Start van deze paginaSkip navigatie, ga direct naar de Inhoud
  • Vorige

  • Volgende

Kwaliteitswet zorginstellingen

Geldend op 23-11-2014


  • Wet van 18 januari 1996, betreffende de kwaliteit van zorginstellingen
  • Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

    Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

    Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is om de wijze waarop de kwaliteit van zorg, verleend door instellingen, van overheidswege wordt gewaarborgd, ingrijpend te wijzigen en dat derhalve nieuwe regels moeten worden gesteld;

    Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

  • Hoofdstuk I. Algemene bepaling

  • Artikel 1

    • 1. In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

      • a. zorg:

        een en ander met uitzondering van bij algemene maatregel van bestuur aangewezen zorg;

      • b. instelling: het organisatorisch verband dat strekt tot de verlening van zorg;

      • c. zorgaanbieder:

        • 1°. de natuurlijke persoon of de rechtspersoon, die een instelling in stand houdt;

        • 2°. de natuurlijke personen of rechtspersonen, die gezamenlijk een instelling vormen;

      • d. Onze Minister: Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

    • 2. Bij algemene maatregel van bestuur kan, indien het belang van de bevordering van de kwaliteit van zorg dit vereist, een vorm van hulp worden aangewezen als zorg in de zin van deze wet.

    • 3. Niet als instelling wordt beschouwd het organisatorisch verband waarbinnen in het kader van de binnen een ander organisatorisch verband verleende zorg, een deel van die zorg wordt verleend.

    • 4. Indien het betreft een zorgaanbieder als bedoeld in het eerste lid, onder c, 2°, richten de uit deze wet voortvloeiende verplichtingen zich tot ieder van de in dat onderdeel bedoelde personen.

  • Hoofdstuk II. Eisen

  • Artikel 2

    • 1. De zorgaanbieder biedt verantwoorde zorg aan. Onder verantwoorde zorg wordt verstaan zorg van goed niveau, die in ieder geval doeltreffend, doelmatig en patiëntgericht wordt verleend en die afgestemd is op de reële behoefte van de patiënt.

    • 2. Personen die de zorg verlenen handelen in overeenstemming met de op hen rustende verantwoordelijkheid, voortvloeiende uit de voor hen geldende professionele standaard, waaronder de overeenkomstig artikel 66b van de Zorgverzekeringswet in het openbaar register opgenomen voor hen geldende professionele standaard.

  • Artikel 3

    De zorgaanbieder organiseert de zorgverlening op zodanige wijze, voorziet de instelling zowel kwalitatief als kwantitatief zodanig van personeel en materieel, en draagt zorg voor een zodanige verantwoordelijkheidstoedeling, dat een en ander leidt of redelijkerwijs moet leiden tot een verantwoorde zorg. Hierbij betrekt hij de resultaten van overleg tussen zorgaanbieders, zorgverzekeraars en patiënten/consumentenorganisaties. Voor zover het betreft zorgverlening die verblijf van de patiënt of cliënt in de instelling gedurende tenminste het etmaal met zich brengt, draagt de zorgaanbieder er tevens zorg voor dat in de instelling geestelijke verzorging beschikbaar is, die zoveel mogelijk aansluit bij de godsdienst of levensovertuiging van de patiënten of cliënten.

  • Artikel 3a

    • 1. De zorgaanbieder stelt voor zijn medewerkers een meldcode vast waarin stapsgewijs wordt aangegeven hoe met signalen van huiselijk geweld of kindermishandeling wordt omgegaan en die er redelijkerwijs aan bijdraagt dat zo snel en adequaat mogelijk hulp kan worden geboden.

    • 4. De zorgaanbieder bevordert de kennis en het gebruik van de meldcode.

    • 5. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur wordt vastgesteld uit welke elementen een meldcode in ieder geval bestaat.

  • Artikel 4

    • 1. Het uitvoeren van artikel 3 omvat mede de systematische bewaking, beheersing en verbetering van de kwaliteit van de zorg.

    • 2. Ter uitvoering van het eerste lid draagt de zorgaanbieder, afgestemd op de aard en omvang van de instelling, zorg voor:

      • a. het op systematische wijze verzamelen en registreren van gegevens betreffende de kwaliteit van de zorg;

      • b. het op een zodanige wijze registeren en verzamelen van de gegevens, bedoeld onder a, dat de gegevens voor eenieder vergelijkbaar zijn met gegevens van andere zorgaanbieders van dezelfde categorie;

      • c. het aan de hand van de gegevens, bedoeld onder a, op systematische wijze toetsen in hoeverre de wijze van uitvoering van artikel 3 leidt tot een verantwoorde zorgverlening;

      • d. het op basis van de uitkomst van de toetsing, bedoeld onder c, zonodig veranderen van de wijze waarop artikel 3 wordt uitgevoerd.

