Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Uitvoeringsregeling balansverkorting geldelijke steun volkshuisvesting[Regeling vervallen per 01-07-2015.]

Geldend van 28-07-1995 t/m 30-06-2015

Regeling van de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, nr. MJZ 22695035, houdende uitvoering van de Wet balansverkorting geldelijke steun volkshuisvesting

De Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

Gelet op de artikelen 4, vijfde lid, en 16 van de Wet balansverkorting geldelijke steun volkshuisvesting;

Besluit:

Artikel 1 [Vervallen per 01-07-2015]

  • 1 Voor de toepassing van deze regeling wordt verstaan onder:

    a. wet:

    Wet balansverkorting geldelijke steun volkshuisvesting,

    b. toegelaten instelling:

    voor 1 januari 1995 ingevolge artikel 70 van de Woningwet als zodanig aangewezen instelling,

    c. woningen:

    te verhuren of verhuurde woningen, bejaardenwoningen, wooneenheden in verzorgingstehuizen voor bejaarden en te verhuren of verhuurde woningen en wooneenheden in woongebouwen met een bijzonder karakter,

    d. bijdrage:

    ingevolge de desbetreffende regeling of de wet te ontvangen jaarlijkse bijdrage of bijdrage ineens,

    e. Minister:

    Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer.

  • 2 Voor de toepassing van deze regeling wordt onder toegelaten instelling mede verstaan een instelling welke na 1 januari 1995 doch voor 1 januari 1997 ingevolge artikel 70 van de Woningwet als zodanig is aangewezen.

Artikel 2 [Vervallen per 01-07-2015]

Voor de toepassing van artikel 4, eerste lid, van de wet met betrekking tot de Regeling geldelijke steun uit ’s Rijks kas op voet van de Woningwet voor het verbeteren van complexen woningen van toegelaten instellingen en gemeenten (MG 73-24, MG 74-40, MG 81-13), onderdeel integrale bijdrage vaststelling op basis van een jaarverslag/exploitatie-overzicht, worden in afwijking van die bepaling van de wet

  • a. de jaarlijkse variabele exploitatiekosten voor zover betrekking hebbend op assurantiën en belastingen berekend

    • met ingang van 1 juli 1993 en 1 juli 1994 met de formule:

      VEKGR = {(360*vekjv)/[dgsbj2 + (dgsbj1*norm]}*norm,

      waarbij

      VEKGR =

      variabele exploitatiekosten-grondslag per 1 juli van het boekjaar

      vekjv =

      variabele exploitatiekosten over het boekjaar uit de beschikking tot subsidieverlening op basis van het jaarverslag/-exploitatie-overzicht

      norm =

      vermenigvuldigingsfactor per 1 juli van het boekjaar voor de onderscheidene exploitatiekosten

      dgsbj1 =

      aantal dagen vanaf 1 juli van het boekjaar tot en met de vervaldag in het boekjaar, waarbij een maand 30 dagen heeft en een jaar 360 dagen

      dgsbj2 =

      aantal dagen vanaf de start van het boekjaar tot 1 juli van het boekjaar, en

    • met ingang van 1 juli 1995 en vervolgens elk jaar met ingang van 1 juli op de kosten geldend op 30 juni van dat jaar vermeerderd met 3%,

    zijn in afwijking van die bepaling van de wet

  • b. voor de overige variabele exploitatiekosten met ingang van 1 juli 1995 de normbedragen voor onderhoud en algemene beheers- en administratiekosten alsmede voor onderhoud lift en centrale verwarming de in bijlage I bij deze regeling genoemde bedragen,

    wordt in afwijking van die bepaling van de wet

  • c. de huur berekend

    • met ingang van 1 juli 1993 en 1 juli 1994 met de formule:

      HGR = {(360*hjv)/[dgsbj2 + (dgsbj1*tr]}*tr,

      waarbij

      HGR =

      huurgrondslag per 1 juli van het boekjaar

      hjv =

      huur over het boekjaar uit de beschikking tot subsidieverlening op basis van het jaarverslag/-exploitatie-overzicht

      tr =

      vermenigvuldigingsfactor per 1 juli van het boekjaar voor de huur uit de beschikking tot subsidieverlening

      dgsbj1 =

      aantal dagen vanaf 1 juli van het boekjaar tot en met de vervaldag in het boekjaar, waarbij een maand 30 dagen heeft en een jaar 360 dagen

      dgsbj2 =

      aantal dagen vanaf de start van het boekjaar tot 1 juli van het boekjaar, en

    • met ingang van 1 juli 1995 en vervolgens elk jaar met ingang van 1 juli op de huur geldend op 30 juni van dat jaar vermeerderd met 5%,

    worden in afwijking van die bepaling van de wet

  • d. de kosten van huurderving vastgesteld:

