Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Regeling overdracht personele middelen VERDI-convenant[Regeling vervallen per 29-05-2003.]

Geldend van 01-01-2002 t/m 28-05-2003

Regeling inzake de overdracht van financiële middelen ten behoeve van personele en bestuurslasten ter uitvoering van het protocol en sociaal statuut bij het convenant VERDI

De Minister van Verkeer en Waterstaat,

Gezien het convenant VERDI, gesloten op 29 maart 1996 tussen Onze Minister van Verkeer en Waterstaat, de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken, het Interprovinciaal Overleg en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, betreffende de uitwerking van het hoofdlijnenakkoord inzake de decentralisatie en regionalisering verkeer en vervoer buiten de kaderwetgebieden;

Gezien het Protocol en Sociaal Statuut VERDI, ondertekend op 2 april 1997 door Onze Minister van Verkeer en Waterstaat, het Interprovinciaal Werkgeversverband, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en de Samenwerkende Kaderwetgebieden Verkeer en Vervoer;

Besluit:

Artikel 1 [Vervallen per 29-05-2003]

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. minister:

de minister van Verkeer en Waterstaat;

b. kaderwetgebied:

een samenwerkingsgebied, als bedoeld in artikel 1 van de Kaderwet bestuur in verandering;

c. gemeente:

een gemeente, die niet deel uitmaakt van een kaderwetgebied;

d. IPO:

Interprovinciaal Overleg;

e. VNG:

Vereniging van Nederlandse Gemeenten;

f. fte:

full-time equivalent;

g. kenniscentrum:

Kenniscentrum verkeer en vervoer;

h. subsidie-ontvanger:

de openbare lichamen en andere rechtspersonen, bedoeld in artikel 3, tweede lid, artikel 4, tweede en vierde lid, artikel 5, tweede lid, artikel 6, eerste lid, artikel 7 en artikel 8, eerste en derde lid, die op grond van deze regeling aanspraak hebben op subsidie.

Artikel 2 [Vervallen per 29-05-2003]

  • 1 De minister verstrekt subsidie ten behoeve van de ontwikkeling van provinciaal, regionaal en lokaal verkeer- en vervoerbeleid door provincies, kaderwetgebieden en gemeenten.

  • 2 De minister verleent subsidie ten behoeve van de ondersteuning van de beleidsontwikkeling, bedoeld in het vorige lid, door het kenniscentrum.

Artikel 3 [Vervallen per 29-05-2003]

  • 1 De minister stelt voor het jaar 1997 voor iedere provincie de subsidie als bedoeld in artikel 2, eerste lid, vast.

  • 2 De subsidie, bedoeld in het eerste lid, bedraagt voor:

    • a. de provincie Friesland f 360.903,-

    • b. de provincie Groningen f 281.820,-

    • c. de provincie Drenthe f 379.153,-

    • d. de provincie Overijssel f 135.820,-

    • e. de provincie Flevoland f 342.653,-

    • f. de provincie Utrecht f 354.820,-

    • g. de provincie Zeeland f 354.820,-

    • h. de provincie Limburg f 354.820,-

    • i. de provincie Noord-Holland f 443.526,-

    • j. de provincie Zuid-Holland f 297.526,-

    • k. de provincie Noord-Brabant f 297.526,-

    • l. de provincie Gelderland f 504.359,-

Artikel 4 [Vervallen per 29-05-2003]

  • 1 De minister stelt voor 1997 voor de kaderwetgebieden de subsidie als bedoeld in artikel 2 eerste lid vast.

  • 2 De subsidie, bedoeld in het eerste lid, bedraagt voor:

    • a. Twente f 456.825,-

    • b. KAN f 635.882,-

    • c. BRU f 592.955,-

    • d. ROA f 1.208.866,-

    • e. Haaglanden f 803.003,-

    • f. SRR f 996.523,-

    • g. SRE f 404.945,-

  • 3 De minister stelt de subsidie voor de jaren 1998 tot en met 2002 als bedoeld in artikel 2,eerste lid, voor de kaderwetgebieden jaarlijks vóór 1 maart vast.

  • 4 De subsidie, bedoeld in het derde lid, bedraagt per jaar voor:

    • a. Twente € 281.968,14

    • b. KAN € 359.880,38

    • c. BRU € 426.662,31

    • d. ROA € 923.816,65

    • e. Haaglanden € 589.907,02

    • f. SRR € 812.513,44

    • g. SRE € 315.359,10

  • 5 Een kaderwetgebied legt jaarlijks vóór 1 augustus aan de minister rekening en verantwoording af omtrent de besteding van de in het daaraan voorafgaande kalenderjaar ontvangen subsidie. Dit geschiedt middels een verklaring, opgesteld door een accountant, als bedoeld in artikel 393 Boek 2, Burgerlijk Wetboek.