  • Artikel 4a

    • 1.De zorgaanbieder meldt aan de ingevolge artikel 8 met het toezicht belaste ambtenaar onverwijld:

      • a. iedere calamiteit die in de instelling heeft plaatsgevonden;

      • b. seksueel misbruik waarbij een patiënt of cliënt dan wel hulpverlener van de instelling is betrokken, uitgezonderd seksueel misbruik van hulpverleners onderling.

    • 2.Onder calamiteit wordt verstaan een niet-beoogde of onverwachte gebeurtenis, die betrekking heeft op de kwaliteit van de zorg en die tot de dood van of een ernstig schadelijk gevolg voor een patiënt of cliënt van de instelling heeft geleid.

    • 3.Onder seksueel misbruik wordt verstaan grensoverschrijdend seksueel gedrag waarbij sprake is van lichamelijk, geestelijk of relationeel overwicht.

    • 4.Onder hulpverlener wordt verstaan iedere medewerker van een instelling.

  • Artikel 4b

    • 2. Een zorgaanbieder die een instelling exploiteert als bedoeld in het eerste lid, dient zich als zodanig te hebben gemeld bij Onze Minister voor inschrijving in het register. Onze Minister stelt regels over de wijze van melding.

  • Artikel 5

    • 1.De zorgaanbieder legt jaarlijks vóór 1 juni per instelling een verslag ter openbare inzage, waarin hij verantwoording aflegt van het beleid dat hij in het afgelopen kalenderjaar heeft gevoerd ter uitvoering van de artikelen 2, 3 en 4 en van de kwaliteit van de zorg die hij in dat jaar heeft verleend.

    • 2.In dat verslag geeft de zorgaanbieder daartoe onder meer aan:

      • a. of en, zo ja, op welke wijze hij patiënten of consumenten bij zijn kwaliteitsbeleid heeft betrokken;

      • b. de frequentie waarmee en de wijze waarop binnen de instelling kwaliteitsbeoordeling plaatsvond en het resultaat daarvan;

      • c. welk gevolg hij heeft gegeven aan klachten en meldingen over de kwaliteit van de verleende zorg.

    • 3.Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden vastgesteld met betrekking tot het verslag.

    • 4.De zorgaanbieder zendt een afschrift van het verslag aan Onze Minister en aan de regionale inspecteur van het staatstoezicht op de volksgezondheid, alsmede aan de organisatie die in de regio de belangen van de patiënten in algemene zin behartigt.

  • Artikel 6

    • 1.Bij algemene maatregel van bestuur kunnen, indien het niveau van de zorg, verleend in een bij de maatregel aangewezen categorie van instellingen, dit vereist, regels worden gesteld met betrekking tot de uitvoering van de artikelen 3 en 4.

    • 2.Indien uitvoering van de artikelen 3 en 4 overeenkomstig de op grond van het eerste lid gestelde regels niet blijkt te leiden tot verantwoorde zorg, kunnen bij algemene maatregel van bestuur tevens nadere regels worden gesteld met betrekking tot artikel 2.

  • Hoofdstuk III. Toezicht

  • Artikel 7

    • 1. Met het toezicht op de naleving van de bij of krachtens de artikelen 2, 3, 3a, 4, 4a, 4b, tweede lid, en 5 gestelde eisen en een krachtens artikel 8 gegeven aanwijzing of bevel zijn belast de ambtenaren van het Staatstoezicht op de volksgezondheid.

    • 2. De met het toezicht belaste ambtenaren zijn bevoegd, met medeneming van de benodigde apparatuur, een woning binnen te treden zonder toestemming van de bewoner, voor zover de woning deel uitmaakt van een instelling.

    • 3. De met het toezicht belaste ambtenaren zijn, voor zover dat voor de vervulling van hun taak noodzakelijk is en in afwijking van artikel 5:20, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht, bevoegd tot inzage van de patiëntendossiers. Voor zover de betrokken beroepsbeoefenaar uit hoofde van zijn beroep tot geheimhouding van het dossier verplicht is, geldt gelijke verplichting voor de betrokken ambtenaar.

  • Hoofdstuk IV. Handhaving

  • Artikel 8

    • 1. Indien Onze Minister van oordeel is dat artikel 2, 3, 3a of 4 niet of in onvoldoende mate of op onjuiste wijze wordt nageleefd, kan hij de zorgaanbieder een schriftelijke aanwijzing geven.

    • 2. In de aanwijzing geeft Onze Minister met redenen omkleed aan welke maatregelen de zorgaanbieder moet nemen met het oog op de naleving van artikel 2, 3, 3a of 4.

    • 3. De aanwijzing bevat de termijn waarbinnen de zorgaanbieder eraan moet voldoen.

