Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Regeling voorziening veroudering ziektekostenverzekeringen[Regeling vervallen per 05-01-2006 met terugwerkende kracht tot en met 31-12-2006.]

Geldend van 31-12-2004 t/m 04-01-2006

Regeling voorziening veroudering ziektekostenverzekeringen

Artikel 1 [Vervallen per 05-01-2006]

  • 1 In deze regeling en de daarbij behorende bijlage wordt verstaan onder:

    • a. overeenkomst van ziektekostenverzekering: de overeenkomst van directe verzekering die strekt tot vergoeding van kosten van geneeskundige verzorging, niet zijnde een overeenkomst van arbeidsongeschiktheidsverzekering, een overeenkomst van ongevallenverzekering of een overeenkomst van reisverzekering;

    • b. ziektekostenverzekeringsbedrijf: het als bedrijf sluiten van overeenkomsten van ziektekostenverzekering voor eigen rekening, met inbegrip van het afwikkelen van de in dat bedrijf gesloten overeenkomsten van ziektekostenverzekering, ook al wordt daarmee niet beoogd het maken van winst;

    • c. ziektekostenverzekeraar: de verzekeraar met zetel in Nederland of buiten de Gemeenschap die het ziektekostenverzekeringsbedrijf uitoefent;

    • d. verzekerde: de verzekerde ingevolge een overeenkomst van ziektekostenver-zekering;

    • e. standaardpolis: de overeenkomst van ziektekostenverzekering bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wet op de toegang tot ziektekostenverzekeringen, gesloten ten behoeve van personen die op 31 maart 1986 verzekerd onderscheidenlijk medeverzekerd waren ingevolge de vrijwillige verzekering, bedoeld in artikel 5, onder K, van die wet;

    • f. standaardpakketpolis: de overeenkomst van ziektekostenverzekering bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wet op de toegang tot ziektekostenverzekeringen, niet zijnde een standaardpolis;

    • g. standaardverzekering: standaardpolis of standaardpakketpolis waarop de omslagregeling van toepassing is;

    • h. omslagregeling: de omslagregeling bedoeld in artikel 6h van de Wet op de toegang tot ziektekostenverzekeringen;

    • i. verzekerde klasse: de verzekerde klasse van opname, verblijf en verpleging in een ziekenhuis of sanatorium;

    • j. overeenkomst van aanvullende klasseverzekering: de overeenkomst van ziektekostenverzekering die met betrekking tot de kosten van opname, verblijf en verpleging in een ziekenhuis of sanatorium uitsluitend strekt tot vergoeding van de meerkosten van een hogere verzekerde klasse dan klasse III;

    • k. overeenkomst van aanvullende ziektekostenverzekering: de overeenkomst van ziektekostenverzekering die uitsluitend of nagenoeg uitsluitend strekt tot vergoeding van andere kosten dan die van opname, verblijf en verpleging in een ziekenhuis of sanatorium, specialistische hulp of huisartsenhulp;

    • l. overeenkomst van collectieve ziektekostenverzekering: de overeenkomst van ziektekostenverzekering die uitsluitend of nagenoeg uitsluitend strekt tot vergoeding van kosten van geneeskundige verzorging van leden van een organisatie, waarbij de verzekeringnemer een inspanningsverplichting op zich neemt om zoveel mogelijk leden van de betreffende organisatie te laten toetreden en waarvoor een specifieke premie(structuur) geldt;

    • m. leeftijdscategorie: de categorie van vijf of meer opeenvolgende leeftijden zoals aangegeven in de bijlage bij deze regeling;

    • n. eigen risico: het eigen risico aan de voet per overeenkomst van ziektekostenverzekering;

    • o. tarieftype: de verzekeringsvorm gebaseerd op de combinatie van gedekte risico’s en verzekeringsvoorwaarden enerzijds en structuur voor vaststelling van de hoogte van de premie anderzijds zoals deze door een ziektekostenverzekeraar wordt gehanteerd met betrekking tot de voor zijn rekening gesloten overeenkomsten van ziektekostenverzekering;

