Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Uitvoeringsbesluit verdrag chemische wapens

Geldend van 01-07-2011 t/m heden

Besluit van 23 december 1996, houdende regels ter uitvoering van hoofdstuk 2 van de Uitvoeringswet verdrag chemische wapens (Uitvoeringsbesluit verdrag chemische wapens)

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van de Staatssecretaris van Economische Zaken van 22 oktober 1996, nr. 96064710 WJA/W;

Gelet op de artikelen 3, eerste lid, 4, 5, eerste en tweede lid, 6 en 8 van de Uitvoeringswet verdrag chemische wapens;

De Raad van State gehoord (advies van 10 december 1996, nr. W10.96.0495);

Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Economische Zaken van 17 december 1996, nr. 96080580 WJA/W;

Hebben goedgevonden en verstaan:

HOOFDSTUK 1. BEGRIPSOMSCHRIJVINGEN

Artikel 1

In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

  • a. wet: de Uitvoeringswet verdrag chemische wapens;

  • b. CAS-registratienummer: registratienummer van de Chemical Abstracts Service (CAS) genoemd in artikel III, eerste lid, onder e, van het verdrag;

  • c. lijst 1, lijst 2 en lijst 3: de lijsten 1, 2 en 3, opgenomen in onderdeel B van de Bijlage inzake stoffen bij het verdrag;

  • d. onderscheiden organische stof: elke chemische verbinding van het element koolstof, met uitzondering van zijn oxiden, sulfiden en metaalcarbonaten, te onderscheiden door middel van de chemische naam, de structuurformule, indien bekend, en het CAS-registratienummer, indien toegekend;

  • e. productiecapaciteit: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel II, tiende lid, van het verdrag.

HOOFDSTUK 2. AANWIJZING VAN STOFFEN

Artikel 2

  • 1 Als stoffen als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de wet worden aangewezen de stoffen, opgenomen in lijst 1.

  • 2 Als stoffen als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de wet worden aangewezen de stoffen, opgenomen in de lijsten 2 en 3.

  • 3 Als stoffen als bedoeld in artikel 6 van de wet worden aangewezen:

    • a. de door middel van synthese geproduceerde organische stoffen die niet in lijst 1, 2 of 3 zijn opgenomen en

    • b. de door middel van synthese geproduceerde organische stoffen die niet in lijst 1, 2 of 3 zijn opgenomen en die het element fosfor, fluor of zwavel bevatten.

  • 4 Een wijziging van lijst 1, 2 of 3 gaat voor de toepassing van dit besluit gelden op het tijdstip waarop de betrokken wijziging in werking treedt voor Nederland.

  • 5 Van wijzigingen van de lijsten 1, 2 en 3 wordt door Onze Minister mededeling gedaan in de Staatscourant, onder vermelding van het in het vierde lid bedoelde tijdstip.

HOOFDSTUK 3. AANWIJZING VAN TE VERSTREKKEN GEGEVENS

Artikel 3. (lijst-1-stoffen)

  • 1 Degene die een inrichting in bedrijf neemt waarop artikel 3, tweede of derde lid, van de wet van toepassing is, verstrekt tenminste zeven maanden voor de productie aanvangt aan Onze Minister de volgende gegevens:

    • a. het adres en de kadastrale aanduiding van de inrichting;

    • b. een technische beschrijving van de inrichting met inbegrip van een inventarislijst van de apparatuur en gedetailleerde schema's.

  • 2 Degene die een inrichting in bedrijf houdt waarop artikel 3, tweede of derde lid, van de wet van toepassing is verstrekt jaarlijks voor 1 maart aan Onze Minister de volgende gegevens over het afgelopen kalenderjaar:

    • a. een aanduiding van de aard van de inrichting;

    • b. van elke stof van lijst 1 die in de inrichting is geproduceerd, verkregen, verbruikt of opgeslagen:

      • 1°. de chemische benaming, de structuurformule en het CAS-registratienummer, indien toegekend;

      • 2°. de toegepaste methoden en geproduceerde hoeveelheden;

      • 3°. de benaming en de hoeveelheid van de voorlopers, genoemd in lijst 1, 2 of 3, die voor de productie van stoffen van lijst 1 zijn gebruikt;

      • 4°. de hoeveelheid die in de inrichting is verbruikt en de doeleinden van het verbruik;

      • 5°. de hoeveelheid die is ontvangen van of overgebracht naar andere inrichtingen binnen Nederland, waarbij voor elke zending de hoeveelheid, de ontvanger en de doeleinden afzonderlijk worden vermeld;

      • 6°. de grootste hoeveelheid die op enig tijdstip gedurende het jaar was opgeslagen;

      • 7°. de hoeveelheid die aan het einde van het jaar was opgeslagen;

    • c. informatie over veranderingen in de inrichting gedurende het jaar ten opzichte van eerder verstrekte gedetailleerde technische beschrijvingen van de inrichting, met inbegrip van inventarislijsten van apparatuur en gedetailleerde schema's.