    • met ingang van 1 juli 1993 op 1% van de huurgrondslag op die datum,

    • met ingang van 1 juli 1994 op 1% van de huurgrondslag op die datum, en

    • met ingang van 1 juli 1995 en vervolgens elk jaar met ingang van 1 juli op de kosten geldend op 30 juni van dat jaar vermeerderd met 3%, en

    wordt in afwijking van die bepaling van de wet

  • e. de grondslag voor de annuïteiten en de rentepercentages omgezet door

    • de annuïteiten uit het jaarverslag voor het tijdvak van hun rentevaste looptijd aan te merken als annuïteiten voor de genormeerde bijdragebepaling, en

    • de renteherzieningen na het tijdvak van hun rentevaste looptijd op basis van de regeling en overeenkomstig de wet te doen plaats vinden.

Artikel 3 [Vervallen per 01-07-2015]

Voor de toepassing van artikel 4, eerste lid, van de wet met betrekking tot

  • a. de Beschikking geldelijke steun particuliere huurwoningen (1966),

  • b. de Beschikking geldelijke steun particuliere huurwoningen 1968,

  • c. de Beschikking bijdragen woningwetbouw 1948,

  • d. de Beschikking bijdragen woningwetbouw 1950,

  • e. de Beschikking verminderde bijdragen woningwetbouw 1950,

  • f. de Beschikking verminderde bijdragen woningwetbouw 1950 I,

  • g. de Beschikking geldelijke steun toegelaten instellingen (1966),

  • h. de Beschikking geldelijke steun toegelaten instellingen 1968,

  • i. de Regeling geldelijke steun uit ’s Rijks kas op voet van de Woningwet voor het verbeteren van complexen woningen van toegelaten instellingen en gemeenten (MG 74-40, MG 76-49, MG 81-13, MG 83-57, MG 85-30, complexen op dekkingsschema incl. domeinwoningen), en

  • j. de Regeling geldelijke steun overgedragen studentenwoningen 1991,

zijn in afwijking van die bepaling van de wet met ingang van 1 juli 1993 de normbedragen voor onderhoud en algemene beheers- en administratie-kosten alsmede voor onderhoud lift en centrale verwarming de in bijlage I bij deze regeling genoemde bedragen.

Artikel 4 [Vervallen per 01-07-2015]

Voor de toepassing van artikel 4, tweede lid, onderdeel a, van de wet met betrekking tot de Beschikking geldelijke steun particuliere huurwoningen (1966), en de Beschikking geldelijke steun particuliere huurwoningen 1968, zijn in afwijking van die bepaling van de wet met ingang van 1 juli 1993 van toepassing voor

  • a. de jaarlijkse stijging van de assurantiën en belastingen: de in bijlage II bij deze regeling genoemde bedragen en de daaruit voortvloeiende stijgingspercentages, en

  • b. de jaarlijkse stijging van de huurderving: de in bijlage III bij deze regeling genoemde bedragen en de daaruit voortvloeiende stijgingspercentages.

Artikel 5 [Vervallen per 01-07-2015]

Voor de toepassing van artikel 4, tweede lid, onderdeel c, van de wet met betrekking tot de Regeling geldelijke steun uit ’s Rijks kas op voet van de Woningwet voor het verbeteren van complexen woningen van toegelaten instellingen en gemeenten (MG 74-40 en MG 81-13), onderdeel na-oorlogse woningen, wordt, voor zover het betreft de in bijlage IV bedoelde exploitatiegedeelten van woningen (woningcomplexen), in afwijking van die bepaling van de wet de jaarlijkse stijging van de huur 3 procent.

Artikel 6 [Vervallen per 01-07-2015]

  • 1 De gegevens bedoeld in artikel 3, tweede lid, of in artikel 3, tweede lid, juncto artikel 7 van de wet worden verstrekt door inzending van het in bijlage V van deze regeling bedoelde model-formulier door de invulling waarvan gegevens worden verstrekt inzake:

    • a. het aantal woningen dat op 1 januari 1995 in eigendom aan een gemeente of toegelaten instelling toebehoorde of dat is onderworpen aan een recht van erfpacht dat toebehoort aan een gemeente of een toegelaten instelling, waarvoor een bijdrage is verleend, gerangschikt per beschikking tot het verlenen van de bijdrage,

    • b. het overeenkomstig de in de bijlage bij de wet, onder A en B, gegeven voorschriften bepaalde aantal woningen dat op 1 januari 1993 in eigendom aan een gemeente of toegelaten instelling toebehoorde of dat is onderworpen aan een recht van erfpacht dat toebehoort aan een gemeente of een toegelaten instelling,

    • c. het overeenkomstig de in de bijlage bij de wet, onder A en B, gegeven voorschriften bepaalde aantal woningen dat op 1 januari 1993 in eigendom aan een gemeente of toegelaten instelling toebehoorde of dat is onderworpen aan een recht van erfpacht dat toebehoort aan een gemeente of een toegelaten instelling, dat is tot stand gekomen met geldelijke steun, verleend met toepassing van de Beschikking geldelijke steun huurwoningen 1975, de Regeling geldelijke steun huurwoningen in proefgemeenten normkostensysteem 1986 of de Regeling geldelijke steun huurwoningen normkostensysteem 1988.

