Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Regeling tegemoetkoming lump sum[Regeling vervallen per 31-12-2004.]

Geldend van 12-06-1997 t/m 30-12-2004

Regeling tegemoetkoming lump sum

De staatssecretaris van onderwijs, cultuur en wetenschappen,

Gelet op artikel 85a, eerste lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs;

Besluit:

Artikel 1 [Vervallen per 31-12-2004]

Om tegemoet te komen aan de financiële problematiek die zich bij een aantal scholen voordoet sinds 1 augustus 1996, wordt een aanvullende vergoeding voor personeelskosten verstrekt, indien is voldaan aan de voorwaarden genoemd in de bijlage bij deze regeling.

Artikel 2 [Vervallen per 31-12-2004]

Deze regeling wordt bekendgemaakt door toezending aan de besturen en de rectoren/directeuren van alle scholen voor voortgezet onderwijs.

Artikel 3 [Vervallen per 31-12-2004]

De regeling treedt in werking met ingang van de dag na bekendmaking van deze regeling.

De

staatssecretaris

van onderwijs, cultuur en wetenschappen,

T. Netelenbos

Bijlage [Vervallen per 31-12-2004]

Inleiding

Zoals bekend heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State onlangs in twee uitspraken bevestigd dat de bekostigingsbeschikkingen lump sum in overeenstemming zijn met wet- en regelgeving. Ik realiseer mij evenwel terdege dat daarmee de financiële problemen waarmee een flink aantal scholen te maken heeft niet zijn opgelost. Daarom heb ik de regeling ‘tegemoetkoming lump sum’ getroffen.

Doel van de regeling is op korte termijn aan de problemen van de scholen in financiële zin voor de schooljaren 1996/1997 en 1997/1998 tegemoet te komen in samenhang met de personele baten en lasten. Scholen kunnen ook te maken hebben met een wijziging op het punt van de OZB (de normvergoeding in 1996 was voor een aantal scholen hoger c.q. lager dan de feitelijke aanslag OZB; vanaf 1 januari 1997 worden de kosten van de feitelijke aanslag OZB door de gemeente vergoed). Dit effect is ook in de regeling meegenomen.

De voorziening

De omvang van de aanvullende vergoeding is – in principe – afhankelijk van het verschil – op bestuursniveau – tussen de personele baten en de personele lasten in de periode 1 augustus 1996 tot en met 31 december 1996 en het verschil tussen de aanslag onroerend zaakbelasting in het jaar 1996 en de normvergoeding van f 4,- per vierkante meter bruto vloeroppervlakte. De voorwaarden voor de toekenning en de berekeningswijze zijn aangegeven in de aanvraag bestaande uit één formulier op bestuursniveau en één formulier voor elke vo-school die onder dat bestuur valt. De belangrijkste voorwaarden zijn:

  • a. er geldt een eigen risico van 0,5% van de personele baten in de periode 1-8-1996 tot en met 31-12-1996;

  • b. de aanvraag dient voorzien van een accountantsverklaring voor 5 juli 1997 te zijn ingezonden;

  • c. voorzover voor de vo-scholen onder één bestuur de som van het eigen vermogen (voorzover opgebouwd uit de rijksvergoeding en onder aftrek van het eigen vermogen vastgelegd in materiële vaste activa per 31 december 1996 conform de balansopname in de jaarrekening ultimo 1996) en het bedrag van de voorzieningen op 31 december 1996, gedeeld door het aantal leerlingen per 1 oktober 1996 groter is dan f 900,– per leerling komt dat bestuur slechts onder aftrek van het meerdere in aanmerking voor een aanvullende vergoeding;

  • d. het beschikbare budget is f 25 miljoen; als het totaal van de aanvragen het budget overtreft vindt toekenning plaats naar rato van de aanvraag;

  • e. ik behoud mij het recht voor om zonodig aanvullende gegevens op te vragen.

Bij een totaal aan eigen vermogen en voorzieningen van f 900,– per leerling kan een school een redelijk extreme tegenvaller opvangen (bijvoorbeeld het vervangen van een plat dak maximale uitgave ca. f 500,– per leerling) en toch nog enige reserve/voorziening overhouden. Ik acht het daarom redelijk dat reserves/voorzieningen boven de f 900,– per leerling betrokken worden bij de omvang van de tegemoetkoming.

Ter toelichting van de berekeningssystematiek is een bijlage met een rekenvoorbeeld toegevoegd.

