Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Subsidieregeling schipperszorg binnenvaart[Regeling vervallen per 30-09-2004.]

Geldend van 15-05-1996 t/m 29-09-2004

Subsidieregeling schippperszorg binnenvaart

De Minister van Verkeer en Waterstaat,

Besluit:

§ 1. Algemeen [Vervallen per 30-09-2004]

Artikel 1 [Vervallen per 30-09-2004]

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. Minister:

Minister van Verkeer en Waterstaat;

b. schipperszorg:

activiteiten, projecten en voorzieningen van sociale en sociaal-culturele aard in plaatsen waar binnenschepen zich concentreren, ten behoeve van opvarenden van Nederlandse binnenschepen, opvarenden van buitenlandse binnenschepen in Nederland of kinderen van opvarenden van Nederlandse binnenschepen die gehuisvest zijn in een internaat, een leefgroephuis of in een pleeggezin;

c. instelling:

rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid die zich in hoofdzaak ten doel stelt de schipperszorg te stimuleren, te coördineren en uit te voeren, zijnde:

  • de Stichting Algemene Maatschappij voor Varenden te Amsterdam;

  • de Landelijke Stichting Katholiek Sociaal Cultureel Centrum voor Rijn- en Binnenvaart te Rotterdam; en

  • de Stichting Varenscentrum Kanaalzone Zeeuws-Vlaanderen te Terneuzen.

Artikel 2 [Vervallen per 30-09-2004]

De Minister verleent de instelling die voldoet aan deze regeling subsidie ten behoeve van stimulering, coördinatie en uitvoering van schipperszorg als bedoeld in artikel 4, tweede lid.

Artikel 3 [Vervallen per 30-09-2004]

  • 1 De Minister maakt jaarlijks voor 1 december aan de instellingen het bedrag bekend dat het volgende jaar beschikbaar is voor subsidies op grond van deze regeling (subsidieplafond).

  • 2 Het bedrag dat voor het jaar 1996 beschikbaar is maakt de Minister voor 1 juni 1996 bekend.

  • 3 Bij de bekendmaking van de bedragen, bedoeld in het eerste en tweede lid, houdt de Minister zo veel mogelijk rekening met continuïteit van de werkzaamheden op langere termijn.

§ 2. Aanvraag om subsidie [Vervallen per 30-09-2004]

Artikel 4 [Vervallen per 30-09-2004]

  • 1 De instelling dient jaarlijks vóór 1 oktober een aanvraag in voor subsidie voor het volgende jaar, vergezeld van:

    • a. een begroting van inkomsten en uitgaven met een toelichting, waarin in ieder geval een overzicht van de uitgaven, bedoeld in artikel 5; en

    • b. een werkplan, dat de werkzaamheden, bedoeld in het tweede lid, omschrijft, die de instelling het volgende jaar zal uitvoeren.

  • 2 Het werkplan geeft inzicht in de volgende op de schipperszorg gerichte werkzaamheden:

    • a. sociale zorg, waaronder begrepen hulpverlening en sociaal raadswerk, maatschappelijk werk, voorlichting en informatie;

    • b. sociaal-culturele activiteiten, waaronder begrepen scholing en vorming, maatschappelijke oriëntatie, ontmoetingsfunctie, creativiteitsontwikkeling, groepswerk en emancipatie;

    • c. begeleiding ten behoeve van ontspanning, sport en spel.

§ 3. Kosten die bij de beoordeling in aanmerking worden genomen [Vervallen per 30-09-2004]

Artikel 5 [Vervallen per 30-09-2004]

De uitgaven, bedoeld in artikel 4, eerste lid, betreffen:

  • a. personeelskosten, zijnde:

    • de salarissen, met inbegrip van vakantieuitkeringen,

    • de vergoedingen aan personeelsleden als tegemoetkoming in de kosten van de door hen vrijwillig te sluiten ziektekostenverzekering,

    • het werkgeversaandeel in de premies ingevolge de sociale-verzekeringswetten,

    • het werkgeversaandeel in de premiekosten van de voor personeelsleden afgesloten pensioenregeling,

    • alle verplichte personeelskosten die voortvloeien uit een collectieve arbeidsovereenkomst, en

    • reis- en verblijfskosten van bestuur en personeel voor zover deze betrekking hebben op het bijwonen van bestuursvergaderingen dan wel voortvloeien uit een dienstopdracht;

  • b. huisvestingskosten, zijnde:

    • hetzij de huursom van gebouwen of lokaliteiten, alsmede de kosten van erfpacht of enig ander zakelijk recht, hetzij de jaarlijkse kosten van afschrijving op gebouwen, drijvende centra, verbouwing en buitengewoon onderhoud,

    • de kosten van afschrijving op vaste inrichting en inventaris,

    • de rente van geldleningen ten behoeve van de financiering van investeringen voor huisvesting,

