Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Taken en verantwoordelijkheden tijdelijke adviescommissie Algemene Instellingsgebonden Ethische Commissies voor Onderzoek en Onderwijs[Regeling vervallen per 31-12-2004.]

Geldend van 25-07-1995 t/m 30-12-2004

Taken en verantwoordelijkheden tijdelijke adviescommissie Algemene Instellingsgebonden Ethische Commissies voor Onderzoek en Onderwijs

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen,

tevens belast met de coördinatie van het Wetenschapsbeleid,

handelend mede namens de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij en de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;

overwegende, dat:

  • -

    onderzoekinstellingen kennis bezitten van het instituutsonderzoek en tegelijkertijd betrokken zijn bij de verspreiding van onderzoeksresultaten naar de buitenwereld, en bij de toepassing van onderzoek;

  • -

    universiteiten mede op grond van het binnen de universiteit verrichte onderzoek een taak hebben op het gebied van onderwijs en vorming van beroepsbeoefenaren en wetenschappelijke onderzoekers in het bijzonder;

  • -

    deze onderzoekinstellingen en universiteiten een natuurlijk raakvlak vormen tussen onderzoek en samenleving;

  • -

    onderzoekinstellingen en universiteiten aangesproken worden op de ethische aspecten verbonden met het onderzoek uitgevoerd binnen hun instelling;

  • -

    in artikel 1.7 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (Stb. 1992, 593) bepaald is dat instellingen vallend onder de WHW, richtlijnen dienen vast te stellen met betrekking tot ethische aspecten verbonden aan hun werkzaamheden;

  • -

    dat deze instellingen daarover advies moeten inwinnen van een daartoe ingestelde commissie;

  • -

    universiteiten ook aangesproken worden op ethische vorming van onderzoekers en beroepsbeoefenaren;

  • -

    daartoe systematische oordeelsvorming voor de binnen de instelling verrichte activiteiten noodzakelijk is;

  • -

    het wenselijk is mechanismen voor deze systematische oordeelsvorming te ontwikkelen;

  • -

    in de notitie ’Kader voor discussies over ethische aspecten van wetenschappelijk onderzoek’ (Kamerstukken II 1990-1991, 21 319, nr. 12) is aangekondigd dat een tijdelijke adviescommissie de wenselijkheid van adviescommissies verbonden aan onderzoek-instellingen zal onderzoeken;

Besluit:

Artikel 1. Begripsbepalingen [Vervallen per 31-12-2004]

In dit besluit wordt verstaan onder:

’de minister’:

de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, tevens belast met de coördinatie van het Wetenschapsbeleid;

’een instelling’:

een universiteit, academisch ziekenhuis of instelling voor wetenschappelijk onderzoek.

Artikel 2. Instelling [Vervallen per 31-12-2004]

Er is een tijdelijke adviescommissie Algemene Instellingsgebonden Ethische Commissies voor Onderzoek en Onderwijs, nader te noemen: adviescommissie.

Artikel 3. Taak [Vervallen per 31-12-2004]

De adviescommissie heeft tot taak de minister te adviseren over:

  • 1. De voor- en nadelen van mogelijk nieuw in te stellen algemene ethische commissies verbonden aan instellingen.

  • 2. De relatie van deze algemene ethische commissies met reeds aanwezige of toekomstige sectorspecifieke en landelijke commissies.

  • 3. De taken van een dergelijke commissie binnen een instelling.

  • 4. De wijze waarop een dergelijke commissie binnen de organisatiestructuur van een instelling ingepast zou kunnen worden.

  • 5. De ervaring die in het buitenland met dergelijke commissies is opgedaan.

Artikel 4. Rapportage [Vervallen per 31-12-2004]

De adviescommissie adviseert 6 maanden na de datum van haar instelling aan de minister. Artikel 9 van de Wet openbaarheid van bestuur (Stb. 1991, 703) is van toepassing op het advies.

Artikel 5. Samenstelling [Vervallen per 31-12-2004]

  • 1 Tot voorzitter, tevens lid van de adviescommissie wordt benoemd:

prof. dr. H. C. van der Plas

  • 2 Tot leden van de adviescommissie worden benoemd:

    • mw. prof. dr. I. D. de Beaufort;

    • prof. dr. J. Bennebroek Gravenhorst;

    • prof. dr. Tj. de Cock Buning;

    • mw. dr. J. van Dijck;

    • ir. N. D. van Egmond;

    • prof. dr. G. A. Kohnstamm;

    • dr. O. Korver;

    • dr. H. J. van der Molen;

    • prof. dr. ir. R. H. E. M. Smits;

    • mw. dr. ir. A. J. van der Zijpp.

