Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Besluit subsidies exportfinancieringsarrangementen[Regeling vervallen per 01-01-2010.]

Geldend van 01-07-2009 t/m 31-12-2009

Besluit van 27 november 1997, houdende regels inzake de verstrekking van subsidies ter zake van exportfinanciering (Besluit subsidies exportfinancieringsarrangementen)

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van de Staatssecretaris van Economische Zaken van 21 augustus 1997, nr. WJA/JZ 97048563;

Gelet op artikel 3 van de Kaderwet EZ-subsidies;

De Raad van State gehoord (advies van 20 oktober 1997, nr. W10.97.0560);

Gezien het nader rapport van de voornoemde staatssecretaris van 21 november 1997, nr. WJA/JZ 97068636;

Hebben goedgevonden en verstaan:

§ 1. Definities [Vervallen per 01-01-2010]

Artikel 1 [Vervallen per 01-01-2010]

In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

  • a. order: een overeenkomst tot levering van kapitaalgoederen, van technische ontwerpen, van agrarisch uitgangsmateriaal aan, of een overeenkomst tot aanneming van werk met een buiten Nederland gevestigde afnemer die een onderneming in stand houdt en die niet tot dezelfde groep behoort als de opdrachtnemer dan wel een overheid is, met inbegrip van de met die overeenkomst onlosmakelijk verbonden opdrachten tot het verrichten van diensten, mits deze van ondergeschikte aard zijn;

  • b. zeescheepsbouworder: een order tot het geheel of gedeeltelijk bouwen van een zelfvoortstuwend zeeschip met een bruto tonnage van ten minste 100, bestemd voor het vervoeren van goederen of personen of voor het verrichten van gespecialiseerde diensten op zee, of tot het geheel of gedeeltelijk bouwen van een sleepboot met een voortstuwingsvermogen van ten minste 365 kW, met uitzondering van schepen gebouwd voor militaire doeleinden, of tot het geheel of gedeeltelijk verrichten van werkzaamheden aan een dergelijk zeeschip van meer dan 1000 GT, voor zover deze betrekking hebben op een ingrijpende wijziging van het laadplan, de romp of het voortstuwingsmechanisme;

  • c. defensieorder: een order tot levering van goederen zoals omschreven in de posten ML1 tot en met ML22 van de bijlage, behorend bij het In- en uitvoerbesluit strategische goederen;

  • d. buitenlandse overheid: de overheid van het land waar de buitenlandse concurrent gevestigd is;

  • e. exportfinancieringsarrangement: een faciliteit in het kader van exportfinanciering met het oog op het ongedaan maken van concurrentie-achterstand van ondernemers bij het verwerven van orders;

  • f. exportkrediet: een aan de afnemer van een order ten behoeve van de financiering van die order verstrekte betalingsfaciliteit;

  • g. ondernemer: een natuurlijke persoon of rechtspersoon die in Nederland een onderneming in stand houdt, met uitzondering van een rechtspersoon die krachtens publiekrecht is ingesteld, doch met inbegrip van de Nederlandse Organisatie voor toegepast-natuurwetenschappelijk onderzoek TNO;

  • h. groep: een economische eenheid, waarin organisatorisch zijn verbonden:

    • 1°. een natuurlijke persoon of privaatrechtelijke rechtspersoon, die direkt of indirekt:

    • - meer dan de helft van het geplaatste kapitaal verschaft aan,

    • - volledig aansprakelijk vennoot is van of

    • - overwegende zeggenschap heeft over

    • een of meer rechtspersonen of vennootschappen, en

    • 2°. laatstbedoelde rechtspersonen of vennootschappen;

    • i. OESO: de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling;

    • j. OESO-Regeling: de Regeling inzake richtsnoeren voor door de overheid gesteunde exportkredieten van de OESO-Raad;

    • k. OESO-consensus: de OESO-Regeling en de Overeenkomst inzake exportkredieten voor schepen van de OESO-Raad.

Artikel 2 [Vervallen per 01-01-2010]

  • 1 In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt onder een buitenlandse concurrent verstaan een concurrerende potentiële uitvoerder van een order, die gevestigd is buiten Nederland en buiten het land waarin de afnemer van die order gevestigd is.

  • 2 Indien een order inhoudt het als toeleverancier of in onderaanneming van werk produceren van goederen of verrichten van diensten ten behoeve van het door een opdrachtnemer van een andere order uitvoeren van die andere order, wordt onder een buitenlandse concurrent mede verstaan de potentiële uitvoerder van een order die vergelijkbaar is met de order waarvan de vorenbedoelde toeleverancier of onderaannemer de opdrachtnemer is, mits die vergelijkbare order betrekking heeft op het als toeleverancier of in onderaanneming van werk produceren van goederen of verrichten van diensten ten behoeve van een concurrerende opdrachtnemer van vorenbedoelde andere order.

