Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Regeling keuringsinstanties Wet pleziervaartuigen[Regeling vervallen per 25-12-2015.]

Geldend van 01-01-2005 t/m 24-12-2015

Regeling keuringsinstanties Wet pleziervaartuigen

De Minister van Verkeer en Waterstaat,

Gelet op de artikelen 8, tweede lid, en 10 van de Wet pleziervaartuigen;

Besluit:

§ 1. Begripsbepalingen [Vervallen per 25-12-2015]

Artikel 1 [Vervallen per 25-12-2015]

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a. modules A bis, optie 1, B, D, E, F, G en H: de overeenstemmingsbeoordelingsmodules A bis, optie 1, B, D, E, F, G en H bedoeld in bijlagen VI, VII, IX, XVI, X, XI en XII van de richtlijn;

  • b. NEN-EN 45001, NEN-EN 45004, NEN-EN 45011 of NEN-EN 45012: de met de desbetreffende aanduiding overeenkomende norm, uitgegeven door het Nederlands Normalisatie-instituut te Delft;

  • c. Raad: de Stichting Raad voor Accreditatie, gevestigd te Utrecht.

§ 2. Aanvragen [Vervallen per 25-12-2015]

Artikel 2 [Vervallen per 25-12-2015]

  • 2 Aanwijzing kan uitsluitend worden gevraagd voor alle keuringstaken uit een bepaalde module.

Artikel 3 [Vervallen per 25-12-2015]

  • 1 Een aanvraag gaat vergezeld van de volgende gegevens en bescheiden:

    • a. een uittreksel van het ter zake van de aanvrager in het handelsregister ingeschrevene;

    • b. afschriften van polissen van tegen wettelijke aansprakelijkheid afgesloten verzekeringen;

    • c. indien de aanvrager geaccrediteerd is door de Raad: het certificaat van accreditatie, alsmede een schriftelijke verklaring waarin de aanvrager de Raad machtigt om alle door de Minister van Verkeer en Waterstaat gewenste gegevens en inlichtingen met betrekking tot zijn accreditatie te verstrekken;

    • d. indien de aanvrager niet geaccrediteerd is door de Raad: een door de Raad opgesteld beoordelingsrapport dat de uitkomsten bevat van een door de Raad met inachtneming van de artikelen 4 en 4a verricht onderzoek naar het vermogen van de aanvrager om de taken te verrichten waarvoor aanwijzing is gevraagd.

  • 2 Een niet door de Raad geaccrediteerde aanvrager verschaft de Raad alle gegevens en bescheiden die de Raad voor het opstellen van het in het eerste lid, onderdeel d, genoemde beoordelingsrapport nodig heeft.

§ 3. Beoordelingscriteria [Vervallen per 25-12-2015]

Artikel 3a [Vervallen per 25-12-2015]

  • 1 Een aan te wijzen keuringsinstantie is als in Nederland gevestigd bedrijf of als in Nederland gevestigde nevenvestiging van een buitenlands bedrijf ingeschreven in het handelsregister.

  • 2 De aan te wijzen keuringsinstantie heeft een verzekering afgesloten tegen wettelijke aansprakelijkheid waarvan de verzekerde som ten minste € 2.268.901 per gebeurtenis bedraagt.

Artikel 4 [Vervallen per 25-12-2015]

  • 1 Een aan te wijzen keuringsinstantie voldoet aan de criteria opgenomen in bijlage XIV van de richtlijn.

  • 2 Een instantie die aangewezen wenst te worden voor module A bis, optie 1 beschikt over voldoende kennis van scheepsbouw op HBO-niveau.

  • 3 Een instantie die aangewezen wenst te worden voor de modules B, D, E, F, G en H beschikt over voldoende kennis van scheepsbouw en werktuigbouw op HBO-niveau en kennis van elektrotechniek op MBO-niveau is.

  • 4 De kennisniveaus, bedoeld in het tweede en derde lid, kunnen ook aanwezig zijn in de vorm van een gelijkwaardige combinatie van opleiding en ervaring.