  • 3 Voorts verstrekt degene die een inrichting in bedrijf houdt waarop artikel 3, tweede of derde lid, van de wet van toepassing is jaarlijks voor 1 september aan Onze Minister de volgende gegevens over voorgenomen activiteiten en de verwachte productie in de inrichting in het komende kalenderjaar:

    • a. een aanduiding van de aard van de inrichting;

    • b. van elke stof van lijst 1 die naar verwachting in de inrichting zal worden geproduceerd, verbruikt of opgeslagen:

      • 1°. de chemische benaming, de structuurformule en het CAS-registratienummer, indien toegekend;

      • 2°. de hoeveelheid die naar verwachting zal worden geproduceerd en de doeleinden van de productie;

    • c. informatie over verwachte veranderingen in de inrichting gedurende het jaar ten opzichte van eerder verstrekte gedetailleerde technische beschrijvingen van de inrichting, met inbegrip van inventarislijsten van apparatuur en gedetailleerde schema's.

  • 4 Het tweede en derde lid gelden niet, indien de betrokken, in artikel 3, tweede lid, bedoelde inrichting een ziekenhuis betreft.

Artikel 4. (lijst-1-stoffen)

  • 1 Degene aan wie een ontheffing als bedoeld in artikel 3, vierde lid, onder a, van de wet is verleend verstrekt tenminste zeven maanden voor de ingebruikneming van de betrokken inrichting aan Onze Minister de volgende gegevens:

    • a. het adres en de kadastrale aanduiding van de inrichting;

    • b. een technische beschrijving van de inrichting, waarbij de inrichting die stoffen van lijst 1 produceert in het bijzonder wordt aangeduid.

  • 2 Van voorgenomen veranderingen ten opzichte van de in het eerste lid bedoelde opgave wordt tenminste zeven maanden voordat de veranderingen zullen plaatsvinden aan Onze Minister mededeling gedaan.

  • 3 Degene aan wie een ontheffing als bedoeld in het eerste lid is verleend verstrekt jaarlijks voor 1 maart aan Onze Minister de volgende gegevens over het afgelopen jaar:

    • a. een aanduiding van de aard van de betrokken inrichting;

    • b. van elke stof van lijst 1 de volgende informatie:

      • 1°. de chemische benaming, de structuurformule en het CAS-registratienummer, indien toegekend;

      • 2°. de geproduceerde hoeveelheid en, in geval van productie voor beschermingsdoeleinden, de toegepaste methoden;

      • 3°. de benaming en de hoeveelheid van de voorlopers, genoemd in de lijsten 1, 2 en 3 die voor de productie van stoffen van lijst 1 zijn gebruikt;

      • 4°. de hoeveelheid die in de inrichting is verbruikt en de doeleinden van het verbruik;

      • 5°. de hoeveelheid die is overgedragen aan andere inrichtingen binnen Nederland, waarbij voor elke overdracht de hoeveelheid, de ontvanger en de doeleinden afzonderlijk worden vermeld;

      • 6°. de grootste hoeveelheid die op enig tijdstip gedurende het jaar was opgeslagen;

      • 7°. de hoeveelheid die aan het einde van het jaar was opgeslagen;

    • c. informatie over veranderingen in de inrichting of de desbetreffende delen daarvan gedurende het jaar ten opzichte van eerder verstrekte gedetailleerde technische beschrijvingen van de inrichting.

  • 4 Voorts verstrekt degene aan wie een ontheffing als bedoeld in het eerste lid is verleend jaarlijks voor 1 september aan Onze Minister de volgende gegevens over voorgenomen activiteiten en de verwachte productie in het komende kalenderjaar:

    • a. een aanduiding van de aard van de inrichting;

    • b. van elke stof van lijst 1 die naar verwachting in de inrichting zal worden geproduceerd, verbruikt of opgeslagen:

      • 1°. de chemische benaming, de structuurformule en het CAS-registratienummer, indien toegekend;

      • 2°. de hoeveelheid die naar verwachting zal worden geproduceerd, de tijdvakken waarin de productie naar verwachting zal plaatsvinden en de doeleinden van de productie;

      • c. informatie over verwachte veranderingen in de inrichting gedurende het jaar ten opzichte van eerder verstrekte gedetailleerde technische beschrijvingen van de inrichting.

