KruimelpadGeldend op 09-02-2010
In deze voorschriften en beperkingen wordt verstaan onder:
de Rijksdienst voor Radiocommunicatie van de Hoofddirectie Telecommunicatie en Post van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat;
één of meer zendinrichtingen met de daarbij behorende antenne-inrichtingen;
een aanduiding bestaande uit drie symbolen die respectievelijk de modulatievorm van de draaggolf, het type signaal dat de draaggolf moduleert en de soort informatie die wordt uitgezonden, aangeven. De betekenis van de symbolen is bepaald in het internationale radioreglement;
Alle uitstralingen op andere frequenties dan:
a. de zendfrequentie;
b. de frequenties die noodzakelijkerwijs in verband met het modulatieproces in beslag worden genomen;
het door de direct met de antenne-inrichting te koppelen trap van de zendinrichting afgegeven gemiddeld vermogen, gerekend over een periode van de hoogfrequente uitgangswisselspanning tijdens het maximum van de omhullende (Peak Envelope Power);
de waarde van het zendvermogen dat tijdens het gebruik van de zendinrichting niet mag worden overschreden;
de waarde van het zendvermogen dat als gevolg van de constructie van de zendinrichting niet kan worden overschreden;
de Amateurdienst en Amateursatellietdienst als gedefinieerd in het Internationale Radio Reglement.
1.De machtiginghouder is verplicht een register bij te houden met betrekking tot de zendinrichtingen die deel uitmaken of deel hebben uitgemaakt van zijn Amateurstation overeenkomstig het model aangegeven in de bijlage, behorende bij deze voorschriften en beperkingen, en dit register onverwijld en volledig in te vullen.
2.De machtiginghouder bewaart de gegevens in het register gedurende drie jaren, gerekend vanaf het moment dat de desbetreffende zendinrichtingen geen deel meer uitmaken van zijn Amateurstation.
3.Op het vaste adres van een Amateurstation dienen de beschikking waarbij de machtiging is verleend en het register aanwezig te zijn.
4.Aan de machtiginghouder wordt jaarlijks één registratiebewijs verstrekt met een geldigheidsduur van twaalf maanden. Het registratiebewijs dient bij de zendinrichtingen aanwezig te zijn die zich niet op het vaste adres bevinden.
5.Alle aan de machtiginghouder verstrekte bescheiden blijven eigendom van de Staat.
1.De zendinrichtingen behoeven niet van een toegelaten type te zijn.
2.Het maximum zendvermogen van de zendinrichtingen mag maximaal tweemaal (3 Db) het toegestane zendvermogen bedragen.
3.Zendinrichtingen dienen te zijn ingericht voor frequentiebanden waarin frequenties voorkomen die aan de machtiginghouder zijn toegewezen.
4.Zendinrichtingen die niet voldoen aan het gestelde, als genoemd in de leden 2 en 3 van dit artikel, dienen zodanig te zijn gedemonteerd dat de zendinrichtingen niet geschikt zijn of op eenvoudige wijze geschikt gemaakt kunnen worden voor het doen van uitzendingen.
1.De machtiginghouder is bevoegd een Amateurstation te gebruiken voor het doen van technische onderzoekingen, alsmede voor het in verstaanbare taal uitwisselen van berichten met betrekking tot technische onderzoekingen en voor berichten van persoonlijke aard waarvoor uit hoofde van hun onbelangrijkheid het gebruik van de openbare telecommunicatie-infrastructuren niet in aanmerking zouden komen.
2.Ander gebruik van een Amateurstation is verboden, zoals met name het (her)uitzenden van:
a. informatie van andere amateurstations of andere stations die bevoegd zijn met amateurstations radioverbindingen te maken, indien deze informatie niet in overeenstemming is met hetgeen in het eerste lid is bepaald;
b. omroepprogramma’s, muziek;
c. berichten van en voor derden;
d. reclame;
e. valse of bedrieglijke noodberichten;
f. versleutelde informatie.
3.De machtiginghouder is verplicht een Amateurstation te gebruiken overeenkomstig de status van de Amateurdienst als bepaald in artikel 12.
4.Gedurende uitzendingen op frequenties waarop de amateurdienst met een secundaire status is toegelaten, is de machtiginghouder verplicht:
a. te allen tijde voorrang te verlenen aan diensten met een primaire status;
b. de radioverbinding onmiddellijk te beëindigen ingeval hij storing veroorzaakt in een radioverbinding van een primaire dienst.
