Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Stimuleringsregeling innovatie markt en concurrentiekracht[Regeling vervallen per 01-04-2007.]

Geldend van 01-01-2005 t/m 31-03-2007

Regeling houdende regels voor subsidieverstrekking ter stimulering van het innovatievermogen in de landbouw-, de visserij- en de bosbouwsector

De Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,

Gezien de goedkeuring van de Commissie van de Europese Gemeenschappen bij beschikking nr. SG(96) D/10701 van 6 december 1996;

Besluit:

Paragraaf 1. Begripsbepalingen [Vervallen per 01-04-2007]

Artikel 1 [Vervallen per 01-04-2007]

  • 1 In deze regeling wordt verstaan onder:

    a. minister:

    Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;

    b. innovatieproject:

    samenhangend geheel van activiteiten gericht op:

    • -

      het creëren van nieuwe, gewijzigde of verbeterde producten, technieken, systemen, processen, diensten of organisatievormen tot aan – maar niet met inbegrip van – de commerciële toepassing op praktijkschaal, en

    • -

      het verwerven van kennis ten behoeve van de onder het eerste streepje bedoelde activiteiten;

    c. groep:

    groep als bedoeld in artikel 2:24b van het Burgerlijk Wetboek;

    d. Dienst Regelingen:

    Dienst Regelingen van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit.

  • 2 In deze regeling wordt mede verstaan onder visserij: aquicultuur.

Paragraaf 2. Innovatieprojecten [Vervallen per 01-04-2007]

Artikel 2 [Vervallen per 01-04-2007]

  • 1 De minister kan ter stimulering van het innovatieve vermogen in de landbouw-, de visserij- of de bosbouwsector op aanvraag subsidie verlenen voor innovatieprojecten die:

    • a. zijn gericht op de productie, de be- of verwerking van of de handel in producten uit de landbouw, de visserij of de bosbouw in Nederland en

    • b. een duur van ten hoogste drie jaar hebben.

  • 2 De subsidieverlening wordt geweigerd voor innovatieprojecten:

    • a. met de uitvoering waarvan een aanvang is gemaakt alvorens de ontvangst van de aanvraag schriftelijk aan de aanvrager is bevestigd, of

    • b. waarvan de subsidiabele kosten minder dan € 9.075,60 bedragen.

Artikel 3 [Vervallen per 01-04-2007]

  • 1 De minister stelt ieder begrotingsjaar of per aanvraagperiode een subsidieplafond vast voor op grond van deze regeling te verlenen subsidies. Hij geeft hiervan kennis in de Staatscourant.

  • 2 De minister voorziet, gezien het advies van de beoordelingscommissie, bedoeld in artikel 10, derde lid, in een gelijktijdige beslissing op aanvragen met betrekking tot soortgelijke projecten op basis van een vergelijking van hen geschiktheid om bij te dragen aan de doelstellingen van de subsidie.

Artikel 4 [Vervallen per 01-04-2007]

  • 1 De minister kan voor een innovatieproject als bedoeld in artikel 2 een subsidie verlenen aan:

    • a. een ondernemer die voor eigen rekening en risico een onderneming drijft of

    • b. een geen rechtspersoonlijkheid bezittend samenwerkingsverband van ondernemers als bedoeld in onderdeel a die voor gezamenlijke rekening en risico een innovatieproject uitvoeren.

  • 2 De subsidieverlening wordt geweigerd aan ondernemingen die zijn gericht op onderzoek, scholing, opleiding, voorlichting, advies of begeleiding.

Artikel 5 [Vervallen per 01-04-2007]

  • 1 Als subsidiabele kosten worden uitsluitend in aanmerking genomen:

    • a. de volgende, door de aanvrager aantoonbaar gemaakte en betaalde kosten, voorzover zij noodzakelijk zijn en rechtstreeks zijn toe te rekenen aan de onderdelen van het project waarop de beschikking tot subsidieverlening, bedoeld in artikel 11 betrekking heeft:

      • -

        loonkosten van het direct bij de uitvoering van het project betrokken personeel, berekend op basis van het brutojaarloon volgens de verzamelloonlijst van de betrokken medewerkers, exclusief volledige winstafhankelijke uitkeringen, verhoogd met de wettelijke dan wel op grond van een collectieve arbeidsovereenkomst verschuldigde opslagen voor sociale lasten, te delen door 1600,