    • 4. Indien het nemen van maatregelen in verband met gevaar voor de veiligheid of de gezondheid redelijkerwijs geen uitstel kan lijden, kan de ingevolge artikel 7 met het toezicht belaste ambtenaar een schriftelijk bevel geven. Het bevel heeft een geldigheidsduur van zeven dagen, welke door Onze Minister kan worden verlengd.

    • 5. De zorgaanbieder is verplicht binnen de daarbij gestelde termijn aan de aanwijzing onderscheidenlijk onmiddellijk aan het bevel te voldoen.

    • 6. Mandaat tot het verlengen van de geldigheidsduur van een bevel wordt niet verleend aan een ambtenaar van het Staatstoezicht op de volksgezondheid.

  • Artikel 8a

    • 1. Indien Onze Minister van oordeel is dat de organisatiestructuur van de zorgaanbieder in ernstige mate afbreuk doet aan het verlenen van verantwoorde zorg als bedoeld in artikel 2, kan hij de aanwijzing, bedoeld in artikel 8, eerste lid, in de vorm van een structurele maatregel aan de zorgaanbieder opleggen ten einde voortgaande inbreuk op de kwaliteit van de zorgverlening te voorkomen.

    • 2. Onze Minister geeft een aanwijzing als bedoeld in het eerste lid, niet:

      • a. dan nadat op diens verzoek over de bedrijfskundige gevolgen van de voorgenomen aanwijzing voor de desbetreffende zorgaanbieder een rapport als bedoeld in artikel 21, eerste lid, van de Wet marktordening gezondheidszorg is uitgebracht door de in dat artikel bedoelde zorgautoriteit, en

      • b. indien het doel om voortgaande inbreuk op de kwaliteit van zorgverlening te voorkomen middels een even effectieve, voor de desbetreffende zorgaanbieder minder belastende maatregel kan worden bereikt.

  • Hoofdstuk V. Sancties

  • Artikel 9

    • 1. Onze Minister is bevoegd een bestuurlijke boete van ten hoogste € 33 500,– op te leggen ter zake van een gedraging die in strijd is met het bepaalde bij of krachtens artikel 4a, 4b, tweede lid, of 5.

    • 2. Een gedraging in strijd met artikel 4a is een strafbaar feit indien:

      • a. in de daaraan voorafgaande 24 maanden tweemaal een bestuurlijke boete ter zake van een zelfde gedraging onherroepelijk is opgelegd; of

      • b. de opzettelijke of roekeloze gedraging een direct gevaar voor de gezondheid of veiligheid van de mens tot gevolg heeft.

    • 3. Met hechtenis van ten hoogste zes maanden of geldboete van de vierde categorie wordt gestraft degene die een strafbaar feit pleegt als bedoeld in het tweede lid.

    • 4. Een strafbaar feit als bedoeld in het tweede lid is een overtreding.

    • 5. Onze Minister is bevoegd een last onder dwangsom op te leggen aan de betrokken beroepsbeoefenaar die geen medewerking verleent aan de inzage van patiëntendossiers, bedoeld in artikel 7, derde lid.

  • Artikel 10

    Onze Minister is bevoegd een last onder bestuursdwang op te leggen ter zake van een gedraging die in strijd is met een krachtens de artikelen 8 of 8a gegeven aanwijzing of bevel.

  • Artikel 11 [Vervallen per 01-01-1998]

  • Artikel 12 [Vervallen per 01-01-1998]

  • Artikel 13 [Vervallen per 01-01-1998]

  • Artikel 14 [Vervallen per 29-05-2010]

  • Artikel 15 [Vervallen per 01-01-1998]

  • Hoofdstuk VI. Overige bepalingen

  • Artikel 16 [Vervallen per 29-05-2010]

  • Artikel 17 [Vervallen per 29-05-2010]

  • Artikel 18 [Vervallen per 29-05-2010]

  • Artikel 19 [Vervallen per 29-05-2010]

  • Artikel 20 [Vervallen per 29-05-2010]

  • Artikel 21 [Vervallen per 29-05-2010]

  • Artikel 22 [Vervallen per 29-05-2010]

  • Artikel 23 [Vervallen per 29-05-2010]

  • Artikel 24 [Vervallen per 29-05-2010]

  • Artikel 25 [Vervallen per 29-05-2010]

  • Artikel 26

    Onze Minister zendt binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van deze wet aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk.

  • Artikel 27

    Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de onderscheidene artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

  • Artikel 28

    Deze wet wordt aangehaald als: Kwaliteitswet zorginstellingen.

  • Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

    Gegeven te 's-Gravenhage, 18 januari 1996

    Beatrix

    De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

    E. Borst-Eilers

    Uitgegeven de dertiende februari 1996

    De Minister van Justitie,

    W. Sorgdrager