Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Warenwetregeling explosieveilig materieel[Regeling vervallen per 09-06-2016.]

Geldend van 01-01-2015 t/m 08-06-2016

Regeling houdende nadere regels ten aanzien van explosieveilig materieel

Artikel 1 [Vervallen per 09-06-2016]

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. het besluit:

het Warenwetbesluit explosieveilig materieel;

b. explosieveilig materieel, aangewezen aangemelde instelling, richtlijn en wet:

hetgeen het besluit daaronder verstaat.

Artikel 2. Eisen voor aanwijzing en (blijven) functioneren als aangewezen aangemelde instelling [Vervallen per 09-06-2016]

Een aanwijzing als aangewezen aangemelde instelling als bedoeld in artikel 17 van het besluit, kan geschieden indien de aanvragende instelling voldoet aan de criteria, vastgelegd in het Schema voor Aanwijzing en Toezicht op de instellingen voor overeenstemmingsbeoordelingsprocedures voor het Warenwetbesluit explosieveilig materieel, zoals opgenomen in de bijlage bij de regeling.

Artikel 3 [Vervallen per 09-06-2016]

De dossiers en de briefwisseling die betrekking hebben op de certificeringsprocedures, bedoeld in het besluit, worden gesteld in de Nederlandse taal, of in een andere door de aangewezen aangemelde instelling aanvaarde taal.

Artikel 4 [Vervallen per 09-06-2016]

In het jaarverslag, bedoeld in artikel 7c, tweede lid, van de wet, worden door de aangewezen aangemelde instelling ten minste de volgende onderwerpen behandeld:

  • a. de door de instelling afgegeven, ingetrokken dan wel geweigerde certificaten;

  • b. wijzigingen in de op het werkveld van de instelling betrekking hebbende accreditaties, reglementen en procedures;

  • c. wijzigingen in de op het werkveld van de instelling betrekking hebbende taakverdeling;

  • d. wijzigingen in de bestuurssamenstelling;

  • e. wijzigingen in de statuten of het huishoudelijk reglement;

  • f. aan derden uitbestede werkzaamheden;

  • g. structurele knelpunten op het werkveld van de instelling die zich in de uitvoeringspraktijk hebben voorgedaan;

  • h. het gevoerde overleg en de samenwerking op het werkveld met andere instellingen;

  • i. door de instelling ontvangen klachten en de wijze van afhandeling daarvan;

  • j. tegen de besluiten van de instelling ingediende bezwaren en ingestelde beroepen en de wijze van afhandeling daarvan;

  • k. een financieel verslag betreffende de activiteiten waarvoor de instelling is aangewezen.

Artikel 5. Citeertitel [Vervallen per 09-06-2016]

Deze regeling wordt aangehaald als: Warenwetregeling explosieveilig materieel.

Artikel 6 [Vervallen per 01-09-2003]

Artikel 7 [Vervallen per 26-05-2005]

Den Haag, 14 maart 1996

De

Staatssecretaris

voornoemd,

R.L.O. Linschoten

Bijlage behorend bij Artikel 2 [Vervallen per 09-06-2016]

Schema voor Aanwijzing en Toezicht op de instellingen voor overeenstemmings- beoordelingsprocedures voor het Warenwetbesluit explosieveilig materieel [Vervallen per 09-06-2016]

Document: WDA&T ATEX

Onder beheer van:

Ministerie van SZW

Postbus 90801

2509 LV Den Haag

www.minszw.nl

Inhoud [Vervallen per 09-06-2016]

1.

Inleiding

   

2.

Definities

   

3.

Werkveldspecifieke kenmerken

3.1

Beschrijving document

3.2

Risicoanalyse

   

4.

Eisen ten behoeve van de aanwijzing

4.1

Algemeen kader

4.2

Procedures voor de beoordeling van overeenstemming

4.2.1

Producten conform de Richtlijn

4.2.2

Functies en vakbekwaamheidseisen

4.3

Aanwijzingscriteria

   

5.

Toezicht

   

6.

