Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Wijzigingswet Algemene burgerlijke pensioenwet enz. (invoering partnerpensioen)[Regeling vervallen per 14-11-2007.]

Geldend van 28-12-1995 t/m 13-11-2007

Wet van 21 december 1995, tot wijziging van de Algemene burgerlijke pensioenwet en de Algemene militaire pensioenwet (invoering partnerpensioen), alsmede van de Uitkeringswet gewezen militairen (rechtspositionele erkenning van andere relatievormen dan het huwelijk)

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is het thans in de Algemene burgerlijke pensioenwet en de Algemene militaire pensioenwet bestaande onderscheid tussen de gehuwde ambtenaar en de ambtenaar die niet-gehuwd samenwoont, ongedaan te maken wat betreft de rechten die bij hun overlijden bestaan voor hun nabestaanden;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Artikel I [Vervallen per 14-11-2007]

[Red: Bevat wijzigingen in andere regelgeving.]

Artikel II [Vervallen per 14-11-2007]

[Red: Bevat wijzigingen in andere regelgeving.]

Artikel III [Vervallen per 14-11-2007]

[Red: Bevat wijzigingen in andere regelgeving.]

Artikel IV [Vervallen per 14-11-2007]

  • 1 De artikelen H 3b van de Algemene burgerlijke pensioenwet en H 1, twaalfde lid, van de Algemene militaire pensioenwet, zoals deze artikelen luidden op de dag voorafgaande aan de inwerkingtreding van deze wet, blijven van toepassing ten aanzien van nabestaandenpensioenen waarop het recht is ontstaan vóór dat tijdstip.

  • 2 De artikelen G 5, G 6, G 7 en Q 5 van de Algemene burgerlijke pensioenwet en G 4, G 6 en U 6 van de Algemene militaire pensioenwet, zoals deze artikelen luidden op de dag voorafgaande aan de inwerkingtreding van deze wet, blijven van toepassing ten aanzien van wezenpensioenen waarop het recht is ontstaan vóór dat tijdstip.

Artikel V [Vervallen per 14-11-2007]

Ten aanzien van een aanmelding die plaatsvindt voorafgaand aan de datum van inwerkingtreding van de Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens wordt de man of vrouw met wie de ambtenaar, gewezen ambtenaar of gepensioneerd ambtenaar onderscheidenlijk de militair, gewezen militair of gepensioneerd militair op hetzelfde woonadres in het persoonsregister is opgenomen gelijk gesteld aan de man of vrouw die als ingezetene met hetzelfde woonadres in de basisadministratie persoonsgegevens is ingeschreven, bedoeld in het bij deze wet in de Algemene burgerlijke pensioenwet ingevoegde artikel A 5 onderscheidenlijk het in de Algemene militaire pensioenwet ingevoegde artikel A 5a.

Artikel VI [Vervallen per 14-11-2007]

  • 3 Een overlijden van een ambtenaar of gewezen ambtenaar, onderscheidenlijk een militair, gewezen militair of gepensioneerd militair tussen 31 december 1993 en 1 juli 1994 valt te rekenen vanaf de datum van overlijden onder de werking van de bepalingen van de Algemene burgerlijke pensioenwet, onderscheidenlijk de Algemene militaire pensioenwet inzake het nabestaanden- en wezenpensioen, zoals die bepalingen ingevolge deze wet zijn komen te luiden.

  • 4 Voor de toepassing van het derde lid wordt degene, van wie de aanmelding, bedoeld in het bij deze wet ingevoegde artikel A 5 Algemene burgerlijke pensioenwet onderscheidenlijk A 5a Algemene militaire pensioenwet op 1 juli 1994 zou zijn aanvaard indien het in het eerste lid bedoelde overlijden niet zou hebben plaatsgevonden, op aanvraag aangemerkt als nabestaande vanaf de datum van het overlijden.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te 's-Gravenhage, 21 december 1995

Beatrix

De Minister van Binnenlandse Zaken,

H. F. Dijkstal

De Staatssecretaris van Defensie,

J. C. Gmelich Meijling

Uitgegeven de zevenentwintigste december 1995

De Minister van Justitie,

W. Sorgdrager