Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Tijdelijke wet beperking inkomensgevolgen arbeidsongeschiktheidscriteria[Regeling vervalt per 31-07-2017.]

Geldend van 01-07-2015 t/m heden

Wet van 7 februari 1996, tot tijdelijke regeling houdende beperking van de inkomensgevolgen door toepassing van arbeidsongeschiktheidscriteria voor personen in bepaalde leeftijdscategorieën

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is voor personen in bepaalde leeftijdscategorieën die langdurig recht op een arbeidsongeschiktheidsuitkering hebben gehad en door wijziging van een aantal wetten als gevolg van de inwerkingtreding van de Wet terugdringing beroep arbeidsongeschiktheidsregelingen hun recht op een arbeidsongeschiktheidsuitkering verliezen dan wel voor een lagere arbeidsongeschiktheidsuitkering in aanmerking komen en voor personen die op het moment van inwerkingtreding van die wet 50 jaar of ouder waren en op grond van het arbeidsongeschiktheidscriterium zoals dat voor deze personen is gehandhaafd, hun recht op een arbeidsongeschiktheidsuitkering verliezen of hebben verloren dan wel voor een lagere arbeidsongeschiktheidsuitkering in aanmerking komen of zijn gekomen, de inkomensgevolgen te beperken en in verband hiermee een tijdelijke regeling te treffen;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

Artikel 2

  • 1 Deze wet en de daarop berustende bepalingen zijn van toepassing op de persoon die door de toepassing van artikel 5 van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet of artikel 18 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, zoals die artikelen luiden na wijziging als gevolg van de inwerkingtreding van de Wet terugdringing beroep op de arbeidsongeschiktheidsregelingen, zijn recht op een arbeidsongeschiktheidsuitkering verliest, dan wel voor een lagere arbeidsongeschiktheidsuitkering in aanmerking komt en die:

    • a. op 31 december 1986 de leeftijd van 35 jaar had bereikt en op die dag, alsmede op 31 juli 1993 recht had op een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet;

    • b. op 31 december 1986 de leeftijd van 35 jaar had bereikt en op die dag, alsmede op 31 juli 1993 recht had op een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering of de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen; of

    • c. op 31 december 1986 de leeftijd van 35 jaar had bereikt en die op 31 juli 1993 recht had op een herplaatsingstoelage, herplaatsingswachtgeld of een invaliditeitspensioen op grond van de Spoorwegpensioenwet.

  • 2 Deze wet en de daarop berustende bepalingen zijn mede van toepassing op de werknemer bedoeld in de Werkloosheidswet, die tevens persoon is als bedoeld in artikel XX, XXI, XXIV of XXV van de Wet terugdringing beroep op de arbeidsongeschiktheidsregelingen en die op 31 december 1986 de leeftijd van 35 jaar had bereikt en

    • a. die door de conforme toepassing van artikel 18 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering zijn recht op een WAO-conforme uitkering verliest, dan wel voor een lagere WAO-conforme uitkering in aanmerking komt; of

    • b. wiens recht op pensioen door toepassing van artikel E 6 van de Algemene militaire pensioenwet zoals dat artikel luidde op de dag voorafgaande aan de intrekking daarvan of door toepassing van de daarmee overeenkomende bepalingen op basis van de Kaderwet militaire pensioenen en de daarop berustende bepalingen met betrekking tot het arbeidsongeschiktheidscriterium op een lagere mate van arbeidsongeschiktheid wordt gebaseerd.

Hoofdstuk 2. De uitkering

§ 1. Algemene bepalingen

Artikel 3

  • 1 Met inachtneming van dit hoofdstuk heeft de werkloze persoon recht op een uitkering.

  • 3 Voor zover in deze wet niet anders wordt bepaald, zijn de Werkloosheidswet en de daarop berustende bepalingen van overeenkomstige toepassing op de werkloze persoon die recht heeft op een uitkering.

  • 4 Voor de toepassing van andere wetten en de daarop berustende bepalingen, wordt een uitkering op grond van deze wet aangemerkt als uitkering op grond van de verplichte verzekering ingevolge de Werkloosheidswet.

Artikel 4

  • 2 Voor de werkloze persoon die, nadat hij als gevolg van de toepassing, bedoeld in artikel 2, eerste, tweede of derde lid, zijn recht op een arbeidsongeschiktheidsuitkering verliest dan wel voor een lagere arbeidsongeschiktheidsuitkering in aanmerking komt, geen recht op een daarop betrekking hebbende uitkering op grond van de Werkloosheidswet heeft, gaat de uitkering in op de eerste dag van werkloosheid.

  • 3 Indien het recht op de uitkering geheel of gedeeltelijk is geëindigd of niet ingegaan wegens het verrichten van arbeid als werknemer en ter zake van die arbeid recht op een uitkering op grond van de Werkloosheidswet is ontstaan, herleeft het recht op de uitkering geheel of gedeeltelijk respectievelijk gaat het recht op de uitkering in op de eerste dag nadat het einde van de duur van die uitkering op grond van de Werkloosheidswet is bereikt.