Maatregelen

1. Inleiding [Vervallen per 09-06-2016]

Voor explosieveilig materieel – apparaten en beveiligingsmiddelen – zijn er wettelijke verplichte conformiteit beoordelingsprocedures vastgesteld. De procedures zijn in overeenstemming met de Richtlijn 94/9/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 maart 1994 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de Lid-Staten betreffende apparaten en beveiligingssystemen bedoeld voor gebruik op plaatsen waar ontploffingsgevaar kan heersen, hierna: de Richtlijn. De Richtlijn is geïmplementeerd in het Warenwetbesluit explosieveilig materieel en de Warenwetregeling explosieveilig materieel. Voor elk product dat onder de Richtlijn valt moet een EG-verklaring van Overeenstemming worden opgesteld. Hierin verklaart de fabrikant dat zijn product voldoet aan alle essentiële eisen van veiligheid en gezondheid uit de Richtlijn. De fabrikant of een gemachtigde persoon van de fabrikant ondertekent de verklaring en stuurt deze verklaring mee met het product. Ook brengt hij de CE-Ex markering op het product aan.

Productkeuringen worden uitgevoerd door keuringsinstellingen die door minister van SZW zijn aangewezen. Deze instellingen worden bij de Europese Commissie aangemeld als zogenaamde Notified Bodies.

Dit document voor aanwijzing en toezicht bevat de eisen waar keuringsinstellingen aan moeten voldoen alvorens de minister van SZW overgaat tot aanwijzing als keuringsinstelling voor het Warenwetbesluit explosieveilig materieel.

2. Definities [Vervallen per 09-06-2016]

Zie de definities in de richtlijn 94/9/EG1van 23 maart 1994, de verordening (EG) Nr. 764/20082, de verordening (EG) Nr. 765/20083en het besluit Nr. 768/2008/EG4van 9 juli 2008.

Binnen dit document gelden verder de volgende definities:

   

Accreditatienorm:

Geharmoniseerde norm, gepubliceerd in een Mededeling van de Commissie in het kader van de uitvoering van Verordening (EG) nr. 765/2008 van het Europees Parlement en de Raad, Besluit nr. 768/2008/EG van het Europees Parlement en de Raad, Verordening (EG) nr. 761/2001 van het Europees Parlement en de Raad (EU Pl 2009/C 136 van 2009-06-16).

‘goederenpakket’:

Omvattende:

1) Verordening (EG) Nr. 764/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 9 juli 2008 tot vaststelling van procedures voor de toepassing van bepaalde nationale technische voorschriften op goederen die in een andere lidstaat rechtmatig in de handel zijn gebracht, en tot intrekking van Beschikking nr. 3052/95/EG;

2) Verordening (EG) Nr. 765/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 9 juli 2008 tot vaststelling van de eisen inzake accreditatie en markttoezicht betreffende het verhandelen van producten en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 339/93;

3) Besluit Nr. 768/2008/EG van het Europees Parlement en de Raad van 9 juli 2008 betreffende een gemeenschappelijk kader voor het verhandelen van producten en tot intrekking van Besluit 93/465/EEG van de Raad.

het Besluit:

Besluit Nr. 768/2008/EG van het Europees Parlement en de Raad van 9 juli 2008 betreffende een gemeenschappelijk kader voor het verhandelen van producten en tot intrekking van Besluit 93/465/EEG van de Raad.

de Richtlijn:

Richtlijn 94/9/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 maart 1994 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de Lid-Staten betreffende apparaten en beveiligingssystemen bedoeld voor gebruik op plaatsen waar ontploffingsgevaar kan heersen.

de Verordening:

Verordening (EG) Nr. 765/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 9 juli 2008 tot vaststelling van de eisen inzake accreditatie en markttoezicht betreffende het verhandelen van producten en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 339/93.

3. Werkveldspecifieke kenmerken [Vervallen per 09-06-2016]

Conform de Richtlijn en het ‘goederenpakket’.

3.1. Beschrijving document [Vervallen per 09-06-2016]

Dit werkveldspecifieke document voor Aanwijzing en Toezicht binnen de werkvelden voor explosieveilig materieel in de handelsfase is door de minister van SZW vastgesteld. Dit document vervangt eerdere versies. Op- en/of aanmerkingen over dit document kunnen worden ingediend bij het ministerie van SZW.