Hardheidsclausule

Onder bepaalde voorwaarden kan het bestuur een beroep doen op de hardheidsclausule, waardoor het eigen risico van 0,5% van de personele baten geheel of gedeeltelijk kan vervallen. De voorwaarden voor de toekenning en de berekeningswijze zijn aangegeven in de aanvraagformulieren. Voorwaarde is een volledige invulling van de aanvraag. Het beschikbare budget is f 5 miljoen. de toekenning kan naar rato van de aanvragen plaatsvinden. Een eventueel resterend budget wordt toegevoegd aan de f 25 miljoen (zie voorziening punt d).

Procedure

Formulieren die op of na 5 juli 1997 worden ingezonden worden niet in behandeling genomen. Het betreft hier derhalve een fatale datum. Indien de gevraagde gegevens door u op de bijgevoegde aanvraag volledig zijn ingevuld wordt uiterlijk 31 augustus 1997 de beslissing aan u gemeld.

Als de aanvraag onvolledig is ingevuld kan dit ertoe leiden dat de beslissing pas na 31 augustus 1997 aan u kan worden gemeld. Een bestuur waaronder meer vo-scholen vallen dient voor elk van de scholen een formulier in te dienen en alle scholen in het formulier op bestuursniveau mee te nemen; is dit niet het geval dan wordt de aanvraag als onvolledig ingevuld beschouwd.

Toekenning vindt plaats aan het schoolbestuur; bepalend is daarbij het scholenbestand per 1 augustus 1996.

Op een toekenning van deze aanvullende middelen zijn de gebruikelijke bepalingen rond verantwoording en controle van toepassing

Accountantscontrole/verrekening

Ik heb het voornemen de accountantsdienst van mijn ministerie opdracht te geven steekproefsgewijs de gegevens die hebben geleid tot een toekenning te laten controleren. In het geval de door u verstrekte gegevens niet correct blijken te zijn, zal ambtshalve tot verrekening worden overgegaan. In dat geval is het ook mogelijk dat voor de overige scholen de toekenning naar rato wordt verhoogd tot een maximaal bedrag van de aanvraag.

Matching

Essentieel bij de toepassing van de regeling en de indiening van een aanvraag is het feit, dat sprake moet zijn van ‘matching’ van de componenten en elementen, die in aanmerking komen bij de bepaling van de personele baten en lasten over de periode 1 augustus 1996 – 31 december 1996. Met ‘matching" wordt bedoeld, dat dezelfde onderdelen en specificaties, die deel uitmaken van de opgegeven personele baten op het aanvraagformulier, ook deel moeten uitmaken van de personele lasten. Dat kan aan de lastenkant enig rekenwerk opleveren, met name op het punt van de opgebouwde aanspraken inzake de vakantie-uitkering en de tegemoetkomning ZKOO (inclusief de zogenaamde werkgeverslasten). Bij de lumpsum-vergoeding voor personeel is sprake van bruto vergoedingen, dus inclusief bijkomende sociale lasten (werkgeverslasten) en aanspraken, die eerst later tot uitbetaling komen. Derhalve moeten ook de samenstelling en de calculatie van de opgegeven personele lasten hieraan worden geconformeerd.

Speciale aandacht verdienen in dit verband ook de vergoedingen, zoals bedoeld in de ‘ Regeling afrekening overlopende personeelskosten vo 1996" OCenW-Regelingen nr. 12A, 24 april 1996. Deze vergoedingen dienen zowel bij de personele baten als de lasten buiten beschouwing te blijven.

Voorts is bij de ‘matching’ in het kader van deze regeling essentieel dat een bestendige gedragslijn wordt gevolgd bij de vaststelling van de elementen en de calculatie daarvan. Indien aanvullende personele baten niet in FTE's niet of nauwelijks kunnen worden toegerekend aan de daarbij behorende lasten dienen ook hier zowel de baten als de lasten buiten beschouwing te blijven (zie bijv. punten c en d van het aanvraagformulier). Hiermee wordt voorkomen dat selectief wordt omgegaan met bepaalde personele baten en lasten.

Controleprotocol

De voorschriften vastgelegd in de controleleidraad voor de controle op de jaarrekening vo over de periode 1 augustus tot en met 31 december 1996 (zie CFI/FVE van 29 maart 1996) zijn ook van toepassing op de controle van de opgave tegemoetkoming invoering lump sum over de periode 1 augustus 1996 tot en met 31 december 1996. Als specifiek aandachtspunt geldt de juiste toepassing van het toerekeningsbeginsel zodat een adequate ‘matching’ plaatsvindt van de personele lasten en baten.