KruimelpadGeldend op 23-10-2009
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat van 17 augustus 1995, nr. RV 196759, Hoofddirectie van de Waterstaat, Hoofdafdeling Bestuurlijke en Juridische Zaken;
Gelet op de Wegenverkeerswet 1994, alsmede op de wet van 29 maart 1996 tot wijziging van de Wegenverkeerswet 1994, houdende regeling van de verzelfstandiging van de Rijksdienst voor het Wegverkeer (Stb. 257);
De Raad van State gehoord (advies van 17 november 1995, nr. W09.95.0458);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat van 14 juni 1996, nr. 220335, Hoofddirectie van de Waterstaat, Hoofdafdeling Bestuurlijke en Juridische Zaken;
Hebben goedgevonden en verstaan:
1.Voor de toepassing van artikel 49, vijfde lid, van het Reglement rijbewijzen, wordt, indien het laatste rijbewijs is afgegeven door Onze Minister, door de Dienst Wegverkeer een kopie van het aanvraagformulier verstrekt.
2.Voor de toepassing van artikel 141, tweede lid, van het Reglement rijbewijzen, deelt Onze Minister, indien het rijbewijs door hem is afgegeven, de uitslag van het onderzoek en het naar aanleiding daarvan door hem genomen besluit tevens mede aan de Dienst Wegverkeer.
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag waarop de wet van 29 maart 1996 tot wijziging van de Wegenverkeerswet 1994, houdende regeling van de verzelfstandiging van de Rijksdienst voor het Wegverkeer (Stb. 257) in werking treedt.