  • 2 Het in het eerste lid bedoelde formulier gaat vergezeld van een door een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van boek 2 van het Burgerlijke Wetboek gegeven schriftelijke mededeling omtrent de volledigheid en juistheid van de in het eerste lid bedoelde gegevens. Een zodanige schriftelijke mededeling kan slechts goedkeurend zijn, indien naar het oordeel van de accountant in de aantallen woningen bedoeld in het eerste lid, onderdelen a, b en c, de som van de fouten niet meer bedraagt dan één procent van de aantallen woningen bedoeld in elk van die onderdelen. Indien ten aanzien van onderdelen van de in het eerste lid bedoelde gegevens een goedkeurende mededeling niet kan worden gegeven, gaat het formulier vergezeld van een rapport van een door zodanige accountant ten aanzien van die onderdelen ingesteld volledig onderzoek.

  • 3 De minister kan nadere richtlijnen geven inzake het in het tweede lid bepaalde.

Artikel 7 [Vervallen per 01-07-2015]

  • 2 De in het eerste lid bedoelde gegevens gaan desgevraagd vergezeld van:

    • a. afschriften van de in het eerste lid, onderdeel a, bedoelde leningsovereenkomsten, en

    • b. een verklaring van burgemeester en wethouders inzake de juistheid van de in het eerste lid, onderdeel b, bedoelde gegevens.

Artikel 8 [Vervallen per 01-07-2015]

  • 1 Een aanvraag tot verlening van een rentebijdrage als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de wet wordt ingediend door inzending van het in bijlage VI van deze regeling bedoelde model-formulier door de invulling waarvan gegevens worden verstrekt inzake:

    • a. de opeisbaar geworden of vervroegd afgeloste leningen en de wijze waarop in de herfinanciering daarvan is voorzien,

    • b. de leningen aangegaan ter vervanging van de in onderdeel a bedoelde leningen,

    • c. het rentepercentage van de in onderdeel b bedoelde leningen, en

    • d. de verschuldigde kosten voor de borgstelling terzake van de onder b bedoelde leningen.

  • 2 Het in het eerste lid bedoelde formulier gaat vergezeld van een door een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van boek 2 van het Burgerlijke Wetboek gegeven schriftelijke mededeling omtrent de volledigheid en juistheid van de in het eerste lid bedoelde gegevens. Een zodanige schriftelijke mededeling kan slechts goedkeurend zijn, indien naar het oordeel van de accountant in de verstrekte gegevens de som van de fouten niet meer bedraagt dan één procent van de in elk van de onderdelen a, b, c of d van het eerste lid bedoelde gegevens. Indien ten aanzien van onderdelen van de in het eerste lid bedoelde gegevens een goedkeurende mededeling niet kan worden gegeven, gaat het formulier vergezeld van een rapport van een door zodanige accountant ten aanzien van die onderdelen ingesteld volledig onderzoek.

  • 3 De minister kan nadere richtlijnen geven inzake het in het tweede lid bepaalde.

Artikel 9 [Vervallen per 01-07-2015]

De in artikel 6, eerste lid, van de wet bedoelde rentebijdrage wordt verstrekt aan toegelaten instellingen of gemeenten die op 1 januari 1995 leningen als bedoeld in dat artikellid verschuldigd waren of zodanige leningen, verstrekt voor woningen welke zij op 1 januari 1995 in eigendom hadden of die waren onderworpen aan een recht van erfpacht dat hen toebehoorde, tussen 1 november 1993 en 1 januari 1995 hebben afgelost.

Artikel 10 [Vervallen per 01-07-2015]

  • 2 Indien leningen als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de wet zijn vervangen door meerdere ter vervanging van die leningen aangegane leningen of gedeeltelijk geen vervangende lening is aangegaan, stelt de Minister een gewogen rentepercentage vast. Het gewogen rentepercentage wordt vastgesteld overeenkomstig het in het eerste lid bepaalde in evenredigheid tot de verschillende vervangende leningen en het gedeelte waar geen vervangende lening voor is aangegaan op of vóór het tijdstip gelegen zes maanden na de inwerkingtreding van de in artikel 3, eerste lid, van de wet bedoelde beschikking en uitgaande van de voor die vervangende leningen geldende rentepercentages en voor het deel waar geen vervangende lening voor is aangegaan van het rentepercentage bedoeld in artikel 6, derde lid, van de wet.

