Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 11 april 1995, PAO/GZ-952378;
Gelet op de artikelen 3, derde lid, en 4, tweede lid, van de Wet op het bevolkingsonderzoek;
Gezien het advies van de Gezondheidsraad (advies van 7 september 1994);
De Raad van State gehoord (advies van 27 juni 1995, no. W13.95.0195);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 14 juli 1995, no. PAO/GZ/95-6771;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Artikel 2
2 Indien de persoon, bedoeld in het eerste lid, onder c en d, zich kennelijk verzet tegen een handeling waaraan hij wordt onderworpen wordt de toestemming, bedoeld in het eerste lid, onder c en d, geacht niet te zijn gegeven.
Artikel 4
Onverminderd het bepaalde in artikel 4, eerste lid, van de wet bevat een aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de wet:
a. de startdatum en de einddatum van het onderzoek;
b. een nauwkeurige beschrijving van het doel van het onderzoek;
c. een nauwkeurige beschrijving van de mogelijk schadelijke gevolgen van het onderzoek;
d. een beschrijving van de aard en inrichting van de lokaliteiten of ruimten waar het onderzoek verricht wordt.
Artikel 5
1 Bij een aanvraag om een vergunning voor een bevolkingsonderzoek met behulp van een röntgenapparaat, moet indien voor het gebruik van dat apparaat een vergunning op basis van de Kernenergiewet vereist is, een afschrift van die vergunning dan wel van de aanvraag voor die vergunning worden overgelegd.
Artikel 6
Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.
Artikel 7
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit bevolkingsonderzoek.