Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Subsidieregeling diergezondheid 1996[Regeling vervallen per 01-01-2009.]

Geldend van 01-01-2002 t/m 31-12-2008

Subsidieregeling diergezondheid 1996

De Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,

Besluit

Artikel 1 [Vervallen per 01-01-2009]

In deze regeling wordt verstaan onder:

minister:

Minister van Landbouw, Natuurbeheer Visserij;

bedrijf:

onderneming die activiteiten verricht met betrekking tot dieren of dierlijke produkten;

dier:

dier dat bedrijfsmatig wordt gehouden en dat andere dieren of dierlijke produkten voortbrengt;

dierlijke produktieketen:

opeenvolgende schakels van voortbrengen, be- of verwerken en verhandelen van dieren of dierlijke produkten;

project:

samenhangend geheel van activiteiten gericht op verbetering van de kwaliteit van diergezondheid door middel van fundamenteel onderzoek, industrieel basisonderzoek of toegepast onderzoek en ontwikkeling;

PMT DIB:

Programma Management Team Diergezondheid in Beweging, Postbus 20401, 2500 EK, ’s Gravenhage;

toegepast onderzoek en ontwikkeling:

onderzoek of experimenten gericht op het verwerven van nog niet bestaande kennis benodigd voor het verbeteren van de kwaliteit van de diergezondheid, met inbegrip van proef- en demonstratieprojecten en met uitsluiting van bedrijfsmatige toepassing of commerciële exploitatie;

fundamenteel onderzoek :

onderzoek voor de uitbreiding van de algemene kennis van wetenschap en techniek dat niet in verband staat met bedrijfsmatige of commerciële doelstellingen;

industrieel basisonderzoek:

oorspronkelijk theoretisch of experimenteel onderzoek dat tot doel heeft een nieuw of beter inzicht te verwerven in de wetten van de wetenschap en techniek zoals die voor de dierlijke produktieketen van toepassing zijn;

gezondheidsplanner:

managementinstrument ten behoeve van de planning, uitvoering en evaluatie van de diergezondheidszorg op een bedrijf.

Artikel 2 [Vervallen per 01-01-2009]

De minister kan op aanvraag een subsidie verlenen in de kosten van een innovatief project dat naar zijn oordeel kan leiden tot een hoger niveau van diergezondheid in Nederland en daardoor tot een beter technisch en economisch perspectief van en continuïteit binnen bedrijven.

Artikel 3 [Vervallen per 01-01-2009]

Voor subsidieverlening komen slechts in aanmerking:

  • a) een bedrijf;

  • b) een organisatie die blijkens haar statuten ten doel heeft het collectieve belang voor het geheel of een deel van de bedrijven te behartigen of die activiteiten verricht in het belang van de diergezondheid, niet zijnde een overheidsinstelling;

  • c) een bedrijfslichaam op het gebied van de dierlijke produktieketen als bedoeld in artikel 66, vierde lid, van de Wet op de bedrijfsorganisatie;

  • d) een privaatrechtelijke rechtspersoon die zich uitsluitend of in hoofdzaak bezighoudt met de keuring van en het toezicht op dieren en dierlijke produkten;

  • e) een samenwerkingsverband tussen de in onderdelen a tot en met d omschreven aanvragers.

Indien de aanvraag tot subsidieverlening betrekking heeft op een project van een samenwerkingsverband wordt één van de deelnemers tot het indienen van de aanvraag tot subsidieverlening gemachtigd.

Artikel 4 [Vervallen per 01-01-2009]

Een subsidie kan worden verleend voor projecten die uitsluitend ten doel hebben:

  • a) ontwikkeling en implementatie van een stelsel van verzekeringen tegen risico’s in de diergezondheidszorg die voor een bedrijf niet beheersbaar zijn;

  • b) ontwikkeling en implementatie van de gezondheidsplanner;

  • c) ontwikkeling en implementatie van erkennings- en certificeringssystemen;

  • d) voorlichting en scholing van ondernemers op het gebied van de diergezondheidszorg;

  • e) vergroting van het inzicht in de risico’s die de diergezondheid in gevaar kunnen brengen dat ten goede komt aan het management op een bedrijf;

  • f) verbetering van de hygiëne van verblijfplaatsen en transportmiddelen voor dieren of

  • g) terugdringing dan wel uitroeiing van dierziekten.

