Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Regeling maatregelen sector OenW[Regeling vervallen per 01-01-2014.]

Geldend van 25-09-2010 t/m 31-12-2013

Regeling maatregelen sector OenW

De minister van onderwijs, cultuur en wetenschappen,Mede namens de minister van landbouw, natuurbeheer en visserij,

Gelet op artikel 13, vierde lid, van Besluit Werkloosheid onderwijs- en onderzoekpersoneel;

In overeenstemming met de Sectorcommissie Onderwijs en Wetenschappen;

Besluit:

Artikel 1. Definities [Vervallen per 01-01-2014]

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a. het BWOO: het Besluit Werkloosheid onderwijs- en onderzoekpersoneel;

  • b. maatregel: een weigering of beperking van de uitkeringsduur als bedoeld in artikel 13, eerste en tweede lid BWOO;

  • c. betrokkene: degene, bedoeld in artikel 1 van het BWOO;

  • d. uitvoeringsorgaan: de instantie waaraan de Minister de uitvoering van het BWOO heeft opgedragen;

  • e. de minister: de minister van onderwijs, cultuur en wetenschappen, en voor wat betreft het landbouwonderwijs, onze minister van landbouw, natuurbeheer en visserij.

Artikel 2. Algemene bepaling [Vervallen per 01-01-2014]

  • 1 Het uitvoeringsorgaan legt een maatregel op met inachtneming van deze regeling. De verplichtingen, waarop een maatregel van toepassing is, zijn ingedeeld in categorieën en opgenomen in de bijlage bij deze regeling. Deze bijlage maakt deel uit van deze regeling.

  • 2 2. Voor de toepassing van deze regeling wordt onder verwijtbaar werkloos verstaan:

    • a. een zodanige verwijtbare gedraging van een betrokkene dat hij redelijkerwijs heeft moeten begrijpen, dat deze zijn ontslag tot gevolg zou kunnen hebben; dan wel

    • b. ontslagname, zonder dat aan de voortzetting van zijn betrekking voor hem zodanige bezwaren zijn verbonden dat deze voortzetting redelijkerwijs niet van hem zou kunnen worden gevergd.

Artikel 3. Verplichtingen eerste categorie [Vervallen per 01-01-2014]

  • 1 De hoogte en de duur van de maatregel bedragen bij het niet of niet behoorlijk nakomen van een verplichting opgenomen in de eerste categorie van de bijlage:

    • a. 5% over de te late termijn, indien het gestelde tijdstip met niet meer dan 56 kalenderdagen wordt overschreden;

    • b. 10% over de te late termijn, indien het gestelde tijdstip met meer dan 56 kalenderdagen, doch niet meer dan 112 kalenderdagen wordt overschreden;

    • c. 20% over de te late termijn met een maximum van 52 weken, indien het gestelde tijdstip met meer dan 112 kalenderdagen wordt overschreden.

  • 2 Indien de mate van verwijtbaarheid van de gedraging of nalatigheid van de betrokkene daartoe naar het oordeel van het uitvoeringsorgaan aanleiding geeft, bedraagt de hoogte van de maatregel, bedoeld in het eerste lid: 2%, 5%, 10% in plaats van respectievelijk 5%, 10%, 20%.

  • 3 Voor de vaststelling van het aantal kalenderdagen, bedoeld in het eerste lid, blijven ten aanzien van de verplichting, opgenomen in:

    • a. De eerste categorie, ten 1, 2 en 4 tot en met 6 van de bijlage, buiten toepassing dagen, niet zijnde zaterdagen of zondagen, waarop kantoren van het uitvoeringsorgaan zijn gesloten;

    • b. De eerste categorie, ten 3, van de bijlage, buiten toepassing dagen, niet zijnde zaterdagen of zondagen, waarop kantoren van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen zijn gesloten;

    • c. De eerste categorie van de bijlage, buiten toepassing dagen, waarop ingevolge deze regeling geen recht bestaat op een uitkering.

Artikel 4. Verplichtingen tweede categorie [Vervallen per 01-01-2014]

  • 1 De hoogte en de duur van de maatregel bedragen bij het niet of niet behoorlijk nakomen van een verplichting opgenomen in de tweede categorie van de bijlage: 5% gedurende 4 weken.