  • 4 Indien het recht op de uitkering geheel of gedeeltelijk is geëindigd of niet ingegaan wegens het verrichten van arbeid als werknemer en ter zake van die arbeid geen recht op een uitkering op grond van de Werkloosheidswet is ontstaan, herleeft het recht op de uitkering geheel of gedeeltelijk respectievelijk gaat het recht op de uitkering in op de eerste dag van werkloosheid.

  • 5 In afwijking van het eerste en derde lid gaat de uitkering niet in indien zich onmiddellijk aansluitend aan het einde van de duur van een uitkering op grond van de Werkloosheidswet een omstandigheid voordoet als bedoeld in artikel 19, eerste lid, onderdeel e, g of j, van die wet of indien de werkloze persoon niet voldoet aan de voorwaarde, bedoeld in artikel 16, eerste lid, onderdeel b, van die wet anders dan wegens ziekte of arbeidsongeschiktheid, of indien zich een combinatie van de hier bedoelde omstandigheden voordoet en deze omstandigheid of omstandigheden aaneensluitend langer dan zes maanden hebben geduurd.

    Indien deze omstandigheid of omstandigheden niet langer dan zes maanden aaneensluitend hebben geduurd, gaat de uitkering in op de eerste dag dat deze omstandigheden zich niet meer voordoen.

  • 6 In afwijking van het tweede en vierde lid gaat de uitkering niet in indien tussen het moment waarop de werkloze persoon zijn recht op een arbeidsongeschiktheidsuitkering verliest dan wel voor een lagere arbeidsongeschiktheidsuitkering in aanmerking komt respectievelijk ophoudt arbeid als werknemer te verrichten en de eerste dag van werkloosheid, een periode van meer dan 13 weken ligt. Bij het bepalen van deze periode worden perioden van ziekte en arbeidsongeschiktheid niet meegeteld.

Artikel 5

  • 3 Aan de werkloze persoon wordt vakantiebijslag in de maand mei over de aan die maand voorafgaande maanden uitbetaald, of indien het recht op uitkering eerder dan in de maand mei geheel eindigt, in de desbetreffende maand.

Artikel 5a

  • 1 De uitkering bedraagt per dag 70% van het minimumloon.

  • 2 Voor de werknemer die bij het ontstaan van zijn recht op uitkering zijn arbeidsuren, bedoeld in artikel 16 van de Werkloosheidswet, uit de dienstbetrekking waaruit hij werkloos werd niet volledig heeft verloren of wiens verlies van arbeidsuren tijdens de duur van de uitkering wijziging ondergaat, bedraagt de uitkering 70% van het minimumloon, vermenigvuldigd met het aantal uren werkloosheid per kalenderweek, gedeeld door het aantal arbeidsuren voorafgaande aan het intreden van het verlies van arbeidsuren waarnaar zijn recht is berekend. Het aantal arbeidsuren voorafgaande aan het verlies van arbeidsuren wordt bepaald met toepassing van artikel 16 van de Werkloosheidswet.

Artikel 5b

  • 3 Artikel 5a, tweede lid, is van toepassing, met dien verstande dat in plaats van het minimumloon het dagloon in aanmerking wordt genomen. De eerste zin vindt geen toepassing voorzover bij de vaststelling respectievelijk herziening van het dagloon met de omstandigheden, bedoeld in artikel 5a, tweede lid, rekening is gehouden.

Artikel 6

De uitkering eindigt met ingang van de dag waarop de werkloze persoon de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, bereikt.

§ 2. Bijzondere bepalingen

Artikel 7

Deze paragraaf is van toepassing op de werkloze persoon, op wie artikel 4, tweede lid, toepassing vindt of toepassing zou vinden indien artikel 4, derde, vierde of vijfde lid niet op hem van toepassing zou zijn.

Artikel 8

  • 1 Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen stelt zo veel mogelijk overeenkomstig artikel 16 van de Werkloosheidswet en de daarop berustende bepalingen het aantal arbeidsuren, alsmede het aantal verloren arbeidsuren per kalenderweek vast.

  • 2 De werkloze persoon wordt voor het aantal verloren arbeidsuren de hoedanigheid van werknemer in de zin van de Werkloosheidswet toegekend.

  • 3 Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen stelt regels omtrent het aantal arbeidsuren en het aantal verloren arbeidsuren, bedoeld in het eerste lid.

Artikel 9

  • 8 Het dagloon dat ten grondslag ligt aan de uitkering van de werkloze persoon aan wie op de dag voor de toepassing, bedoeld in artikel 2, tweede lid, pensioen wordt uitbetaald uit hoofde van ziekte of gebreken op grond van de Algemene militaire pensioenwet, zoals deze op die dag luidde is gelijk aan de door 261 gedeelde uitkeringsgrondslag of vervolguitkeringsgrondslag waarnaar dat invaliditeitspensioen was berekend. Indien op het in de eerste volzin bedoelde pensioen ingevolge artikel F 7a van de Algemene militaire pensioenwet, zoals dat artikel met betrekking tot de uitbetaling van dat pensioen luidde een toeslag was verleend, wordt voor de vaststelling van het dagloon het bedrag van de grondslag verhoogd met die toeslag. Artikel 15 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering is van toepassing op het dagloon, bedoeld in dit lid.