3.2. Risicoanalyse [Vervallen per 09-06-2016]

De keuringsinstelling dient in alle gevallen haar werkzaamheden op integere, onpartijdige en onafhankelijke wijze uit te voeren en zal daarbij rekening houden met de mogelijke risico’s in de volgende gebieden:

  • de autonomie in onderzoek (inspecteren, keuren, auditeren), rapportage en certificatie (zie onder andere paragraaf 5.2 van de NEN-EN-ISO/IEC 17065:2012, paragraaf 4.1.4 uit de NEN-EN-ISO/IEC 17020:2012 en paragrafen 5.1. en 5.2 van de NEN-EN-ISO/IEC 17021:2011 voor voorzieningen die dit risico moeten beperken);

  • het niveau van deskundigheid en vakbekwaamheid (zie onder andere paragraaf 6.1.2 van de NEN-EN-ISO/IEC 17065:2012, paragraaf 6.1 uit de NEN-EN-ISO/IEC 17020:2012 voor voorzieningen die dit risico moeten beperken);

  • het hanteren van vertrouwelijke informatie (zie onder andere paragraaf 4.5 van de NEN-EN-ISO/IEC 17065:2012, paragraaf 4.2 van de NEN-EN-ISO/IEC 17020:2012 en paragraaf 8.5 van de NEN-EN-ISO/IEC 17021:2011 voor voorzieningen die dit risico moeten beperken);

  • de mate van transparantie van de werkprocessen;

  • het verwerken van ontvangen klachten en bezwaren (zie onder andere paragraaf 7.13 van de EN NEN-EN-ISO/IEC 17065:2012, hoofdstuk 7.5 uit de NEN-EN-ISO/IEC 17020:2012 en paragraaf 9.8 van de NEN-EN-ISO/IEC 17021:2011 voor voorzieningen die dit risico moeten beperken);

  • het nemen van verantwoordelijkheid voor uitgevoerde taken (zie onder andere paragraaf 5.1.1 uit de NEN-EN-ISO/IEC 17020:2012 voor voorzieningen die dit risico moeten beperken).

Enkele voor de hand liggende risico’s voor keuringsinstellingen zijn:

  • onterecht een verklaring of certificaat afgeven;

  • onterecht een verklaring of certificaat niet afgeven, schorsen of intrekken;

  • inbreuken op de vertrouwelijkheid;

  • inbreuken op de onpartijdigheid;

  • inbreuken op het omgaan met ontoelaatbare (financiële) druk;

  • inbreuken op de vereiste competenties en de gevolgen daarvan.

4. Eisen ten behoeve van de aanwijzing [Vervallen per 09-06-2016]

Voor de beoordeling door de Raad van Accreditatie van instellingen die zijn of willen worden aangewezen door de minister van SZW, hanteert de Raad voor Accreditatie de eisen uit dit Schema voor Aanwijzing en Toezicht. Voor zover in dit Schema voor Aanwijzing en Toezicht geen nadere invulling wordt gegeven, zijn de eisen uit de betreffende accreditatienormen, te weten:

  • 1) Voor productcertificatie de norm NEN-EN-ISO/IEC 17065:2012 (certificatie product) of NEN-EN-ISO/IEC 17020: 2012 (inspectie);

  • 2) Voor systeemcertificatie de norm NEN-EN-ISO/IEC 17021: 2011; onverkort van toepassing.

4.1. Algemeen kader [Vervallen per 09-06-2016]

Het beoordelen en aanwijzen van een keuringsinstelling gebeurt op grond van het volgende normstelsel:

  • 1) De minimumcriteria voor de aanwijzing van de aan te melden keuringsinstelling door de Lid-Staten, zoals vermeld in bijlage XI van de Richtlijn;

  • 2) Artikel R17 Eisen in verband met aangemelde keuringsinstellingen van bijlage I van het Besluit;

  • 3) Als er sprake is van een accreditatie voor de scope van de richtlijn op basis van de relevante geharmoniseerde accreditatienormen, dan is er een gerechtvaardigd vertrouwen dat daarmee is voldaan aan het criterium onder punt 1 en 2: de minimumcriteria voor de aanwijzing van de aan te melden instanties door de Lid-Staten zoals vermeld in bijlage XI van de Richtlijn en de eisen in verband met aangemelde instanties van artikel R17 van bijlage I van het Besluit.