  • 2 Indien de mate van verwijtbaarheid van de gedraging of nalatigheid van de betrokkene daartoe naar het oordeel van het uitvoeringsorgaan aanleiding geeft, bedraagt de hoogte van de maatregel, bedoeld in het eerste lid: 2%.

Artikel 5. Verplichtingen derde categorie [Vervallen per 01-01-2014]

  • 1 De hoogte en de duur van de maatregel bedragen bij het niet of niet behoorlijk nakomen van een verplichting opgenomen in de derde categorie van de bijlage: 10% gedurende 8 weken.

  • 2 Indien de mate van verwijtbaarheid van de gedraging of nalatigheid van de betrokkene daartoe naar het oordeel van het uitvoeringsorgaan aanleiding geeft, bedraagt de hoogte van de maatregel, bedoeld in het eerste lid: 5%.

Artikel 6. Verplichtingen vierde categorie [Vervallen per 01-01-2014]

  • 1 De hoogte en de duur van de maatregel bedragen bij het niet of niet behoorlijk nakomen van een verplichting opgenomen in de vierde categorie van de bijlage: 20% gedurende 16 weken.

  • 2 Indien de mate van verwijtbaarheid van de gedraging of nalatigheid van de betrokkene daartoe naar het oordeel van het uitvoeringsorgaan aanleiding geeft, bedraagt de hoogte van de maatregel, bedoeld in het eerste lid: 10%.

  • 3 In afwijking van het eerste respectievelijk tweede lid, bedragen de hoogte en de duur van de maatregel bij het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting opgenomen in de vierde categorie, ten 3, van de bijlage:

    • a. 10% gedurende 16 weken, respectievelijk 5% gedurende 16 weken, indien de betrokkene onvoldoende meewerkt aan het bereiken van een gunstig scholingsresultaat, zodat vertraging in de opleiding of scholing is ontstaan;

    • b. 30% gedurende 16 weken, respectievelijk 10% gedurende 16 weken, indien het een opleiding of scholing betreft die baanzekerheid geeft en de betrokkene deze opleiding of scholing niet aanvangt of heeft afgebroken;

    • c. Gehele weigering van de uitkering over de volledige of resterende duur indien het een opleiding of scholing betreft die baanzekerheid geeft en de betrokkene blijft volharden in het niet of niet behoorlijk nakomen van deze verplichting.

  • 4 Onder baanzekerheid als in het derde lid bedoeld wordt verstaan een baangarantie of een zodanige kans op een baan, na afronding van de opleiding of scholing, dat deze gelijk te stellen is met een baangarantie.

Artikel 7. Verplichtingen vijfde categorie [Vervallen per 01-01-2014]

  • 1 De hoogte en de duur van de maatregel bedragen bij het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting opgenomen in:

    • a. de vijfde categorie, ten 1 van de bijlage, de gehele uitkering voor de duur dat de betrokkene aanspraak op loon zou hebben kunnen doen gelden, dan wel de dienstbetrekking zou hebben kunnen voortduren;

    • b. De vijfde categorie, ten 2, 3 en 4 van de bijlage: dat deel van de uitkering dat niet tot uitbetaling zou komen, indien de betrokkene de bedoelde benadelingsbehandeling had nagelaten;

    • c. De vijfde categorie, ten 5 van de bijlage, afhankelijk van de ernst van de gedraging of nalatigheid van de betrokkene:

      • 1. 20% gedurende 16 weken

      • 2. 30% gedurende 26 weken

      • 3. De gehele uitkering over de volledige of resterende uitkeringsduur.

    • d. De vijfde categorie, ten 6° van de bijlage: blijvende gehele weigering over het aantal uren waarover het recht op uitkering zou zijn geëindigd indien de betrokkene de betreffende arbeid zou hebben aanvaard of verkregen.

    • e. De vijfde categorie, ten 7° van de bijlage: blijvende gehele weigering van de uitkering, tenzij het niet nakomen van de verplichting de betrokkene niet in overwegende mate kan worden verweten, wordt een verlaging van het uitkeringspercentage tot 35% gedurende 26 weken toegepast.