      • -

        de loonkosten van het leidinggevend en toezichthoudend personeel, berekend op de wijze van het eerste streepje, indien de aanvrager minder dan 10 werknemers heeft,

      • -

        de kosten van aangeschafte machines en apparatuur, gebaseerd op de historische aanschafprijzen, of de aan het project toe te rekenen leasetermijnen, exclusief financieringskosten en winstopslagen bij transacties binnen een groep, tot een maximum 50% van de historische aanschafprijzen of van de in totaal verschuldigde leasetermijnen,

      • -

        kosten van verbruikte materialen en hulpmiddelen, gebaseerd op historische aanschafprijzen, exclusief winstopslagen bij transacties binnen een groep,

      • -

        aan derden verschuldigde kosten ter zake van studies en onderzoeksactiviteiten en ter zake van de verwerving van kennis en intellectuele eigendomsrechten alsmede ter zake van de bescherming van die rechten, exclusief winstopslagen bij transacties binnen een groep en

      • -

        reis- en verblijfkosten en kosten van deelname aan symposia tot een maximum van 15% van de in het eerste streepje bedoelde loonkosten,

    • b. een forfaitaire opslag voor de algemene kosten van 20% van de onder a, aanhef en eerste streepje bedoelde loonkosten, indien de aanvrager 10 of meer werknemers in dienst heeft.

  • 2 Indien de aanvrager op het tijdstip van de aanvraag geen of minder dan 10 werknemers in dienst heeft, komen de kosten voor de door de aanvrager ten behoeve van het project verrichte arbeid in aanmerking voor een vergoeding van € 18,15 per uur.

  • 3 Eveneens als subsidiabele kosten worden, tot een maximum van € 11.344,51 in aanmerking genomen de kosten, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, vijfde streepje, ter voorbereiding van een aanvraag tot subsidieverlening indien:

    • a. de aanvrager op het tijdstip van de aanvraag tot subsidieverlening minder dan 25 werknemers in dienst heeft en

    • b. de aanvraag tot subsidieverlening is gevolgd door een beschikking tot subsidieverlening als bedoeld in artikel 11.

  • 4 De kosten worden in aanmerking genomen met inbegrip van de verschuldigde omzetbelasting, indien de aanvrager omzetbelasting niet kan verrekenen met door hem af te dragen omzetbelasting.

Artikel 6 [Vervallen per 01-04-2007]

  • 1 De subsidie bedraagt:

    • a. 50% van de subsidiabele kosten voor het gedeelte tot en met € 907.560,43 en 25% voor het gedeelte boven € 907.560,43; of

    • b. 25% van de subsidiabele kosten.

  • 2 De subsidie bedraagt ten hoogste € 1.134.450,54.

  • 3 Indien voor de subsidiabele kosten of een gedeelte daarvan reeds uit anderen hoofde een subsidie is of zal worden verstrekt, wordt slechts een zodanig bedrag aan subsidie verleend dat het totale subsidiebedrag niet meer bedraagt dan 75% van de subsidiabele kosten.

Paragraaf 3. Subsidieverlening [Vervallen per 01-04-2007]

Artikel 7 [Vervallen per 01-04-2007]

  • 1 De minister kan per kalenderjaar één of meer aanvraagperioden vaststellen.

  • 2 De minister kan per kalenderjaar of per aanvraagperiode bepalen dat slechts voor bepaalde categorieën innovatie-projecten een aanvraag tot subsidieverlening kan worden ingediend.

  • 3 De minister kan nader bepalen dat bij de beoordeling, bedoeld in artikel 9, eerste lid, prioriteit wordt gegeven aan bepaalde categorieën innovatieprojecten.

  • 4 De minister maakt de besluiten, bedoeld in het eerste tot en met het derde lid, bekend in de Staatscourant.

Artikel 8 [Vervallen per 01-04-2007]

  • 1 De aanvraag tot subsidieverlening wordt ingediend bij Dienst Regelingen, op een daartoe vastgesteld formulier.