Artikel 4a [Vervallen per 25-12-2015]

Een aan te wijzen keuringsinstantie voldoet met het oog op de te verrichten taken aan de beoordelingscriteria van:

  • a. voor modules A bis, optie 1, en F: NEN-EN 45001, NEN-EN 45004 of NEN-EN 45011;

  • b. voor modules B en G: NEN-EN 45004 of NEN-EN 45011;

  • c. voor modules D, E en H: NEN-EN 45012.

Artikel 4b [Vervallen per 25-12-2015]

Een aan te wijzen keuringsinstantie wordt vermoed te voldoen aan de artikelen 4 en 4a, indien zij voor de taken waarvoor aanwijzing wordt gevraagd is geaccrediteerd door de Raad.

§ 4. Toezicht [Vervallen per 25-12-2015]

Artikel 5 [Vervallen per 25-12-2015]

Een keuringsinstantie verstrekt de Minister van Verkeer en Waterstaat jaarlijks voor 1 maart een schriftelijke rapportage over de in het voorgaande kalenderjaar door haar uitgevoerde keuringen en procedures van overeenstemmingsbeoordeling in het kader van de Wet pleziervaartuigen.

Artikel 6 [Vervallen per 25-12-2015]

De keuringsinstantie stelt de Minister van Verkeer en Waterstaat onverwijld in kennis van:

  • a. wijzigingen van het ter zake van de keuringsinstantie in het handelsregister ingeschrevene, met betrekking tot haar naam en adresgegevens;

  • b. indien zij voor de taken waarvoor zij is aangewezen, door de Raad is geaccrediteerd: wijziging, schorsing of beëindiging van haar accreditatie;

  • c. indien zij niet over een accreditatie als bedoeld in onderdeel b beschikt: wijzigingen in de organisatie, de bedrijfsinterne procedures of de personele bezetting van de keuringsinstantie, voorzover die wijzigingen relevant zijn voor de wijze waarop of de mate waarin de keuringsinstantie voldoet aan de artikelen 4 en 4a.

Artikel 7 [Vervallen per 25-12-2015]

  • 1 Een keuringsinstantie die niet over een accreditatie als bedoeld in artikel 6, onderdeel b, beschikt, wordt jaarlijks onderworpen aan een controleonderzoek en vierjaarlijks aan een hernieuwd onderzoek, uit te voeren door de Raad, die over de uitkomsten van het onderzoek rapporteert aan de Minister van Verkeer en Waterstaat.

  • 2 Bij een controleonderzoek wordt globaal getoetst of de keuringsinstantie nog steeds voldoet aan de artikelen 3a tot en met 4a. Bij een hernieuwd onderzoek vindt een volledige herbeoordeling plaats van het vermogen van de keuringsinstantie om, gelet op haar organisatie, personeel en materieel, de taken te verrichten waarvoor zij is aangewezen.

  • 3 De periode tussen het onderzoek, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel d, en het eerstvolgende controleonderzoek of tussen twee onderzoeken als bedoeld in het eerste lid bedraagt ten minste acht en ten hoogste zestien maanden. Indien bij twee opeenvolgende onderzoeken als bedoeld in het eerste lid geen non-conformiteiten zijn geconstateerd en de keuringsinstantie tevens naar behoren heeft voldaan aan de artikelen 5 en 6, wordt de keuringsinstantie in afwijking van het eerste lid uiterlijk vierentwintig maanden na het vorige onderzoek onderworpen aan het eerstvolgende onderzoek.

  • 4 Bij samenloop van een hernieuwd onderzoek met een controleonderzoek treedt het hernieuwde onderzoek in de plaats van dat controleonderzoek.

§ 5. Kosten [Vervallen per 25-12-2015]

Artikel 8 [Vervallen per 25-12-2015]

Een door de Raad onderzochte aanvrager, onderscheidenlijk een door de Raad onderzochte keuringsinstantie, vergoedt de Raad de in rekening gebrachte kosten.

Artikel 9 [Vervallen per 01-01-2005]

§ 6. Slotbepalingen [Vervallen per 25-12-2015]

Artikel 10 [Vervallen per 25-12-2015]

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 1997.

Artikel 11 [Vervallen per 25-12-2015]

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling keuringsinstanties Wet pleziervaartuigen.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De

Minister

van Verkeer en Waterstaat,

A. Jorritsma-Lebbink