Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Regeling EG-verklaring advocaten 1996[Regeling vervallen per 21-12-2007.]

Geldend van 20-12-1996 t/m 20-12-2007

Regeling houdende regels betreffende de wijze van aanvraag en de proeve van bekwaamheid ten behoeve van het verkrijgen van een EG-verklaring voor het beroep van advocaat of procureur, bedoeld in de Algemene wet erkenning EG-hoger-onderwijsdiploma’s

De Minister van Justitie,

Gelet op artikel 11 van de Algemene wet erkenning EG-hoger-onderwijsdiploma’s;

Besluit:

Artikel 1 [Vervallen per 21-12-2007]

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. wet:

Algemene wet erkenning EG-hoger-onderwijsdiploma’s;

b. algemene raad:

de algemene raad van de Nederlandse orde van advocaten, bedoeld in artikel 18, eerste lid, van de Advocatenwet.

Artikel 2 [Vervallen per 21-12-2007]

  • 1 De aanvrager richt zijn verzoek om een EG-verklaring voor de toelating tot het beroep van advocaat of procureur in Nederland tot de algemene raad. De aanvraag wordt ondertekend en bevat ten minste:

    • a. de naam en het adres van de aanvrager;

    • b. de dagtekening;

    • c. een aanduiding dat het verzoek een EG-verklaring betreft voor de uitoefening van het beroep van advocaat of procureur.

  • 2 De aanvrager legt tevens ten minste de volgende bescheiden over:

    • a. het origineel of een gewaarmerkt kopie van het diploma, bedoeld in artikel 2 van de wet;

    • b. het origineel of een gewaarmerkt kopie van de lijst van vakken, afgegeven door de instelling waar het diploma met succes is behaald, met een cijferlijst van de vakken waarin aanvrager voor het verkrijgen van het diploma, bedoeld in onderdeel a, examen heeft afgelegd;

    • c. het origineel of een gewaarmerkt kopie van de stageverklaring van een autoriteit die bij of krachtens wet in die lidstaat bevoegd is een dergelijke verklaring af te geven, waaruit blijkt dat de aanvrager met succes de stage heeft voltooid, alsmede een omschrijving van de inhoud van de stage, indien in de lidstaat voor de uitoefening van het beroep van advocaat of procureur een stageverplichting geldt;

    • d. een uittreksel uit het bevolkingsregister van de lidstaat van herkomst waaruit de nationaliteit van de aanvrager blijkt.

  • 3 Indien het een diploma betreft, afgegeven door een land, niet zijnde een lidstaat, dat door een lidstaat is erkend, legt de aanvrager bovendien nog de volgende bescheiden over:

    • a. het origineel of een gewaarmerkt kopie van het document waarbij de bevoegde autoriteit van de lidstaat het diploma van het derde land heeft erkend;

    • b. het origineel of een gewaarmerkt kopie van het bewijs verstrekt door de bij of krachtens wet bevoegde autoriteit van de lidstaat dat de aanvrager daadwerkelijk en rechtmatig een driejarige beroepservaring als advocaat of procureur heeft opgedaan in de lidstaat, die het diploma van het derde land heeft erkend.

  • 4 Van de documenten, bedoeld in het eerste lid tot en met derde lid, en van eventuele andere bescheiden die de aanvrager bij zijn verzoek heeft gevoegd en die niet zijn gesteld in de Nederlandse taal, worden door de aanvrager tevens beëdigde vertalingen in het Nederlands overgelegd.

  • 5 Desgevraagd verschaft de aanvrager de algemene raad andere informatie over de in het curriculum behandelde onderwerpen, dan wel over de inhoud van de onderwezen stof van de door de aanvrager doorlopen opleiding, bedoeld in artikel 3, tweede lid.

Artikel 3 [Vervallen per 21-12-2007]

  • 1 Indien aanvrager niet naar genoegen van de algemene raad heeft voldaan aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 2, wijst de algemene raad het verzoek af.

  • 2 Indien aanvrager naar genoegen van de algemene raad aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 2, heeft voldaan, neemt de algemene raad een van de volgende beslissingen:

    • a. indien er naar het oordeel van de algemene raad tussen de door de aanvrager gevolgde hoger-onderwijsopleiding en de in Nederland voor de toelating tot het beroep van advocaat of procureur vereiste opleiding geen wezenlijke verschillen bestaan, geeft de algemene raad een EG-verklaring af;

    • b. indien naar het oordeel van de algemene raad tussen de door aanvrager gevolgde hoger-onderwijsopleiding en de in Nederland voor de toelating tot het beroep van advocaat of procureur vereiste opleiding wezenlijke verschillen bestaan ten aanzien van de in het curriculum behandelde onderwerpen dan wel de inhoud van de onderwezen stof van de door de aanvrager doorlopen hoger onderwijsopleiding betrekking heeft op vakgebieden die wezenlijk verschillen van die welke worden bestreken door de in Nederland voor de toelating tot het beroep van advocaat of procureur vereiste opleiding, geeft de algemene raad een voorlopige EG-verklaring af.

  • 3 In de voorlopige EG-verklaring wordt aangegeven op welke terreinen een proeve van bekwaamheid moet worden afgelegd, alsmede de termijn waarbinnen en de wijze waarop dit dient te geschieden.

  • 4 Indien de aanvrager met goed gevolg de in het derde lid bedoelde proeve van bekwaamheid heeft afgelegd, verleent de algemene raad hem een EG-verklaring.

  • 5 De proeve van bekwaamheid dient in het Nederlands te worden afgelegd. Bij de beoordeling van de proeve van bekwaamheid vormt de beheersing van de Nederlandse taal, zoals die uit de beantwoording van de vragen blijkt, een mede bepalende factor.

Artikel 4 [Vervallen per 21-12-2007]

Een EG-verklaring bevat ten minste een aanduiding dat het een EG-verklaring voor het beroep van advocaat of procureur betreft. In het geval, bedoeld in artikel 3, vierde lid, vermeldt de verklaring tevens welke onderdelen van de proeve van bekwaamheid door de aanvrager met goed gevolg zijn afgelegd. De EG-verklaring wordt voorzien van de dagtekening.

Artikel 5 [Vervallen per 21-12-2007]

Tenzij daarbij in deze regeling is voorzien, worden de volgende onderwerpen nader vastgesteld bij of krachtens verordening als bedoeld in artikel 28 van de Advocatenwet:

  • a. de aard en opzet van de proeve van bekwaamheid;

  • b. de wijze waarop deze wordt afgenomen;

  • c. de aan de aanvrager in rekening te brengen gelden voor de proeve van bekwaamheid.

Artikel 6 [Vervallen per 21-12-2007]

De Regeling van 31 oktober 1994, houdende regels betreffende de wijze van aanvraag en de proeve van bekwaamheid ten behoeve van het verkrijgen van een EG-verklaring voor het beroep van advocaat als bedoeld in de Algemene wet erkenning EG-hoger-onderwijsdiploma’s wordt ingetrokken.

Artikel 7 [Vervallen per 21-12-2007]

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 8 [Vervallen per 21-12-2007]

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling EG-verklaring advocaten 1996.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant geplaatst worden.

’s-Gravenhage, 11 december 1996

De

Minister

van Justitie,

W. Sorgdrager