Artikel 5. (lijst-1-stoffen)

Degene aan wie een ontheffing als bedoeld in artikel 3, vierde lid, onder b, van de wet is verleend, verstrekt jaarlijks voor 1 maart aan Onze Minister een opgave van de verrichte overdrachten van stoffen van lijst 1 gedurende het voorafgaande kalenderjaar. Van elke overgedragen stof worden daarbij vermeld:

  • a. de chemische benaming, de structuurformule en het CAS-registratienummer, indien toegekend;

  • b. de hoeveelheid die is verkregen uit of overgedragen naar een andere staat die partij is bij het verdrag, waarbij per overdracht de hoeveelheid, de ontvanger en het doel worden vermeld.

Artikel 6. (lijst-2-stoffen)

  • 1 Degene die een inrichting als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de wet in bedrijf houdt waarin in een van de drie voorafgaande kalenderjaren of in het komende kalenderjaar naar verwachting meer wordt geproduceerd, verwerkt of verbruikt dan:

    • a. 1 kg van een stof die in lijst 2, deel A, met een « * » is aangeduid;

    • b. 100 kg van een andere in lijst 2, deel A, vermelde stof, of

    • c. 1000 kg van een in lijst 2, deel B, vermelde stof,

    verstrekt aan Onze Minister met betrekking tot de desbetreffende activiteiten in het verleden jaarlijks voor 1 maart, respectievelijk met betrekking tot verwachte activiteiten jaarlijks voor 1 september de gegevens overeenkomstig het tweede lid. Elke activiteit die extra wordt verwacht na het verstrekken van de jaaropgave dient uiterlijk twee weken voordat die activiteit aanvangt te worden opgegeven.

  • 2 Degene die een inrichting als bedoeld in het eerste lid in bedrijf houdt, verstrekt voor de in dat lid genoemde data de volgende gegevens:

    • a. de naam van het fabriekscomplex en de naam van de natuurlijke persoon of rechtspersoon die het in bedrijf houdt;

    • b. het adres en de kadastrale aanduiding van het fabriekscomplex;

    • c. het aantal fabrieken binnen het fabriekscomplex waar stoffen van lijst 2 worden geproduceerd;

    • d. van elke fabriek binnen het fabriekscomplex die grotere hoeveelheden dan de hoeveelheden genoemd in het eerste lid produceert:

      • 1°. de naam van de fabriek en de naam van de natuurlijke persoon of rechtspersoon die deze in bedrijf houdt;

      • 2°. de exacte ligging binnen het complex onder vermelding van het eventuele nummer van het gebouw of bouwwerk;

      • 3°. de voornaamste activiteiten die daarin worden verricht;

      • 4°. gegevens waaruit blijkt of de fabriek stoffen van lijst 2 produceert, verwerkt of verbruikt;

      • 5°. gegevens waaruit blijkt of de fabriek speciaal bedoeld is voor die activiteiten of voor verscheidene doeleinden geschikt is;

      • 6°. gegevens over eventuele andere activiteiten die worden verricht met betrekking tot de opgegeven stoffen van lijst 2;

      • 7°. de productiecapaciteit van de betrokken fabriek of fabrieken voor elke opgegeven stof van lijst 2.

  • 3 Degene die een inrichting als bedoeld in het eerste lid in bedrijf houdt verschaft voorts voor elk fabriekscomplex met betrekking tot elke stof van lijst 2 boven de in dat lid aangegeven hoeveelheid de volgende gegevens:

    • a. de chemische benaming, de door de inrichting gehanteerde gangbare benaming of handelsnaam, de structuurformule en het CAS-registratienummer, indien toegekend;

    • b. bij de jaarlijkse kennisgeving, bedoeld in het eerste lid, betreffende activiteiten in het verleden: de totale hoeveelheid stoffen van lijst 2, geproduceerd, verwerkt, verbruikt, ingevoerd of uitgevoerd in het voorafgaande kalenderjaar;

    • c. bij de jaarlijkse opgave betreffende verwachte activiteiten: de verwachte totale hoeveelheid door het fabriekscomplex te produceren, te verwerken of te verbruiken stoffen van lijst 2, daaronder begrepen de verwachte tijdvakken waarin deze handelingen zullen plaatsvinden;

    • d. de doeleinden waarvoor de productie, bewerking, verwerking of het verbruik van de stoffen van lijst 2 heeft plaatsgevonden of zal plaatsvinden, onderverdeeld naar:

      • 1°. bewerking, verwerking en verbruik ter plaatse, onder vermelding van de soorten producten;

      • 2°. verkoop of overdracht, onder vermelding of de stoffen of vervaardigde producten voor industrie, handel of anderszins zijn bestemd en indien mogelijk, onder vermelding van de soorten eindproducten;

      • 3°. andere doeleinden, onder vermelding van deze andere doeleinden.