    • p. produktsoort: de soort overeenkomsten van ziektekostenverzekering zoals aangegeven in de bijlage bij deze regeling;

    • q. premie: de in geld uitgedrukte prestatie, door de verzekeringnemer verschuldigd uit hoofde van een overeenkomst van ziektekostenverzekering, daaronder niet begrepen de omslagbijdragen, bedoeld in de Wet medefinanciering oververtegenwoordiging oudere ziekenfondsverzekerden en de Wet op de toegang tot ziektekostenverzekeringen;

    • r. actuariële premiestructuur: de structuur voor vaststelling van de hoogte van de premie waarvoor geldt dat ten behoeve van verzekerden van dezelfde leeftijd jonger dan 55 jaar verschillende premies verschuldigd zijn voor overeenkomsten van ziektekostenverzekering die strekken tot vergoeding van kosten van dezelfde geneeskundige verzorging en de verschillen in premie zijn terug te voeren op verschillen in leeftijd op het moment van het sluiten van de overeenkomst van ziektekostenverzekering.

  • 2 Als ziektekostenverzekeraars worden niet beschouwd de verzekeraars die uitsluitend overeenkomsten van aanvullende ziektekostenverzekering sluiten of afwikkelen.

Artikel 2 [Vervallen per 05-01-2006]

  • 1 Een ziektekostenverzekeraar dient, voorzover hij geen actuariële premiestructuur hanteert met betrekking tot de voor zijn rekening gesloten overeenkomsten van ziektekostenverzekering, voor zijn verplichtingen uit deze overeenkomsten een voorziening voor veroudering aan te houden. Deze voorziening is niet vereist voor overeenkomsten van collectieve ziektekostenverzekering, voor zover deze door de verzekeraar opzegbaar zijn.

  • 2 Met betrekking tot ieder boekjaar wordt de omvang van de voorziening voor veroudering tenminste bepaald op de uitkomst van de berekening ingevolge het rekenschema opgenomen in de bijlage bij deze regeling.

Artikel 3 [Vervallen per 05-01-2006]

  • 1 Een ziektekostenverzekeraar die zijn rechten en verplichtingen uit overeenkomsten van ziektekostenverzekering aan een andere verzekeraar heeft overgedragen dan wel de rechten en verplichtingen uit overeenkomsten van ziektekostenverzekering van een andere verzekeraar heeft overgenomen, houdt bij de berekening ingevolge artikel 2 met deze overdracht onderscheidenlijk overname rekening. Het bepaalde in de vorige volzin is van overeenkomstige toepassing ingeval van een overgang van rechten en verplichtingen uit overeenkomsten van ziektekostenverzekering bij fusie.

  • 2 De Pensioen- & Verzekeringskamer kan bedenkingen uiten tegen het bedrag van een vermindering of vermeerdering ingevolge het eerste lid, aan welke bedenkingen de verzekeraar tegemoet dient te komen.

Artikel 4 [Vervallen per 05-01-2006]

Deze regeling treedt in werking met ingang van 31 december 1996.

Artikel 5 [Vervallen per 05-01-2006]

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling voorziening veroudering ziektekostenverzekeringen. Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Apeldoorn, 11 december 1995

Verzekeringskamer

A.J. Vermaat

voorzitter bestuur

A.I.M. Kool

lid bestuur

Bijlage Rekenschema voor de Voorziening Veroudering Ziektekostenverzekeringen [Vervallen per 05-01-2006]

Alle overeenkomsten van ziektekostenverzekering worden ingedeeld naar actuariële en niet-actuariële tarieftypen. Overeenkomsten van collectieve ziektekostenverzekering zijn als afzonderlijke, actuariële dan wel niet-actuariële tarieftypen te beschouwen. Standaardverzekeringen worden als één tarieftype, STD, aangemerkt.

