Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Regeling onderwijsbevoegdheid Lid-Staten[Regeling vervallen per 21-12-2007.]

Geldend van 19-07-1997 t/m 20-12-2007

Regeling onderwijsbevoegdheid Lid-Staten

De minister van onderwijs, cultuur en wetenschappen,

Handelende in overeenstemming met de minister van landbouw, natuurbeheer en visserij;

Gelet op artikel 11 van de Algemene wet erkenning EG-hoger-onderwijsdiploma's en op de Verordening (EEG) nr. 1612/68 van de Raad van Europese Gemeenschappen van 15 oktober 1968 betreffende het vrije verkeer van werkenden binnen de Gemeenschap, als gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 2434/92 van 27 juli 1992;

Besluit:

Paragraaf 1. Algemene bepalingen [Vervallen per 21-12-2007]

Artikel 1. Definities [Vervallen per 21-12-2007]

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a. de bevoegde autoriteit: de bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 6 van de Algemene wet erkenning EG-hoger-onderwijsdiploma's;

  • b. de richtlijn: richtlijn nr. 89/48/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 21 december 1988 betreffende een algemeen stelsel van erkenning van hoger-onderwijsdiploma's waarmee beroepsopleidingen van ten minste drie jaar worden afgesloten (PbEG 1989, L19);

  • c. EG-verklaring: een verklaring als bedoeld in artikel 8, tweede lid, van de Algemene wet erkenning EG-hoger-onderwijsdiploma's;

  • d. diploma: een diploma als bedoeld in artikel 2 dan wel artikel 3 van de Algemene wet erkenning EG-hoger-onderwijsdiploma's;

  • e. Lid-Staat: een Lid-Staat van de Europese Gemeenschappen of een andere Staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte;

  • f. Lid-Staat van herkomst: de Lid-Staat waar het diploma is behaald dan wel is erkend;

  • g. aanpassingsstage: de uitoefening van een of meer van de in artikel 4, eerste lid, genoemde beroepen onder de in artikel 9 genoemde voorwaarden, bedoeld in artikel 10, tweede lid, van de Algemene wet erkenning EG-hoger-onderwijsdiploma's;

  • h. proeve van bekwaamheid: een controle betreffende onderdelen van de beroepskennis als bedoeld in artikel 10, derde lid, van de Algemene wet erkenning EG-hoger-onderwijsdiploma's onder de in artikel 8 genoemde voorwaarden;

  • i. beroepservaring: de daadwerkelijke en geoorloofde uitoefening van het betrokken beroep in een Lid-Staat.

Artikel 2. Reikwijdte van de regeling [Vervallen per 21-12-2007]

Deze regeling is van toepassing op onderdanen van Lid-Staten, die in het bezit zijn van een diploma waaraan in de Lid-Staat van herkomst een onderwijsbevoegdheid is verbonden.

Paragraaf 2. Voorwaarden bij toelating [Vervallen per 21-12-2007]

Artikel 3. De aanvraag voor een EG-verklaring [Vervallen per 21-12-2007]

  • 1 Degene die in aanmerking wenst te komen voor toelating in Nederland tot een of meer van de hieronder genoemde beroepen dient daartoe een aanvraag voor het verkrijgen van een EG-verklaring in bij de bevoegde autoriteit. Bij de beroepen genoemd onder c, c.1 en f dient het vak of vakgebied te worden aangegeven. Bij de beroepen onder a, a.1 en b behoeft slechts in voorkomende gevallen het vakgebied te worden aangegeven.

    • a. Leraar in het basisonderwijs;

    • a.1. leraar in het basisonderwijs aan een Engels - Nederlandstalige afdeling;

    • b. leraar in het (voortgezet) speciaal onderwijs;

    • c. leraar in het voorbereidend wetenschappelijk onderwijs, algemeen voortgezet onderwijs of voorbereidend beroepsonderwijs;

    • c.1. leraar in het voortgezet onderwijs aan een cursus Engels - Nederlandstalig onderwijs of een cursus Internationaal Baccalaureaat;

    • d. docent in de sector educatie en beroepsonderwijs, bedoeld in de Wet educatie en beroepsonderwijs;

    • e. docent in het hoger beroepsonderwijs met uitzondering van de opleidingen, genoemd onder het onderdeel onderwijs van het Centraal register opleidingen hoger onderwijs, bedoeld in artikel 6.13 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;

    • f. docent van de opleidingen genoemd onder het onderdeel onderwijs van het Centraal register opleidingen hoger onderwijs.

