Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Kaderregeling subsidiëring BVE Raad[Regeling vervallen per 26-05-2010 met terugwerkende kracht tot en met 01-01-2010.]

Geldend van 01-01-2000 t/m 31-12-2009

Kaderregeling subsidiëring BVE Raad

De minister van onderwijs, cultuur en wetenschappen,

Gelet op de artikelen 2.7 en 12.3.48, tweede lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs,

Besluit:

Artikel 1. Begripsbepalingen [Vervallen per 26-05-2010]

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a. wet: de Wet educatie en beroepsonderwijs;

  • b. minister: de minister van onderwijs, cultuur en wetenschappen;

  • c. instelling: een instelling als bedoeld in artikel 1.3.1 van de wet, of een instituut als bedoeld in artikel 12.3.8 van de wet, of een hogeschool als bedoeld in artikel 12.3.9 van de wet;

  • d. BVE Raad: de vereniging BVE Raad;

  • e. projectopdracht: een aan de BVE Raad verstrekte projectopdracht.

Artikel 2. Doelstelling van de regeling [Vervallen per 26-05-2010]

Het doel van de regeling is:

  • a. het vaststellen van de subsidievoorwaarden voor de BVE Raad;

  • b. het aan de BVE Raad verstrekken van een overgangssubsidie als bedoeld in artikel 4, tweede lid;

  • c. het vaststellen van een kaderregeling voor projectopdrachten aan de BVE Raad waarvoor subsidie wordt verstrekt.

Hoofdstuk 1. Specifieke bepalingen overgangssubsidie [Vervallen per 26-05-2010]

Artikel 3. Bestemming van de overgangssubsidie [Vervallen per 01-01-2000]

Artikel 4. Overgangssubsidie [Vervallen per 01-01-2000]

Artikel 5. Begroting [Vervallen per 01-01-2000]

Artikel 6. Financiële verantwoording [Vervallen per 26-05-2010]

  • 1 Voor de subsidie, bedoeld in artikel 4, tweede lid, onderdeel a en onderdeel b, dient de BVE Raad voor 1 juli van het jaar volgend op het jaar waarvoor de subsidie is verstrekt, een jaarrekening in waaruit blijkt dat de subsidie rechtmatig is besteed.

  • 2 De jaarrekening gaat vergezeld van een verklaring van een accountant omtrent de getrouwheid als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. De verklaring heeft tevens betrekking op de naleving van de aan de subsidie verbonden voorwaarden.

  • 3 De subsidie, bedoeld in artikel 4, tweede lid, de onderdelen a en b, zoals dat luidt op 31 december 1999, die niet voor 1 januari 2000 is besteed, wordt met ingang van 1 januari 2000 besteed voor het doel waarvoor zij was bestemd. Uit de jaarrekening blijkt dat de subsidie rechtmatig is besteed.

Hoofdstuk 2. Specifieke bepalingen projectsubsidie [Vervallen per 26-05-2010]

Artikel 7. Subsidie [Vervallen per 26-05-2010]

De minister kan voor projectopdrachten voor innovatie en ontwikkeling van beroepsonderwijs en educatie subsidie verstrekken.

Artikel 8. Projectopdrachten [Vervallen per 26-05-2010]

  • 1 De minister stelt per projectopdracht de hoogte van de subsidie, de voorwaarden voor de verstrekking, en de wijze van verantwoorden vast met inachtneming van de in dit artikel bepaalde voorwaarden.

  • 2 De voorwaarden voor de verstrekking hebben betrekking op:

    • a. het doel dat met de projectopdracht wordt beoogd;

    • b. de activiteiten die met het oog op dat doel in ieder geval worden uitgevoerd;

    • c. de doelgroep tot wie het project zich richt;

    • d. de wijze van verslaglegging van het project;

    • e. tussenrapportages en tussentijds overleg;

    • f. tussentijdse aanvullingen c.q. wijzigingen van projecten, en

    • g. begeleiding van projecten.

  • 3 De subsidie wordt, tezamen met eventuele baten en rentebaten, per projectopdracht verantwoord. Artikel 6, eerste en tweede lid, is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat uit de jaarrekening blijkt dat de subsidie rechtmatig is besteed en dat uit het projectenverslag blijkt dat de subsidie doelmatig is besteed.

  • 4 De subsidie wordt per projectopdracht verstrekt uitsluitend voor het doel waarvoor zij is bestemd.

  • 5 Subsidie die niet of niet in overeenstemming met de voorwaarden van deze regeling is verantwoord, of niet is besteed, wordt teruggevorderd voor zover zij niet door de minister na overleg met de BVE Raad is herbestemd.

Artikel 8a. Vaststelling van de projectsubsidie [Vervallen per 26-05-2010]

  • 1 Uiterlijk 1 juli van het jaar volgend op het jaar waarop de projectopdrachten betrekking hebben, dient de Bve Raad een aanvraag tot vaststelling van de projectsubsidie in. De aanvraag gaat vergezeld van de jaarrekening, bedoeld in artikel 8, derde lid, en een projectenverslag over het betreffende boekjaar.