  • 2 Indien de mate van verwijtbaarheid van de gedraging of nalatigheid van de betrokkene daartoe naar het oordeel van het uitvoeringsorgaan aanleiding geeft, bedraagt de hoogte en de duur van de maatregel:

    • a. bedoeld in het eerste lid, onder a: 30% gedurende de daar bedoelde termijn;

    • b. bedoeld in het eerste lid, onder b: 30% van het daar bedoelde deel van de uitkering;

    • c. bedoeld in het eerste lid, onder c, ten 1: 10% gedurende 16 weken;

    • d. bedoeld in het eerste lid, onder c, ten 2: 20% gedurende 16 weken;

    • e. bedoeld in het eerste lid, onder c, ten 3: 30% gedurende 26 weken.

Artikel 8. Verplichtingen zesde categorie [Vervallen per 01-01-2014]

  • 1 Bij het niet nakomen van de verplichtingen van de zesde categorie gelden de volgende kortingsbedragen:

    Eerste categorie:

    € 68,07

    Tweede categorie:

    € 136,13

    Derde categorie:

    € 272,27

    Vierde categorie

    € 408,40

    Vijfde categorie

    € 544,54

    Zesde categorie

    € 680,67

    Zevende categorie

    € 816,80

  • 2 Onverminderd het bepaalde in de leden 3 tot en met 5 is de op te leggen korting:

    • bij geen of een benadelingsbedrag van minder dan € 907,56 een korting uit de tweede categorie;

    • bij een benadelingsbedrag van € 907,56 tot € 1.815,12 een korting uit de derde categorie;

    • bij een benadelingsbedrag van € 1.815,12 tot € 2.722,68 een korting uit de vierde categorie;

    • bij een benadelingsbedrag van € 2.722,68 tot € 3.630,24 een korting uit de vijfde categorie;

    • bij een benadelingsbedrag van € 3.630,24 tot € 4.537,80 een korting uit de zesde categorie;

    • bij een benadelingsbedrag van € 4.537,80 en hoger een korting uit de zevende categorie.

  • 3 Indien het uitvoeringsorgaan, gelet op de mate waarin de betrokkene de overtreding van de inlichtingenplicht wordt verweten, de op grond van het voorgaande lid vastgestelde korting te hoog acht, legt zij een korting op uit de naastlagere kortingscategorie.

  • 4 Indien de betrokkene schriftelijk is bekendgemaakt dat hem wegens overtreding van de inlichtingenplicht een korting is opgelegd, en hij binnen 2 jaren na de dag van deze bekendmaking opnieuw deze verplichting niet of niet behoorlijk nakomt, wordt de hoogte van de korting, zoals vastgesteld op grond van de voorgaande leden verhoogd met 50%.

  • 5 Indien, gelet op persoonlijke omstandigheden waarin de belanghebbende verkeert, de op grond van de voorgaande leden vastgestelde hoogte van de korting voor hem kennelijk onevenredig bezwaarlijk is, kan het uitvoeringsorgaan na overleg met de minister de korting matigen tot een korting van een lagere kortings-categorie of afzien van oplegging van een korting.

Artikel 9. Ontbreken verwijtbaarheid [Vervallen per 01-01-2014]

Het uitvoeringsorgaan legt geen maatregel op indien iedere verwijtbaarheid ten aanzien van het niet of niet behoorlijk nakomen van een verplichting ontbreekt.

Artikel 10. Niet nakoming twee of meer verplichtingen [Vervallen per 01-01-2014]

  • 1 Indien de betrokkene twee of meer verplichtingen niet of niet behoorlijk nakomt en indien het niet nakomen van deze verplichtingen niet voortkomt uit één oorzaak worden de bij deze verplichtingen na toepassing van de in deze regeling vastgestelde maatregelen samengevoegd en zoveel als mogelijk gelijktijdig gerealiseerd.

  • 2 Indien de betrokkene twee of meer verplichtingen niet of niet behoorlijk nakomt en indien het niet nakomen van deze verplichtingen voortkomt uit één oorzaak wordt één maatregel toegepast overeenkomend met de zwaarste van de bij deze verplichtingen na toepassing van deze regeling vastgestelde maatregelen.

  • 3 Indien de betrokkene ter zake van zijn ingetreden werkloosheid meer dan één verplichting opgenomen in de eerste categorie, ten 1, 2 en 3 van de bijlage, niet of niet behoorlijk is nagekomen en tussen de nakoming van deze verplichtingen niet meer dan zeven kalenderdagen zijn gelegen, wordt aan de overtreding van genoemde verplichtingen één oorzaak ten grondslag gelegd.

