KruimelpadGeldend op 06-10-2009
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 4 november 1997, nr. MJZ97566858, Centrale Directie Juridische Zaken, Afdeling Wetgeving;
Gelet op artikel 10.2, tweede lid, van de Wet milieubeheer;
De Raad van State gehoord (advies van 26 november 1997, nr. W08.97.0709);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 4 december 1997, nr. MJZ97580602, Centrale Directie Juridische Zaken, Afdeling Wetgeving;
Hebben goedgevonden en verstaan
1.In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
avi-bodemas: de bodemas die resteert na verbranding in een inrichting die uitsluitend of in hoofdzaak is bestemd voor het verbranden van huishoudelijke afvalstoffen en bedrijfsafvalstoffen in een roosteroven of een wervelbedoven;
avi-vliegas: de vliegas die resteert na verbranding in een inrichting die uitsluitend of in hoofdzaak is bestemd voor het verbranden van huishoudelijke afvalstoffen en bedrijfsafvalstoffen in een roosteroven of een wervelbedoven;
bijlage: de bij dit besluit behorende bijlage;
roosteroven: hetgeen daaronder wordt verstaan in punt 5.5.67 van «NEN 5880, Afval en afvalverwijdering – Algemene termen en definities, uitgegeven door het Nederlandse Normalisatie-Instituut, zoals deze luidde op 1 november 1987»;
tarragrond: aanhangende grond die vrijkomt bij het behandelen van het gewas na de oogst;
wervelbedoven: hetgeen daaronder wordt verstaan in punt 5.5.93 van «NEN 5880, Afval en afvalverwijdering – Algemene termen en definities, uitgegeven door het Nederlandse Normalisatie-Instituut, zoals deze luidde op 1 november 1987».
2.Onze Minister kan bij een ministeriële regeling krachtens het eerste lid bepalen dat, indien in daarbij aangegeven gevallen de voor de indeling in een klasse bepalende waarden in een daarbij aan te geven geringe mate worden overschreden, die overschrijdingen bij die indeling buiten beschouwing worden gelaten.
1.Als categorie van gevallen als bedoeld in artikel 10.2, tweede lid, van de Wet milieubeheer, wordt aangegeven: het zich van afvalstoffen ontdoen door deze - al dan niet in verpakking buiten een inrichting op of in de bodem te brengen indien:
a. daaromtrent regels gelden, die zijn gesteld bij of krachtens het Lozingenbesluit bodembescherming;
b. sprake is van het toepassen van bouwstoffen, grond of baggerspecie als bedoeld in het Besluit bodemkwaliteit;
c. [vervallen;]
d. [vervallen;]
e. [vervallen;]
f. dit geschiedt overeenkomstig het Besluit bodemkwaliteit in een werk waarin avi-bodemas wordt gebruikt als bouwstof, indien deze:
1. niet meer dan 5,5% onverbrand vliegas bevat,
2. niet is vermengd met avi-vliegas, en
3. ten minste zes weken opgeslagen is voor het gebruik in een werk tenzij de avi-bodemas eerder is gebruikt in een werk als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder a, van het Bouwstoffenbesluit bodem- en oppervlaktewaterenbescherming, of in een werk als bedoeld in artikel 1, eerste lid van het Besluit bodemkwaliteit;
g. het betreft plantenresten die zijn aangewezen bij regeling van Onze Minister, in de daarbij aangegeven gevallen;
h. het betreft tarragrond die is aangewezen bij regeling van Onze Minister, in de daarbij aangegeven gevallen.
2.Het eerste lid, onder a, is niet van toepassing met betrekking tot de in dat lid aangegeven handelingen met gevaarlijke afvalstoffen.
3.Het eerste lid, onder a, is evenmin van toepassing met betrekking tot de in dat lid bedoelde handelingen met afvalstoffen, behorende tot een categorie waarvoor het in artikel 1 van het Besluit stortplaatsen en stortverboden afvalstoffen gestelde verbod geldt.
4.[Vervallen.]