  • 2 Bij de aanvraag dient te worden aangegeven dan wel te worden overgelegd:

    • a. het beroep of de beroepen, genoemd in het eerste lid, tot welke toelating wordt gewenst;

    • b. een gewaarmerkte kopie van het diploma op grond waarvan in de Lid-Staat van herkomst onderwijsbevoegdheid is verkregen;

    • c. een overzicht van relevante studiegegevens, in ieder geval bevattende de totale cursusduur, de bestudeerde hoofdvakken en eventueel andere vakken, en, indien beschikbaar, tevens een globale leerstofomschrijving van deze vakken met de daarbij behorende studietijd;

    • d. een schriftelijke verklaring van een daartoe bevoegde instantie in de Lid-Staat van herkomst waaruit blijkt welke onderwijsbevoegdheid de aanvrager in die Lid-Staat heeft;

    • e. indien de opleiding overwegend buiten de Lid-Staten is genoten, een bewijsstuk gewaarmerkt door de daartoe bevoegde instantie in de Lid-Staat van herkomst, dat ten minste drie jaren beroepservaring is opgedaan;

    • f. indien de aanvraag en de onder b tot en met e bedoelde stukken in een andere dan de Nederlandse of de Engelse taal zijn gesteld, een, zo mogelijk door een beëdigd tolk/vertaler opgestelde, vertaling daarvan in één van deze talen.

  • 3 De bevoegde autoriteit stelt de aanvrager binnen vier weken op de hoogte van de datum van ontvangst van de aanvraag.

  • 4 Indien de aanvraag niet volledig is, geeft de bevoegde autoriteit bij de in het derde lid bedoelde mededeling aan op welke punten de aanvraag aanvulling behoeft.

  • 5 Bij ontvangst van de aanvullende informatie stelt de bevoegde autoriteit de aanvrager zo spoedig mogelijk op de hoogte van de datum van ontvangst.

Artikel 4. Correctie aanvraag [Vervallen per 21-12-2007]

  • 1 Indien de door de aanvrager gewenste onderwijsbevoegdheid ruimer is dan zijn onderwijsbevoegdheid in de Lid-Staat van herkomst, wordt de aanvraag niet in behandeling genomen. De bevoegde autoriteit maakt dit aan de aanvrager bekend en geeft daarbij aan dat een nieuwe aanvraag kan worden ingediend voor maximaal een onderwijsbevoegdheid gelijk aan die in de Lid-Staat van herkomst.

  • 2 Indien de gewenste onderwijsbevoegdheid een niet in Nederland bestaande bevoegdheid is, wordt de aanvraag niet in behandeling genomen. De bevoegde autoriteit maakt dit aan de aanvrager bekend en geeft daarbij aan welke Nederlandse onderwijsbevoegdheid het meest bij de gewenste bevoegdheid aansluit en voorts dat een nieuwe aanvraag kan worden ingediend.

Artikel 5. Toekenning [Vervallen per 21-12-2007]

  • 1 De bevoegde autoriteit kent de gewenste EG-verklaring zonder nadere voorwaarden aan de aanvrager toe indien:

    • a. de Nederlandse taal in voldoende mate wordt beheerst, zonodig aan te tonen door het bezit van een van de diploma's, genoemd in artikel 6, eerste lid,

    • b. de vakgebieden van de opleiding die ten grondslag heeft gelegen aan het door de aanvrager behaalde diploma niet of in geringe mate verschillen van de wezenlijke vakgebieden van de Nederlandse opleiding die vereist is voor het verkrijgen van de gewenste onderwijsbevoegdheid, en

    • c. de cursusduur van de gevolgde opleiding minder dan een jaar korter is dan die van de Nederlandse opleiding die vereist is voor het verkrijgen van de gewenste onderwijsbevoegdheid.

