Wet op de Raad voor het openbaar bestuur

Geldend van 01-07-2017 t/m heden

Wet van 12 december 1996, houdende instelling van een vast college van advies van het Rijk op het terrein van het openbaar bestuur alsmede toekenning van een uitvoeringstechnische adviestaak aan de Kiesraad (Wet op de Raad voor het openbaar bestuur)

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is een vast college van advies in te stellen op het terrein van het openbaar bestuur en aan de Kiesraad een uitvoeringstechnische adviestaak op het terrein van het kiesrecht en de verkiezingen toe te kennen en dat het in verband met artikel 79 van de Grondwet noodzakelijk is daartoe wettelijke bepalingen vast te stellen;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Artikel 1

  • 1 Er is een Raad voor het openbaar bestuur.

  • 2 De Raad bestaat uit een voorzitter en ten hoogste elf andere leden.

Artikel 2

De Raad voor het openbaar bestuur heeft tot taak de regering en beide kamers der Staten-Generaal te adviseren over:

  • a. de inrichting en het functioneren van de overheid met het oog op het vergroten van haar doeltreffendheid en doelmatigheid en met bijzondere aandacht voor de uitgangspunten van de democratische rechtsstaat;

  • b. de beleidsmatige aspecten van de financiële verhoudingen, in het bijzonder die van het Rijk met de gemeenten en de provincies, in relatie tot de bestuurlijke verhoudingen.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te 's-Gravenhage, 12 december 1996

Beatrix

De Minister van Binnenlandse Zaken,

H. F. Dijkstal

Uitgegeven de negentiende december 1996

De Minister van Justitie,

W. Sorgdrager

Terug naar begin van de pagina