    • de kosten van verlichting, verwarming, water, klein onderhoud en schoonmaak,

    • kleine aanschaffingen ten behoeve van de inventaris,

    • de premies van verzekeringen met betrekking tot de in onderdeel 1° bedoelde zaken, en

    • de onroerende-zaakbelastingen en het havengeld, milieuheffingen en overige heffingen en belastingen met betrekking tot onroerende zaken;

  • c. administratiekosten, zijnde:

    • bureaukosten als druk- en stencilkosten, porti- en vrachtkosten, telefoonkosten,

    • de accountantskosten,

    • rente-, incasso- en bankkosten,

    • de afschrijving en het onderhoud van de kantoorinventaris en de kosten van een geautomatiseerd administratiesysteem, en

    • kosten van lidmaatschappen en contributies, cursussen voor personeel, documentatie en vakliteratuur.

§ 4. Beslissing op de aanvraag [Vervallen per 30-09-2004]

Artikel 6 [Vervallen per 30-09-2004]

  • 1 De Minister bepaalt jaarlijks in januari, gehoord de instellingen, aan de hand van de begroting en van het werkplan, bedoeld in artikel 4, alsmede aan de hand van de laatstelijk vastgestelde subsidie, en gelet op het subsidieplafond, de subsidie die voor dat jaar wordt verleend.

  • 2 Bij de verlening wordt rekening gehouden met inkomsten die de instelling verkrijgt ten behoeve van de werkzaamheden waarvoor subsidie wordt genoten.

  • 3 De Minister kan de subsidie-ontvanger bij de verlening van de subsidie nadere verplichtingen opleggen.

Artikel 7 [Vervallen per 30-09-2004]

De Minister verleent slechts subsidie voor zover naar zijn oordeel:

  • a. het wenselijk is de doelstelling en de werkzaamheden van de instelling financieel te ondersteunen;

  • b. het gelet op de financiële positie en het vermogen van de instelling voor haar noodzakelijk is om subsidie-inkomsten te verkrijgen; en

  • c. de instelling geen reële mogelijkheden heeft om op een andere wijze de benodigde gelden te verkrijgen.

Artikel 8 [Vervallen per 30-09-2004]

De Minister wijst een aanvraag in ieder geval af indien:

  • a. de werkzaamheden, bedoeld in artikel 4, tweede lid, naar het oordeel van de Minister geen verband houden met de schipperszorg;

  • b. uit de begroting, bedoeld in artikel 4, eerste lid, naar het oordeel van de Minister niet voldoende blijkt dat de financiële situatie en het vermogen ontoereikend zijn om de kosten verbonden aan de onder a bedoelde werkzaamheden te dragen;

  • c. de instelling failliet is verklaard, aan haar surséance van betaling is verleend of een verzoek daartoe bij de rechtbank is ingediend;

  • d. subsidie naar het oordeel van de Minister geen wezenlijke bijdrage levert aan de schipperszorg;

  • e. de instelling in het kader van de aanvraag onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van deze gegevens tot een onjuiste beschikking op de aanvraag zou hebben geleid; of

  • f. de instelling niet voldoet aan het bepaalde bij of krachtens deze regeling.

§ 5. Voorschotbetaling van de subsidie [Vervallen per 30-09-2004]

Artikel 9 [Vervallen per 30-09-2004]

De subsidie wordt per kwartaal bevoorschot in termijnen van respectievelijk 20%, 40%, 20% en 20% van de verleende subsidie. De Minister stelt het voorschot binnen twee weken na de verlening onderscheidenlijk na aanvang van ieder kwartaal op aanvraag beschikbaar.

§ 6. Verplichtingen van de instelling [Vervallen per 30-09-2004]

Artikel 10 [Vervallen per 30-09-2004]

De instelling:

  • a. legt na afloop van ieder subsidiejaar voor 1 juli aan de Minister over:

    • een financieel jaarverslag en een verslag van de werkzaamheden die zijn uitgevoerd door de instelling, en

    • een financiële verantwoording betreffende de werkelijk gemaakte subsidiabele kosten, voorzien van een accountantsverklaring omtrent de getrouwheid, opgesteld conform een door de Minister vastgesteld controleprotocol;

  • b. verstrekt desgevraagd alle op de werkzaamheden, bedoeld in artikel 4, tweede lid, betrekking hebbende inlichtingen;

  • c. verleent anderszins alle gevraagde medewerking ter uitvoering van deze regeling;

  • d. houdt de bewijsstukken met betrekking tot de kosten van activiteiten, projecten en voorzieningen inzake de schipperszorg ter beschikking van de Minister tot vijf jaar na vaststelling van de subsidie;

  • e. toont op verzoek van de Minister de bewijsstukken op één adres;

  • f. neemt andere aanwijzingen van de Minister in acht ter zake van de administratie;

  • g. verleent op verzoek van de Minister medewerking aan het verrichten van onderzoek naar de besteding van de subsidie; en

  • h. doet onverwijld aan de Minister schriftelijk mededeling van:

    • de indiening van een verzoek tot surséance van betaling of faillissement,

    • alle overige omstandigheden die van invloed kunnen zijn op de subsidie of de doelmatige aanwending daarvan.

