]

1 [Vervallen per 01-01-2009]

De inwerkingtreding van een wijziging van het Besluit borgstelling MKB-kredieten 1997 of de Uitvoeringsregeling BMKB 1997 leidt te zelfder tijd tot een gelijke wijziging van deze overeenkomst.

2 [Vervallen per 01-01-2009]

Deze overeenkomst kan worden gewijzigd door een schriftelijke mededeling van de minister aan de centrale Bank.

3 [Vervallen per 01-01-2009]

Deze overeenkomst is aangegaan voor onbepaalde tijd en kan door de minister en de Banken schriftelijk worden opgezegd met inachtneming van een opzegtermijn van drie hele kalendermaanden.

4 [Vervallen per 01-01-2009]

In afwijking van het derde lid kan deze overeenkomst door de minister met onmiddellijke ingang worden ontbonden, indien de Bank of de centrale Bank in strijd heeft gehandeld met het gestelde in de paragrafen 5, 6, 7 of 8 van deze overeenkomst.

5 [Vervallen per 01-01-2009]

In afwijking van het derde lid kunnen de Banken de overeenkomst met onmiddellijke ingang opzeggen binnen een termijn van een maand na publicatie in het Staatsblad van een wijziging van het Besluit borgstelling MKB-kredieten 1997, publicatie in de Staatscourant van een wijziging van de Uitvoeringsregeling BMKB 1997 of schriftelijke mededeling van de minister, inhoudende een wijziging van deze overeenkomst.

6 [Vervallen per 01-01-2009]

Opzegging door de Banken als bedoeld in het derde en vijfde lid is uitsluitend mogelijk indien dit geschiedt door alle Banken gezamenlijk.

7 [Vervallen per 01-01-2009]

Deze overeenkomst eindigt van rechtswege door de intrekking van het Besluit borgstelling MKB-kredieten 1997 of door intrekking van artikel 2, eerste lid, onderdeel b, van de Uitvoeringsregeling BMKB 1997.

8 [Vervallen per 01-01-2009]

Wijziging, opzegging, ontbinding of beëindiging van deze overeenkomst heeft geen gevolg ten aanzien van bodemsaneringsborgstellingskredieten, welke ten tijde van de inwerkingtreding van de wijziging, opzegging, ontbinding of beëindiging overeenkomstig artikel 3 zijn gemeld en ten aanzien van bodemsaneringsborgstellingskredieten die zijn of zullen worden verstrekt uit hoofde van een kredietovereenkomst die is aangegaan voor de inwerkingtreding van de wijziging, opzegging, ontbinding of beëindiging.

Getekend te 's-Gravenhage op .... De Minister van Economische Zaken, (naam en functie vertegenwoordigers Bank)

Bijlage 5 [Vervallen per 01-01-2009]

[Red: Ligt ter inzage bij het Ministerie van Economische Zaken te ‘s-Gravenhage.]

Bijlage 6 [Vervallen per 01-01-2009]

[Red: Ligt ter inzage bij het Ministerie van Economische Zaken te ‘s-Gravenhage.]