  • 4 Een ieder die stoffen van lijst 2 heeft in- of uitgevoerd verschaft jaarlijks voor 1 maart aan Onze Minister een opgave van de stoffen die door hem in het voorafgaande kalenderjaar zijn in- of uitgevoerd naar of uit Nederland, met vermelding van de soort en de hoeveelheid van die stoffen en van het land vanwaar of waarnaartoe zij zijn in- of uitgevoerd.

  • 5 Dit artikel is niet van toepassing met betrekking tot mengsels met een laag gehalte aan stoffen van lijst 2. Onder «laag gehalte» wordt verstaan een gewichtspercentage van het betrokken mengsel van minder dan 10, ingeval het de productie van een mengsel betreft, en van minder dan 30 in andere gevallen.

Artikel 7. (lijst-3-stoffen)

  • 1 Degene die een inrichting als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de wet in bedrijf houdt waarin in het voorafgaande kalenderjaar of in het komende kalenderjaar naar verwachting meer wordt geproduceerd dan 30 000 kg van een stof van lijst 3, verstrekt aan Onze Minister met betrekking tot de desbetreffende activiteiten in het verleden jaarlijks voor 1 maart, respectievelijk met betrekking tot verwachte activiteiten jaarlijks voor 1 september de gegevens overeenkomstig het tweede lid. Elke activiteit die extra wordt verwacht na het verstrekken van de jaaropgave dient uiterlijk twee weken voordat die activiteit begint te worden opgegeven.

  • 2 Degene die een inrichting als bedoeld in het eerste lid in bedrijf houdt, verstrekt voor de in dat lid genoemde data de volgende gegevens:

    • a. de naam van het fabriekscomplex en de naam van de natuurlijke persoon of rechtspersoon die het complex waartoe de inrichting behoort in bedrijf houdt;

    • b. het adres en de kadastrale aanduiding van het fabriekscomplex;

    • c. het aantal fabrieken binnen het complex waar stoffen van lijst 3 worden geproduceerd;

    • d. van elke fabriek die grotere hoeveelheden dan de hoeveelheden genoemd in het eerste lid produceert:

      • 1°. de naam van de fabriek en van de natuurlijke persoon of rechtspersoon die deze in bedrijf houdt;

      • 2°. de exacte ligging van de fabriek binnen het complex onder vermelding van het eventuele nummer van het gebouw of bouwwerk;

      • 3°. de voornaamste activiteiten die daarin worden verricht.

  • 3 Degene die een inrichting als bedoeld in het eerste lid in bedrijf houdt verschaft voorts voor elk fabriekscomplex met betrekking tot elke stof van lijst 3 boven de in dat lid aangegeven hoeveelheid de volgende gegevens:

    • a. de chemische benaming, de door de inrichting gehanteerde gangbare benaming of handelsnaam, de structuurformule en het CAS-registratienummer, indien toegekend;

    • b. bij de jaarlijkse kennisgeving, bedoeld in het eerste lid, betreffende activiteiten in het verleden: de hoeveelheid, bij benadering, van de productie van stoffen van lijst 3 in het voorgaande kalenderjaar of, in geval van opgave van verwachte activiteiten, de verwachte productie voor het volgende kalenderjaar, uitgedrukt in de volgende waarden: 30 000 kg tot 200 000 kg, 200 000 kg tot 1 000 000 kg, 1 000 000 kg tot 10 000 000 kg, 10 000 000 kg tot 100 000 000 kg en 100 000 000 kg of meer;

    • c. de doeleinden waarvoor de stoffen werden of zullen worden geproduceerd.

  • 4 Een ieder die stoffen van lijst 3 heeft in- of uitgevoerd verschaft jaarlijks voor 1 maart aan Onze Minister een opgave van de stoffen die door hem in het voorafgaande kalenderjaar zijn in- of uitgevoerd naar of uit Nederland, met vermelding van de soort en de hoeveelheid van die stoffen en van het land vanwaar of waarnaartoe zij zijn in- of uitgevoerd.

  • 5 Dit artikel is niet van toepassing met betrekking tot mengsels met een laag gehalte aan stoffen van lijst 3. De tweede zin van artikel 6, vijfde lid, is van toepassing.