    De geharmoniseerde accreditatienormen zijn gepubliceerd in een Mededeling van de Commissie in het kader van de uitvoering van Verordening (EG) nr. 765/2008 van het Europees Parlement en de Raad, Besluit nr. 768/2008/EG van het Europees Parlement en de Raad, Verordening (EG) nr. 761/2001 van het Europees Parlement en de Raad (EU Pl 2009/C 136 van 2009-06-16).

    Als relevante geharmoniseerde accreditatienormen gelden:

    • a) productcertificatie op basis van een accreditatie volgens de norm NEN-EN-ISO/IEC 17065:2012 (certificatie product) of NEN-EN-ISO/IEC 17020: 2012 (inspectie);

    • b) systeemcertificatie op basis een accreditatie volgens de norm van ISO/IEC 17021.

    De Raad voor Accreditatie zal voor de beoordeling van keuringsinstellingen gebruik maken van de EA-2/17M: 2009 Guidance on the horizontal requirements for the accreditation of conformity assessment bodies for notification purposes (June 2009 rev01). De Guidance omvat de criteria voor aanwijzing van keuringsinstellingen, zoals hierboven onder de punten 1, 2 en 3 is vermeld.

    Uitgangspunt is dat instellingen die conformiteitsbeoordelingen uitvoeren in het kader van de Richtlijn zijn geaccrediteerd op grond van de toepasselijke geharmoniseerde accreditatienorm(en).

4.2. Procedures voor de beoordeling van overeenstemming [Vervallen per 09-06-2016]

4.2.1. Producten conform de Richtlijn [Vervallen per 09-06-2016]

In artikel 8 van de Richtlijn worden de procedures beschreven via welke de fabrikant of zijn in de Europese Unie gevestigde gemachtigde nagaat of en verklaart dat het product voldoet aan de bepalingen van de Richtlijn. In artikel 8, lid 1, onder a, van de Richtlijn worden de procedures beschreven voor apparaten, voor autonome beveiligingssystemen, voor veiligheidsvoorzieningen voor dergelijke apparaten of systemen en voor componenten voor dergelijke apparaten, systemen of voorzieningen, van groep I en II, categorie M1 en 1.

Het goederenpakket is van toepassing, in het bijzonder het Besluit en de Verordening, en vervangt het Besluit van de Raad van 22 juli 1993 betreffende de modules voor de verschillende fasen van de overeenstemmingsbeoordelingsprocedures en de voorschriften inzake het aanbrengen en het gebruik van de CE-markering van overeenstemming.

4.2.2. Functies en vakbekwaamheidseisen [Vervallen per 09-06-2016]

Voor deze vakbekwaamheidseisen geldt in algemene zin MBO/HBO ‘of gelijkwaardig’, waarbij die gelijkwaardigheid per geval door de keuringsinstelling gemotiveerd moet zijn vastgelegd en door de Raad voor Accreditatie zal worden getoetst. In zijn algemeenheid geldt dat de (kandidaat) instelling over een gedegen kennis van ‘nieuwe aanpak’ richtlijnen beschikt, in het bijzonder op de onderhavige Richtlijn.

4.3. Aanwijzingscriteria [Vervallen per 09-06-2016]

De conformiteitbeoordelende instantie wordt in het kader van haar aanwijzing op grond van Hoofdstuk V van het Warenwetbesluit explosieveilig materieel getoetst.

Aangezien de (aangemelde) aangewezen instantie als een zelfstandig bestuursorgaan wordt aangemerkt, gelden de onderstaande aanwijzingscriteria:

  • a) De aangewezen aangemelde keuringsinstelling is een bestuursorgaan in de zin van de Algemene wet bestuursrecht en dient te voldoen aan bestuurswetgeving zoals de Algemene wet bestuursrecht, de Wet openbaarheid van bestuur en de Archiefwet 1995.