Artikel 11 [Vervallen per 01-07-2015]

  • 1 Indien het rentepercentage van een lening aangegaan ter vervanging van leningen als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de wet, hoger is dan het in artikel 6, derde lid, van de wet bedoelde percentage, toetst de Minister of dat percentage, gelet op de leningsvoorwaarden en de looptijd van de lening, overeenkomt met de geldende marktomstandigheden.

  • 2 Indien het percentage afwijkt van de geldende marktomstandigheden geldt voor de vaststelling van de rentebijdrage het in artikel 6, derde lid, van de wet bedoelde rentepercentage.

Artikel 12 [Vervallen per 01-07-2015]

Indien het percentage van de rente van een lening als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de wet na 1 januari 1995, doch voor het tijdstip van inwerkingtreding van een beschikking als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de wet ingevolge de voor die lening geldende leningsovereenkomst nader wordt vastgesteld, geldt voor de toepassing van artikel 6 van de wet dat nader vastgestelde percentage.

Artikel 13 [Vervallen per 01-07-2015]

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 14 [Vervallen per 01-07-2015]

Deze regeling wordt aangehaald als: Uitvoeringsregeling balansverkorting geldelijke steun volkshuisvesting.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 22 juni 1995

De

Staatssecretaris

van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

D.K.J. Tommel

Bijlage IV. Bijlage bedoeld in artikel 5 [Vervallen per 01-07-2015]

Exploitatiegedeelten van woningen (woningcomplexen) met een jaarlijkse huurstijging van 3 procent.

  • -

    woningen (woningcomplexen), die oorspronkelijk gesubsidieerd zijn op basis van de nieuwbouwregelingen van 1948 t/m 1974 (gunningsjaren) en de na-oorlogse verbeteringsregelingen op basis van MG 74 - 40 en MG 81 - 13, en die voor 1 juli 1995 exploitatie-overschotten kennen die in mindering gebracht worden op een verbeteringssubsidie voor na-oorlogse woningen vanaf 1 juli 1995, voor het huurgedeelte dat betrekking heeft op het uit de bijdrage zijnde exploitatiegedeelte,

  • -

    woningen (woningcomplexen), die oorspronkelijk gesubsidieerd zijn op basis van de nieuwbouwregelingen van 1948 t/m 1974 (gunningsjaren) en de na-oorlogse verbeteringsregelingen op basis van MG 74-40 en 81-13 en die na 1 juli 1995 op enig moment exploitatie-overschotten gaan kennen die in mindering gebracht worden op een verbeteringssubsidie voor na-oorlogse woningen, voor het huurgedeelte dat betrekking heeft op het uit de bijdrage zijnde exploitatiegedeelte vanaf de eerstvolgende datum van 1 juli na het moment waarop bedoeld gedeelte bijdragevrij wordt.

Bijlage V [Vervallen per 01-07-2015]

Bijlage bedoeld in artikel 6

MODEL

A. OPGAVE AANTAL WONINGEN PER SUBSIDIETOEKENNING PER 1-1-1995 [Vervallen per 01-07-2015]

(Uitvoeringsregeling balansverkorting geldelijke steun volkshuisvesting artikel 6, eerste lid, onderdeel a)

Cliënt:

Adres:

Vestigingsplaats:

Gemeente waar het woningbezit is gelegen:

Subsidietoekenning

BVH

Cliënt

Aantallen

Woningen

Eenheden

Bedden

Regeling

Ondertekening:

Plaats

datum

Het bestuur van de instelling

Invulinstructie bij opgave aantal woningen per 1 januari 1995 [Vervallen per 01-07-2015]

1. De standaardopgave [Vervallen per 01-07-2015]

De afdeling DGVH/RAC/BVH zal een conform het bijgaand overzicht opgebouwd opgave-formulier toezenden naar de sociale verhuurder

Onder een sociale verhuurder per 1-1-1995 wordt verstaan: .

  • een ingevolge artikel 70 van de Woningwet toegelaten instelling per 1-1-1995,

    een gemeente per 1-1-1995, inclusief het gemeentelijk woningbedrijf,

    een instelling die na 1 januari 1995 maar voor 1 januari 1997 is toegelaten ingevolge van artikel 70 van de woningwet

, per gemeente waarin de woningen gelegen zijn, waarop de sociale verhuurder naar de situatie per 1-1-1995 per vermelde subsidie-toekenning dient aan te geven onder de kolom ’cliënt’ het aantal woningen, eenheden of bedden die aan de volgende voorwaarden voldoen:

  • -

    die op 1 januari 1995 in eigendom waren of aan een recht van erfpacht waren onderworpen dat toebehoort aan die sociale verhuurder per 1 januari 1995,