5.De machtiginghouder mag een Amateurstation uitsluitend gebruiken in overeenstemming met de in zijn beschikking bepaalde machtigingcategorie en als bepaald in artikel 12.
6.De machtiginghouder dient passende maatregelen te treffen ter voorkoming van het gebruik van zijn Amateurstation door onbevoegden.
7.
a. Tijdens de uitzendingen van een Amateurstation dient de machtiginghouder hierbij aanwezig te zijn.
b. Aan de machtiginghouder in categorie A of C kan ontheffing worden verleend van het bepaalde onder artikel 6, zevende lid sub a.
c. Het bepaalde onder artikel 6, zevende lid sub a is niet van toepassing bij georganiseerde radio-amateurpeilevenementen.
8.Aan de machtiginghouder in een categorie A of C kan voor bijzondere experimenten toestemming worden verleend af te wijken van de in de voorschriften en beperkingen voorgeschreven klassen van uitzending, de toegewezen frequenties en het toegestane zendvermogen.
9.De machtiginghouder dient bij het gebruik van het Amateurstation overlast in het radioverkeer te voorkomen.
1.Bij het begin en bij het einde van elke uitzending dient de machtiginghouder zijn roepletters ten minste eenmaal uit te zenden conform artikel 8. Is de uitzending opgebouwd uit kortdurende uitzendingen over en weer met andere stations, dan wordt deze reeks kortdurende uitzendingen aangemerkt als één uitzending.
2.Gedurende de uitzending dienen de roepletters ten minste eenmaal per 5 minuten duidelijk herkenbaar en waarneembaar in de over te dragen informatie conform artikel 8 te worden uitgezonden.
3.Indien tijdens een georganiseerde radiowedstrijd een groepsstation wordt gevormd is het toegestaan dat de deelnemers de roepletters van één van de deelnemende machtiginghouders gebruiken.
Het uitzenden van de roepletters volgens artikel 7, eerste en tweede lid, geschiedt op één van de hierna volgende wijzen:
1. Door middel van spraak
a. De toegelaten klassen van uitzending zijn: A3E, H3E, J3E, R3E, F3E en G3E.
b. De roepletters dienen als volgt gespeld te worden:
A Alfa
B Bravo
C Charlie
D Delta
E Echo
F Foxtrot
G Golf
H Hotel
I India
J Juliett
K Kilo
L Lima
M Mike
N November
O Oscar
P Papa
Q Quebec
R Romeo
S Sierra
T Tango
U Uniform
V Victor
W Whiskey
X X-Ray
Y Yankee
Z Zulu
2. Door middel van morse-telegrafie
a. De toegelaten klassen van uitzending zijn: A1A, A2A, F1A, F2A, J2A, G1A en G2A.
b. Toegestaan is een seinsnelheid van ten hoogste dertig woorden per minuut.
3. Door middel van automatische telegrafie
a. De toegelaten klassen van uitzending zijn: A1B, A2B, F1B, F2B en J2B.
b. De roepletters moeten aan de ontvangzijde na demodulatie in leesbaar schrift zichtbaar zijn.
4. Door middel van data overdracht
a. De toegelaten klassen van uitzending zijn: F1D, F2D en P2D.
b. De roepletters moeten aan de ontvangzijde na demodulatie in leesbaar schrift zichtbaar zijn .
5. Door middel van beeldoverdracht
a. Facsimilé en Slow-scan televisie (SSTV)
1. De toegelaten klassen van uitzending zijn: A1C, A2C, A3C, J2C, J3C, F1C, F2C, F3C, G1C, G2C en G3C.
2. De roepletters moeten aan de ontvangzijde na demodulatie in leesbaar schrift zichtbaar zijn.
b. Amateurtelevisie
1. De toegelaten klassen van uitzending zijn: A3F, C3F en F3F.
2. De roepletters moeten aan de ontvangzijde na demodulatie in leesbaar schrift zichtbaar zijn.
6. Afwijkingen
Indien bij automatische telegrafie, data overdracht of beeldoverdracht niet aan de voorgeschreven wijze van identificatie kan worden voldaan dient de identificatie te geschieden door middel van spraak of morse-telegrafie.
Zendinrichtingen die op een bepaalde plaats tot storing kunnen leiden of hebben geleid, dienen te voldoen aan onderstaande tabel voor de onderdrukking van ongewenste hoogfrequente uitstralingen.
