Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Instelling Adviescommissie Samenwerking Aruba-Nederland[Regeling materieel uitgewerkt per 23-07-2010.]

Geldend van 01-05-1997 t/m heden

Besluit tot instelling van een Commissie van onderzoek naar advies over de financiële relaties tussen Aruba en Nederland

De minister-president van Aruba en de minister voor Nederlands-Antilliaanse en Arubaanse Zaken van Nederland, alsmede de staatssecretaris van Binnenlandse Zaken van Nederland, J. Kohnstamm,

overwegende,

dat de financiële relaties tussen Aruba en Nederland in heroverweging moeten worden genomen teneinde deze beter toe te snijden op de samenwerking binnen de kaders van het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden;

dat het wenselijk is voor deze heroverweging door deskundigen onderzoek te doen verrichten en advies te doen uitbrengen;

gezien het memorandum van 15 januari 1997 inzake ’Herijking van de financiële relatie tussen Nederland en Aruba’;

gelet op artikel 38, eerste lid, van het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden;

en ‐ voorzover het de minister voor Nederlands-Arubaanse en Arubaanse Zaken van Nederland en de staatssecretaris van Binnenlandse Zaken, J. Kohnstamm betreft ‐ gelet op artikel 6 Kaderwet adviescolleges (Staatsblad 1996, 378);

Besluiten:

een commissie van deskundigen in te stellen, waarop de volgende regels van toepassing zijn.

Artikel 1

Er is een Adviescommissie Samenwerking Aruba ‐ Nederland, hierna te noemen: de Commissie.

Artikel 2

De Commissie heeft tot taak:

  • a. de voorwaarden te formuleren voor vergroting van financiële zelfstandigheid van Aruba binnen de kaders van het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden en met als uitgangspunt dat Aruba vooralsnog ondersteuning voor overheidsinvesteringen en van Nederlandse deskundigen op tijdelijke basis nodig zal hebben;

  • b. de huidige relaties tussen Aruba en Nederland met betrekking tot financiële samenwerking te analyseren en te evalueren aan de hand van de onder a genoemde voorwaarden;

  • c. modaliteiten te beschrijven voor inrichting van de samenwerkingsrelatie tussen Aruba en Nederland op middellange en lange termijn, die voldoet aan de onder a bedoelde voorwaarden;

  • d. advies uit te brengen aan de minister-president van Aruba en de minister voor Nederlands-Antilliaanse en Arubaanse Zaken van Nederland over het te voeren beleid ten aanzien van de samenwerkingsrelatie tussen Aruba en Nederland, in het bijzonder de financiële.

Artikel 3

  • 1 Voorzitter van de Commissie is de heer mr. B. W. Biesheuvel. Hij is benoemd op persoonlijke titel.

  • 2 De minister-president van Aruba benoemt twee leden van de Commissie en brengt deze benoemingen binnen twee weken na inwerkingtreding van dit besluit ter kennis van de minister voor Nederlands-Antilliaanse en Arubaanse Zaken van Nederland.

  • 3 De minister voor Nederlands-Antilliaanse en Arubaanse Zaken van Nederland benoemt twee leden van de Commissie. Hij brengt de benoeming van deze leden binnen twee weken ter kennis van de regering van Aruba.

Artikel 4

  • 1 De Commissie bepaalt zelf haar werkwijze.

  • 2 De Commissie is bevoegd de informatie in te winnen, die zij naar eigen oordeel voor een goede vervulling van haar taak nodig acht.

  • 3 De Commissie kan zich voor haar taakvervulling laten bijstaan door deskundigen van buiten haar midden. Met instemming van de voorzitter kunnen deze deelnemen aan bijeenkomsten en eventuele andere activiteiten van de Commissie.

  • 4 De Commissie kan zich met tussentijdse rapportages, adviezen, verzoeken en voorstellen rechtstreeks wenden tot de minister-president van Aruba en de minister voor Nederlands-Antilliaanse en Arubaanse Zaken van Nederland.

Artikel 5

Secretaris, niet zijnde lid, van de Commissie is de heer drs. N. F. Roest. De secretaris verricht zijn werkzaamheden als zodanig uitsluitend onder verantwoordelijkheid van de Commissie. De secretaris neemt deel aan de vergaderingen van de Commissie en aan de andere activiteiten die de Commissie voor haar taakvervulling noodzakelijk acht.

Artikel 6

  • 1 Het Kabinet voor Nederlands-Antilliaanse en Arubaanse Zaken verstrekt de Commissie de informatie en de medewerking die voor een goede taakvervulling van de Commissie nodig zijn. Bij onenigheid ter zake beslist de minister voor Nederlands-Antilliaanse en Arubaanse Zaken of diens gevolmachtigde. Zij bevorderen ook de informatieverstrekking en de medewerking van andere Nederlandse departementen en overheidsintellingen.

  • 2 De departementen van Aruba verstrekken de Commissie de informatie en de medewerking die voor een goede taakvervulling van de Commissie nodig zijn. Bij onenigheid ter zake beslist de minister-president van Aruba.

Artikel 7

  • 1 De honorering en de vergoeding van reis-, verblijf- en andere kosten van de voorzitter komen voor rekening van Nederland. Voor deze honorering en vergoeding geldt het Vergoedingenbesluit adviescolleges (Staatsblad 1996, 583).

  • 2 Vergoeding van onkosten aan een eventuele honorering van de leden, bedoeld in artikel 4, tweede lid, alsmede de kosten van inschakeling van de krachtens artikel 5, tweede lid, door de minister-president van Aruba aangewezen medewerkers, komen voor rekening van Aruba.

  • 3 Honorering van en vergoeding van onkosten aan de leden, bedoeld in artikel 4, derde lid, en de kosten van het secretariaat komen voor rekening van Nederland.

  • 4 Op basis van voorafgaande goedkeuring door de minister voor Nederlands-Antilliaanse en Arubaanse Zaken van Nederland komen de overige kosten voor rekening van Nederland.

Artikel 8

2. De Commissie vangt haar werkzaamheden met onmiddellijke ingang aan.

2. De Commissie brengt haar eindrapport uit vóór 1 juli 1997 aan de minister-president van Aruba en de minister voor Nederlands-Antilliaanse en Arubaanse Zaken van Nederland. Op hun verzoek doet de Commissie hen, gezamenlijk of elk afzonderlijk, tussentijds verslag van haar werkzaamheden en pleegt daarover overleg.

Deze regeling zal in de Nederlandse Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag, 13 maart 1997

De Minister-president van Aruba,

J.H.A Eman

De Minister voor Nederlands-Antilliaanse en Arubaanse Zaken,

J.J.C. Voorhoeve

De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken,

J. Kohnstamm