Voor alle tarieftypen (actuarieel en niet-actuarieel) met uitzondering van tarieftype STD worden produktsoorten p=(A,B) omschreven op basis van:

A, de verzekerde klasse: III (A=1) of II en hoger (A=2);

B, eigen risico:< € 113,45 (B=1) of > € 113,45 (B=2).

I. Bepaling portefeuille-samenstelling en gezamenlijke schadenormering [Vervallen per 05-01-2006]

Vul tabel I en tabel II in aan de hand van onderstaande definities van aantallen en schadegrootheden:

M(p,c): aantal niet-collectief verzekerden per 1 juli van het boekjaar in produktsoort p en leeftijdscategorie c;

M(c) = Σp M(p,c);

S(p): de in het boekjaar geboekte totale schade bij produktsoort p;

S= Σp S(p);

S(c): schadefactor in leeftijdscategorie c (t.o.v. de schade in leeftijdscategorie 40-44) op basis van alle niet-collectieve verzekeringen in de produktsoorten p = (1,1);

W(p): wegingsfactor in produktsoort p (t.o.v. produktsoort p = (1,1));

gS: genormeerde schadefactor =

Σ19c=1 Σp M(p,c) x S(c) x W(p);

BS: basisschade = S/gS;

Ma(p,c,T): aantal niet-collectief verzekerden per 1 juli van het boekjaar bij tarieftype T in produktsoort p en leeftijdscategorie c met een actuariële premiestructuur;

G(p,T): Gp-factor bij tarieftype T zoals bepaald volgens het rekenschema voor de Actuariële Voorziening Ziektekostenverzekeringen;

Ma(p,c) = ΣT Ma(p,c,T) x G(p,T);

Ma(c) = Σp Ma(p,c);

N(c) = M(c) - Ma(c);

Tabel I

Leeftijdscategorie

Schadefactor

M(p,c) bij produktsoort p

M(c)

c =

S(c) =

p = (1,1)

p = (1,2)

p = (2,1)

p = (2,2)

1

0-4

1,37

         

2

5-9

0,53

         

3

10-14

0,79

         

4

15-19

0,75

         

5

20-24

0,67

         

6

25-29

0,91

         

7

30-34

1,13

         

8

35-39

1,04

         

9

40-44

1,00

         

10

45-49

1,25

         

11

50-54

1,63

         

12

55-59

2,15

         

13

60-64

2,78

         

14

65-69

3,77

         

15

70-74

5,06

         

16

75-79

6,18

         

17

80-84

6,68

         

18

85-89

6,90

         

19

90 +

6,36

         

Sp =

         

W(p) =

1,00

0,75

1,24

0,93

 

S =

         

gS =

         

BS =

Tabel II

Leeftijdscategorie

Ma(p,c) bij produktsoort p

Ma(c)

M(c)

N(c)

c=

p=(1,1)

p=(1,2)

p=(2,1)

p=(2,2)

6

25 – 29

             

7

30 – 34

             

8

35 – 39

             

9

40 – 44

             

10

45 – 49

             

11

50 – 54

             

12

55 – 59

             

13

60 – 64

             

II. Bepaling VVZ [Vervallen per 05-01-2006]

De voorziening is in beginsel per verzekerde bepaald als de contante waarde van de gemiddelde overschade ten opzichte van de (netto) standaardpremie. Binnen iedere toekomstige vijfjaarsperiode worden positieve en negatieve contante waarden over alle verzekerden gesaldeerd. De som over alle toekomstige vijfjaarsperioden van de positieve saldovoorzieningen geeft de totale voorziening. Voor de vorming van de totale voorziening geldt een opbouwformule.

De voorziening heeft alleen betrekking op verzekerden van 25 tot 65 jaar.

Bij de berekening van de Voorziening Veroudering Ziektekostenverzekeringen (VVZ) blijven buiten beschouwing:

  • alle collectieve overeenkomsten voor zover opzegbaar door de verzekeraar;

  • alle verzekeringen van tarieftype STD.