5.Het eerste lid, onder b, is niet van toepassing met betrekking tot de in dat lid bedoelde handelingen met afvalstoffen, behorende tot een categorie waarvoor het in artikel 1 van het Besluit stortplaatsen en stortverboden afvalstoffen gestelde verbod geldt, met uitzondering van:
a. categorie 19, voorzover het betreft granulaat en de categorieën 20, 21 en 24;
b. de categorieën 19 en 22, voor zover deze onderdeel uitmaken van grond of baggerspecie.
Na inwerkingtreding van dit besluit:
a. berusten de krachtens het Besluit vrijstellingen stortverbod buiten inrichtingen (Stb. 1993, 616) vastgestelde regels en andere besluiten op dit besluit;
b. worden de met toepassing van het Besluit vrijstellingen stortverbod buiten inrichtingen (Stb. 1993, 616) vastgestelde regels en andere besluiten gelijkaangemerkt als regels, onderscheidenlijk besluiten, vastgesteld met toepassing van dit besluit.
Het Besluit vrijstellingen stortverbod buiten inrichtingen (Stb. 1993, 616) wordt ingetrokken.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
Beatrix
De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer a.i.,
A. Jorritsma-Lebbink
De Minister van Justitie,
W. Sorgdrager
Overzicht streef-, grens- en toetsingswaarden onderhoudsspecie (in mg/kg d.s. tenzij anders vermeld).
Stof | CAS-nummer | Streefwaarde | Grenswaarden | Toetsingswaarden |
|---|---|---|---|---|
ANORGANISCHE STOFFEN | ||||
1. Metalen | ||||
antimoon (Sb) | (7440–36–0) | 3 | ||
arseen (As) | (7440–38–2) | 29 | 55 | 55 |
barium (Ba) | (7440–39–3) | 160 | ||
cadmium (Cd) | (7440–43–9) | 0,8/1,2*1 | 2 | 7,5 |
chroom (Cr) | (7440–47–3) | 100 | 380 | 380 |
cobalt (Co) | (7440–48–2) | 9 | ||
koper (Cu) | (7440–50–8) | 36 | 36 | 90 |
kwik (Hg) | (7439–97–6) | 0,3 | 0,5 | 1,6 |
lood (Pb) | (7439–92–1) | 85 | 530 | 530 |
molybdeen (Mo) | (7439–98–7) | 3/4,5* | ||
nikkel (Ni) | (7440–02–0) | 35 | 35 | 45 |
zink (Zn) | (7440–66–5) | 140 | 480 | 720 |
2. Overige anorganische stoffen | ||||
cyanide (vrij) | n.v.t. | 1/3* | ||
cyanide-complex | n.v.t. | 5 | ||
thiocyanaten (som) | n.v.t. | 1 | ||
ORGANISCHE STOFFEN | ||||
3. Aromatische stoffen | ||||
benzeen | (71–43–2) | 0,01/0,06* | ||
ethylbenzeen | (100–41–4) | 0,03/0,09* | ||
tolueen | (108–88–3) | 0,01/0,18* | ||
xylenen (som)2 | (95–47–6), (108–38–3), (106–42–3) | 0,1/0,12* | ||
styreen (Vinylbenzeen) | (100–42–5) | 0,3 | ||
fenol | (108–95–2) | 0,05 | ||
cresolen (som)3 | (95–48–7), (108–39–4), (106–44–5) | 0,05 | ||
o-dihydroxybenzeen (Catechol) | (120–80–9) | 0,05 | ||
m-dihydroxybenzeen (resorcinol) | (108–46–3) | 0,05 | ||
p-dihydroxybenzeen (hydrochinon) | (123–31–9) | 0,05 | ||
4. Polycylische aromatische koolwaterstoffen (PAK's) | ||||
PAK's totaal (som 10)4 | (91–20–3), (85–01–8), (120–12–7), (206–44–0), (56–55–3), (218–01–9), (207–08–9), (50–32–8), (191–24–2), (193–39–5) | 1 | 1 | 10 |
5. Gechloreerde koolwaterstoffen | ||||