  • 3 Het secretariaat van de adviescommissie wordt gevoerd door het Centrum voor Bioethiek en Gezondheidsrecht (CBG) van de Universiteit van Utrecht. Als secretaris wordt vanuit het CBG benoemd: mw. mr. B. M. J. de Kanter-Loven.

Artikel 6. Werkwijze [Vervallen per 31-12-2004]

  • 1 De adviescommissie kan bij haar werkzaamheden deskundigen en instanties raadplegen. De adviescommissie kan deskundigen of instanties opdracht verlenen voor het uitvoeren van werkzaamheden die van belang zijn voor het advies, binnen de door de minister daartoe beschikbaar gestelde middelen.

  • 2 De adviescommissie stelt zo spoedig mogelijk na haar instelling een schema van werkzaamheden waarover wordt gerapporteerd aan de minister.

  • 3 De op het door de adviescommissie uitgebrachte advies betrekking hebbende stukken worden ter beschikking van de minister gehouden.

Artikel 7. Financiële aspecten [Vervallen per 31-12-2004]

  • 1 De kosten van de adviescommissie komen voor rekening van de minister, overeenkomstig een door de minister goed te keuren begroting.

  • 2 Ten aanzien van vergoedingen voor reis- en verblijfkosten en van onkosten/vacatiegelden zijn respectievelijk het Reisbesluit Binnenland (Stb. 1993, 144) en het Vacatiegeldenbesluit (Stb. 1988, 205) van toepassing.

Artikel 8. Archiefbeheer [Vervallen per 31-12-2004]

  • 1 Het beheer van de bescheiden betreffende de werkzaamheden van de adviescommissie geschiedt met inachtneming van de terzake geldende bepalingen van het Besluit algemene secretarie-aangelegenheden rijksadministratie (Stb. 1980, 182) op overeenkomstige wijze als bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen.

  • 2 Na opheffing van de adviescommissie of, zo de omstandigheden daartoe aanleiding geven, zoveel eerder, wordt het archief van de adviescommissie overgedragen aan de onderafdeling Centrale Archiefbewaarplaats van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen.

Artikel 9. Afschriften [Vervallen per 31-12-2004]

Afschrift van dit besluit zal worden gezonden aan:

  • I. Alle Ministers.

  • II. De voorzitters van de Eerste en Tweede Kamer der Staten-Generaal.

  • III.

    • 1. De voorzitter van het Interdepartementaal Overleg voor het Wetenschapsbeleid (IOW);

    • 2. De voorzitter van het Interdepartementaal Overleg voor het Technologiebeleid (IOT);

    • 3. De voorzitter van de Adviesraad voor het Wetenschaps- en Technologiebeleid (AWT);

    • 4. De voorzitter van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR);

    • 5. De voorzitters van de Colleges van Bestuur van de universiteiten, incl. de Landbouw Universiteit Wageningen;

    • 6. De president van de Koninklijke Nederlandse Akademie der Wetenschappen (KNAW);

    • 7. De voorzitter van de Gezondheidsraad (GR);

    • 8. De voorzitter van het bestuur van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO);

    • 9. De voorzitter van het bestuur van de Vereniging Samenwerkende Nederlandse Universiteiten (VSNU);

    • 10. De voorzitter van de Vereniging van Academische Ziekenhuizen (VAZ);

    • 11. De voorzitter van de Raad van Bestuur van de Nederlandse Organisatie voor Toegepast Natuurwetenschappelijk Onderzoek (TNO);

    • 12. De directeur-generaal van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieuhygiëne (RIVM);

    • 13. De directeur van de Dienst Landbouwkundig Onderzoek (DLO);

    • 14. De voorzitter van de Overlegcommissie Verkenningen (OCV);

    • 15. De voorzitters van de Sectorraden;

    • 16. De voorzitter van de Stuurgroep van het Rathenau Instituut;

    • 17. De voorzitter van de Kerncommissie Ethiek Medisch Onderzoek (KEMO);

    • 18. De voorzitter van de Commissie Genetische Modificatie (COGEM);

    • 19. De voorzitter van de Commissie van Advies voor de Dierproeven;

    • 20. De leden van de adviescommissie.

  • IV. De Algemene Rekenkamer.

Artikel 10. Inwerkingtreding/opheffing adviescommissie/bekendmaking [Vervallen per 31-12-2004]

  • 1 Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum waarop het in de Nederlandse Staatscourant is gepubliceerd.

  • 2 De werkingsduur van dit besluit eindigt drie maanden na de datum waarop het advies aan de Minister is aangeboden.

De

Minister

van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen,

J.M.M. Ritzen