  • 2 De minister stelt, na goedkeuring van de aanvraag en het projectenverslag, de projectsubsidie vast binnen dertien weken na de ontvangst van de aanvraag tot vaststelling. Indien de beschikking niet binnen dertien weken kan worden gegeven, stelt Onze Minister de Bve Raad daarvan in kennis en noemt hij daarbij een termijn waarbinnen de beschikking wel tegemoet kan worden gezien.

Hoofdstuk 3. Algemene bepalingen [Vervallen per 26-05-2010]

Artikel 9. Toepassing [Vervallen per 26-05-2010]

Op de overgangssubsidie en de projectsubsidies zijn de artikelen 10 tot en met 14 van toepassing.

Artikel 10. Administratie [Vervallen per 26-05-2010]

  • 1 De BVE Raad draagt zorg voor een inzichtelijke en deugdelijke administratie, die een juist, volledig en actueel beeld geeft van de activiteiten waarvoor de subsidie is verstrekt en de daarmee gemoeide uitgaven en inkomsten.

  • 2 Als boekjaar geldt het kalenderjaar.

Artikel 11. Opschorting [Vervallen per 26-05-2010]

  • 1 Indien de BVE Raad de gegevens, bedoeld in de artikelen 5 of 6, niet tijdig heeft verstrekt, kan de minister bepalen dat verstrekking van de subsidie geheel of gedeeltelijk wordt opgeschort.

  • 2 De minister kan de subsidie wederom verstrekken indien hem blijkt dat de reden voor de toepassing van het eerste lid is vervallen.

Artikel 12. Intrekking, wijziging en terugvordering [Vervallen per 26-05-2010]

  • 1 De minister kan de subsidie binnen een periode van 5 jaar na het jaar waarvoor de subsidie is verstrekt, intrekken of ten nadele van de BVE Raad wijzigen indien de BVE Raad na de verstrekking van de subsidie niet of niet volledig heeft voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen.

  • 2 De intrekking of wijziging werkt terug tot en met het jaar waarvoor de subsidie is verstrekt, tenzij bij de intrekking of wijziging anders is bepaald.

  • 3 Bij het intrekken of wijzigen van de subsidie kan de minister de subsidie onmiddellijk terugvorderen of de subsidie verrekenen met de subsidie aan de BVE Raad in het jaar nadat tot intrekken of wijzigen is besloten.

  • 4 Indien de minister onmiddellijk terugvordert, wordt de subsidie binnen een termijn van vier weken nadat een daartoe strekkend besluit aan de BVE Raad is verzonden, door de BVE Raad terugbetaald.

  • 5 Na het verstrijken van de termijn, bedoeld in het vierde lid, is de BVE Raad zonder aanmaning of rechterlijke tussenkomst de wettelijke rente verschuldigd.

Artikel 13. Verslaglegging en informatieplicht [Vervallen per 26-05-2010]

  • 1 De BVE Raad verstrekt de minister een inhoudelijke verslaglegging over de activiteiten van de BVE Raad.

  • 2 De BVE Raad verstrekt de minister en de door hem aangewezen personen de gevraagde inlichtingen.

  • 3 De BVE Raad draagt er zorg voor dat de minister en de door hem aangewezen personen volledige inzage hebben in de boeken, bescheiden en andere informatiedragers van de BVE Raad.

  • 4 De BVE Raad verleent de minister en de door hem aangewezen personen toegang tot de door de BVE Raad gebruikte plaatsen.

Artikel 14. Bewaarplicht [Vervallen per 26-05-2010]

De BVE Raad bewaart de boeken en bescheiden en informatie op andere informatiedragers die verband houden met de toepassing van deze regeling, gedurende tenminste 5 jaar na het jaar waarvoor de subsidie is verstrekt.

Artikel 15. Bekendmaking [Vervallen per 26-05-2010]

Deze regeling zal met de toelichting in Uitleg OCenW-Regelingen worden geplaatst. Van deze plaatsing zal mededeling worden gedaan in de Staatscourant.

Artikel 16. Inwerkingtreding [Vervallen per 26-05-2010]

Deze regeling treedt in werking met ingang van de derde dag na de datum van uitgifte van Uitleg OCenW-Regelingen, waarin deze regeling is geplaatst, en werkt terug tot en met 1 januari 1996. Artikel 3, 4 en 5 vervallen met ingang van 1 januari 2000.

Artikel 17. Inwerkingtreding [Vervallen per 26-05-2010]

Deze regeling wordt aangehaald als: Kaderregeling subsidiëring BVE Raad.

De

minister

van onderwijs, cultuur en wetenschappen

dr. ir. J.M.M. Ritzen