Wijzigingsbesluit Reglement Dienst Buitenlandse Zaken (rechtspositie van plaatselijk [...] werknemers op arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht)

[Regeling materieel uitgewerkt per 01-01-2010.]
Geldend van 01-01-1998 t/m heden

Besluit van 14 maart 1997 tot wijziging van het Reglement Dienst Buitenlandse Zaken betreffende de rechtspositie van plaatselijk bij een vertegenwoordiging van het Koninkrijk in het buitenland indienstgenomen werknemers op arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Buitenlandse Zaken van 25 oktober 1996, nr. HDBZ/AB-u828/96, Hoofddirectie Dienst Buitenlandse Zaken, Bureau Arbeidsverhoudingen en Beleidsprojecten;

Gelet op artikel 134, eerste lid, van de Ambtenarenwet;

De Raad van State gehoord (advies van 16 december 1996, no. WO2.96.0503);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Buitenlandse Zaken van 10 maart 1997, nr. HDBZ/AB-u196/97, Hoofddirectie Dienst Buitenlandse Zaken, Bureau Arbeidsverhoudingen en Beleidsprojecten;

Hebben goedgevonden en verstaan:

ARTIKEL II OVERGANGSBEPALING

Bij ministeriële regeling worden passende overgangsvoorzieningen getroffen ten aanzien van werknemers die reeds vóór de inwerkingtreding van dit besluit in dienst zijn, indien de in artikel 123 bedoelde nadere regeling er toe leidt dat het geheel van voorzieningen geringer wordt dan naar het oordeel van Onze Minister redelijk of billijk is.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

's-Gravenhage, 14 maart 1997

Beatrix

De Minister van Buitenlandse Zaken,

H. A. F. M. O. van Mierlo

Uitgegeven de vijftiende april 1997

De Minister van Justitie,

W. Sorgdrager

Terug naar begin van de pagina