  • 2 De aanvraag tot subsidieverlening gaat vergezeld van:

    • a. in voorkomend geval, het aan het samenwerkingsverband ten grondslag liggende samenwerkingscontract, met daarin in elk geval een overzicht van de aan het samenwerkingsverband deelnemende ondernemingen alsmede van de verdeling van de verantwoordelijkheden, bevoegdheden en financiële verplichtingen tussen de verschillende ondernemingen;

    • b. een projectplan, inhoudende een beschrijving van de doelstellingen en achtergronden van het project, de activiteiten, een tijdsplanning van de activiteiten en de wijze van uitvoering,

    • c. een begroting van de kosten en een opgave van de financieringswijze van het project en

    • d. bewijsstukken dat de aanvrager of, in voorkomend geval, de deelnemers aan het samenwerkingsverband ondernemers zijn als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel a.

  • 3 De aanvrager maakt in de aanvraag tot subsidieverlening een keuze tussen onderdeel a en onderdeel b van artikel 6, eerste lid.

Artikel 9 [Vervallen per 01-04-2007]

  • 1 Er is onderscheidenlijk zijn een of meer Beoordelingscommissies innovatieprojecten, die tot taak heeft onderscheidenlijk hebben de haar daartoe voorgelegde aanvragen tot subsidieverlening overeenkomstig artikel 10 te beoordelen en hierover advies uit te brengen aan de minister.

  • 2 De beoordelingscommissie bestaat uit een voorzitter, tevens lid, en ten minste drie doch ten hoogste twaalf leden.

  • 3 De minister benoemt op basis van hun specifieke kennis en deskundigheid de voorzitter en de leden van de beoordelingscommissie voor een termijn van drie jaar. Ze zijn te allen tijde opnieuw benoembaar.

  • 4 De beoordelingscommissie stelt haar werkwijze vast.

  • 5 Het secretariaat wordt gevoerd door door de minister aan te wijzen ambtenaren van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit.

Artikel 10 [Vervallen per 01-04-2007]

  • 1 De beoordelingscommissie beoordeelt in welke mate het innovatieproject:

    • a. een innovatief karakter heeft,

    • b. economisch of technisch perspectief heeft op toepassing op praktijkschaal, en

    • c. een uitstralingseffect kan hebben voor toepassing door andere ondernemingen.

  • 2 De beoordelingscommissie kan de minister adviseren een aanvraag tot subsidieverlening geheel of gedeeltelijk af te wijzen.

  • 3 De beoordelingscommissie brengt na de beoordeling van de innovatieprojecten, advies uit aan de minister in de vorm van een rangschikking van de aanvragen tot subsidieverlening waarover de commissie ingevolge het tweede lid niet afwijzend adviseert, waarbij aanvragen tot subsidieverlening:

    • a. hoger worden gerangschikt naarmate ze naar het oordeel van de beoordelingscommissie meer voldoen aan de in het eerste lid bedoelde criteria en

    • b. die in gelijke mate aan de in het eerste lid bedoelde criteria voldoen, hoger worden gerangschikt indien ze voldoen aan de door de minister ingevolge artikel 7, derde lid, vastgestelde prioriteiten.

Artikel 11 [Vervallen per 01-04-2007]

De minister geeft de beschikking tot subsidieverlening binnen vier maanden na afloop van de aanvraagperiode waarin de aanvraag tot subsidieverlening is ingediend. Indien deze termijn niet kan worden gehaald, stelt de minister de aanvrager daarvan in kennis en noemt hij daarbij een redelijke termijn waarop de beschikking tegemoet kan worden gezien.

Artikel 12 [Vervallen per 01-01-1998]

Artikel 13 [Vervallen per 01-04-2007]

De subsidieverlening kan worden geweigerd indien een gegronde reden bestaat om aan te nemen dat de financiering van het project niet toereikend zal zijn.

Paragraaf 4. Verplichtingen van de subsidieontvanger [Vervallen per 01-04-2007]

Artikel 14 [Vervallen per 01-04-2007]

  • 1 De subsidieontvanger voert het project uit:

    • a. overeenkomstig het projectplan waarop de beschikking tot subsidieverlening betrekking heeft, behoudens goedgekeurde wijzigingen van het project als bedoeld in het tweede lid,

    • b. in Nederland, behoudens toestemming van de minister tot gedeeltelijke uitvoering buiten Nederland en

    • c. binnen de in artikel 2, eerste lid, onderdeel b, bedoelde periode.