Onverminderd het eerste lid komen slechts projecten voor een subsidieverlening in aanmerking:

  • a) waarvan de duur niet meer dan drie jaren omvat;

  • b) waarvan de resultaten ten goede komen aan de dierlijke produktieketen en

  • c) waarvan de subsidiabele kosten tenminste € 11.344,51 bedragen.

Artikel 5 [Vervallen per 01-01-2009]

Geen subsidie wordt verleend voor projecten waarvoor reeds verplichtingen zijn aangegaan voor de datum van ontvangstbevestiging van de aanvraag. Na deze datum kan de aanvrager het project voor eigen rekening en risico beginnen.

Artikel 6 [Vervallen per 01-01-2009]

Als subsidiabele kosten worden uitsluitend aangemerkt de volgende kosten, voorzover zij noodzakelijk en rechtstreeks aan het project toe te rekenen zijn:

  • a) kosten van dienstverrichtingen door derden inclusief ingevolge de Wet op de omzetbelasting verschuldigde omzetbelasting voor zover deze niet in aftrek kan worden gebracht;

  • b) loonkosten die gemaakt zijn ten behoeve van het project, berekend op basis van het brutojaarloon bij een volledige betrekking, exclusief winstafhankelijke uitkeringen, verhoogd met de wettelijke danwel op grond van een individuele of collectieve arbeidsovereenkomst verschuldige opslagen voor sociale lasten, te delen door 1600;

  • c) kosten van afschrijving van machines, materialen en apparatuur, berekend op basis van de historische aanschafwaarde, een lineaire afschrijvingsmethode en een levensduur van 3 jaar voor computerapparatuur, 2 jaar voor software, 5 jaar voor machines en overige apparatuur, 10 jaar voor bedrijfsinrichting en 20 jaar voor gebouwen;

  • d) kosten van verbruikte materialen en hulpmiddelen, gebaseerd op historische aanschafprijzen;

  • e) kosten voor het verstrekken van informatie en het verzorgen van voorlichting;

  • f) uitvoeringskosten, zoals reiskosten en de kosten van de huur van vergaderzalen.

Artikel 7 [Vervallen per 01-01-2009]

  • 1 Een subsidie bedraagt:

    • a) 37,5 % van de subsidiabele kosten voor een project dat is gericht op toegepast onderzoek en ontwikkeling, met als maximum € 453.780,22 per project;

    • b) in alle overige gevallen:

      • -

        50% van de subsidiabele kosten bij een projectduur van maximaal 1 jaar;

      • -

        45% van de subsidiabele kosten bij een projectduur van maximaal 2 jaar;

      • -

        40% van de subsidiabele kosten bij een projectduur van maximaal 3 jaar,met als maximum € 453.780,22 per project.

  • 2 Op een subsidie worden in mindering gebracht subsidies, die uit andere hoofde dan deze regeling door het rijk, een provincie of een gemeente zijn of worden verleend, indien deze betrekking hebben op kosten waarvoor op grond van deze regeling een subsidie kan worden verleend.

  • 3 In afwijking van het eerste en het tweede lid wordt, indien ter zake van een project waarop de aanvraag betrekking heeft tevens een subsidie is verleend op basis van een regeling van de Europese Unie, waarbij een maximum percentage aan de in totaal te verlenen subsidies is vastgesteld, een subsidie uit hoofde van deze regeling zodanig vastgesteld dat het bedoelde maximum niet wordt overschreden.

Artikel 8 [Vervallen per 01-01-2009]

  • 1 Deze regeling heeft betrekking op aanvragen die op uitnodiging van de Stuurgroep Diergezondheid in Beweging, genoemd in artikel 10, worden ingediend.

