Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Subsidieregeling extensivering vleesstierenhouderij[Regeling vervallen per 23-12-2004.]

Geldend van 01-01-2002 t/m 22-12-2004

Subsidieregeling extensivering vleesstierenhouderij

De Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,

Gelet op Verordening (EEG) nr. 2078/92 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 30 juni 1992 betreffende landbouwproductiemethoden die verenigbaar zijn met de eisen inzake milieu-bescherming, en betreffende natuurbeheer (PbEG L 215);

Gezien het advies van het Landbouwschap en het Produktschap voor Vee en Vlees;

Gezien de goedkeuring van de Commissie van de Europese Gemeenschappen bij beschikking nr. SG(96) D/3164 d.d. 20 maart 1996 alsmede bij beschikking nr SG(96) D/4641 d.d. 10 mei 1996;

Besluit:

Artikel 1 [Vervallen per 23-12-2004]

In deze regeling wordt verstaan onder:

minister:

Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij;

LASER:

Dienst Landelijke service bij regelingen van het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij;

landbouwtelling:

landbouwtelling als bedoeld in artikel 24 van de Landbouwwet;

rechtspersoon:

rechtspersoon, anders dan een publiekrechtelijke rechtspersoon;

pacht:

recht dat wordt ontleend aan een door de grondkamer goedgekeurde overeenkomst als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel d, van de Pachtwet, welke is aangegaan voor ten minste de wettelijke termijn;

landbouwbedrijf:

geheel van produktie-eenheden in Nederland bestaande uit één of meer gebouwen of gedeelten daarvan en daarbij behorende landbouwgrond, uitsluitend of onder meer dienende tot de uitoefening van de landbouw;

GVE:

grootvee-eenheden, berekend door omrekening aan de hand van de tabel in bijlage I van Verordening (EEG) nr. 2328/91 (PbEG 1991, L 218), voor zover het rundvee betreft, en afgerond op twee decimalen;

voederareaal:

voederareaal als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Regeling dierlijke EG premies;

rundveebezettingsgetal:

op twee decimalen afgerond getal dat wordt verkregen door het aantal runderen op het landbouwbedrijf, omgerekend in GVE, te delen door het voederareaal, gemeten in hectare;

stallijst:

inventarislijst van het aantal op het landbouwbedrijf aanwezige runderen, afgegeven door de statutair te ’s-Gravenhage gevestigde Stichting Gezondsheidszorg voor Dieren;

aanvraag oppervlakten:

aanvraag oppervlakten als bedoeld in artikel 4.2 van de Regeling dierlijke EG-premies.

Artikel 2 [Vervallen per 23-12-2004]

De minister kan op grond van de volgende bepalingen een subsidie verlenen voor de vermindering van de belasting van de rundveestapel per eenheid voederoppervlakte.

Artikel 3 [Vervallen per 23-12-2004]

  • 1 De subsidie kan slechts worden verleend aan natuurlijke en rechtspersonen indien:

    • a. zij blijkens de gegevens van de landbouwtelling van het jaar voorafgaand aan de betrokken aanvraagperiode voor eigen rekening en risico een landbouwbedrijf hebben geëxploiteerd;

    • b. zij op het tijdstip van de aanvraag tot subsidieverlening voor eigen rekening en risico als eigenaar, gerechtigde of pachter een landbouwbedrijf exploiteren;

    • c. de natuurlijke persoon of de bedrijfsleider van de rechtspersoon op het tijdstip van de aanvraag tot subsidieverlening geen recht heeft op een uitkering ingevolge de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen noch op een ouderdomspensioen ingevolge de Algemene Ouderdomswet;

    • d. zij geen recht hebben of verkrijgen op een subsidie voor de biologische teelt van veevoedergewassen op grond van de Regeling stimulering biologische produktiemethode;

    • e. het landbouwbedrijf van de aanvrager volgens de stallijsten van 12 maanden en 7 werkdagen voorafgaand aan de eerste dag van de aanvraagperiode:

      • -

        een rundveebezettingsgetal van meer dan 2,00 heeft en

      • -

        daarop 15 of meer aan mannelijke runderen toe te rekenen GVE aanwezig zijn.

  • 2 Indien meer dan één natuurlijke persoon of rechtspersoon voor gezamenlijke rekening en risico een landbouwbedrijf exploiteren, kan een subsidie worden verleend indien:

    • a. ten minste één van hen op het tijdstip van de aanvraag eigenaar, gerechtigde of pachter van dit landbouwbedrijf is en voldoet aan de in het eerste lid, onderdeel a, genoemde voorwaarde,

    • b. ten minste één van de natuurlijke personen of bedrijfsleiders van de rechtspersonen voldoet aan de in het eerste lid, onderdeel c, genoemde voorwaarde,

    • c. alle natuurlijke personen en rechtspersonen voldoen aan de in het eerste lid, onderdeel d, genoemde voorwaarde, en

    • d. het landbouwbedrijf voldoet aan de in het eerste lid, onderdeel e genoemde voorwaarden.

