Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Tijdelijke subsidieregeling samenwerkingsverbanden binnenvaart[Regeling vervallen per 04-03-2004.]

Geldend van 05-01-1996 t/m 03-03-2004

Tijdelijke subsidieregeling samenwerkingsverbanden binnenvaart

De Minister van Verkeer en Waterstaat,

Overwegende:

  • dat samenwerkingsverbanden beter dan individuele ondernemers kunnen inspelen op de behoefte van verladers door het bieden van vervoerszekerheid, maar waar mogelijk ook door het bevorderen van gecombineerd vervoer of overigens door het leveren van gespecialiseerde diensten;

  • dat het derhalve in een geliberaliseerde binnenvaartmarkt gewenst is dat samenwerkingsverbanden worden opgericht;

  • dat samenwerkingsverbanden derhalve bijdragen aan de verbetering van de concurrentiepositie en de belangenbehartiging van de aangeslotenen, alsmede aan de versterking van de onderlinge samenwerking;

  • dat samenwerkingsverbanden zich mede ten doel stellen transportopdrachten te verwerven en te doen uitvoeren;

  • dat samenwerkingsverbanden ter verwezenlijking van die doelstelling beschikken over een zodanige hoeveelheid scheepsruimte dat vervoerszekerheid kan worden geboden, rekening houdend met artikel 4 van Verorde-ning (EEG) 1017/68.

Besluit:

§ 1. Algemeen [Vervallen per 04-03-2004]

Artikel 1 [Vervallen per 04-03-2004]

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. Minister:

Minister van Verkeer en Waterstaat;

b. samenwerkingsverband:

organisatie:

  • die rechtspersoonlijkheid bezit,

  • waarvan het merendeel der aangeslotenen eigenaar is van ten hoogste drie binnenschepen,

  • waarvan de onder 2° bedoelde aangeslotenen gezamenlijk over het merendeel van de scheepsruimte beschikken;

  • die zich blijkens haar statuten ten doel stelt de belangen van de aangeslotenen te behartigen, en transportopdrachten ten behoeve van de aangeslotenen te verwerven, en

  • waarvan de notariële akte van oprichting is gepasseerd na 1 januari 1994.

Artikel 2 [Vervallen per 04-03-2004]

  • 1 De Minister kan in het belang van de oprichting van samenwerkingsverbanden gedurende een periode van ten hoogste drie jaar subsidie verlenen aan een samenwerkingsverband dat voldoet aan het bepaalde in deze regeling, in de door hem als doelmatig vastgestelde personele, huisvestings- en materiële kosten (aanloopkosten) en de kosten die hij doelmatig acht voor het functioneren van het samenwerkingsverband, teneinde daarmee bij te dragen aan de wezenlijke verbetering van de samenwerking van de individuele binnenvaartondernemers.

  • 2 De aanloopkosten, bedoeld in het eerste lid, betreffen de uitgaven van het samenwerkingsverband die ontstaan als gevolg van personele uitgaven aan de acquisiteur en het kantoorpersoneel, de huisvestingskosten van het samenwerkingsverband en de materiële kosten, alle voor zover verband houdende met de werkzaamheden als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, 3°.

Artikel 3 [Vervallen per 04-03-2004]

  • 1 De subsidie bedraagt ten hoogste 50% van de kosten, bedoeld in artikel 2, doch niet meer dan f 500.000,- per samenwerkingsverband.

  • 2 Het totale subsidiebedrag dat op basis van deze regeling beschikbaar is, bedraagt f 7.000.000,-.

§ 2. Aanvraag om subsidie [Vervallen per 04-03-2004]

Artikel 4 [Vervallen per 04-03-2004]

  • 1 Bij de aanvraag om subsidie verstrekt de aanvrager aan de Minister:

    • a. een ondernemingsplan, waarin in ieder geval is opgenomen:

      • de doelstelling van het samenwerkingsverband,

      • een omschrijving van de activiteiten van het samenwerkingsverband,

      • een meerjarenbegroting betreffende ten minste drie jaar, waarin in ieder geval opgenomen een specificatie van de verwachte omzet, van de aanloopkosten en van het verwachte resultaat, en

      • een omschrijving van de organisatie-structuur;

    • b. een authentiek afschrift van de oprichtingsakte dan wel van de statuten zoals deze laatstelijk zijn gewijzigd;

    • c. het bewijs van inschrijving in een openbaar register van de Kamer van Koophandel en Fabrieken; en

    • d. een verklaring van de aangeslotenen bij het samenwerkingsverband dat zij gedurende de looptijd van de subsidie gezamenlijk een bedrag inbrengen dat ten minste gelijk is aan de verleende subsidie.

  • 2 Indien een aanvraag niet volledig is, stelt de Minister de aanvrager in de gelegenheid om binnen vier weken de aanvraag aan te vullen. Indien na deze termijn de aanvraag niet volledig is, besluit de Minister de aanvraag niet te behandelen.