Artikel 11. Recidive [Vervallen per 01-01-2014]

  • 1 Indien aan de betrokkene schriftelijk is bekendgemaakt dat hem wegens het niet of niet behoorlijk nakomen van een verplichting een maatregel is opgelegd, en hij binnen 2 jaren na de dag van deze bekendmaking opnieuw dezelfde verplichting niet of niet behoorlijk is nagekomen, wordt het percentage van de maatregel, bedoeld in de artikelen 3 tot en met 7, met de helft daarvan verhoogd.

  • 2 Indien na de schriftelijke bekendmaking dat een maatregel is opgelegd ter zake van het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting, opgenomen in de vierde categorie, ten 1, van de bijlage, dezelfde verplichting binnen 12 maanden voor de derde maal niet is nagekomen, wordt de gehele uitkering over de resterende duur geweigerd.

Artikel 12. Samenvoeging van maatregelen [Vervallen per 01-01-2014]

  • 1 Indien als gevolg van de samenvoeging, genoemd in artikel 10, eerste lid of van de verhoging, genoemd in artikel 11, eerste lid, de maatregel meer dan 30% bedraagt, wordt de hoogte van de maatregel gesteld op 30% en de duur ervan verlengd met een zodanige periode dat daarmee de volledige samenvoeging dan wel de verhoging wordt gerealiseerd.

  • 2 Indien het uitvoeringsorgaan op grond van artikel 7, eerste lid, onder d. de maatregel oplegt van 35% gedurende 26 weken, en de betrokkene een andere maatregel op grond van deze regeling wordt opgelegd, wordt eerst de maatregel van 35% gedurende 26 weken gerealiseerd en aansluitend de andere maatregel.

Artikel 13. Ingang van de maatregel [Vervallen per 01-01-2014]

De maatregel gaat in op de eerste dag van de overtreding of op de eerste dag waarover de uitkering wordt toegekend, respectievelijk de eerste dag waarop recht bestaat op uitkering.

Artikel 14. Realisering van de maatregel [Vervallen per 01-01-2014]

Een tijdelijk gedeeltelijke weigering als maatregel, bedoeld in de artikelen 3 tot en met 7, met uitzondering van artikel 7, eerste lid onder d, wordt op grond van het BWOO gerealiseerd door het uitkeringspercentage van:

  • 70 %, bedoeld in artikel 29 en 34 van het BWOO,

  • 78% ,bedoeld in artikel 37 van het BWOO,

  • 100%, bedoeld in artikel 33 van het BWOO,

  • 108%, bedoeld in artikel 34i van het BWOO, te korten met het aantal procentpunten van de maatregel.

Artikel 15. Vakantie [Vervallen per 01-01-2014]

  • 1 In de perioden waarin de betrokkene, met inachtneming van de voorschriften, als bedoeld in artikel 5, zesde lid, onderdeel a, van het BWOO vakantie geniet, ontbreekt de verwijtbaarheid ten aanzien van overtredingen als bedoeld in artikel 10, eerste lid onderdeel b ten eerste en ten vierde, of artikel 12 van het BWOO, voor zover de perioden waarin de betrokkene vakantie geniet, in enig kalenderjaar gezamenlijk een periode van vier weken niet overschrijden.

  • 2 In afwijking van het bepaalde in het eerste lid, geldt voor:

    • a. de betrokkene, die vakantie geniet in het eerste kalenderjaar van zijn werkloosheid een periode van 6 weken;

    • b. De buitenlandse betrokkene, die vakantie geniet in het land van herkomst een periode van 8 weken;

Artikel 16. Overgangsbepaling [Vervallen per 01-01-2014]

  • 1 Artikel 7, eerste lid onder e is niet van toepassing op het personeel dat voor de inwerkingtreding van deze regeling een functie heeft als bedoeld in artikel I-P76, tweede lid, onderdeel b van het Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel onderscheidenlijk hoofdstuk B2 van de CAO-VO 1996 - 1998.

  • 2 Artikel 7, eerste lid onder e wordt vooralsnog niet toegepast, indien een betrokkene op basis van opheffing van zijn betrekking op eigen verzoek bij voorrang ontslag wordt verleend.

  • 3 Het tweede lid blijft van toepassing tot het moment dat de minister nadere richtlijnen heeft vastgesteld.

Artikel 17. Intrekking publicatie [Vervallen per 01-01-2014]

De publicatie van 15 februari 1994, kenmerk AB-94000855, gepubliceerd in Uitleg 6a van 23 februari 1994, wordt voor wat betreft hoofdstuk 2 ingetrokken.