Artikel 8. (onderscheiden organische stoffen)

  • 1 Degene die een inrichting als bedoeld in artikel 6 van de wet in bedrijf houdt, waarin in het voorgaande kalenderjaar;

    • a. meer dan 200 000 kg door middel van synthese verkregen, niet in lijst 1, lijst 2 of lijst 3 opgenomen onderscheiden organische stoffen of

    • b. meer dan 30 000 kg door middel van synthese verkregen, niet in lijst 1, lijst 2 of lijst 3 opgenomen onderscheiden organische stoffen die tevens het chemische element fosfor, fluor of zwavel bevatten zijn geproduceerd, verstrekt Onze Minister jaarlijks voor 1 maart de volgende gegevens:

      • 1°. de naam van het fabriekscomplex en de naam van de natuurlijke persoon of rechtspersoon die het fabriekscomplex in bedrijf houdt;

      • 2°. het adres en de kadastrale aanduiding van het fabriekscomplex;

      • 3°. de voornaamste activiteiten die daarin worden verricht;

      • 4°. het aantal, bij benadering, van de fabrieken binnen het fabriekscomplex, dat de stoffen, bedoeld in de onderdelen a en b, produceert.

  • 2 Degene die informatie heeft verstrekt over een inrichting als bedoeld in het eerste lid, onder a, geeft in aanvulling hierop informatie over de totale hoeveelheid, bij benadering, van de productie in het voorgaande kalenderjaar van niet opgegeven onderscheiden organische stoffen, uitgedrukt in de volgende waarden: tot 1 000 000 kg, 1 000 000 kg tot 10 000 000 kg en 10 000 000 kg of meer.

  • 3 Degene die informatie heeft verstrekt over een inrichting als bedoeld in het eerste lid, onder b, geeft in aanvulling hierop informatie over het aantal inrichtingen dat de onderscheiden organische stoffen heeft geproduceerd die de elementen fosfor, fluor en zwavel bevatten en over de hoeveelheid, bij benadering, van deze stoffen die in het voorgaande kalenderjaar door bedoelde inrichtingen zijn geproduceerd, uitgedrukt in de volgende waarden: tot 200 000 kg, 200 000 kg tot 1 000 000 kg, 1 000 000 kg tot 10 000 000 kg en 10 000 000 kg of meer.

  • 4 Dit artikel is niet van toepassing met betrekking tot een inrichting die uitsluitend explosieven of koolwaterstoffen heeft geproduceerd.

HOOFDSTUK 4. ONTHEFFINGEN

Artikel 9. (lijst-1-stoffen)

  • 3 De aanvraag om een ontheffing als bedoeld in het eerste lid wordt ondertekend en bevat de volgende gegevens:

    • a. naam en adres van de aanvrager;

    • b. de dagtekening;

    • c. het adres en de kadastrale aanduiding van de inrichting waarvoor de ontheffing wordt aangevraagd;

    • d. een technische beschrijving van de inrichting.

  • 4 Een aanvraag om ontheffing als bedoeld in het tweede lid bevat de volgende gegevens:

    • a. naam en adres van de aanvrager;

    • b. de dagtekening;

    • c. naam en adres van de ontvanger;

    • d. de chemische benaming, de door de inrichting gehanteerde gangbare benaming of de handelsnaam, de structuurformule en, indien toegekend, het CAS-registratienummer van de over te dragen stof;

    • e. de hoeveelheid over te dragen stof;

    • f. de geplande datum van overdracht en

    • g. het doeleinde waarvoor de stof wordt overgedragen.

HOOFDSTUK 5. OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN

Artikel 10. (lijst-1-stoffen)

  • 1 Degene die op het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit een inrichting als bedoeld in artikel 3, tweede of derde lid, van de wet, in bedrijf houdt, verstrekt binnen twee weken na dat tijdstip aan Onze Minister de volgende gegevens:

    • a. het adres en de kadastrale aanduiding van de inrichting;

    • b. een technische beschrijving van de inrichting, met inbegrip van een inventarislijst van de apparatuur.

  • 2 Degene die op het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit handelingen verricht waarvoor een ontheffing als bedoeld in artikel 3, vierde lid, onder a, van de wet is vereist dient binnen twee weken na dat tijdstip een aanvraag om ontheffing in bij Onze Minister. Artikel 4 is van overeenkomstige toepassing.

  • 3 Degene die op het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit handelingen verricht waarvoor een ontheffing, als bedoeld in artikel 3, vierde lid, onder b, van de wet is vereist, dient binnen twee weken na dat tijdstip een aanvraag om ontheffing in bij Onze Minister. Artikel 5 is van overeenkomstige toepassing.

  • 4 Deartikelen 4 en 5 gelden niet zolang niet op de aanvraag om een ontheffing als in het tweede of derde lid bedoeld is beslist.

Artikel 11. (lijst-2-stoffen)

  • 1 Degene die op het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit een inrichting als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de wet in bedrijf houdt waarin in een van de drie voorafgaande kalenderjaren meer is, of in het komende kalenderjaar naar verwachting meer wordt geproduceerd, bewerkt, verwerkt of verbruikt aan stoffen van lijst 2 dan:

    • a. 1 kg van een stof die in lijst 2, deel A, met een « * » is aangeduid;

    • b. 100 kg van een andere in lijst 2, deel A, vermelde stof, of

    • c. 1000 kg van een andere in lijst 2, deel B, vermelde stof,

    verstrekt aan Onze Minister met betrekking tot de desbetreffende activiteiten in het verleden, binnen twee weken na de inwerkingtreding van dit besluit, de gegevens overeenkomstig het tweede lid en derde lid.