Frequentieband waarin de ongewenste hoogfrequente uitstraling plaatsvindt | Zendvermogen n | Maximaal toegestaan vermogen per hoogfrequent component |
9 kHz - 40 MHz | < 1 watt | 100 microwatt |
> 1 watt | -40 dB *) | |
40 MHz - 960 MHz | < 10 watt | 10 microwatt |
> 10 watt | -60 dB *) | |
960 MHz - 17,7 GHz | < 10 watt | 100 microwatt |
> 10 watt | -50 dB *) | |
> 17,7 GHz | – | Naar de stand van de techniek |
Dit artikel is niet van toepassing op ongemodificeerde zenders die voldoen aan het Besluit elektromagnetische compatibiliteit (Stb. 1995, 387).
De machtiginghouder mag het Amateurstation uitsluitend gebruiken in overeenstemming met de in het navolgende schema weergegeven combinaties:
Categorie | Toegestane zend- | Frequentiebanden | Status | Klassen van uitzending | |
machtiging | vermogen in watt | in MHz | |||
Van | Tot | ||||
A | 400 | 0.1357 | 0.1378 | S | A1A |
10.1 | 10.15 | A1A, F1A, G1A, J2A | |||
1.81 | 1.85 | P | Geen beperkingen | ||
ten aanzien van | |||||
klassen van uitzen- | |||||
ding tenzij in de | |||||
voorschriften anders | |||||
is bepaald. | |||||
3.5 | 3.8 | ||||
7.0 | 7.1 | ||||
14.0 | 14.35 | ||||
18.068 | 18.168 | ||||
21.0 | 21.45 | ||||
24.89 | 24.99 | ||||
28.0 | 29.7 | ||||
A/C | 120 | 50.0 | 50.45 | S | |
A/C | 400 | 144.0 | 146.0 | P | |
430.0 | 436.0 | ||||
436.0 | 440.0 | ||||
S | |||||
A/C | 120 | 1240.0 | 1300.0 | ||
2320.0 | 2450.0 | ||||
3400.0 | 3410.0 | ||||
5650.0 | 5850.0 | ||||
10000.0 | 10500.0 | ||||
24000.0 | 24050.0 | P | |||
24050.0 | 24250.0 | S | |||
47000.0 | 47200.0 | P | |||
75500.0 | 76000.0 | ||||
76000.0 | 81000.0 | S | |||
142000.0 | 144000.0 | P | |||
144000.0 | 149000.0 | S | |||
241000.0 | 248000.0 | ||||
248000.0 | 250000.0 | P | |||
N | 25 | 144.110 | 144.130 | P | A1A |
144.275 | 144.350 | A1A, J3E | |||
144.992 | 145.795 | A1A, F1A, F1B, F2A, | |||
F2B, F3E, G3E | |||||
430.000 | 432.500 | P | A1A, F1A, F2A, F3E, | ||
G3E, J3E, F1B, F2B, | |||||
G1B, G2B, F1D, F2D, | |||||
G1D, G2D | |||||
433.992 | 433.583 | F1A, F2A, | F3E, G3E |
Machtiginghouders die op het moment van inwerkingtreding van deze voorschriften en beperkingen reeds experimenteren met hogere vermogens (maximaal 400 watt) dan op grond van deze voorschriften is toegestaan kunnen binnen 3 maanden na datum van inwerkingtreding van deze voorschriften en beperkingen, op grond van artikel 6 achtste lid, een aanvraag doen tot het verkrijgen van een Bijzondere Toestemming.
De voorschriften en beperkingen verbonden aan machtigingen voor zendinrichtingen voor het doen van onderzoekingen radiozendamateurs van 30 december 1988 (Stcrt. 1988, 254) worden hierbij ingetrokken.
Deze voorschriften en beperkingen kunnen worden aangehaald als: Voorschriften en beperkingen verbonden aan machtigingen voor zendinrichtingen voor het doen van onderzoekingen radiozendamateurs.
Zender | In/van | Uit/aan | Opmerkingen |
Fabrikaat: ... | Naam: ... | Naam: ... | |
Type: ... | Adres: ... | Adres: ... | |
Serienr.: ... | Woonplaats: ... | Woonplaats: ... | |
Freq. band(en): ... | Eventuele roepletters: ... | Eventuele roepletters: ... | |
Vermogen: ... | Datum: ... | Datum: ... |