  • -

    die op 1 januari 1995 voor de verhuur als woning beschikbaar

    Onder voor de verhuur beschikbaar wordt verstaan:

    • het per 1 januari 1995 verhuurd zijn van de woning, eenheid of bed,

      het per 1 januari 1995 voor de verhuur beschikbaar gemeld zijn van de woning, eenheid of bed,

      het per 1 januari 1995 tijdelijk niet voor de verhuur beschikbaar zijn van de woning, eenheid of bed in verband met groot onderhoud of verbetering van de woning, eenheid of bed.

    zijn geweest. Deze voorwaarde geldt niet voor toekenningen geldelijke steun op basis van de Regeling geldelijke steun Voorzieningen aan huurwoningen 1987, jaarlijkse bijdrage ingrijpende woningverbetering, en

  • -

    waarvoor de betrokken subsidie-toekenning verstrekt is, zoals bepaald bij de gereedmelding cq. definitieve afwikkeling van de nieuwbouw, het groot onderhoud of de verbetering.

Onder de kolom ’BVH’ zijn ter voorinformatie het aantal woningen, eenheden en bedden vermeld, zoals dat op 1 januari 1995 bij de afdeling DGVH/RAC/BVH bekend was.

Eventuele ontbrekende subsidie-toekenningen per 1-1-1995 dienen door de sociale verhuurder toegevoegd te worden.

De sociale verhuurder (het bestuur van de toegelaten instelling of het college van B&W) dient de opgave te ondertekenen.

De opgave dient voorzien te worden van een medeling van een accountant t.a.v. de juistheid van de opgave.

2. De opgave in geval van economisch eigendom [Vervallen per 01-07-2015]

In geval de sociale verhuurder niet zowel het juridisch eigendom (inclusief het toebehoren van erfpacht) als het economisch eigendom over de woningen heeft, zal voor de subsidie-toekenningen, die betrekking hebben op deze woningen, naar de juridisch eigenaar een overzicht conform de in paragraaf 1 gemelde standaardopgave toegezonden worden.

Deze opgave dient analoog aan het gestelde in paragraaf 1 door de juridisch en economisch eigenaar gezamelijk ingevuld en ondertekend te worden.

3. De opgave in geval van overdracht tussen 1-1-1995 en 1-1-1997 door een rechtspersoon van alle woningen die deel uitmaken van een bejaardenoord aan een toegelaten instelling. [Vervallen per 01-07-2015]

In het geval dat een per 1-1-1995 toegelaten instelling na 1-1-1995 en voor 1-1-1997 het totale aantal woningen, die deel uitmaken van een bejaardenoord als bedoeld in artikel 1, onderdeel c van de Wet op de bejaardenoorden, verkrijgt van een rechtspersoon zonder winstoogmerk, zal door het DGVH/RAC/BVH voor de subsidietoekenningen, per gemeente waarin de woningen gelegen zijn, het in de paragraaf 1 gemelde opgaveformulier toezenden naar de toegelaten instelling.

De toegelaten instelling dient dit opgaveformulier analoog aan het gestelde in paragraaf 1 in te vullen voor de woningen, die deel uitmaken van het of de bejaardenoord(en) naar de situatie per 1-1-1995.

Daarnaast dient verklaard te worden dat:

  • -

    de woningen zijn overgenomen van een niet-winstbeogende instelling, en

  • -

    dat het woningen van een bejaardenoord betreft als bedoeld in artikel 1, onderdeel c, van de Wet op de bejaardenoorden

  • -

    dat alle woningen, behorende tot het bejaardenoord, zijn overgenomen.

B. OPGAVE AANTAL WONINGEN PER 1-1-1993 TEN BEHOEVE VAN DE AANVULLENDE BIJDRAGE BEDOELD IN ARTIKEL 7 VAN DE WET [Vervallen per 01-07-2015]

(Uitvoeringsregeling balansverkorting geldelijke steun volkshuisvesting artikel 6, eerste lid, onderdelen b en c)

Cliënt:

Adres:

Vestigingsplaats:

Gemeente waar het woningbezit is gelegen:

Wenst in aanmerking te komen voor een aanvullende bijdrage DKP-bezit: ja/nee

Doorhalen wat niet van toepassing is.