  • 3 De Minister kan naast de in het eerste lid bedoelde gegevens en bescheiden andere gegevens en bescheiden verlangen.

§ 3. Beslissing op de aanvraag [Vervallen per 04-03-2004]

Artikel 5 [Vervallen per 04-03-2004]

  • 1 De Minister beslist op de aanvragen binnen vier weken na het tijdstip van binnenkomst en in volgorde van binnenkomst. Als tijdstip van binnenkomst wordt aangemerkt het tijdstip dat de aanvraag volledig is in de zin van artikel 4, tweede of derde lid.

  • 2 De Minister kan alvorens op een aanvraag te beslissen, binnen een door hem gestelde termijn nadere gegevens verlangen. Artikel 4, tweede lid, tweede volzin, is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 6 [Vervallen per 04-03-2004]

De Minister houdt een beslissing tot verlening van subsidie aan, zolang op een verzoek tot surséance van betaling of faillissement van het samenwer-kingsverband de rechter niet onherroepelijk heeft beslist.

Artikel 7 [Vervallen per 04-03-2004]

De Minister wijst de aanvraag om subsidie in ieder geval af, voor zover:

  • a. door inwilliging de bedragen, bedoeld in artikel 3, eerste of tweede lid, zouden worden overschreden;

  • b. niet is voldaan aan deze regeling;

  • c. de activiteiten naar het oordeel van de Minister niet of niet geheel zullen plaatsvinden;

  • d. de aanvrager niet heeft aangetoond dat hem met inbegrip van de aangevraagde subsidie voldoende gelden ter beschikking zullen staan om de voorgenomen activiteiten uit te voeren;

  • e. de subsidie naar het oordeel van de Minister geen wezenlijke bijdrage zou leveren aan het doel van deze regeling, bedoeld in artikel 2, eerste lid;

  • f. de aanvrager in het kader van de aanvraag onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van deze gegevens tot een onjuiste beschikking op de aanvraag zou hebben geleid; of

  • g. het samenwerkingsverband naar het oordeel van de Minister overigens niet levensvatbaar is.

Artikel 8 [Vervallen per 04-03-2004]

  • 1 In de beschikking tot subsidieverlening vermeldt de Minister in ieder geval de hoogte van de subsidie, de periode waarop deze betrekking heeft, waaronder de vaststelling van de subsidiejaren, alsmede de wijze en het tijdstip van betaling.

  • 2 De Minister kan aan de verlening van subsidie nadere voorschriften verbinden.

§ 4. Voorschotbetaling van de subsidie [Vervallen per 04-03-2004]

Artikel 9 [Vervallen per 04-03-2004]

  • 1 De subsidie wordt bevoorschot in drie jaarlijkse termijnen van respectievelijk 40%, 40% en 10% van het verleende subsidiebedrag.

  • 2 De eerste termijn wordt betaald binnen vier weken nadat de subsidie is verleend.

  • 3 De tweede en derde termijn worden betaald medio het tweede subsidiejaar onderscheidenlijk medio het derde subsidiejaar van het samenwerkingsverband.

  • 4 Van het bepaalde in het eerste, tweede en derde lid kan de Minister afwijken:

    • a. indien uit de in artikel 10, onderdeel a, bedoelde verslagen blijkt dat de werkelijke omzet in een subsidiejaar meer dan 25% achterblijft bij de conform het ondernemingsplan verwachte omzet;

    • b. bij de subsidieverlening: indien daartoe naar zijn oordeel budgettaire overwegingen van het Rijk aanleiding geven.

  • 5 In het geval, bedoeld in het vierde lid, onderdeel a, past het samenwerkingsverband het ondernemingsplan ten genoegen van de Minister aan binnen een door hem te stellen termijn.

§ 5. Verplichtingen van het samenwerkingsverband [Vervallen per 04-03-2004]

Artikel 10 [Vervallen per 04-03-2004]

Het samenwerkingsverband:

  • a. legt binnen zes weken na afloop van ieder subsidiejaar aan de Minister over een financieel jaarverslag, waaronder de realisering van de verklaring, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel d, alsmede een verslag van de daadwerkelijke voortgang van de werkzaamheden van het samenwerkingsverband;

  • b. legt, onverminderd onderdeel a, binnen zes weken na afloop van de periode waarop de bijdrage betrekking heeft aan de Minister over een financiële verantwoording betreffende de werkelijk gemaakte subsidiabele kosten, voorzien van een accountantsverklaring omtrent de getrouwheid, opgesteld conform een door de Minister vastgesteld controleprotocol;

  • c. voert een zodanig ingerichte administratie, dat daaruit te allen tijde de voor de vaststelling van de subsidie van belang zijnde rechten en verplichtingen alsmede de betalingen en de ontvangsten kunnen worden nagegaan;

  • d. bewaart de administratie en de daartoe behorende bescheiden gedurende tien jaar;

  • e. toont op verzoek van de Minister de administratie en de daartoe behorende bescheiden op één adres;

  • f. neemt andere aanwijzingen van de Minister in acht ter zake van de administratie;

  • g. verleent op verzoek van de Minister medewerking aan het verrichten van onderzoek naar de besteding van de subsidie en houdt de bewijsstukken daartoe ter beschikking;

  • h. stelt de Minister onverwijld op de hoogte van wijzigingen in de organisatie waaronder het aantal deelnemers, en de bedrijfsvoering; en

  • i. doet onverwijld aan de Minister mededeling van de indiening van een verzoek om surséance van betaling of van faillissement.