  • 2 Degene die een inrichting als bedoeld in het eerste lid in bedrijf houdt, verstrekt voor de in dat lid genoemde datum de volgende gegevens:

    • a. de naam van het fabriekscomplex en de naam van de natuurlijke persoon of rechtspersoon die het in bedrijf houdt;

    • b. het adres en de kadastrale aanduiding van het fabriekscomplex;

    • c. het aantal fabrieken binnen het fabriekscomplex waar stoffen van lijst 2 worden geproduceerd;

    • d. van elke fabriek binnen het fabriekscomplex die grotere hoeveelheden dan de hoeveelheden genoemd in het eerste lid produceert:

      • 1°. de naam van de fabriek en de naam van de natuurlijke persoon of rechtspersoon die deze in bedrijf houdt;

      • 2°. de exacte ligging van de fabriek binnen het complex onder vermelding van het eventuele nummer van het gebouw of bouwwerk;

      • 3°. de voornaamste activiteiten die daarin worden verricht;

      • 4°. gegevens waaruit blijkt of de fabriek stoffen van lijst 2 produceert, bewerkt, verwerkt of verbruikt;

      • 5°. gegevens waaruit blijkt of de fabriek speciaal bedoeld is voor die activiteiten of voor verscheidene doeleinden geschikt is;

      • 6°. gegevens over eventuele andere activiteiten die worden verricht met betrekking tot de opgegeven stoffen van lijst 2;

      • 7°. de productiecapaciteit van de betrokken fabriek of fabrieken voor elke opgegeven stof van lijst 2.

  • 3 Degene die een inrichting als bedoeld in het eerste lid in bedrijf houdt verschaft voorts voor elk fabriekscomplex met betrekking tot elke stof van lijst 2 boven de in dat lid aangegeven hoeveelheid de volgende gegevens:

    • a. de chemische benaming, de door de inrichting gehanteerde gangbare benaming of handelsnaam, de structuurformule en het CAS-registratienummer, indien toegekend;

    • b. bij de kennisgeving, bedoeld in het eerste lid, betreffende activiteiten in het verleden: de totale hoeveelheid stoffen van lijst 2, geproduceerd, bewerkt, verwerkt, verbruikt, ingevoerd of uitgevoerd in elk van de drie voorafgaande kalenderjaren;

    • c. de doeleinden waarvoor de productie, bewerking, verwerking of het verbruik van de stoffen van lijst 2 heeft plaatsgevonden of zal plaatsvinden, onderverdeeld naar:

      • 1°. bewerking, verwerking en verbruik ter plaatse, onder vermelding van de soorten producten;

      • 2°. verkoop of overdracht, onder vermelding of de stoffen of vervaardigde producten voor industrie, handel of anderszins zijn bestemd en indien mogelijk, onder vermelding van de soorten eindproducten;

      • 3°. andere doeleinden, onder vermelding van deze andere doeleinden.

  • 4 Een ieder die stoffen van lijst 2 heeft in- of uitgevoerd verschaft binnen twee weken na de inwerkingtreding van dit besluit aan Onze Minister een opgave van de stoffen die door hem in elk van de drie voorafgaande kalenderjaren zijn in- of uitgevoerd naar of uit Nederland, met vermelding van de soort en de hoeveelheid van die stoffen en van het land vanwaar of waarnaartoe zij zijn in- of uitgevoerd.

  • 5 Dit artikel is niet van toepassing met betrekking tot mengsels met een laag gehalte aan stoffen van lijst 2. De tweede zin van artikel 6, vijfde lid, is van toepassing.

Artikel 11a [Vervallen per 30-04-1997]

Artikel 11b [Vervallen per 30-04-1997]

Artikel 11c [Vervallen per 30-04-1997]

Artikel 12. (lijst-2-stoffen voor chemische wapens)

Degene die op het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit een inrichting als bedoeld in artikel 5, tweede lid, van de wet in bedrijf houdt of heeft gehouden in de in dat artikel genoemde periode, waar stoffen van lijst 2 zijn geproduceerd met het oog op de ontwikkeling van chemische wapens, verstrekt binnen twee weken na de inwerkingtreding van dit besluit de volgende gegevens:

  • a. de naam van het fabriekscomplex en de naam van de natuurlijke persoon of rechtspersoon die het complex in bedrijf houdt of heeft gehouden;