a. (vluchtige) chloorkoolwaterstoffen | ||||
monochlooretheen (vinylchloride) | (75–01–4) | 0,01/0,15* | ||
dichloormethaan | (75–09–2) | 0,4/0,6* | ||
1,1-dichloorethaan | (75–74–3) | 0,02/0,3* | ||
1,2-dichloorethaan | (107–06–2) | 0,02/0,3* | ||
1,1-dichlooretheen | (75–35–4) | 0,1/1,2* | ||
1,2-dichlooretheen (som cis en trans) | (156–59–2), (156–60–5) | 0,2/1,2* | ||
trichloormethaan | (67–66–3) | 0,02/0,06* | ||
1,1,1-trichloorethaan | (79–01–6) | 0,07 | ||
1,1,2-trichloorethaan | (79–00–5) | 0,4 | ||
trichlooretheen (Tri) | (79–01–6) | 0,1 | ||
tetrachloormethaan (Tetra) | (56–23–5) | 0,4 | ||
tetrachlooretheen (Per) | (127–18–4) | 0,002/0,015* | ||
b. overige gechloreerde koolwaterstoffen | ||||
chloorbenzenen (som)5 | (108–90–7), (95–50–1), (541–73–1), (106–46–7), (87–61–6), (120–82–1), (108–70–3), (634–66–2), (634–90–2), (95–94–3), (608–93–5), (188–74–1) | 0,03/1,5* | ||
pentachloorbenzeen | (608–93–5) | 0,3 | 0,3 | |
hexachloorbenzeen | (188–74–1) | 0,004 | 0,02 | |
chloorfenolen (som)6 | (95–57–8), (108–43–0), (106–48–9), (576–24–9), (120–83–2), (583–78–8), (87–65–0), (95–77–2), (591–35–5), (15950–66–0), (933–78–8), (933–75–5), (95–95–4), (88–06–2), (609–19–18), (4901–51–3), (58–90–2), (935–95–5), (87–86–5) | 0,01/0,03* | ||
pentachloorfenol | (87–86–5) | 0,02 | 5 | |
PCB's (som 7)7 | (7012–37–5), (35693–99–3), (37680–37–2), (35065–28–2), (35065–27–1), (35065–29–3), (31508–00–6) | 0,02 | 0,2 | |
PCB 28 | (7012–37–5) | 0,004 | 0,03 | |
PCB 52 | (35693–99–3) | 0,004 | 0,03 | |
PCB 118 | (31508–00–6) | 0,004 | 0,03 | |
PCB 138 | (35065–28–2) | 0,004 | 0,03 | |
PCB 153 | (35065–27–1) | 0,004 | 0,03 | |
PCB 180 | (35065–29–3) | 0,004 | 0,03 | |
chlooranilinen (som)8 | (95–51–2), (108–42–9), (106–47–8) | 0,005 | ||
EOX9 | n.v.t. | 0,3 | 7,0 | |
6. Bestrijdingsmiddelen | ||||
a. organochloor-bestrijdingsmiddelen | ||||
aldrin/dieldrin/endrin (som) | (390–00–2), (60–57–1), (72–20–8) | 0,005 | ||
aldrin en dieldrin | 0,04 | 0,04 | ||
dieldrin | (60–57–1) | 0,02 | ||
endrin | (72–20–8) | 0,04 | 0,04 | |
chloordaan | (57–74–9) | 0,03/120* µg/kg | 0,02/0,12* | |
DDT/DDE/DDD (som)10 | (72–54–9), (53–19–0),(784–02–6), (72–54–8), (3424–82–6), (50–29–3) | 0,01 | 0,01 | 0,04 |
α-endosulfan | (115–29–7) | 0,01/0,9* µg/kg | ||
α-endosulfan + -sulfaat | 0,01 | 0,02 | ||
HCH (som)11 | (319–84–6), (319–85–7), (58–89–9), (319–86–8) | 0,01 | ||
α-HCH1(319–84–6) | (319–84–6) | 0,02 | ||
ß-HCH | (319–85–7) | 0,02 | ||
y-HCH (lindaan) | (58–89–9) | 0,001 | 0,02 | |
heptachloor + -epoxide | (76–44–8), (280044–83–9), (1024–5703) | 0,02 | 0,02 | |
heptachloor | (76–44–8) | 0,7/0,9* µg/kg | ||
heptachloorepoxide (som) | (280044–83–9), (1024–5703) | 0,002/0,9* µg/kg | ||
hexachloorbutadiëen | (87–68–3) | 0,02 | 0,02 | |
som organochloorpesticiden | n.v.t. | 0,1 | ||
b. overige bestrijdingsmiddelen | ||||
organotinverbindingen (som)12 | n.v.t. | 1 µg/kg | 2,5 µg/kg | |