  • 2 Wijzigingen in het innovatieprojectplan gedurende de looptijd van het innovatieproject zijn verboden. De minister kan echter aan Dienst Regelingen gemelde wijzigingen van het innovatieprojectplan goedkeuren. Deze goedkeuring wordt niet verleend voorzover het wijzigingen ten aanzien van de doelstelling betreft. De minister deelt de subsidieontvanger mede of en in welke mate de wijziging van het innovatieprojectplan gevolgen heeft voor de verleende subsidie of voor de bij de verlening van de subsidie vastgestelde verplichtingen. De wijziging kan geen verhoging tot gevolg hebben voor het bedrag van de subsidie of het bedrag waarop de subsidie overeenkomstig de beschikking tot subsidieverlening ten hoogste kan worden vastgesteld.

  • 3 Indien de projectduur langer dan één jaar is, rapporteert de subsidieontvanger halverwege de projectduur in de vorm van een tussenverslag omtrent de voortgang van het project op een door de minister te bepalen wijze. Dit verslag bestaat ten minste uit een beschrijving van:

    • a. de activiteiten die tot dan toe in het kader van het project zijn verricht en

    • b. de mate waarin deze activiteiten hebben bijgedragen aan de in het projectplan omschreven doelstellingen.

  • 4 De subsidieontvanger is verplicht de kennis en informatie die met het project worden opgedaan, onmiddellijk na afloop van het project openbaar te maken, tenzij hij in de aanvraag tot subsidieverlening heeft gekozen voor artikel 6, eerste lid, onderdeel b.

  • 5 De subsidieontvanger is verplicht een administratie te voeren die zodanig is ingericht dat daaruit te allen tijde op eenvoudige en duidelijke wijze alle projectkosten kunnen worden afgelezen, gespecificeerd overeenkomstig de in artikel 5, eerste en tweede lid, onderscheiden kostensoorten, met dien verstande dat ter zake van de loonkosten en de kosten voor eigen arbeid een door middel van een sluitende tijdschrijving vastgestelde urenverantwoording aanwezig is.

Artikel 15 [Vervallen per 01-04-2007]

Als toezichthouders worden door de minister ambtenaren van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit aangewezen.

Paragraaf 5. Subsidievaststelling [Vervallen per 01-04-2007]

Artikel 16 [Vervallen per 01-04-2007]

  • 1 De aanvraag tot subsidievaststelling wordt binnen vier maanden na afloop van het project ingediend bij Dienst Regelingen, op een daartoe vastgesteld formulier.

  • 2 De aanvraag tot subsidievaststelling gaat vergezeld van:

    • a. een activiteitenverslag dat bestaat uit een beschrijving van:

      • -

        de activiteiten die in het kader van het project zijn verricht,

      • -

        de mate waarin deze activiteiten hebben bijgedragen aan de in het projectplan omschreven doelstellingen,

      • -

        de kennis en informatie die tijdens het project zijn opgedaan en

      • -

        de wijze waarop deze kennis en informatie openbaar is of zal worden gemaakt;

    • b. een financieel verslag bestaande uit een rekening en een verklaring van een accountant of een accountant-administratieconsulent als bedoeld in artikel 2:393, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek waaruit blijkt dat is voldaan aan de in deze regeling gestelde voorwaarden en verplichtingen.

  • 3 De accountant of accountant-administratieconsulent, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, controleert met inachtneming van het in bijlage 1 bij deze regeling opgenomen controleprotocol.

Artikel 17 [Vervallen per 01-04-2007]

De minister geeft een beschikking tot subsidievaststelling

Artikel 18 [Vervallen per 01-01-1998]

Paragraaf 6. Intrekking en wijziging subsidieverlening en -vaststelling [Vervallen per 01-04-2007]

Artikel 19 [Vervallen per 01-01-1998]

Artikel 20 [Vervallen per 01-01-1998]

Paragraaf 7. Bevoorschotting, betaling en terugvordering [Vervallen per 01-04-2007]

Artikel 21 [Vervallen per 01-04-2007]

  • 1 De minister kan de subsidieontvanger op diens verzoek ten hoogste eenmaal per zes maanden voorschotten verlenen.

  • 2 Het totaal van de verleende voorschotten kan nooit meer bedragen dan 80% van het bedrag waarop de subsidie overeenkomstig de beschikking tot subsidieverlening ten hoogste kan worden vastgesteld.

  • 3 De aanvraag tot de beschikking tot voorschotverlening gaat vergezeld van een overzicht van de liquiditeitsbehoefte.

