Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Integrale regeling specifieke doelgroepen 1996[Regeling vervallen per 31-12-2004.]

Geldend van 01-01-1997 t/m 30-12-2004

Integrale regeling specifieke doelgroepen 1996

De minister van onderwijs, cultuur en wetenschappen,In overeenstemming met de minister van landbouw natuurbeheer en visserij,

Gelet op artikel 2.2.3., eerste lid, 12.1.2, tweede lid, en 12.3.48, tweede lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs;

Besluit:

Artikel 1 [Vervallen per 31-12-2004]

Artikel 2 [Vervallen per 31-12-2004]

Artikel 3 [Vervallen per 31-12-2004]

Artikel 4 [Vervallen per 31-12-2004]

Artikel 5 [Vervallen per 31-12-2004]

Artikel 6 [Vervallen per 31-12-2004]

Artikel 7 [Vervallen per 31-12-2004]

Artikel 8 [Vervallen per 31-12-2004]

Artikel 9. Weigeringsgronden [Vervallen per 31-12-2004]

  • 1 De aanvullende vergoeding kan worden geweigerd en kan geheel of gedeeltelijk worden teruggevorderd indien:

    • a. het plan van aanpak, bedoeld in artikel 6, of de rapportage, bedoeld in artikel 7, niet of niet volledig voldoet aan het gestelde in deze regeling.

    • b. de aanvrager onjuiste of voor de beoordeling van de doelstellingen van de regeling onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beschikking op de aanvraag tot verlening van de aanvullende vergoeding zou hebben geleid, of

    • c. de verlening van de aanvullende vergoeding anderszins onjuist was en de ontvanger dit wist of behoorde te weten.

  • 2 Zolang de aanvullende vergoeding niet is toegekend stelt de aanvrager de minister onverwijld in kennis van na de indiening van de aanvraag opgekomen feiten of omstandigheden die redelijkerwijs van belang kunnen zijn voor de vaststelling van de aanvullende vergoeding.

Artikel 10. Lagere vaststelling van de aanvullende vergoeding [Vervallen per 31-12-2004]

De aanvullende vergoeding kan op een lager bedrag dan verleend worden vastgesteld, indien:

  • a. de activiteiten waarvoor de aanvullende vergoeding is bedoeld niet of niet geheel hebben plaatsgevonden,

  • b. de ontvanger van de aanvullende vergoeding heeft gehandeld in strijd met de aan de aanvullende vergoeding verbonden verplichtingen,

  • c. de ontvanger van de aanvullende vergoeding kennelijk in strijd heeft gehandeld, met het doel van de aanvullende vergoeding

  • d. de ontvanger van de aanvullende vergoeding onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beschikking op de aanvraag tot verlening van de aanvullende vergoeding zou hebben geleid, of

  • e. de verlening van de aanvullende vergoeding anderszins onjuist was en de ontvanger dit wist of behoorde te weten.

De

minister

van onderwijs, cultuur en wetenschappen,

dr. ir. J.M.M. Ritzen