  • 3 Voor de toepassing van het tweede lid gelden de volgende vereisten:

    • a. de afnemer van de andere order of de overheid van het land waar die afnemer is gevestigd schrijft voor dat die andere order alleen kan worden afgesloten door een onderneming die is gevestigd in het land waarin de afnemer van die andere order is gevestigd;

    • b. beide concurrerende opdrachtnemers van die andere order:

      • 1°. zijn opgericht met het oog op het afsluiten van die andere order,

      • 2°. zijn gevestigd in het land waarin de afnemer van die andere order is gevestigd en

      • 3°. hebben ieder een samenwerkingsverband met hun vorenbedoelde toeleverancier of onderaannemer, of zijn voorwerp van een deelneming door hun vorenbedoelde toeleverancier of onderaannemer;

    • c. de potentiële uitvoerder van de vergelijkbare order is gevestigd buiten Nederland en buiten het land waar de onder b, 2°, bedoelde afnemer is gevestigd.

§ 2. Algemene bepalingen [Vervallen per 01-01-2010]

Artikel 3 [Vervallen per 01-01-2010]

  • 1 Onze Minister verstrekt op aanvraag een subsidie aan een ondernemer met het oog op een door hem af te sluiten order, indien dit past in een exportfinancieringsarrangement.

  • 2 Onze Minister stelt bij ministeriële regeling de exportfinancieringsarrangementen vast. In een exportfinancieringsarrangement wordt geregeld, onverminderd het bepaalde in dit besluit:

    • a. de jaarlijkse vaststelling van één of meer subsidieplafonds voor het verlenen van subsidies in het kader van het exportfinancieringsarrangement;

    • b. nadere criteria voor het verstrekken van subsidie;

    • c. de vereiste minimum-omvang van het gedeelte van de order dat kan worden toegerekend aan goederen of diensten die worden geproduceerd respectievelijk verricht door in Nederland gevestigde ondernemers;

    • d. de wijze waarop het bedrag van de subsidie wordt bepaald;

    • e. de wijze waarop het bedrag van een voorschot wordt bepaald;

    • f. aan wie de subsidie wordt betaald.

Artikel 4 [Vervallen per 01-01-2010]

Indien in het exportfinancieringsarrangement de eis wordt gesteld dat de ondernemer aan de afnemer van de order een exportkrediet verstrekt of doet verstrekken, wordt slechts subsidie verstrekt indien:

  • a. dit exportkrediet wordt verstrekt hetzij in euro’s, hetzij in een andere convertibele valuta, waarvoor door de OESO maandelijks een «Commercial Interest Reference Rate» wordt gepubliceerd, hetzij in een andere door Onze Minister bij ministeriële regeling aangewezen valuta;

  • b. dit exportkrediet een looptijd heeft van ten minste twee jaar, tenzij in het exportfinancieringsarrangement anders is bepaald.

Artikel 5 [Vervallen per 01-01-2010]

Geen subsidie wordt verstrekt indien de order is afgesloten voor de indiening van de aanvraag om subsidie.

Artikel 6 [Vervallen per 01-01-2010]

  • 1 Bij het bepalen van het bedrag van de subsidie wordt het exportkrediet of de order in aanmerking genomen tot ten hoogste het bedrag waarvoor de order door de subsidie-ontvanger wordt uitgevoerd.

  • 2 Indien ter zake van de in artikel 7 bedoelde kosten of een deel daarvan reeds door een bestuursorgaan of door de Commissie van de Europese Gemeenschappen aan de subsidie-ontvanger subsidie is verstrekt, wordt deze op de subsidie in mindering gebracht.

Artikel 7 [Vervallen per 01-01-2010]

  • 1 Indien het exportkrediet wordt aangeboden in een andere valuta dan euro’s of dan een valuta van de door de buitenlandse concurrent aangeboden exportkredieten en dit zou leiden tot een hoger subsidiebedrag dan bij het aanbieden van een exportkrediet in euro’s of in een valuta van de door de buitenlandse concurrent aangeboden exportkredieten, worden de kosten in aanmerking genomen tot ten hoogste de kosten van een exportkrediet verstrekt in die valuta van de valuta’s van de door de buitenlandse concurrent aangeboden exportkredieten of euro’s, die tot het hoogste subsidiebedrag zou leiden.

  • 2 De kosten worden in aanmerking genomen met inbegrip van de omzetbelasting, indien de subsidie-ontvanger omzetbelasting niet in aftrek kan brengen.

Artikel 8 [Vervallen per 15-03-2002]

§ 3. Aanvraag en beslissing op de aanvraag [Vervallen per 01-01-2010]

Artikel 9 [Vervallen per 01-01-2010]

  • 1 Een aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van het origineel van een ondertekend formulier, dat door Onze Minister wordt vastgesteld. Onze Minister kan bij ministeriële regeling hiervan vrijstelling verlenen.

