KruimelpadGeldend op 10-02-2012
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het gewenst is de bijzondere wetten aan te passen aan de derde tranche van de Algemene wet bestuursrecht;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
[Wijzigt de Wet van 21 april 1955, houdende vaststelling van een regeling, als bedoeld in artikel 89a van de Comptabiliteitswet (Stb. 1927, No. 259), ten aanzien van de «Stichting tot verzorging en afwikkeling van pensioensaangelegenheden betreffende gewezen overheidspersoneel van Indonesië en hun nagelaten betrekkingen» (Stb. 189).]
Met ingang van het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet:
a. komen de taken en bevoegdheden van het college van burgemeester en wethouders met betrekking tot de heffing van gemeentelijke belastingen ten aanzien van belastingaanslagen die voor dat tijdstip reeds zijn vastgesteld, toe aan de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde ambtenaar;
b. worden de vaststelling van en de werkzaamheden in het kader van de heffing van gemeentelijke belastingen met betrekking tot de in onderdeel a bedoelde belastingaanslagen die voor dat tijdstip door of namens het college van burgemeester en wethouders zijn verricht, geacht te zijn verricht door de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde ambtenaar;
c. komen de taken en bevoegdheden van het college van gedeputeerde staten met betrekking tot de heffing van provinciale belastingen ten aanzien van belastingaanslagen die voor dat tijdstip reeds zijn vastgesteld, toe aan de in artikel 227a, tweede lid, onderdeel b, van de Provinciewet bedoelde ambtenaar;
d. worden de vaststelling van en de werkzaamheden in het kader van de heffing van provinciale belastingen met betrekking tot de in onderdeel c bedoelde belastingaanslagen die voor dat tijdstip door of namens het college van gedeputeerde staten zijn verricht, geacht te zijn verricht door de in artikel 227a, tweede lid, onderdeel b, van de Provinciewet bedoelde ambtenaar.
Met ingang van het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet:
a. komen de taken en bevoegdheden van het dagelijks bestuur van een waterschap met betrekking tot de heffing van waterschapsbelastingen ten aanzien van belastingaanslagen die voor dat tijdstip reeds zijn vastgesteld, toe aan de in artikel 123, derde lid, onderdeel b, van de Waterschapswet bedoelde ambtenaar van dat waterschap;
b. worden de vaststelling van en de werkzaamheden in het kader van de heffing van waterschapsbelastingen met betrekking tot de in onderdeel a bedoelde belastingaanslagen die voor dat tijdstip door of namens het dagelijks bestuur van een waterschap zijn verricht, geacht te zijn verricht door de in artikel 123, derde lid, onderdeel b, van de Waterschapswet bedoelde ambtenaar van dat waterschap.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Beatrix
De Minister van Justitie,
W. Sorgdrager
De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken,
J. Kohnstamm
De Minister van Justitie,
W. Sorgdrager