Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Vergoedingenregeling leden Raad voor maatschappelijke ontwikkeling

Geldend van 01-01-2002 t/m heden

Regeling van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, nr. SBP/ARO U 97333, houdende de vaststelling van de vergoedingen van de leden van de Raad voor maatschappelijke ontwikkeling

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

Gelet op artikel 14 van de Kaderwet adviescolleges en artikel 5 van het Vergoedingenbesluit adviescolleges;

Besluit:

Artikel 1

De voorzitter, de ondervoorzitter en de overige leden van de Raad voor maatschappelijke ontwikkeling ontvangen in plaats van een vergoeding per vergadering, een vaste vergoeding.

Artikel 2

De vergoeding van de voorzitter volgens het maximum salarisnummer behorend bij schaal 18 van bijlage B van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984, rekening houdend met een arbeidsduur van gemiddeld 16 uren per week, bedraagt € 2 840,86 bruto per maand.

Artikel 3

De vergoeding van de ondervoorzitter volgens het maximum salarisnummer behorend bij schaal 18 van bijlage B van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984, rekening houdend met een arbeidsduur van gemiddeld 6 uren per week, bedraagt € 1 065,32 bruto per maand.

Artikel 4

De vergoeding van de overige leden volgens het maximum salarisnummer behorend bij schaal 17 van bijlage B van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984, rekening houdend met een arbeidsduur van gemiddeld 6 uren per week, bedraagt € 983,72 bruto per maand.

Artikel 5

De bedragen genoemd in artikel 2, 3 en 4 worden verhoogd met het percentage van de algemene salarisherzieningen voor de sector rijk.

Artikel 6

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 1997.

Artikel 7

Deze regeling wordt aangehaald als: Vergoedingenregeling leden Raad voor maatschappelijke ontwikkeling.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De

Minister

voornoemd,

E. Borst-Eilers