Subsidietoekenning

Eigenaar c.s. per 1-1-1993

(Naam + vestigingsplaats per 1-1-1993)

Regeling BGSH‘75/NKS

Eigenaar 1 per 1-1-1993

Naam:

Adres:

Vestigingsplaats:

Aantal DKP-woningen per 1-1-1993:

Totaal woningbezit per 1-1-1993:

Eigenaar 2 per 1-1-1993

Naam:

Adres:

Vestigingsplaats:

Aantal DKP-woningen per 1-1-1993:

Totaal woningbezit per 1-1-1993:

Eigenaar 3 per 1-1-1993

Naam:

Adres:

Vestigingsplaats:

Aantal DKP-woningen per 1-1-1993:

Totaal woningbezit per 1-1-1993:

Ondertekening:

Plaats

datum

Het bestuur van de instelling

Invulinstructie opgave aantal woningen per 1 januari 1993 ten behoeve van de aanvullende bijdrage bedoeld in artikel 7 van de wet [Vervallen per 01-07-2015]

1. De standaardopgave [Vervallen per 01-07-2015]

De afdeling DGVH/RAC/BVH zal een conform het bijgaand overzicht opgebouwd opgave-formulier toezenden naar de sociale verhuurder

Onder een sociale verhuurder per 1-1-1995 wordt verstaan: .

  • een ingevolge artikel 70 van de Woningwet toegelaten instelling per 1-1-1995,

    een gemeente per 1-1-1995, inclusief het gemeentelijk woningbedrijf,

    een instelling die na 1 januari 1995 maar voor 1 januari 1997 is toegelaten ingevolge van artikel 70 van de woningwet

, per gemeente waarin de woningen gelegen zijn, die op 1 januari 1995 (of 1 januari 1997 ingeval het woningen betreft bedoeld in artikel 2, tweede lid, van de wet) eigenaar is van woningen (of daarop recht van erfpacht heeft) waarop geldelijke steun is toegezegd op basis van de beschikking geldelijke steun huurwoningen 1975, de regeling geldelijke steun huurwoningen in proefgemeenten normkostensysteem 1986 of de regeling geldelijke steun huurwoningen normkostensysteem 1988 (de DKP-toekenningen).

Op het opgave-formulier staan alle DKP-toekenningen vermeld, die de sociale verhuurder volgens de DGVH/RAC/BVH administratie op 1-1-1995 in eigendom of in erfpacht had.

De sociale verhuurder dient bovenaan het opgave-formulier aan te geven of hij in aanmerking wenst te komen voor een aanvullende bijdrage DKP-bezit of niet.

Indien hij niet in aanmerking wenst te komen voor de aanvullende bijdrage DKP-bezit dient hij dit aan te kruisen, en het formulier ondertekend te retourneren naar de afdeling DGVH/RAC/BVH.

Een sociale verhuurder, die wel in aanmerking wenst te komen voor een aanvullende bijdrage DKP-bezit, zal per op het opgave-formulier vermelde DKP-toekenning dienen aan te geven

  • -

    de eigenaar of degene die het recht op erfpacht had per 1-1-1993 op de woningen m.b.t. de DKP-toekenning (danwel indien de woning op 1-1-1993 nog niet gereed was, degene die het recht op de geldelijke steun verkregen had)

De gemeente en het gemeentelijk woningbedrijf dienen daarbij gezamelijk als één eigenaar aangemerkt te worden.

Voor elke op het opgave-formulier vermelde eigenaar c.s. per 1-1-1993 dient vervolgens voor die eigenaar opgegeven te worden naar de situatie per 1-1-1993:

  • -

    het totaal aantal woningen dat gesubsidieerd is op basis van DKP-toekenningen

  • -

    het totale woningbezit

Daarbij dienen de telregels gehanteerd te worden conform de bijlage bij de Wet balansverkorting geldelijke steun volkshuisvesting.

Eventueel ontbrekende DKP-toekenningen per 1-1-1995 dienen door de sociale verhuurder toegevoegd te worden.

De sociale verhuurder (het bestuur van de instelling of het college van B&W) dient de opgave te ondertekenen.

De opgave dient voorzien te worden van een medeling van een accountant t.a.v. de juistheid van de opgave.

2. De opgave in geval van toepassing van artikel 7, lid 3 [Vervallen per 01-07-2015]

In geval een toegelaten instelling woningen voor eigen rekening en risico exploiteert, maar deze niet in eigendom of erpacht heeft verkregen i.v.m. verontreiniging van de bodem, kunnen deze woningen tot zijn eigendom per 1-1-1993 gerekend worden bij de bepaling van het aantal woningen gesubsidieerd op basis van de DKP-toekenningen en het totale woningbezit, indien voldaan wordt aan de eisen gesteld in artikel 7, eerste en derde lid.

Daarbij dient per DKP-subsidietoekenning aangegeven te worden ten aanzien van welk aantal woningen er per 1-1-1993 sprake was van eigendom danwel van exploitatie voor risico en rekening als ware zij eigenaar.

Ook ten aanzien van het totale woningbezit per 1-1-1993 dient opgegeven te worden welk deel in eigendom was, en welk deel geëxploiteerd werd voor risico en rekening als ware zij eigenaar.