  • 2 De minister stelt een subsidieplafond vast ten behoeve van subsidieverlening op grond van deze regeling.

  • 3 De minister voorziet in een geijktijdige beslissing op aanvragen met betrekking tot soortgelijke projecten op basis van een vergelijking van hun geschiktheid om bij te dragen aan de doelstellingen van de subsidie.

Artikel 9 [Vervallen per 01-01-2009]

  • 1 Een aanvraag tot subsidieverlening wordt met gebruikmaking van een volledig en naar waarheid ingevuld, ondertekend en gedagtekend aanvraagformulier bij het PMT DIB ingediend.

  • 2 Het in het eerste lid bedoelde aanvraagformulier is vastgesteld door en verkrijgbaar bij het PMT DIB.

  • 3 De aanvraag tot subsidieverlening gaat vergezeld van:

    • a) een begroting van de kosten en de financieringswijze van het project;

    • b) een projectplan, inhoudende een beschrijving van de doelstellingen en de achtergronden van het project waaruit blijkt dat het project in overeenstemming is met de in artikel 4 gestelde eisen, een tijdsplanning en beschrijving van de activiteiten en de wijze van uitvoering;

    • c) indien van toepassing, de statuten van de privaatrechtelijke rechtspersoon, bedoeld in artikel 3;

    • d) indien van toepassing een overzicht van de deelnemers aan het project alsmede van de verdeling van de verantwoordelijkheden, bevoegdheden en financiële verplichtingen tussen de verschillende deelnemers.

  • 4 Het PMT DIB kan de aanvrager verzoeken nadere gegevens en bescheiden te verstrekken, indien het zulks voor de beoordeling van de aanvraag noodzakelijk acht. De aanvrager dient de aanvullende informatie binnen vier weken nadat hierom is verzocht te verstrekken.

  • 5 Indien de aanvrager niet heeft voldaan aan een verzoek als bedoeld in het vierde lid, besluit de minister de aanvraag niet te behandelen.

Artikel 10 [Vervallen per 01-01-2009]

  • 1 Er is een Stuurgroep Diergezondheid in Beweging die de minister van advies dient omtrent aanvragen tot subsidieverlening die worden ingediend op grond van deze regeling en die tot taak heeft jaarlijks de wijze van uitvoering van deze regeling te evalueren en van deze evaluatie schriftelijk verslag te doen aan de minister

  • 2 Een lid van de Stuurgroep neemt niet deel aan de voorbereiding en vaststelling van een advies, indien hij daarbij een persoonlijk belang heeft.

  • 3 De Stuurgroep beslist bij meerderheid van stemmen. Bij staking van de stemmen beslist de stem van de voorzitter.

Artikel 11 [Vervallen per 01-01-2009]

  • 1 De minister geeft binnen 13 weken na de datum waarop de aanvraag tot subsidieverlening is ingediend, een beschikking tot subsidieverlening.

  • 2 Bij de beschikking tot subsidieverlening kan de minister verplichtingen aan de subsidieontvanger opleggen.

  • 3 Op een daartoe schriftelijk bij het PMT DIB ingediend verzoek wordt ten hoogste eenmaal per halfjaar, gerekend vanaf de datum van de in het eerste lid bedoelde beslissing, een voorschot verleend, met dien ten verstande dat het totale bedrag aan voorschotten niet meer kan bedragen dan tachtig procent van het bedrag van de subsidie dan wel het bedrag waarop de subsidie overeenkomstig de beschikking tot subsidieverlening ten hoogste kan worden vastgesteld.

  • 4 Een verzoek als bedoeld in het vorige lid wordt afgewezen indien:

    • a. het voorschot minder dan tien procent van het bedrag van de subsidie dan wel het bedrag waarop de subsidie overeenkomstig de beschikking tot subsidieverlening ten hoogste kan worden vastgesteld bedraagt;

    • b. het voorschot minder dan € 2.268,90 bedraagt.