Artikel 22 [Vervallen per 01-01-1998]

Artikel 23 [Vervallen per 01-01-1998]

Artikel 24 [Vervallen per 01-04-2007]

Indien toepassing wordt gegeven aan artikel 4:57 van de Algemene wet bestuursrecht of artikel 6 van de Kaderwet LNV-subsidies kunnen terug te vorderen bedragen worden vermeerderd met de wettelijke rente over de periode vanaf de uitbetaling tot aan het moment van algehele voldoening.

Paragraaf 8. Overgangs- en slotbepalingen [Vervallen per 01-04-2007]

Artikel 25 [Vervallen per 01-04-2007]

  • 1 De Stimuleringsregeling milieuvriendelijke agrificatie wordt ingetrokken.

  • 2 Aanvragen die vóór de inwerkingtreding van deze regeling zijn ingediend op grond van de Stimuleringsregeling milieuvriendelijke agrificatie zullen overeenkomstig laatstgenoemde regeling worden afgehandeld.

Artikel 26 [Vervallen per 01-04-2007]

Eén jaar na inwerkingtreding en voorts iedere drie jaar wordt een verslag gepubliceerd over de doeltreffendheid en de effecten van de subsidie in de praktijk.

Artikel 27 [Vervallen per 01-04-2007]

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 27a [Vervallen per 01-04-2007]

Deze regeling berust op artikel 2 van de Kaderwet LNV-subsidies.

Artikel 28 [Vervallen per 01-04-2007]

Deze regeling wordt aangehaald als: Stimuleringsregeling innovatie markt en concurrentiekracht.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 10 januari 1997

De

Minister

van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,,

J.J. van Aartsen

Bijlage 1. Controleprotocol als bedoeld in artikel 16, derde lid, van de Stimuleringsregeling innovatie markt en concurrentiekracht [Vervallen per 01-04-2007]

Controleprotocol

Bij de controle, op basis waarvan de rapportage, bedoeld in het tweede lid van artikel 16 plaatsvindt, dient aan de naleving van de volgende artikelen op de daarbij aangegeven wijze aandacht te worden besteed.

Artikel Soort aandacht
artikel 2, tweede lid

speciale aandacht

artikel 4, eerste lid

speciale aandacht

artikel 4, tweede lid

speciale aandacht

artikel 5, eerste lid

speciale aandacht

artikel 5, tweede lid

speciale aandacht

artikel 5, derde lid

speciale aandacht

artikel 5, vierde lid

speciale aandacht

artikel 6, derde lid

speciale aandacht

artikel 8, tweede lid

normale aandacht

artikel 14, eerste lid, onderdeel a

speciale aandacht

artikel 14, eerste lid, onderdeel b

speciale aandacht

artikel 14, eerste lid, onderdeel c

speciale aandacht

artikel 14, tweede lid

speciale aandacht

artikel 14, vierde lid

speciale aandacht

artikel 14, zesde lid

speciale aandacht

artikel 16, tweede lid, onderdeel b

normale aandacht

artikel 17, tweede lid

speciale aandacht

artikel 21, derde lid

speciale aandacht

Toelichting

  • artikel 2, tweede lid: vaststellen dat geen aanvang is gemaakt met de uitvoering van het project voordat de ontvangst van de aanvraag schriftelijk was bevestigd.

  • artikel 4, eerste lid: vaststellen dat de subsidieontvanger of alle aan het samenwerkingsverband deelnemende ondernemingen voor eigen rekening en risico een onderneming drijven.

  • artikel 4, tweede lid: vaststellen dat de subsidieontvanger geen onderneming is gericht op onderzoek, scholing, opleiding, voorlichting, advies of begeleiding.

  • artikel 5, eerste lid: vaststellen dat de in de financiële verantwoording van het project opgenomen kosten overeenstemmen met de kostencategorieën zoals genoemd in artikel 5, eerste lid.

  • artikel 5, tweede lid: vaststellen dat de kosten voor de door de aanvrager verrichte arbeid, indien de aanvrager geen of minder dan 10 werknemers in dienst heeft, voor een bedrag van f 40,- per uur in aanmerking zijn genomen.

  • artikel 5, derde lid: vaststellen dat de aanvrager op het tijdstip van het indienen van de aanvraag heeft voldaan aan het omvangscriterium.

  • artikel 5, vierde lid: vaststellen of, indien van toepassing, terecht omzetbelasting door de aanvrager in rekening is gebracht.