Artikel 5 [Vervallen per 29-05-2003]

  • 1 De minister stelt voor het kalenderjaar 1997 voor iedere gemeente de subsidie als bedoeld in artikel 2, eerste lid, vast.

  • 2 De subsidie voor een gemeente bedraagt f 0,372 per inwoner, vermenigvuldigd met het aantal inwoners van die gemeente op 1 januari 1996, volgens de gegevens van het Centraal Bureau voor de Statistiek met uitzondering van Noord-Brabant waarbij, in verband met de gemeentelijke herindelingen, het meest recente inwonersbestand van het Ministerie van Binnenlandse Zaken is gebruikt.

Artikel 6 [Vervallen per 29-05-2003]

  • 1 De minister stelt voor de periode 1 september tot en met 31 december 1997 de subsidie vast voor het IPO ter financiering van 2 fte bij het kenniscentrum.

  • 2 De subsidie bedraagt voor de periode 1 september tot en met 31 december 1997 f 97.334,-.

Artikel 7 [Vervallen per 29-05-2003]

Het IPO besteedt de subsidie ten behoeve van de financiering van de personele middelen en de overige lasten die verbonden zijn aan de uitvoering van de taken van het kenniscentrum.

Artikel 8 [Vervallen per 29-05-2003]

  • 1 De minister stelt voor de periode van 1 september tot en met 31 december 1997 de subsidie voor de VNG vast voor de financiering van 2 fte ten behoeve van het kenniscentrum.

  • 2 De subsidie, bedoeld in het eerste lid, bedraagt: f 97.334,-.

  • 3 De minister stelt voor de jaren 1998 tot en met 2000 jaarlijks vóór 1 maart de subsidie voor de VNG vast voor de financiering van 2 fte ten behoeve van het kenniscentrum.

  • 4 De subsidie, bedoeld in het derde lid, bedraagt: f 292.000,- per jaar.

Artikel 9 [Vervallen per 29-05-2003]

  • 1 De VNG besteedt de subsidie ten behoeve van de financiering van de personele middelen en de overige lasten die verbonden zijn aan de uitvoering van de taken van het kenniscentrum.

  • 2 De VNG zet bij het kenniscentrum 1 fte in ten behoeve van de kaderwetgebieden en 1 fte ten behoeve van de gemeenten.

Artikel 10 [Vervallen per 29-05-2003]

  • 1 De subsidie wordt overeenkomstig de beschikking tot subsidievaststelling betaald.

  • 2 De betaling geschiedt binnen acht weken na dagtekening van de beschikking tot subsidievaststelling.

Artikel 11 [Vervallen per 29-05-2003]

  • 1 De minister kan de subsidievaststelling wijzigen of intrekken indien de subsidie-ontvanger:

    • a. niet heeft voldaan aan een aan de subsidie verbonden verplichting; of

    • b. de subsidie niet is besteed in overeenstemming met de doelstelling, bedoeld in artikel 2.

  • 2 De subsidievaststelling kan niet meer worden gewijzigd of ingetrokken, indien vijf jaren zijn verstreken sinds de dag waarop zij is bekendgemaakt, dan wel sinds de dag waarop aan de verplichting had moeten zijn voldaan.

  • 3 Onverschuldigd betaalde subsidiebedragen kunnen worden teruggevorderd binnen vijf jaar na de dag waarop de subsidie is vastgesteld of nadat een handeling in strijd met een verplichting op grond van deze regeling is verricht.

Artikel 11 [Vervallen per 29-05-2003]

Indien de opheffing van het kenniscentrum geschiedt vóór 31 december 2002, wordt van de bedragen, genoemd in artikel 8, naar evenredigheid van het resterende aantal maanden na opheffing:

  • a. het aandeel van de subsidie die de VNG ontving voor 1 fte bij het kenniscentrum, ten behoeve van de gemeenten, gestort in het gemeentefonds;

  • b. het aandeel van de subsidie die de VNG ontving voor 1 fte bij het kenniscentrum, ten behoeve van de kaderwetgebieden, indien de opheffing van het kenniscentrum geschiedt vóór intrekking van de Kaderwet bestuur in verandering, verdeeld over de kaderwetgebieden in overeenstemming met de verdeling, genoemd in artikel 4, vierde lid.

Artikel 12 [Vervallen per 29-05-2003]

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 13 [Vervallen per 29-05-2003]

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling overdracht personele middelen VERDI-convenant.

De regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag, 28 oktober 1997

De

Minister

van Verkeer en Waterstaat,

A. Jorritsma-Lebbink