3. De opgave in geval van overdracht tussen 1-1-1995 en 1-1-1997 door een rechtspersoon van alle woningen die deel uitmaken van een bejaardenoord aan een toegelaten instelling [Vervallen per 01-07-2015]

In het geval dat een per 1-1-1995 toegelaten instelling na 1-1-1995 en voor 1-1-1997 het totaal aantal woningen, die deel uitmaken van een bejaardenoord als bedoeld in artikel 1, onderdeel c van de Wet op de bejaardenoorden, verkrijgt van een rechtspersoon zonder winstoogmerk, zal door het DGVH/RAC/BVH voor de DKP-toekenningen van de rechtspersoon per 1-1-1995, per gemeente waarin de woningen gelegen zijn, het in de paragraaf 1 gemelde opgaveformulier toezenden naar de toegelaten instelling.

De toegelaten instelling dient dit opgaveformulier analoog aan het gestelde in paragraaf 1 in te vullen voor de rechtspersoon die de woningen per 1-1-1993 in bezit had. Deze DKP-woningen dienen daarbij per 1-1-1997 in eigendom te zijn van de toegelaten instelling.

Alleen t.a.v. de woningen, die deel uitmaken van het bejaardenoord, zal een aanvullende bijdrage DKP-bezit verstrekt worden.

Bijlage VI [Vervallen per 01-07-2015]

Formulier bedoeld in artikel 8

MODEL

AANVRAAG RENTEBIJDRAGE BEDOELD IN ARTIKEL 6 VAN DE WET [Vervallen per 01-07-2015]

Cliënt:

Cliëntnummer:

Adres:

Vestigingsplaats:

Hierbij verzoekt ondergetekende om een rentebijdrage herfinancieringverliezen in het kader van artikel 6 van de Wet balansverkorting geldelijke steun volkshuisvesting voor de rijksleningen, vermeld op het door U toegezonden ’overzicht van rijksleningen’ aangevuld met de hieronder vermelde correcties:

  • a. Ontbrekende rijksleningen

    Nummer rijkslening

    Leningsonderdeel (LO)

    Reden van toevoeging

  • b. Onterecht voorkomende rijksleningen

    Nummer rijkslening

    Lenings onderdeel (LO)

    Reden van onterecht voorkomen op het overzicht

Ondertekening

Plaats

datum

Het bestuur van de instelling

OVERZICHT VAN RIJKSLENINGEN [Vervallen per 01-07-2015]

Client naam:

Clientnummer:

Archiefnummer

LO-nummer

Herfinancieringsverlies fictief op basis artikel 6, lid 3 Wet balansverkorting

Totaal

Bedrag Herfinancieringsverlies

OPGAVE HERFINANCIERING PER RIJKSLENING [Vervallen per 01-07-2015]

Archiefnummer :

Startdatum :

LO-nummer :

Perc.

BVH:

Exploitatiejaar

Schuldrestant

Renteverschil

CW-Renteverschil

Totaal bedrag Herfinancieringsverlies

Ondertekening:

Plaats

datum

Het bestuur van de instelling

Einddatum :

NKS% + opslag :

Herfinancieringen

Soort*

  • NK = niet kapitaalmarkt- of gemeentelening,

    KW = kapitaalmarkt- of gemeentelening geborgd bij WSW,

    KG = kapitaalmarktlening geborgd bij gemeente, KZ = kapitaalmarktlening of gemeentelening zonder borging

Herfinanciering Bedrag

Herfinanciering HF %

Bedrag Disagio

Betaaldatum

NK-lening

Norm %

Totaal

Toelichting bij bijlage VI [Vervallen per 01-07-2015]

Algemeen [Vervallen per 01-07-2015]

De afdeling DGVH/RAC/BVH zal conform de bijgaand overzichten opgebouwde aanvraag- en opgaveformulieren toezenden naar de sociale verhuurder 1

Onder een sociale verhuurder wordt verstaan:

  • een ingevolge artikel 70 van de Woningwet toegelaten instelling per 1-1-1995,

    een gemeente per 1-1-1995, inclusief het gemeentelijk woningbedrijf

De sociale verhuurder krijgt toegezonden:

  • -

    een ’aanvraagformulier rentebijdrage herfinancieringsverliezen’

  • -

    een ’overzicht van rijksleningen’. Op dit overzicht staan die rijksleningen vermeld welke voor 1 november 1993 nog niet vervroegd afgelost waren of voor 1 november 1993 nog niet bij het DGVH/RAC/BVH voor vervroegde aflossing waren aangemeld. Dit overzicht dient door de sociale verhuurder op volledigheid te worden gecontroleerd.

    Op dit overzicht is ter informatie reeds per rijkslening afgedrukt het mogelijke herfinancieringsverlies of -winst en het totaal van de verliezen en -winsten indien niet geherfinancierd zou zijn op de kapitaalmarkt of bij de gemeente (toepassing van artikel 6, lid 3 m.b.t. het door onze minster vastgestelde rendement).