    Indien de aanvrager een deeltijdse opleiding heeft gevolgd, dan wel een opleiding heeft gevolgd die in de Lid-Staat van herkomst gelijkwaardig is verklaard met de aldaar vereiste opleiding, wordt bij het bepalen van de cursusduur van de gevolgde opleiding niet uitgegaan van de cursusduur van de door hem gevolgde opleiding, maar van de voltijdse duur van de vereiste opleiding in de Lid-Staat van herkomst.

  • 2 Nadat de aanvrager bij de bevoegde autoriteit heeft aangetoond aan de gestelde voorwaarden te hebben voldaan, geeft de bevoegde autoriteit binnen vier weken de EG-verklaring af.

  • 3 De voorwaarde, genoemd in het eerste lid, onder a, is niet van toepassing op een aanvrager, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder a.1, c.1, e en f.

Artikel 6. Nadere voorwaarden [Vervallen per 21-12-2007]

  • 1 Indien de aanvrager niet heeft aangetoond de Nederlandse taal in voldoende mate te beheersen kan deze dit alsnog aantonen door één van de volgende diploma's te overleggen:

    • a. het 'Certificaat Nederlands als Vreemde Taal', waarvan de examens op het hoogste niveau zijn afgelegd,

    • b. het diploma Nederlands als Tweede Taal, programma II, dan wel het certificaat Nederlands als Tweede Taal op het tweede niveau, afgegeven voor 1 januari 1994,

    • c. een diploma vwo, havo of een diploma van een opleiding beroepsonderwijs die uitsluitend of mede is gericht op doorstroming naar het hoger beroepsonderwijs,

    • d. een met een van de onder c genoemde diploma's vergelijkbaar diploma behaald in het Nederlandstaling onderwijs in België, of

    • e. een positieve beoordeling dienaangaande door de minister,indien de aanvrager in Nederland reeds werkzaam is als onbevoegd leraar in het voortgezet onderwijs.

  • 2 Indien de opleiding die ten grondslag heeft gelegen aan het door de aanvrager behaalde diploma betrekking heeft op vakgebieden die meer dan in geringe mate verschillen van de wezenlijke vakgebieden van de Nederlandse opleiding die is vereist om het betreffende beroep te mogen uitoefenen, dient de aanvrager, naar eigen keuze, een proeve van bekwaamheid af te leggen dan wel een aanpassingsstage te volbrengen.

  • 3 Indien de cursusduur van de gevolgde opleiding ten minste een jaar korter is dan de cursusduur van de Nederlandse opleiding die vereist is om het betreffende beroep te mogen uitoefenen, dient de aanvrager aan te tonen dat hij beschikt over een beroepservaring van ten minste twee jaar.

  • 4 De bevoegde autoriteit kan ten aanzien van een aanvrager niet zowel het tweede als het derde lid toepassen.

Artikel 7. Proeve van bekwaamheid [Vervallen per 21-12-2007]

Bij een proeve van bekwaamheid wordt de volgende procedure gevolgd:

  • a. de bevoegde autoriteit stelt een lijst op van de vakgebieden die, in vergelijking met de vereiste Nederlandse opleiding, meer dan in geringe mate verschillen van de opleiding die de aanvrager heeft gevolgd, en waarvan de kennis een wezenlijke voorwaarde is om in Nederland de gewenste onderwijsbevoegdheid te verkrijgen;

  • b. de proeve van bekwaamheid heeft betrekking op de onder a bedoelde vakgebieden en wordt afgenomen door een door de bevoegde autoriteit aan te wijzen Nederlandse instelling die een relevante lerarenopleiding verzorgt;

  • c. de bevoegde autoriteit bepaalt op basis van de omvang van de proeve de hoogte van het door de aanvrager aan de desbetreffende instelling te betalen examengeld;

  • d. de bevoegde autoriteit deelt de aanvrager schriftelijk mee op welke vakgebieden de proeve betrekking zal hebben, welke instelling de proeve af zal nemen en wat de hoogte van het examengeld is;

  • e. de desbetreffende instelling doet de aanvrager schriftelijk opgave van de te bestuderen literatuur;

  • f. de desbetreffende instelling stelt de criteria vast voor de beoordeling van de proeve;

  • g. de desbetreffende instelling biedt binnen vier maanden nadat de aanvrager te kennen heeft gegeven de proeve van bekwaamheid te willen afleggen en hij tevens het examengeld heeft betaald, de gelegenheid tot het afleggen van de proeve;

  • h. de desbetreffende instelling deelt het resultaat van de proeve zo spoedig mogelijk mee aan de aanvrager en aan de bevoegde autoriteit.