Artikel 4 [Vervallen per 23-12-2004]

  • 1 Indien de aanvrager het landbouwbedrijf geheel of gedeeltelijk pacht of op het landbouwbedrijf dan wel op een gedeelte daarvan een gebruiksrecht heeft, kan de subsidie slechts worden verleend indien de pacht of het gebruiksrecht ten minste geldt voor de periode waarvoor de verplichtingen worden aangegaan.

  • 2 Indien de pacht of het gebruiksrecht een kortere dan de in het eerste lid bedoelde periode beslaat, kan een subsidie slechts worden verleend indien de verpachter of de eigenaar toestemming heeft gegeven voor het deelnemen aan de regeling.

Artikel 5 [Vervallen per 23-12-2004]

  • 1 Een subsidie kan slechts worden verleend indien de aanvrager zich verplicht om, te rekenen vanaf de laatste dag van de betrokken aanvraagperiode, gedurende vijf jaren:

    • a. het rundveebezettingsgetal van het betrokken landbouwbedrijf te handhaven op een niveau van ten minste 1,00 en ten hoogste 2,00, met dien verstande dat dit niveau uiterlijk aan het einde van het eerste jaar door een vermindering van het aan mannelijke runderen toe te rekenen aantal GVE met ten minste 10 % moet zijn gerealiseerd,

    • b. het voederareaal waarop de aanvraag betrekking heeft, niet te verkleinen en

    • c. het veebestand zodanig over het bedrijf te verspreiden dat de totale voederoppervlakte wordt onderhouden.

  • 2 De subsidieverlening wordt geweigerd indien ten aanzien van de aanvrager of, in geval van artikel 3, tweede lid, ten aanzien van één of meer van de tot de aanvrager behorende natuurlijke personen of rechtspersonen in de twee jaar voorafgaand aan het tijdstip van het indienen van de aanvraag tot subsidieverlening een subsidie ingevolge een regeling ter uitvoering van verordening (EEG) nr. 2078/92 is ingetrokken op de grond dat bij de aanvraag tot verlening of vaststelling van die subsidie opzettelijk of door grove nalatigheid onjuiste informatie is verstrekt.

Artikel 6 [Vervallen per 23-12-2004]

  • 1 Indien de subsidieontvanger vóór de afloop van de periode van vijf jaar, bedoeld in artikel 5, het gehele landbouwbedrijf verkoopt, verpacht of daarop een gebruiksrecht vestigt, kan de bedrijfsopvolger zich er tegenover de minister toe verbinden de verplichtingen voortvloeiend uit de subsidieverlening verder na te komen.

  • 2 Voor de toepassing van deze regeleing wordt de bedrijfsopvolger die de in het eerste lid bedoelde verbintenis aangaat, vanaf het moment dat deze verbintenis is aangegaan, aangemerkt als subsidieontvanger.

  • 4 Indien de bedrijfsopvolger de in het eerste lid bedoelde verbintenis niet aangaat, wordt de subsidieverlening ingetrokken voor de betrokken percelen. Artikel 14 is van overeenkomstige toepassing, tenzij:

    • a. de subsidieontvanger de op de betrokken percelen betrekking hebbende verplichtingen reeds drie jaren is nagekomen,

    • b. de subsidieontvanger zijn landbouwactiviteiten definitief beëindigt en

    • c. overname van deze verbintenis niet te verwezenlijken valt.

Artikel 6a [Vervallen per 23-12-2004]

  • 1 Indien de subsidieontvanger gedurende de periode waarin zijn verplichtingen gelden percelen ruilt in het kader van een project op grond van de Landinrichtingswet, de Reconstructiewet Midden-Delfland, de Herinrichtingswet Oost-Groningen en Gronings-Drentse Veenkoloniën of de Regeling reconstructie oude glastuinbouwgebieden, komt hij de verplichtingen na op de nieuw verkregen, gelijkwaardige, percelen.

  • 2 Indien de oppervlakte van de nieuw verkregen percelen meer dan 10% kleiner is dan de oppervlakte van de geruilde percelen, wordt de subsidie naar evenredigheid verlaagd.

Artikel 7 [Vervallen per 23-12-2004]

De subsidie bedraagt gedurende vijf jaar € 36,30 per GVE per jaar met dien verstande dat:

  • a. de in aanmerking komende GVE worden vastgesteld door de berekening van het verschil tussen het aantal GVE op het tijdstip van de aanvraag tot subsidieverlening en het aantal GVE dat overeenkomt met een rundveebezettingsgetal van 2,00,

  • b. het aantal GVE volgens de stallijst van de zevende werkdag voorafgaand aan de eerste dag van de betrokken aanvraagperiode of, indien dit lager is, het aantal GVE volgens de stallijst van 12 maanden hieraan voorafgaand, geldt als het aantal GVE op het tijdstip van de aanvraag tot subsidieverlening.

Artikel 8 [Vervallen per 23-12-2004]

De minister stelt de aanvraagperioden vast. Hij doet hiervan mededeling in de Staatscourant.