Artikel 10

  • 2 In afwijking van de artikelen 5a en 5b wordt de hoogte van de uitkering van de werkloze persoon die voor de toepassing, bedoeld in artikel 2, eerste, tweede of derde lid, minder dan 80% arbeidsongeschiktheid was, overeenkomstig de leden 3 tot en met 6 vastgesteld.

  • 3 De uitkering bedraagt per dag 70% van een percentage van het minimumloon. Indien de werkloze persoon na de toepassing, bedoeld in artikel 2, eerste, tweede of derde lid, zijn recht op een arbeidsongeschiktheidsuitkering verliest, is dit percentage gelijk aan het midden van de arbeidsongeschiktheidsklasse waarin de werkloze persoon is ingedeeld voor die toepassing. Indien de werkloze persoon na de toepassing, bedoeld in artikel 2, eerste, tweede of derde lid, voor een arbeidsongeschiktheidsuitkering in aanmerking blijft komen, is dit percentage gelijk aan het verschil tussen het midden van de arbeidsongeschiktheidsklasse waarin de werkloze persoon is ingedeeld op de dag voor de toepassing, bedoeld in artikel 2, eerste, tweede of derde lid, en het midden van de arbeidsongeschiktheidsklasse waarin de werkloze persoon is ingedeeld na die toepassing.

  • 4 Indien de werkloze persoon op een tijdstip na de toepassing van het derde lid, wederom als gevolg van de toepassing, bedoeld in artikel 2, eerste, tweede of derde lid, wordt ingedeeld in een andere arbeidsongeschiktheidsklasse, is het in de eerste volzin van het derde lid bedoelde percentage gelijk aan het verschil tussen het midden van de arbeidsongeschiktheidsklasse waarin de werkloze persoon is ingedeeld op de dag voor de toepassing, bedoeld in het derde lid, en het midden van de nieuwe arbeidsongeschiktheidsklasse, waarin de werkloze persoon is ingedeeld na de hernieuwde toepassing.

  • 5 Indien het dagloon, bedoeld in artikel 9, lager is dan het minimumloon wordt voor de toepassing van het derde en vierde lid het dagloon voor het minimumloon in de plaats gesteld.

  • 6 In afwijking van het derde tot en met vijfde lid, wordt de uitkering voor de werkloze persoon die, voorafgaand aan de toepassing, bedoeld in artikel 2, eerste, tweede of derde lid, recht op een arbeidsongeschiktheidsuitkering per dag van 70% of meer van het minimumloon had en als gevolg van die toepassing:

    • a. zijn recht op een arbeidsongeschiktheidsuitkering verliest en recht krijgt op een uitkering per dag van minder dan 70% van het minimumloon, vastgesteld op 70% van het minimumloon;

    • b. recht krijgt op een uitkering en een arbeidsongeschiktheidsuitkering die tezamen per dag minder dan 70% van het minimumloon bedragen, zodanig vastgesteld dat deze uitkeringen per dag tezamen 70% van het minimumloon bedragen.

Artikel 11

De werkloze persoon, die recht heeft of heeft gehad op een arbeidsongeschiktheidsuitkering en recht krijgt op een uitkering, is verzekerd bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.

Hoofdstuk 3. Slotbepalingen

Artikel 12

  • 1 De op grond van deze wet te betalen uitkeringen en de aan de uitvoering van deze wet verbonden kosten worden ten laste van het Toeslagenfonds, bedoeld in artikel 31 van de Toeslagenwet, gebracht.

  • 2 Het Rijk voorziet het Toeslagenfonds van de middelen tot dekking van de uitkeringen en kosten, bedoeld in het eerste lid.

  • 3 De regels die op grond van artikel 122 van de Wet financiering sociale verzekeringen zijn gesteld over de wijze waarop en de voorwaarden waaronder de afdracht van gelden door het Rijk aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen ten gunste van het Toeslagenfonds plaatsvindt, zijn van overeenkomstige toepassing.

  • 4 Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen beheert en administreert afzonderlijk de middelen tot dekking van de uitgaven, bedoeld in het eerste lid, in de vorm van een onderdeel van het Toeslagenfonds.

Artikel 13

[Red: Bevat wijzigingen in deze regelgeving.]

Artikel 14

Deze wet treedt in werking met ingang van 1 januari 1996.

Indien het Staatsblad waarin deze wet wordt geplaatst wordt uitgegeven na 1 januari 1996, treedt zij in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst, en werkt zij terug tot en met 1 januari 1996. Deze wet vervalt met ingang van 31 juli 2017.

Artikel 15

Deze wet wordt aangehaald als: Tijdelijke wet beperking inkomensgevolgen arbeidsongeschiktheidscriteria.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te 's-Gravenhage , 7 februari 1996

Beatrix

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

R. L. O. Linschoten

Uitgegeven de twintigste februari 1996

De Minister van Justitie,

W. Sorgdrager