§ 7. Vaststelling van de subsidie [Vervallen per 30-09-2004]

Artikel 11 [Vervallen per 30-09-2004]

De Minister stelt jaarlijks voor 1 september de subsidie over het voorgaande jaar vast aan de hand van de in dat jaar uitgevoerde werkzaamheden en bepaalt zo nodig de wijze van terugvordering of verrekening.

§ 8. Gehele of gedeeltelijke intrekking van de subsidie [Vervallen per 30-09-2004]

Artikel 12 [Vervallen per 30-09-2004]

  • 1 In ieder geval kan de Minister de subsidieverlening of -vaststelling, met inachtneming van het vierde lid, geheel of gedeeltelijk intrekken, indien:

    • a. de werkzaamheden waarvoor de subsidie is verleend, niet of niet geheel hebben plaatsgevonden of zullen plaatsvinden;

    • b. de subsidie is verleend op basis van zodanig onjuiste of onvolledige gegevens, dat een andere beschikking op de aanvraag zou zijn genomen, indien de juiste gegevens waren verstrekt;

    • c. de subsidieverlening anderszins onjuist was en de instelling dit wist of behoorde te weten;

    • d. feiten of omstandigheden bestaan waarvan de Minister bij de subsidievaststelling redelijkerwijs niet op de hoogte kon zijn en op grond waarvan de subsidie lager dan overeenkomstig de subsidieverlening zou zijn vastgesteld;

    • e. indien de instelling niet heeft voldaan aan het bepaalde bij of krachtens deze regeling.

  • 2 De verplichting tot betaling van de subsidie wordt opgeschort met ingang van de dag waarop de Minister de instelling kennis geeft van het ernstige vermoeden dat er grond bestaat om toepassing te geven aan het eerste lid, tot en met de dag waarop de beschikking omtrent intrekking of wijziging is bekendgemaakt of de dag waarop sinds de bekendmaking van het ernstige vermoeden dertien weken zijn verstreken.

  • 3 De intrekking, bedoeld in het eerste lid, werkt terug tot en met het tijdstip waarop de subsidie is verleend of vastgesteld. De reeds betaalde bedragen zijn terstond en zonder enige ingebrekestelling opeisbaar.

  • 4 De subsidievaststelling kan niet meer worden ingetrokken na vijf jaar:

    • a. na haar bekendmaking, of

    • b. in het geval, bedoeld in het eerste lid, onderdeel e: nadat de instelling niet heeft voldaan aan het bepaalde bij of krachtens deze regeling.

§ 9. Toezicht [Vervallen per 30-09-2004]

Artikel 13 [Vervallen per 30-09-2004]

  • 1 De door de Minister aangewezen toezichthouders zijn bevoegd inlichtingen te verlangen en inzage te verlangen van zakelijke gegevens en bescheiden, voor zover dat voor de vervulling van hun taak redelijkerwijs nodig is.

  • 2 Zij zijn bevoegd van de gegevens en bescheiden kopieën te maken.

  • 3 Indien het maken van kopieën niet ter plaatse kan geschieden, zijn zij bevoegd de gegevens en bescheiden voor dat doel voor korte tijd mee te nemen tegen een door hen af te geven schriftelijk bewijs.

Artikel 14 [Vervallen per 30-09-2004]

  • 1 De toezichthouders zijn bevoegd elke plaats te betreden met uitzondering van een woning zonder toestemming van de bewoner, voor zover dat voor de vervulling van hun taak redelijkerwijs nodig is.

  • 2 Zij zijn bevoegd zich te doen vergezellen door personen die daartoe door hen zijn aangewezen, voor zover dit voor het doel van het betreden redelijkerwijs nodig is.

§ 10. Evaluatiebepaling [Vervallen per 30-09-2004]

Artikel 15 [Vervallen per 30-09-2004]

Binnen drie jaar na de inwerkingtreding van deze regeling stelt de Minister een verslag vast over de doeltreffendheid en de effecten van deze regeling in de praktijk.

§ 11. Slotbepalingen [Vervallen per 30-09-2004]

Artikel 16 [Vervallen per 30-09-2004]

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 1996.

Artikel 17 [Vervallen per 30-09-2004]

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling schipperszorg binnenvaart.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 26 april 1996

De

Minister

van Verkeer en Waterstaat,

A. Jorritsma-Lebbink