atrazin | (1912–24–9) | 0,2/6* µg/kg | ||
carbaryl | (63–25–2) | 0,03/150* µg/kg | ||
carbofuran | (1563–66–2) | 0,02/60* µg/kg | ||
maneb | (1247–38–2) | 2/3000* µg/kg | ||
7. Overige organische stoffen | ||||
cyclohexanon | (108–94–1) | 0,1 | ||
ftalaten (som) | n.v.t. | 0,1 | ||
minerale olie13 | n.v.t. | 50/60* | 1000 | 3000 |
pyridine | (110–86–1) | 0,1/0,3* | ||
tetrahydrofuran | (109–99–9) | 0,1 | ||
tetrahydrothiofeen | (110–01–0) | 0,1/0,15* | ||
Bij sommige stoffen staan twee waarden met een *. De eerste waarde geeft de streefwaarde aan op lange termijn, die bij verbetering van analysemethoden op basis van risico's gehanteerd zou moeten worden. De tweede waarde betreft de streefwaarde waarop nu getoetst moet worden. Deze waarde is gebaseerd op de bepalingsgrens. Bij overschrijding van de bepalingsgrens vindt op dit moment overschrijding van de streefwaarde plaats.
Onder xylenen (som) wordt verstaan: som van o-xyleen, m-xyleen en p-xyleen.
Onder cresolen (som)wordt verstaan: de som van o-cresol (= o-methylfenol), m-cresol (= m-methylfenol) en p-cresol (p-methylfenol)
Onder PAK (som 10) wordt verstaan: de som van antraceen, benzo(a)antraceen, benzo(k)fluorantheen, benzo(a)pyreen, chryseen, fenantreen, fluoranteen, indeno (1,2,3-cd) pyreen, naftaleen en benzo(ghi)peryleen. Voor de streef-, grens-, en toetsingswaarde vervalt de bodemtype correctie voor bodems met een organisch stof gehalte tot 10%.
Onder chloorbenzenen wordt verstaan: de som van monochloorbenzeen, dichloorbenzenen (som), trichloorbenzenen (som), tetrachloorbenzenen (som), pentachloorbenzeen en hexachloorbenzeen.
Onder chloorfenolen (som) wordt verstaan: de som van monochloorfenolen (som), dichloorfenolen (som), trichloorfenolen (som), tetrachloorfenolen (som) en pentachloorfenol.
Onder PCB's (som 7) wordt verstaan: de som van PCB 28, 52, 101, 118, 138, 153 en 180.
Onder chlooranilinen (som)wordt verstaan de som van monochlooranilinen (som) en dichlooranilinen (som).
De EOX bepaling dient te worden gezien als een trigger voor de eventuele aanwezigheid van gechloreerde verbindingen. Bij overschrijding van de streefwaarde dient verder te worden te worden gezocht naar de aanwezigheid van gechloreerde (en andere halogeen) verbindingen. De eenheid is mg X/kg, waarbij X staat voor de halogenen chloor, broom en jood.
Onder DDT/DDD/DDE (som) wordt verstaan: de som van DDT, DDD en DDE.
Onder HCH (som) wordt verstaan de som van α-HCH, ß-HCH, δ-HCH, δ-HCH.
De streefwaarde geldt voor de totale, gesommeerde concentratie van aangetroffen organotinverbindingen.
Minerale olie heeft betrekking op de som van de (al dan niet) vertakte alkanen. Indien er enigerlei vorm van minerale olie verontreiniging wordt aangetoond in grond, dan dient naast het minerale olie-gehalte er ook het gehalte aan aromatische en/of polycyclische aromatische koolwaterstoffen bepaald te worden.