  • b) Bij beëindiging van de activiteiten door de aangewezen keuringsinstelling dient deze terstond de minister van SZW te informeren. De minister van SZW bepaalt wat de (voorheen) aangewezen CKI met de dossiers moet doen, de (voorheen) aangewezen keuringsinstelling dient hieraan mee te werken. Dit vrijwaart de (voorheen) aangewezen keuringsinstelling niet van eventuele aansprakelijkheid voor fouten in door haar uitgevoerde keuringen of beoordelingen.

  • c) De aangewezen aangemelde keuringsinstelling dient de volgende procedures op schrift te hebben gesteld: een zienswijzeprocedure (afdeling 4.1.2 Awb), een bezwaarschriftprocedure (hoofdstuk 6 en 7 Awb) en een klachtenprocedure (hoofdstuk 9 Awb).

  • d) Alle documenten en registraties in het verkeer met de overheid dienen in het Nederlands te zijn tenzij anders met de overheid overeengekomen.

  • e) Voor zover een sanctie- en maatregelenbeleid is vastgesteld, dient de keuringsinstelling zich bij de op te leggen sancties/maatregelen aan dit sanctie- en maatregelenbeleid te houden. In geval van kennelijke onredelijkheid heeft de keuringsinstelling op grond van de Awb de bevoegdheid hier van af te wijken. Afwijking geschiedt alleen op grond van door de certificaathouder aan te dragen argumenten. De onderbouwing voor de afwijking wordt opgenomen in het besluit over de opgelegde sanctie. Afwijkingen worden geregistreerd door de keuringsinstelling.

5. Toezicht [Vervallen per 09-06-2016]

De (aangemelde) aangewezen keuringsinstelling dient de verplichtingen na te komen op grond van Hoofdstuk V aan het Warenwetbesluit explosieveilig materieel.

In aanvulling hierop wordt ten behoeve van het toezicht op de conformiteitbeoordelende keuringsinstelling het volgende geëist:

  • a) Kosteloze informatieverstrekking aan SZW;

  • b) Mee te werken aan controles door SZW (in de praktijk betekent dit dat de controles door de Inspectie SZW, uitgevoerd kunnen worden);

  • c) SZW in te lichten zodra zij een aanvraag indient voor een aanvullende accreditatie of beoordeling op basis van een wettelijke specifiek schema.

  • d) Informatie te verstrekken over het aantal malen per kalenderjaar dat afgeweken wordt van het sanctie- en maatregelenbeleid, genoemd in 4.3.e.

6. Maatregelen [Vervallen per 09-06-2016]

Indien de aangewezen instelling niet meer voldoet aan de eisen in dit schema kan dit gevolgen hebben voor de aanwijzing. Zie beleidsmaatregel maatregelenbeleid certificering Arbeidsomstandighedenwet en Warenwet, Stcrt. 2010, nr. 10839 van 14 juli 2010.

  • ^ [1]

    Richtlijn 94/9/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 maart 1994 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de Lid-Staten betreffende apparaten en beveiligingssystemen bedoeld voor gebruik op plaatsen waar ontploffingsgevaar kan heersen.

  • ^ [2]

    Verordening (EG) Nr. 764/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 9 juli 2008 tot vaststelling van procedures voor de toepassing van bepaalde nationale technische voorschriften op goederen die in een andere lidstaat rechtmatig in de handel zijn gebracht, en tot intrekking van Beschikking nr. 3052/95/EG.

  • ^ [3]

    Verordening (EG) Nr. 765/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 9 juli 2008 tot vaststelling van de eisen inzake accreditatie en markttoezicht betreffende het verhandelen van producten en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 339/93.

  • ^ [4]

    Het Europees Parlement en de Raad gezamenlijk aangenomen besluiten Besluit Nr. 768/2008/EG van het Europees Parlement en de Raad van 9 juli 2008 betreffende een gemeenschappelijk kader voor het verhandelen van producten en tot intrekking van Besluit 93/465/EEG van de Raad.