  • 2 De aanvraag gaat vergezeld van de bescheiden die in het formulier zijn vermeld.

Artikel 10 [Vervallen per 01-01-2010]

Onze Minister geeft op de aanvraag een beschikking binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag.

Artikel 11 [Vervallen per 01-01-2010]

Onze Minister beslist in ieder geval afwijzend op een aanvraag:

  • a. indien de aanvraag niet voldoet aan dit besluit en de daarop berustende bepalingen;

  • b. indien subsidieverlening in strijd zou zijn met de OESO-consensus;

  • c. indien een op grond van de OESO-consensus verrichte notificatie tot een voor de aanvrager negatief resultaat heeft geleid;

  • d. indien de afnemer gevestigd is in een van de lid-staten van de Europese Unie of in een van de andere staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, tenzij:

    • 1°. de aanvrager uitsluitend buitenlandse concurrenten heeft die buiten het gebied van de lid-staten van de Europese Unie of van andere staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte gevestigd zijn, of

    • 2°. de aanvraag betrekking heeft op een zeescheepsbouworder of een defensieorder tenzij Onze Minister bij ministeriële regeling anders heeft bepaald, of

    • 3°. de order betrekking heeft op het als toeleverancier of onderaannemer produceren van goederen of verrichten van diensten ten behoeve van het uitvoeren van een order waarvan de afnemer niet is gevestigd in een van de lid-staten van de Europese Unie of in een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte en de subsidie ter zake van de door de aanvrager af te sluiten order geheel zal worden gebruikt bij de financiering van de order waarvan deze deel uitmaakt;

    • e. gegronde vrees bestaat dat de aanvrager met het oog op de verkrijging van de subsidie dan wel bij het uitvoeren van de order omkoping in de zin van de artikelen 177 en 177a, juncto 178a van het Wetboek van Strafrecht heeft gepleegd, respectievelijk zal plegen.

Artikel 12 [Vervallen per 01-01-2010]

Onze Minister verdeelt het beschikbare bedrag in de volgorde van ontvangst van de aanvragen, met dien verstande dat indien een aanvrager niet heeft voldaan aan enig wettelijk voorschrift voor het in behandeling nemen van de aanvraag en met toepassing van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, de dag waarop de aanvraag voldoet aan de wettelijke voorschriften met betrekking tot de verdeling als datum van ontvangst geldt.

§ 4. Subsidieverlening en verplichtingen van de subsidie-ontvanger [Vervallen per 01-01-2010]

Artikel 13 [Vervallen per 01-01-2010]

  • 1 De beschikking tot subsidieverlening vermeldt een raming van het subsidiebedrag. De vermelding van het bedrag waarop de subsidie ten hoogste kan worden vastgesteld kan achterwege blijven.

  • 2 Een subsidie wordt verleend onder de opschortende voorwaarde dat Onze Minister voor een bij de subsidieverlening bepaald tijdstip, behoudens voorafgaande schriftelijke verlenging door Onze Minister, heeft vastgesteld dat de subsidie-ontvanger heeft aangetoond:

    • a. dat de subsidie-ontvanger en de afnemer van de order de order hebben afgesloten en

    • b. indien het exportfinancieringsarrangement daarin voorziet, dat de overeenkomst op grond waarvan het exportkrediet wordt verstrekt is afgesloten.

  • 3 Onze Minister kan bij ministeriële regeling regels vaststellen omtrent de wijze waarop moet worden aangetoond dat de in het tweede lid bedoelde gebeurtenissen hebben plaatsgevonden. Daartoe kan hij ook een formulier vaststellen.

  • 4 Bij de vaststelling, bedoeld in het tweede lid, bepaalt Onze Minister het tijdstip waarop de order uiterlijk moet zijn uitgevoerd en vermeldt hij het bedrag waarop de subsidie ten hoogste kan worden vastgesteld.

  • 5 Een subsidie wordt voorts verleend onder de opschortende voorwaarde dat een op grond van de OESO-consensus verrichte notificatie tot een voor de subsidie-ontvanger positief resultaat heeft geleid.

Artikel 14 [Vervallen per 01-01-2010]

  • 1 Op de subsidie-ontvanger rusten de in de artikelen 15, 16, 17 en 17a opgenomen verplichtingen.

  • 2 De in de artikelen 15, 16 en 17 opgenomen verplichtingen gelden tot aan de dag waarop de subsidie wordt vastgesteld. De in artikel 17a opgenomen verplichtingen gelden totdat de overeenkomst inzake het exportkrediet is beëindigd.