Artikel 9 [Vervallen per 23-12-2004]

Een aanvraag vtot subsidieverlening kan slechts worden ingediend indien aan de aanvrager niet reeds een subsidie is verleend op grond van deze regeling.

Artikel 10 [Vervallen per 23-12-2004]

  • 1 De aanvraag tot subsidieverlening wordt ingediend bij LASER op een daartoe vastgesteld formulier.

  • 2 Door het indienen van het aanvraagformulier verplicht de aanvrager zich tot nakoming van de in deze regeling en in het aanvraagformulier gestelde voorwaarden en verplichtingen.

  • 3 De aanvraag tot subsidieverlening gaat vergezeld van:

    • a. de in artikel 3, eerste lid, onderdeel e, genoemde stallijsten, en

    • b. een topografische kaart met een schaal van ten minste 1:10.000 van de in het aanvraagformulier bedoelde percelen voederareaal, indien de aanvrager in het jaar van de aanvraag niet reeds een aanvraag oppervlakten die betrekking heeft op het voederareaal heeft ingediend.

Artikel 11 [Vervallen per 23-12-2004]

De minister geeft een beschikking tot subsidieverlening na ontvangst van de aanvraag tot subsidieverlening overeenkomstig artikel 10.

Artikel 12 [Vervallen per 23-12-2004]

  • 1 De subsidieontvanger dient vóór het einde van elk verplichtingenjaar van de periode van vijf jaar, genoemd in artikel 5, bij LASER op een daartoe vastgesteld formulier een aanvraag tot subsidievaststelling in.

  • 2 De aanvraag tot subsidievaststelling gaat vergezeld van:

    • a. de door LASER opgevraagde stallijsten, en

    • b. een topografische kaart met een schaal van ten minste 1:10.000 van de in de aanvraagtot subsidieverlening bedoelde percelen voederareaal, indien de subsidieontvanger in het desbetreffende kalenderjaar nog geen aanvraag oppervlakten die betrekking heeft op het voederareaal heeft ingediend.

  • 3 Na ontvangst van de in het eerste lid bedoelde aanvraag, geeft de minister een beschikking tot subsidievaststelling met betrekking tot het verplichtingenjaar waarop de aanvraag betrekking heeft.

Artikel 13 [Vervallen per 23-12-2004]

  • 1 Indien de aanvraag tot subsidievaststelling, bedoeld in artikel 12, wordt ingediend na de uiterste termijn voor indiening, wordt de subsidie met 1% per werkdag, tot een maximum van 25 dagen, lager vastgesteld.

Artikel 14 [Vervallen per 23-12-2004]

Indien toepassing wordt gegeven aan artikel 4:57 van de Algemene wet bestuursrecht of artikel 6 van Kaderwet LNV-subsidies worden terug te vorderen bedragen vermeerderd met de wettelijke rente over de periode vanaf de eerste uitbetaling tot aan het moment van algehele voldoening. Geen wettelijke rente is verschuldigd indien de oorzaak van het onverschuldigd betalen bij de minister is gelegen.

Artikel 15 [Vervallen per 23-12-2004]

  • 2 Een aanvrager dient het beroep op een van de in het eerste lid bedoelde gevallen bij LASER in binnen een termijn van tien werkdagen, te rekenen vanaf het tijdstip waarop dit voor hem mogelijk is. Dit beroep gaat vergezeld van bewijzen.

Artikel 16 [Vervallen per 23-12-2004]

  • 1 De minister stelt een subsidieplafond vast ten behoeve van subsidieverlening op grond van deze regeling.

  • 2 Indien het subsidieplafond wordt overschreden, kan de minister besluiten dat geen aanvragen tot subsidieverlening meer kunnen worden ingediend. De minister geeft van dit besluit kennis in de Staatscourant.

  • 3 De minister verdeelt het beschikbare bedrag in de volgorde van ontvangst van de aanvragen.

Artikel 17 [Vervallen per 23-12-2004]

Met het toezicht op de naleving van deze regeling zijn belast de ambtenaren van de Algemene Inspectiedienst van het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij.

Artikel 17a [Vervallen per 23-12-2004]

Deze regeling berust op artikel 2 van de Kaderwet LNV-subsidies.

Artikel 18 [Vervallen per 23-12-2004]

  • 1 De bijdrageregeling extensivering vleesstierenhouderij wordt ingetrokken.

  • 2 Aanvragen die zijn ingediend op grond van de in het eerste lid genoemde regeling gelden als aanvragen op grond van de onderhavige regeling.

Artikel 19 [Vervallen per 23-12-2004]

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij is geplaatst en werkt terug tot en met 1 april 1996.

Artikel 20 [Vervallen per 23-12-2004]

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling extensivering vleesstierenhouderij.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 9 juli 1996

De

Minister

van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,
voor deze:
De

directeur-generaal Landbouw, Natuurbeheer en Visserij

,

J.F. de Leeuw