  • b. het adres en de kadastrale aanduiding van het fabriekscomplex;

  • c. van elke fabriek binnen het fabriekscomplex waar stoffen van lijst 2 werden geproduceerd met het oog op de ontwikkeling van chemische wapens:

    • 1°. de naam van de fabriek en de naam van de natuurlijke persoon of rechtspersoon die de fabriek in bedrijf houdt of heeft gehouden;

    • 2°. de exacte ligging binnen het fabriekscomplex waartoe de fabriek behoort onder vermelding van het eventuele nummer van het gebouw of bouwwerk;

    • 3°. de voornaamste activiteiten die daarin werden verricht;

    • 4°. gegevens waaruit blijkt of de fabriek stoffen van lijst 2 heeft geproduceerd, bewerkt, verwerkt of verbruikt;

    • 5°. gegevens waaruit blijkt of de fabriek speciaal bedoeld was voor het produceren, bewerken, verwerken of verbruiken van stoffen van lijst 2 of voor verscheidene doeleinden geschikt is of was;

    • 6°. gegevens over eventuele andere activiteiten die werden verricht met betrekking tot stoffen van lijst 2;

  • d. van elke stof van lijst 2 die werd geproduceerd met het oog op de ontwikkeling van chemische wapens:

    • 1°. de chemische benaming, of de door de inrichting gehanteerde gangbare benaming of handelsnaam, de structuurformule en het CAS-registratienummer, indien toegekend;

    • 2°. de data waarop de stof werd geproduceerd en de geproduceerde hoeveelheid;

    • 3°. de plaats waar de stof is afgeleverd en de aard van het geproduceerde eindproduct, indien bekend.

Artikel 13. (lijst-3-stoffen)

  • 1 Degene die op het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit een inrichting als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de wet in bedrijf houdt waarin in het voorafgaande kalenderjaar of in het komende kalenderjaar naar verwachting meer wordt geproduceerd dan 30 000 kg van een stof van lijst 3, verstrekt aan Onze Minister met betrekking tot de desbetreffende activiteiten in het verleden, binnen twee weken na de inwerkingtreding van dit besluit, de gegevens overeenkomstig het tweede en derde lid.

  • 2 Degene die een inrichting als bedoeld in het eerste lid in bedrijf houdt, verstrekt voor de in dat lid genoemde datum de volgende gegevens:

    • a. de naam van het fabriekscomplex en de naam van de natuurlijke persoon of rechtspersoon die het complex waartoe de inrichting behoort in bedrijf houdt;

    • b. het adres en de kadastrale aanduiding van het fabriekscomplex;

    • c. het aantal fabrieken binnen het complex waar stoffen van lijst 3 worden geproduceerd;

    • d. van elke fabriek binnen het fabriekscomplex die grotere hoeveelheden dan de hoeveelheden genoemd in het eerste lid produceert:

      • 1°. de naam van de fabriek en van de natuurlijke persoon of rechtspersoon die deze in bedrijf houdt;

      • 2°. de exacte ligging van de fabriek binnen het complex onder vermelding van het eventuele nummer van het gebouw of bouwwerk;

      • 3°. de voornaamste activiteiten die daarin worden verricht.

  • 3 Degene die een inrichting als bedoeld in het eerste lid in bedrijf houdt verschaft voorts voor elk fabriekscomplex met betrekking tot elke stof van lijst 3 boven de in dat lid aangegeven hoeveelheid de volgende gegevens:

    • a. de chemische benaming, de door de inrichting gehanteerde gangbare benaming of handelsnaam, de structuurformule en het CAS-registratienummer, indien toegekend;

    • b. bij de kennisgeving, bedoeld in het eerste lid, betreffende activiteiten in het verleden: de hoeveelheid, bij benadering, van de productie van stoffen van lijst 3 in het voorafgaande kalenderjaar;

    • c. de doeleinden waarvoor de stoffen werden of zullen worden geproduceerd.

  • 4 Een ieder die stoffen van lijst 3 heeft in- of uitgevoerd verschaft binnen twee weken na de inwerkingtreding van dit besluit aan Onze Minister een opgave van de stoffen die door hem in het voorafgaande kalenderjaar zijn in- of uitgevoerd naar of uit Nederland, met vermelding van de soort en de hoeveelheid van die stoffen en van het land vanwaar of waarnaartoe zij zijn in- of uitgevoerd.

  • 5 Dit artikel is niet van toepassing met betrekking tot mengsels met een laag gehalte aan stoffen van lijst 3. De tweede zin van artikel 6, vijfde lid, is van toepassing.