Verzekeringen met een hogere verzekerde klasse dan klasse III worden in het rekenschema verwerkt als zijnde verzekeringen met klasse III.

Vul vervolgens Tabel III in aan de hand van onderstaande toelichting:

BS = BS volgens Tabel I;

SSPn: WTZ-premie (65–) verminderd met de wettelijke kostenopslag (op jaarbasis);

N (c, j) = N (c) volgens Tabel II voor iedere toekomstige vijfjaarsperiode j per leeftijdscategorie c;

S (c, j) = S (c+j) volgens Tabel I, per leeftijdscategorie c en toekomstige vijfjaarsperiode j;

OS (c, j) = BS x S (c, j) – SPPn, per leeftijdscategorie c en toekomstige vijfjaarsperiode j;

f5 (c, j): contante waarden per gulden overschade in leeftijdscategorie c en toekomstige vijfjaarsperiode j;

V (c, j) = N (c, j) x OS (c, j) x f5 (c, j), per leeftijdscategorie c en toekomstige vijfjaarsperiode j;

V (j) = Σ13c=6V (c, j);

VVZ (j) = Max { 0 ; V (j) };

VVZtotaal = Σ7j=0 VVZ (j) ;

Q: aantal toekomstige vijfjaarsperioden waarin V (j) negatief is;

 

(Boekjaar – 1995)

VVZopbouw = VVZtotaal x

---------------------------------------

 

(Boekjaar – 1995) + 3 x Q

Tabel III

Boekjaar =

BS =

SPPn =

N(c,,j) = N(c) volgens Tabel II, voor alle j

OS(c,,j) = BS * S(c,,j) - SPPn (in euro's)

V(c,,j) = N(c,,j) * OS(c,,j) * f5(c,,j) (in euro's)

 

j = 0

j = 1

j = 2

j = 3

j = 4

j = 5

j = 6

j = 7

c = 6

25-29

N(c,,j) =

S(c,,j) =

(OS(c,,j) =

f5 (c, j) =

0,91

2,40

1,13

1,34

1,04

0,44

1,00

0,17

1,25

0,07

1,63

0,03

2,15

0,02

2,78

0,01

V(c,,j) =

               

c = 7

30-34

N(c,,j) =

S(c,,j) =

(OS(c,,j) =

f5 (c, j) =

1,13

2,48

1,04

1,65

1,00

0,62

1,25

0,26

1,63

0,13

2,15

0,07

2,78

0,03

 

V(c,,j) =

               

c = 8

35-39

N(c,,j) =

S(c,,j) =

(OS(c,,j) =

f5 (c, j) =

1,04

2,53

1,00

1,86

1,25

0,79

1,63

0,39

2,15

0,21

2,78

0,11

   

V(c,,j) =

               

c = 9

40-44

N(c,,j) =

S(c,,j) =

(OS(c,,j) =

f5 (c, j) =

1,00

2,57

1,25

2,12

1,63

1,05

2,15

0,56

2,78

0,28

     

V(c,,j) =

               

c = 10

45-49

N(c,,j) =

S(c,,j) =

(OS(c,,j) =

f5 (c, j) =

1,25

2,63

1,63

2,45

2,15

1,31

2,78

0,66

       

V(c,,j) =

               

c = 11

50-54

N(c,,j) =

S(c,,j) =

(OS(c,,j) =

f5 (c, j) =

1,63

2,66

2,15

2,66

2,78

1,34

         

V(c,,j) =

               

c = 12

55-59

N(c,,j) =

S(c,,j) =

(OS(c,,j) =

f5 (c, j) =

2,15

2,68

2,78

2,50

           

V(c,,j) =

               

c = 13

60-64

N(c,,j) =

S(c,,j) =

(OS(c,,j) =

f5 (c, j) =

2,78

2,29

             

V(c,,j) =

               

V(j) =

               

VVZ(j) =