Artikel 12 [Vervallen per 01-01-2009]

  • 1 De subsidieontvanger

    • a) voert het project waarvoor de subsidie wordt verleend uit overeenkomstig het projectplan dat aan de beschikking tot subsidieverlening ten grondslag ligt;

    • b) beschikt bij de uitvoering van het project over de daarvoor benodigde wettelijke bescheiden;

    • c) voert een administratie die zodanig is ingericht dat daaruit te allen tijde op eenvoudige en duidelijke wijze de projectkosten en de tijdsverantwoording van het bij de uitvoering van het project betrokken personeel kunnen worden afgelezen.

Artikel 13 [Vervallen per 01-01-2009]

  • 1 Indien de duur van het project meer dan één kalenderjaar omvat, rapporteert de subsidieontvanger jaarlijks omtrent het verloop, de uitvoering, voorlopige resultaten, gemaakte kosten en de planning van het project aan de minister.

  • 2 Wijzigingen in het projectplan gedurende de looptijd van het project worden vooraf aan de minister gemeld. De minister deelt binnen vier weken mee of en in welke mate de wijziging in het projectplan gevolgen heeft voor de verleende subsidie of voor de bij de beschikking tot subsidieverlening aan de subsidieontvanger opgelegde verplichtingen.

  • 3 Indien de uitvoering van het project stagneert of zich andere omstandigheden voordoen die van belang zijn voor de realisatie van het project, wordt hiervan onmiddellijk- mededeling gedaan aan de minister. De minister deelt binnen vier weken mee of en in welke mate deze omstandigheden- gevolgen hebben voor de verleende subsidie of de bij de- verlening gestelde voorschriften.

Artikel 14 [Vervallen per 01-01-2009]

  • 1 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de kennis en informatie die met het project wordt opgedaan na afloop van het project in de vorm van een evaluatierapport openbaar wordt gemaakt ten behoeve van de betrokken sectoren van de dierlijke produktieketen.

  • 2 De minister kan, op aanvraag, bepalen dat delen van het in het eerste lid bedoelde evaluatierapport niet openbaar worden gemaakt indien dit noodzakelijk is voor de bescherming van bedrijfs- en fabricagegegevens waarvan door de subsidieontvanger is aangegeven dat deze vertrouwelijk dienen te worden behandeld.

Artikel 15 [Vervallen per 01-01-2009]

  • 1 Na afloop van het project stelt de minister de definitieve subsidie vast.

  • 2 Ten behoeve van de vaststelling van de definitieve subsidie dient de aanvrager zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk drie maanden na afloop van het project, aan PMT DIB in drievoud te verschaffen:

    • a) een exemplaar van het evaluatierapport;

    • b) een financiële verantwoording van het project, bestaande uit een rekening voorzien van een verklaring van getrouwheid van een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek;

    • c) een beoordeling inzake de naleving van de aan de verlening verbonden voorschriften door de hiervoor onder b bedoelde accountant;

Artikel 16 [Vervallen per 01-01-2009]

Indien toepassing wordt gegeven aan artikel 4:57 van de Algemene wet bestuursrecht of artikel 6 van de Kaderwet LNV-subsidies, worden terug te vorderen bedragen vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het moment van terugvordering tot aan het moment van algehele voldoening.

Artikel 17 [Vervallen per 01-01-2009]

De minister wijst ambtenaren aan die zijn belast met het toezicht op de naleving van deze regeling.

Artikel 17a [Vervallen per 01-01-2009]

Deze regeling berust op artikel 2 van de Kaderwet LNV-subsidies.

Artikel 18 [Vervallen per 01-01-2009]

Deze regeling wordt in ieder geval vóór 1999 in haar geheel geëvalueerd.

Artikel 19 [Vervallen per 01-01-2009]

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt- geplaatst.

Artikel 20 [Vervallen per 01-01-2009]

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling diergezondheid 1996

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 7 mei 1996

De

Minister

van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,
Voor deze:
De

directeur-generaal Landbouw, Natuurbeheer en Visserij

,

J.F. de Leeuw