Hoofdstuk 2 blijft van toepassing op gedragingen die zich voordoen voor de datum van inwerkingtreding van deze regeling.

Artikel 18. Bekendmaking [Vervallen per 01-01-2014]

Deze regeling zal met toelichting in Uitleg OCenW-regelingen worden geplaatst. Van deze plaatsing zal mededeling worden gedaan in de Staatscourant.

Artikel 19. Inwerkingtreding [Vervallen per 01-01-2014]

Deze regeling treedt in werking met in gang van de derde dag na de datum van uitgifte van Uitleg OCenW-regelingen, waarin deze regeling is geplaatst.

Artikel 20. Citeertitel [Vervallen per 01-01-2014]

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling maatregelen sector OenW.

De

minister

van onderwijs, cultuur en wetenschappen,

dr. ir. J.M.M. Ritzen

Bijlage als bedoeld in artikel 2, eerste lid van het Maatregelenbesluit OCenW [Vervallen per 01-01-2014]

De in artikel 2 bedoelde verplichtingen worden onderscheiden in de volgende categorieën:

1. Eerste categorie

1. de betrokkene is verplicht uiterlijk de eerste werkdag volgend op de eerste dag van werkloosheid bij het uitvoeringsorgaan aangifte te doen van zijn werkloosheid (artikel 12, eerste lid, onderdeel a, van het BWOO);

2. de betrokkene is verplicht binnen drie weken na het intreden van zijn werkloosheid bij het uitvoeringsorgaan een aanvraag om een uitkering in te dienen ( artikel 12, eerste lid, onderdeel b, van het BWOO);

3. de betrokkene is verplicht zich tijdig als werkzoekende bij de Arbeidsvoorzieningsorganisatie te doen inschrijven en die inschrijving tijdig te doen verlengen ( artikel 12, eerste lid, onderdeel d, van het BWOO);

4. de betrokkene is verplicht voor elke betaling van de uitkering, op een door het uitvoeringsorgaan aangegeven plaats en tijdstip, melding te doen van (periodieke) mutaties, dan wel een door het uitvoeringsorgaan vastgesteld formulier betreffende onder meer verrichtte werkzaamheden en genoten inkomsten (het maandformulier) door hem ondertekend in te dienen. ( artikel 12, eerste lid, onderdeel c, van het BWOO);

5. de betrokkene is verplicht de voorschriften op te volgen die de minister stelt in verband met het genieten van vakantie tijdens de duur van de uitkering- (artikel 12, eerste lid, onderdeel h, van het BWOO);

6. de betrokkene is verplicht binnen de daarvoor vastgestelde termijn aan het uitvoeringsorgaan op haar verzoek alle feiten en omstandigheden mee te delen waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat zij van invloed kunnen zijn op het recht op uitkering, het geldend maken van het recht op, uitkering, de hoogte of de duur van de uitkering, of op het bedrag van de uitkering dat aan de betrokkene wordt betaald ( artikel 11 van het BWOO);

2. Tweede categorie

1. de betrokkene is verplicht de voorschriften op te volgen die het uitvoeringsorgaan ten behoeve van een doelmatige controle stelt, voor zover niet genoemd in de overige categorieën (artikel 12, eerste lid, onderdeel c, van het BWOO);

2. de betrokkene is verplicht te voldoen aan de andere voorwaarden die het uitvoeringsorgaan stelt.

3. Derde categorie

1. de betrokkene is verplicht gevolg te geven aan een verzoek van de Arbeidsvoorzieningsorganisatie om inlichtingen van belang voor de uitvoering van het BWOO en de daarop berustende bepalingen te verstrekken ( artikel 12, eerste lid, onderdeel e, van het BWOO);

2. de betrokkene is verplicht mee te werken aan een voor hem gewenst onderzoek naar zijn arbeidsgeschiktheid door een geneeskundige, een psycholoog of een beroepskeuzeadviseur (artikel 12, eerste lid, onderdeel g, van het BWOO).