Artikel 8. Aanpassingsstage [Vervallen per 21-12-2007]

Een aanpassingsstage wordt als volgt vormgegeven:

  • a. De aanvrager verzorgt gedurende ten hoogste een schooljaar onderwijs als bedoeld in de aanvraag. Hiertoe wendt hij zich tot het bevoegd gezag van een relevante onderwijsinstelling met het verzoek hem te benoemen tot onbevoegd leraar of docent. In afwijking van de tweede volzin betreft het in het basisonderwijs een benoeming op grond van een bevoegdheid voor bepaalde tijd.

  • b. De aanvrager wordt in geval van benoeming begeleid door een bevoegd beoefenaar van het betrokken beroep, aangewezen door de onderwijsinstelling waarbinnen hij werkzaam is.

  • c. Een stage kan ook opleidingselementen bevatten.

  • d. De stage wordt beoordeeld op de vraag of de aanvrager de vakgebieden als bedoeld in artikel 6, tweede lid, in voldoende mate beheerst.

  • e. De bevoegde autoriteit deelt het resultaat van de beoordeling zo spoedig mogelijk mee aan de aanvrager.

Artikel 9. Herkansing [Vervallen per 21-12-2007]

Indien de proeve van bekwaamheid niet met positief resultaat is afgelegd of de aanpassingsstage negatief is beoordeeld, heeft de aanvrager het recht -naar eigen keuze- nogmaals een proeve van bekwaamheid af te leggen of een aanpassingsstage te volbrengen.

Artikel 10. Beslistermijn [Vervallen per 21-12-2007]

De bevoegde autoriteit neemt binnen vier maanden na ontvangst van de aanvraag een beslissing.

Paragraaf 3. Overgangsregeling [Vervallen per 21-12-2007]

Artikel 11. Overgangsregeling vakonderwijs [Vervallen per 21-12-2007]

Voor personen die voor 1 januari 1997 het Certificaat Nederlands als Vreemde Taal op het middenniveau (basiskennis) hebben behaald, dan wel de opleiding ter voorbereiding op het examen voor dit certificaat volgen en dit examen voor 1 augustus 1997 met goed gevolg afleggen, blijft, in afwijking van artikel 6 , het artikel 5,tweede lid, onder b en c van de 'Regeling onderwijsbevoegdheid lid-staten' van 17 mei 1994, kenmerk AB/IE - 9400326 van kracht.

Paragraaf 4. Relatie met andere regelingen [Vervallen per 21-12-2007]

Artikel 12. Intrekking regeling [Vervallen per 21-12-2007]

De Regeling onderwijsbevoegheid lid-staten, kenmerk AB/IE - 94003260, van 17 mei 1994, gepubliceerd in Uitleg OenW-Regelingen 1994, nummer 14, wordt ingetrokken.

Paragraaf 5. Slotbepalingen [Vervallen per 21-12-2007]

Artikel 13. Bekendmaking [Vervallen per 21-12-2007]

Deze regeling zal met de toelichting in Uitleg OCenW-Regelingen worden geplaatst. Van deze plaatsing zal mededeling worden gedaan in de Staatscourant.

Artikel 14. Inwerkingtreding [Vervallen per 21-12-2007]

Deze regeling treedt in werking met ingang van de derde dag na de datum van uitgifte van Uitleg OCenW-Regelingen, waarin deze regeling is bekendgemaakt.

Artikel 15. Citeertitel [Vervallen per 21-12-2007]

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling onderwijsbevoegdheid Lid-Staten.

De

minister

van onderwijs, cultuur en wetenschappen

dr. ir. J.M.M. Ritzen