Artikel 14. (lijst-3-stoffen voor chemische wapens)

Degene die op het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit een inrichting als bedoeld in artikel 5, tweede lid, van de wet in bedrijf houdt of heeft gehouden in de in dat artikel genoemde periode, waar stoffen van lijst 3 zijn geproduceerd met het oog op de ontwikkeling van chemische wapens, verstrekt binnen twee weken na de inwerkingtreding van dit besluit de volgende gegevens:

  • a. de naam van het fabriekscomplex en de naam van de natuurlijke persoon of rechtspersoon die het complex in bedrijf houdt of heeft gehouden;

  • b. het adres en de kadastrale aanduiding van het fabriekscomplex;

  • c. van elke fabriek binnen het fabriekscomplex waar stoffen van lijst 3 werden geproduceerd met het oog op de ontwikkeling van chemische wapens:

    • 1°. de naam van de fabriek en de naam van de natuurlijke persoon of rechtspersoon die de fabriek in bedrijf houdt of heeft gehouden;

    • 2°. de exacte ligging binnen het fabriekscomplex waartoe de fabriek behoort onder vermelding van het eventuele nummer van het gebouw of bouwwerk;

    • 3°. de voornaamste activiteiten die daarin werden verricht;

  • d. van elke stof van lijst 3 die werd geproduceerd met het oog op de ontwikkeling van chemische wapens:

    • 1°. de chemische benaming, of de door de inrichting gehanteerde gangbare benaming of handelsnaam, de structuurformule en het CAS-registratienummer, indien toegekend;

    • 2°. de data waarop de stof werd geproduceerd en de geproduceerde hoeveelheid;

    • 3°. de plaats waar de stof is afgeleverd en de aard van het geproduceerde eindproduct, indien bekend.

Artikel 15. (onderscheiden organische stoffen)

  • 1 Degene die op het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit een inrichting als bedoeld in artikel 6 van de wet in bedrijf houdt, waarin in het aan dat tijdstip voorafgaande kalenderjaar:

    • a. meer dan 200 000 kg door middel van synthese verkregen, niet in lijst 1, lijst 2 of lijst 3 opgenomen, onderscheiden organische stoffen, of

    • b. meer dan 30 000 kg door middel van synthese verkregen, niet in lijst 1, lijst 2 of lijst 3 opgenomen onderscheiden organische stoffen die tevens het chemische element fosfor, fluor of zwavel bevatten heeft geproduceerd, verstrekt binnen twee weken na dat tijdstip van inwerkingtreding de volgende gegevens:

      • 1°. de naam van het fabriekscomplex en de naam van de natuurlijke persoon of rechtspersoon die het in bedrijf houdt;

      • 2°. het adres en de kadastrale aanduiding van het fabriekscomplex;

      • 3°. de voornaamste activiteiten die daarin worden verricht;

      • 4°. het aantal, bij benadering, van de fabrieken binnen het complex die de stoffen, genoemd in de onderdelen a en b, produceren.

  • 2 Degene die informatie heeft verstrekt over een inrichting als bedoeld in het eerste lid, onder a, geeft in aanvulling daarop informatie over de totale hoeveelheid, bij benadering, van de productie in het voorgaande kalenderjaar van niet opgegeven onderscheiden organische stoffen, uitgedrukt in de volgende waarden: tot 1 000 000 kg, 1 000 000 kg tot 10 000 000 kg en 10 000 000 kg of meer.

  • 3 Degene die informatie heeft verstrekt over een inrichting als bedoeld in het eerste lid, onder b, geeft in aanvulling daarop informatie over het aantal fabrieken waarin de onderscheiden organische stoffen zijn geproduceerd die de elementen fosfor, fluor of zwavel bevatten en over de hoeveelheid, bij benadering, van deze stoffen die in het voorgaande kalenderjaar in die fabrieken zijn geproduceerd, uitgedrukt in de volgende waarden: tot 200 000 kg, 200 000 kg tot 1 000 000 kg, 1 000 000 kg tot 10 000 000 kg en 10 000 000 kg of meer.

  • 4 Dit artikel is niet van toepassing met betrekking tot een inrichting die uitsluitend explosieven of koolwaterstoffen heeft geproduceerd.

Artikel 16

Opgaven van gegevens en aanvragen om ontheffing als bedoeld in dit besluit worden gericht aan Onze Minister en worden ingediend bij de Belastingdienst/Douane centrale dienst voor in- en uitvoer te Groningen.

Artikel 17

Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Artikel 18

Dit besluit wordt aangehaald als: Uitvoeringsbesluit verdrag chemische wapens.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

's-Gravenhage, 23 december 1996

Beatrix

De Staatssecretaris van Economische Zaken,

A. van Dok-van Weele

Uitgegeven de éénentwintigste januari 1997

De Minister van Justitie,

W. Sorgdrager