4. Vierde categorie

1. de betrokkene voorkomt dat hij werkloos is of blijft, doordat hij in onvoldoende mate tracht passende arbeid te verkrijgen (artikel 10, eerste lid, onderdeel b, ten 1, van het BWOO);

2. de betrokkene voorkomt dat hij in verband met door hem te verrichten arbeid eisen stelt die het aanvaarden of verkrijgen van passende arbeid belemmeren (artikel 10, eerste lid, onderdeel b, ten 4);

3. de betrokkene is verplicht deel te nemen aan een voor hem gewenste opleiding of scholing en voldoende mee te werken aan het bereiken van een gunstig resultaat ( artikel 12, eerste lid, onderdeel f);

4. de betrokkene is verplicht de voorschriften op te volgen die de minister stelt in verband met het genieten van vakantie tijdens de duur van de uitkering (artikel 12, eerste lid, onderdeel h, van het BWOO). Voor de toepassing van deze categorie wordt hieronder verstaan: gevolg te geven aan een beslissing van het uitvoeringsorgaan dat hij, op grond van zijn kansen op de arbeidsmarkt in de periode van de voorgenomen vakantie, in de door hem gemelde periode geen vakantie dan wel geen vakantie van de voorgenomen duur mag genieten, onder voorwaarde dat de betrokkene over deze beslissing schriftelijk in kennis is gesteld binnen drie weken na mededeling van betrokkene over de voorgenomen vakantie.

5. Vijfde categorie

1. de betrokkene is verplicht zich zodanig te gedragen dat hij door zijn doen en laten de minister, het Participatiefonds, of de instelling voor zover deze budgetverantwoordelijkheid draagt voor de werkloosheidsuitkeringen niet benadeelt of zou kunnen benadelen, doordat hij door de wijze van beëindiging van de dienstbetrekking loonaanspraken prijsgeeft ( artikel 11 onder b van het BWOO);

2. de betrokkene is verplicht zich zodanig te gedragen dat hij door zijn doen en laten de minister, het Participatiefonds, of de instelling voor zover deze budgetverantwoordelijkheid draagt voor de werkloosheidsuitkeringen niet benadeelt of zou kunnen benadelen, doordat hij aanspraken op inkomsten die op de uitkering in mindering kunnen worden gebracht prijsgeeft ( artikel 11 onder b van het BWOO);

3. de betrokkene is verplicht zich zodanig te gedragen dat hij door zijn doen en laten de minister, het Participatiefonds of de instelling voor zover deze budgetverantwoordelijkheid draagt voor de werkloosheidsuitkeringen niet benadeelt of zou kunnen benadelen, doordat hij geen tijdig gebruik maakt van een voor hem bestaande mogelijkheid bij derden zijn aanspraken op loon, vakantiegeld, vakantiebijslag of bedragen die de werkgever in verband met de dienstbetrekking verschuldigd is aan derden geldend te maken ( artikel 11, onder b van het BWOO);

4. De betrokkene is verplicht zich zodanig te gedragen dat hij door zijn doen en laten de minister, het Participatiefonds of de instelling voor zover deze budgetverantwoordelijkheid draagt voor de werkloosheidsuitkeringen niet benadeelt of zou kunnen benadelen, doordat hij instemt dan wel berust in het niet voldoen door de werkgever van zijn aanspraken op loon, vakantiebijslag of bedragen die de werkgever in verband met de dienstbetrekking verschuldigd is aan derden ( artikel 11 onder b van het BWOO);

5. De betrokkene is verplicht zich zodanig te gedragen dat hij door zijn doen en laten de minister, het Participatiefonds of de instelling voor zover deze budgetverantwoordelijkheid draagt voor de werkloosheidsuitkeringen niet benadeelt of zou kunnen benadelen door te handelen of na te laten voor zover niet genoemd in deze categorie, ten 1 tot en met 4 ( artikel 11 onder b van het BWOO).

6. De betrokkene voorkomt dat een verplichting hem opgelegd op grond van artikel 10, eerste lid, onderdeel b, onder 2°, van het BWOO niet is nagekomen

7. De betrokkene voorkomt dat een verplichting hem opgelegd op grond van artikel 10, eerste lid onderdeel a, of onderdeel b, onder 3°, van het BWOO niet is nagekomen.

6. Zesde categorie

De betrokkene is verplicht het uitvoeringsorgaan uit eigen beweging onverwijld alle feiten en omstandigheden mee te delen, waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat zij van invloed kunnen zijn op het recht op uitkering, het geldend maken van het recht op uitkering, de hoogte of de duur van de uitkering, of het bedrag van de uitkering dat aan de betrokkene wordt betaald.