Artikel 15 [Vervallen per 01-01-2010]

  • 1 De subsidie-ontvanger voert de order uit overeenkomstig de aanvraag waarop de toezegging betrekking heeft en heeft de order voltooid uiterlijk op het in artikel 13, vierde lid, bedoelde tijdstip, behoudens voorafgaande schriftelijke ontheffing van Onze Minister voor wijzigingen of vertragingen.

  • 2 Onze Minister kan aan een ontheffing voorschriften verbinden.

Artikel 16 [Vervallen per 01-01-2010]

  • 1 De subsidie-ontvanger dient zijn aanvraag om subsidievaststelling bij Onze Minister in binnen dertien weken na het tijdstip waarop ingevolge artikel 15 de order uiterlijk moet zijn uitgevoerd.

  • 2 De aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van het origineel van een ondertekend formulier, dat door Onze Minister wordt vastgesteld. Onze Minister kan bij ministeriële regeling hiervan vrijstelling verlenen.

  • 3 De aanvraag gaat vergezeld van een accountantsverklaring, tenzij Onze Minister bij ministeriële regeling anders heeft bepaald, en van andere bescheiden, overeenkomstig hetgeen in het formulier is vermeld.

Artikel 17 [Vervallen per 01-01-2010]

De subsidie-ontvanger doet onverwijld mededeling aan Onze Minister van de indiening bij de rechtbank van een verzoek tot het op hem van toepassing verklaren van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen, tot verlening van surséance van betaling aan hem of tot faillietverklaring van hem.

Artikel 17a [Vervallen per 01-01-2010]

  • 1 De subsidie-ontvanger is verplicht er voor zorg te dragen dat de overeenkomst inzake het exportkrediet ten aanzien waarvan de subsidie is verstrekt, na de subsidievaststelling ongewijzigd van kracht blijft gedurende de periode die in die overeenkomst is voorzien, behoudens voorafgaande schriftelijke ontheffing van Onze Minister voor wijzigingen.

  • 2 De subsidie-ontvanger verstrekt desgevraagd Onze Minister ten hoogste drie maal gedurende de looptijd van het exportkrediet ten aanzien waarvan subsidie is verstrekt, gegevens met betrekking tot het exportkrediet.

§ 4. Voorschotten [Vervallen per 01-01-2010]

Artikel 18 [Vervallen per 01-01-2010]

  • 1 Een voorschot kan slechts twee maal door Onze Minister worden verstrekt op een subsidie ter zake waarvan een beschikking tot subsidieverlening geldt en voor zover de subsidie aan de subsidie-ontvanger zal worden betaald. Het voorschot wordt aangevraagd door de subsidie-ontvanger en de periode tussen het afsluiten van de order en het tijdstip waarop de order moet zijn uitgevoerd, bedraagt ten minste zes maanden.

  • 2 Voor zover de subsidie wordt betaald aan de afnemer van de order of aan de overheid van het land waar de afnemer van de order is gevestigd kunnen omtrent het verstrekken van voorschotten bij regeling van Onze Minister regels worden gesteld.

Artikel 19 [Vervallen per 01-01-2010]

  • 1 Een aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van het origineel van een ondertekend formulier, dat door Onze Minister wordt vastgesteld. Onze Minister kan bij ministeriële regeling hiervan vrijstelling verlenen.

  • 2 De aanvraag gaat vergezeld van de bescheiden die in het formulier zijn vermeld.

Artikel 20 [Vervallen per 01-01-2010]

Onze Minister kan afwijzend beschikken op een aanvraag, indien de subsidie-ontvanger niet heeft voldaan aan ingevolge de subsidieverlening voor hem geldende verplichtingen.

§ 7. Vaststelling subsidiebedrag [Vervallen per 01-01-2010]

Artikel 21 [Vervallen per 01-01-2010]

Onze Minister geeft de beschikking tot subsidievaststelling binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag daartoe dan wel nadat de voor de indiening ervan geldende termijn is verstreken.

§ 8. Overgangs- en slotbepalingen [Vervallen per 01-01-2010]

Artikel 22 [Vervallen per 01-01-2010]

Het Besluit subsidies exportfinanciering en het Besluit exportfinancieringsarrangement Indonesië 1996 worden ingetrokken, met dien verstande dat zij van toepassing blijven op subsidies die zijn verleend of vastgesteld voor de inwerkingtreding van dit besluit.

Artikel 23 [Vervallen per 01-01-2010]

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag waarop de Kaderwet EZ-subsidies in werking treedt.

Artikel 24 [Vervallen per 01-01-2010]

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit subsidies exportfinancieringsarrangementen.

Lasten en bevelen, dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

's-Gravenhage, 27 november 1997

Beatrix

De Staatssecretaris van Economische Zaken,

A. van Dok-van Weele

Uitgegeven de elfde december 1997

De Minister van Justitie,

W. Sorgdrager