§ 6. Vaststelling van de subsidie [Vervallen per 04-03-2004]

Artikel 11 [Vervallen per 04-03-2004]

  • 1 De Minister stelt de subsidie vast binnen zes weken nadat is voldaan aan artikel 10, onderdeel a, betreffende het derde subsidiejaar, en onderdeel b.

  • 2 De Minister kan de vaststelling aanhouden zolang op een verzoek tot surséance van betaling of faillissement van de aanvrager niet onherroepelijk door de rechter is beslist.

§ 7. Eindafrekening van de subsidie [Vervallen per 04-03-2004]

Artikel 12 [Vervallen per 04-03-2004]

Binnen vier weken na de vaststelling van de subsidie wordt deze betaald onder verrekening van de betaalde voorschotten.

§ 8. Beëindiging van de organisatie [Vervallen per 04-03-2004]

Artikel 13 [Vervallen per 04-03-2004]

Het samenwerkingsverband kan met toestemming van de Minister worden beëindigd. Aan deze toestemming kan de Minister nadere voorschriften verbinden.

§ 9. Gehele of gedeeltelijke intrekking van de subsidie [Vervallen per 04-03-2004]

Artikel 14 [Vervallen per 04-03-2004]

  • 1 In ieder geval kan de Minister de subsidie geheel of gedeeltelijk intrekken, indien:

    • a. de activiteiten met het oog waarop subsidie is verleend niet of niet geheel hebben plaatsgevonden of naar het oordeel van de Minister niet zullen plaatsvinden;

    • b. de subsidie naar het oordeel van de Minister geen wezenlijke bijdrage meer zou leveren aan het doel van deze regeling, bedoeld in artikel 2;

    • c. het samenwerkingsverband niet heeft voldaan aan het bepaalde in deze regeling;

    • d. de subsidie is verleend op basis van zodanig onjuiste of onvolledige informatie, dat een andere beslissing op de aanvraag zou zijn genomen, indien de juiste gegevens waren verstrekt;

    • e. de subsidieverlening anderszins onjuist was en de subsidie-ontvanger dit wist of behoorde te weten; of

    • f. de aanvrager onherroepelijk failliet is verklaard.

  • 2 De reeds betaalde subsidie is bij gehele of gedeeltelijke intrekking terstond en zonder enige ingebrekestelling opeisbaar.

§ 10. Toezicht [Vervallen per 04-03-2004]

Artikel 15 [Vervallen per 04-03-2004]

  • 1 De Minister wijst toezichthouders aan, die bevoegd zijn inlichtingen te verlangen en inzage te verlangen van zakelijke gegevens en bescheiden, voor zover dat voor de vervulling van hun taak redelijkerwijs nodig is.

  • 2 Zij zijn bevoegd van de gegevens en bescheiden kopieën te maken.

  • 3 Indien het maken van kopieën niet ter plaatse kan geschieden, zijn zij bevoegd de gegevens en bescheiden voor dat doel gedurende korte tijd mee te nemen tegen een bewijs van ontvangst.

Artikel 16 [Vervallen per 04-03-2004]

  • 1 De door de Minister aangewezen toezichthouders zijn bevoegd elke plaats te betreden, met uitzondering van een woning zonder toestemming van de bewoner, voor zover dat voor de vervulling van hun taak redelijkerwijs nodig is.

  • 2 Zij zijn bevoegd zich te doen vergezellen door personen die daartoe door hen zijn aangewezen, voor zover dit voor het doel van het betreden redelijkerwijs noodzakelijk is.

§ 11. Evaluatiebepaling [Vervallen per 04-03-2004]

Artikel 17 [Vervallen per 04-03-2004]

De Minister stelt in 2000 een verslag vast over de doeltreffendheid en de effecten van deze regeling in de praktijk.

§ 12. Slotbepalingen [Vervallen per 04-03-2004]

Artikel 18 [Vervallen per 04-03-2004]

  • 1 Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

  • 2 De Minister geeft voor het laatst in 1998 aan § 3 toepassing.

Artikel 19 [Vervallen per 04-03-2004]

Deze subsidieregeling wordt aangehaald als: Tijdelijke subsidieregeling samenwerkingsverbanden binnenvaart.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De

Minister

van Verkeer en Waterstaat,

A. Jorritsma-Lebbink