  • artikel 6, derde lid: vaststellen of de aanvrager voor de subsidiabele kosten niet reeds uit anderen hoofde een uit overheidsmiddelen bekostigde subsidie is of zal worden verstrekt, zodat het totale subsidiebedrag 75% van de subsidiabele kosten overschrijdt.

  • artikel 14, eerste lid, onderdeel a: vaststellen dat de subsidieontvanger het project overeenkomstig het projectplan heeft uitgevoerd, behoudens goedgekeurde wijzigingen van het projectplan.

  • artikel 14, eerste lid, onderdeel b: vaststellen dat het project in Nederland is uitgevoerd, behoudens toestemming van de minister tot gedeeltelijke uitvoering buiten Nederland.

  • artikel 14, eerste lid, onderdeel c: vaststellen dat de uitvoering van het project, onverlet de in het projectplan opgenomen tijdsplanning, in ieder geval is uitgevoerd binnen een tijdsduur van drie jaar.

  • artikel 14, tweede lid: vaststellen dat gedurende de looptijd van het project in het projectplan aangebrachte wijzigingen vooraf zijn gemeld aan Dienst Regelingen en zijn goedgekeurd door de minister.

  • artikel 14, vierde lid: vaststellen of de in het evaluatieverslag opgenomen informatie toereikend is.

  • artikel 14, zesde lid: vaststellen dat de subsidieontvanger een zodanig ingerichte administratie voert dat daaruit te allen tijde op eenvoudige en duidelijke wijze alle projectkosten kunnen worden afgelezen, gespecificeerd overeenkomstig de in artikel 5, eerste lid, onderscheiden kostensoorten; voorts vaststellen dat ter zake van de loonkosten en de kosten voor eigen arbeid er een door middel van een sluitende tijdschrijving vastgestelde urenverantwoording aanwezig is.

  • artikel 16, tweede lid, onderdeel b: vaststellen of de financiële verantwoording van het project voldoet aan de voor dit doel eraan te stellen eisen.

  • artikel 17, tweede lid: vaststellen of de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend ook geheel hebben plaatsgevonden; voorts vaststellen of de subsidieontvanger heeft voldaan aan eventueel andere door de minister opgelegde verplichtingen, als bedoeld in artikel 14, zevende lid.

  • artikel 21, derde lid: vaststellen dat de in de ter verkrijging van voorschotten ingediende liquiditeitsoverzichten opgenomen informatie toereikend is.

Onder normale aandacht wordt verstaan: controle met een diepgang die gebruikelijk is voor het afgeven van een accountantsverklaring bij een verantwoording.

Onder speciale aandacht wordt verstaan: controle waarbij nadrukkelijk wordt bezien of de desbetreffende voorschriften zijn nageleefd. In dit geval moet verder worden gegaan dan normaal bij een controle van een verantwoording.

Aan de niet genoemde artikelen hoeft bij de controle geen aandacht te worden besteed, met dien verstande dat, teneinde de controle op de hierboven genoemde artikelen goed te kunnen verrichten, kennisneming van deze overige artikelen noodzakelijk is.

De minister behoudt zich het recht voor om de Auditdienst van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit een review te laten uitvoeren op de door de accountant van de aanvrager, aan wie de subsidie ingevolge deze regeling is verleend, verrichte werkzaamheden.

Tekst accountantsverklaring, als bedoeld in artikel 16, derde lid goedkeurende verklaring:

Accountantsverklaring

Wij hebben de bijgevoegde financiële verantwoording met betrekking tot de beschikking tot subsidieverlening in het kader van de Stimuleringsregeling innovatie markt en concurrentiekracht, kenmerk ............ van ................... (naam + zetel) gecontroleerd. Dit onderzoek is verricht in overeenstemming met algemeen aanvaarde controlegrondslagen en met de aanwijzingen die de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit in het controleprotocol, behorende bij vorenbedoelde regeling, heeft gegeven met betrekking tot de controle op de naleving van de subsidiebepalingen.

Op grond van dit onderzoek zijn wij van oordeel dat deze verantwoording voldoet aan de voor dit doel eraan te stellen eisen.

Tevens delen wij mede dat de in het controleprotocol genoemde subsidiebepalingen zijn nageleefd.

Plaats en datum:

Handtekening:

Naam accountant:

Naam accountantskantoor:

Adres:

Postcode en woonplaats:

Telefoon: