Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Reglement commissie van advies inzake gewetensbezwaren militaire dienst

Geldend van 27-09-1995 t/m heden

Reglement commissie van advies inzake gewetensbezwaren militaire dienst

De Staatssecretaris van Defensie,

Gelet op artikel 4, tweede lid, van het Besluit gewetensbezwaren militaire dienst;

Gelezen de brief van de Commissie van advies inzake gewetensbezwaren militaire dienst van 2 juni 1995;

Besluit:

Het bij deze beschikking gevoegde reglement, op 23 mei 1995 vastgesteld door de commissie, bedoeld in artikel 5 van de Wet gewetensbezwaren militaire dienst, goed te keuren.

Deze beschikking wordt gepubliceerd in de Staatscourant.

De

Staatssecretaris

van Defensie,

J. C. Gmelich Meijling

Reglement commissie van advies inzake gewetensbezwaren militaire dienst

Vastgesteld op grond van artikel 4, eerste lid, van het Besluit gewetensbezwaren militaire dienst door de Commissie van advies inzake gewetensbezwaren militaire dienst op 23 mei 1995.

§ 1. Begripsbepalingen

Artikel 1

In dit reglement wordt verstaan onder:

a. de wet:

de Wet gewetensbezwaren militaire dienst;

b. de commissie:

de commissie van advies, bedoeld in artikel 5 van de wet;

c. fungerend voorzitter:

het lid van de commissie dat het onderzoek leidt.

§ 2. Presidium en voorzitter

Artikel 2

  • 1 Voorzitter en vice-voorzitters van de commissie vormen het presidium.

  • 2 Het presidium vergadert:

    • a. telkens ter voorbereiding van een plenaire vergadering van de commissie;

    • b. op verzoek van één van de vice-voorzitters; of

    • c. voor zover de voorzitter dat nodig oordeelt.

  • 3 De voorzitter kan andere leden van de commissie respectievelijk de secretaris dan wel plaatsvervangend secretaris van de commissie uitnodigen de vergadering geheel of gedeeltelijk bij te wonen. De voorzitter kan voorts besluiten andere dan de in de eerste volzin bedoelde personen uit te nodigen de vergadering geheel of gedeeltelijk bij te wonen.

  • 4 De oproeping tot een vergadering geschiedt schriftelijk door de voorzitter, met inachtneming van een termijn van tien werkdagen. In spoedeisende gevallen, ter beoordeling van de voorzitter, kan deze termijn worden teruggebracht tot drie werkdagen.

  • 5 Bij de oproeping wordt mededeling gedaan van de agenda van de vergadering en worden de bijbehorende stukken meegezonden. Vergaderstukken kunnen worden nagezonden.

Artikel 3

De algemene taak van de voorzitter berust tijdens zijn afwezigheid bij de vice-voorzitter die de oudste is naar benoeming of – bij gelijktijdige benoeming – naar leeftijd.

§ 3. Commissie

Artikel 4

  • 1 De commissie houdt eenmaal per jaar een plenaire vergadering en voorts voor zover de voorzitter dat nodig oordeelt of drie leden hem dit met redenen omkleed verzoeken.

  • 2 Bij verhindering van de voorzitter en de vice-voorzitters wordt de vergadering geleid door het oudste aanwezige lid. Als oudste geldt de oudste naar benoeming of – bij gelijktijdige benoeming – naar leeftijd.

  • 3 Artikel 2, vierde en vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing.

§ 4. Werkwijze in verband met het onderzoek

Artikel 5

  • 1 Het onderzoek, bedoeld in artikel 3, tweede lid, van de wet wordt verricht door een enkelvoudige kamer, welke bestaat uit een lid van de commissie bijgestaan door een adjunct-secretaris. In afwijking van het bepaalde in de eerste volzin kan het lid de voorzitter van de commissie verzoeken het onderzoek naar een meervoudige kamer als bedoeld in het tweede lid te verwijzen.

  • 2 Deze meervoudige kamer bestaat uit een fungerend voorzitter en ten minste één lid van de commissie.

  • 3 Het presidium wijst de leden aan die in de enkelvoudige kamers zitting zullen hebben.

Artikel 6

  • 1 Rekening houdend met de ligging van de door de Minister van Defensie ter beschikking gestelde lokaliteiten, stelt het presidium een indeling van het land in ressorten vast.

  • 2 Voor een onderzoek als bedoeld in artikel 3, tweede lid, van de wet worden in een ressort ten hoogste tien verzoekers per zitting opgeroepen die in dat ressort als ingezetene in een basisadministratie persoonsgegevens zijn of hadden behoren te zijn ingeschreven. De voorzitter kan ter bespoediging van de behandeling van het verzoek afwijken van het bepaalde in de eerste volzin.

Artikel 7

  • 1 Het onderzoek naar aanleiding van het bezwaar, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de wet wordt verricht door een meervoudige kamer die bestaat uit een fungerend voorzitter en ten minste twee leden van de commissie. Het onderzoek vindt plaats te ’s-Gravenhage.

  • 2 Aan het in het eerste lid bedoelde onderzoek neemt geen lid deel dat reeds een advies naar aanleiding van een onderzoek als bedoeld in artikel 3, tweede lid, van de wet met betrekking tot de aanvraag van de verzoeker heeft uitgebracht.

  • 3 De fungerend voorzitter is de voorzitter van de commissie respectievelijk de oudste aanwezige vice-voorzitter dan wel het oudste aanwezige lid. Van deze regel kan, onder goedkeuring van de voorzitter van de commissie, worden afgeweken. Artikel 4, tweede lid, tweede volzin, is van toepassing.

Artikel 8

  • 1 De zittingen ten behoeve van een onderzoek als bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de wet vinden ten minste eenmaal per week plaats. Per zitting worden ten hoogste tien verzoekers opgeroepen.

  • 2 Het rooster voor de zittingen wordt voorbereid door het secretariaat en vastgesteld door de voorzitter van de commissie. Noodzakelijk gebleken wijzigingen worden door of namens de voorzitter vastgesteld.

  • 3 Bij de toepassing van het tweede lid wordt een zo groot mogelijke spreiding van levensbeschouwing ter zitting bevorderd en wordt zo mogelijk rekening gehouden met de levensbeschouwing van de verzoeker.

Artikel 9

Ter zitting ten behoeve van een onderzoek als bedoeld in artikel 3, tweede lid, respectievelijk artikel 7a, eerste lid, van de wet wordt voor het verslag een samenvatting van de aan de verzoeker gestelde vragen en de door hem gegeven antwoorden opgesteld. Indien de verzoeker bezwaar maakt tegen de inhoud van de samenvatting, wordt hiermee rekening gehouden of worden de bezwaren in het verslag vermeld.

§ 5. Slotbepalingen

Artikel 10

Dit reglement treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

Artikel 11

Het Reglement commissie van advies inzake gewetensbezwaren militaire dienst van 6 maart 1980 wordt ingetrokken.

Artikel 12

Dit reglement wordt aangehaald als: Reglement commissie van advies inzake gewetensbezwaren militaire dienst.