    Deze informatie kan door de sociale verhuurder gebruikt worden om te bepalen of het zinvol is om een aanvraag voor een rentebijdrage bij het DGVH/RAC/BVH in te dienen. Expliciet wordt opgemerkt dat aan deze informatie en het mogelijke gebruik daarvan door de sociale verhuurder geen rechten ontleend kunnen worden richting het Rijk.

  • -

    een ’opgaveformulier herfinanciering per rijkslening’.

    Op dit formulier dient per rijkslening de herfinancieringssituatie per peildatum

    Onder peildatum wordt verstaan: 6 maanden na de inwerkingstredingsdatum van de beschikking tot vaststelling van de som van contante waarden, bedoeld in artikel 2 en artikel 3, lid 1, van de Wet balansverkorting geldelijke steun volkshuisvesting.

    te worden opgegeven

    Tevens is ter informatie voor de betrokken rijkslening aangegeven hoe het in het ’overzicht van rijksleningen’ vermelde herfinancieringsverlies of -winst tot stand is gekomen.

Invulinstructie [Vervallen per 01-07-2015]

a. ’Aanvraagformulier rentebijdrage herfinancieringsverliezen’

De sociale verhuurder dient middels dit formulier uiterlijk op de peildatum de aanvraag voor de rentebijdrage ingediend te hebben bij de afdeling DGVH/RAC/BVH.

Op dit aanvraagformulier dient tevens aangegeven te worden:

  • -

    de eventueel ontbrekende rijksleningen op het ’overzicht van rijksleningen’

  • -

    de eventueel onterecht voorkomende rijksleningen op het ’overzicht van rijksleningen’.

De sociale verhuurder dient het aanvraagformulier te ondertekenen.

b. ’Opgaveformulier herfinanciering per rijkslening’

De sociale verhuurder dient binnen 6 weken na de peildatum de opgaveformulieren herfinanciering per rijkslening bij de afdeling DGVH/RAC/BVH in gediend te hebben.

Indien de betrokken opgaveformulieren niet binnen de genoemde termijn bij de afdeling DGVH/RAC/BVH ingediend zijn, treedt het artikel 6, lid 7 in werking t.a.v. het niet door het Rijk verschuldigd zijn van rente.

Op het opgaveformulier per rijkslening dient ingevuld te worden:

  • 1. Gegevens m.b.t. de herfinanciering

    Per rijkslening dient, voor het totaal van het schuldrestant per datum van vervroegde aflossing of opeising, opgegeven te worden de wijze waarop de rijkslening geherfinancierd is op de peildatum.

    Opgegeven dient te worden:

    • -

      de soort herfinanciering zijnde:

      code KW =

      kapitaalmarktlening of gemeentelening geborgd bij het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW)

      Voorwaarde bij deze code is dat de lening een looptijd heeft van tenminste 2 jaar en aantoonbaar is aangetrokken ter herfinanciering van (een deel van) de betrokken rijkslening conform de hierna onder 5 weergegeven vereisten.

      code KG =

      kapitaalmarktlening geborgd bij de gemeente

      Voorwaarde bij deze code is dat de lening een looptijd heeft van tenminste 2 jaar en aantoonbaar is aangetrokken ter herfinanciering van (een deel van) de betrokken rijkslening conform de hierna onder 5 weergegeven vereisten.

      code KZ =

      kapitaalmarktlening- of gemeentelening zonder borging

      Voorwaarde bij deze code is dat de lening een looptijd heeft van tenminste 2 jaar en aantoonbaar is aangetrokken ter herfinanciering van (een deel van) de betrokken rijkslening conform de hierna onder 5 weergegeven vereisten.

      code NK =

      interne herfinanciering, leningen met looptijd korten dan 2 jaar en kapitaalmarkt- of gemeenteleningen die niet aantoonbaar zijn aangetrokken ter herfinanciering van de rijkslening.

    • -

      het bedrag herfinanciering per vervangende lening per code herfinanciering.

      Het totaal van de opgegeven bedragen dient overeen te komen met het schuldrestant van de rijkslening op het moment van vervroegde aflossing of opeising.

    • -

      percentage herfinanciering (HF %) per opgegeven leningsbedrag (niet van toepassing bij code herfinanciering = NK)

  • 2. Gegevens m.b.t. gemaakte disagiokosten

    Indien er sprake is van aantoonbaar (zie hierna onder 5) op de kapitaalmarkt of bij de gemeente aangetrokken vervangende leningen, kunnen tevens de eventueel gemaakte borgstellings- cq. disagiokosten bij het WSW of de gemeente opgegeven worden. Deze kosten worden eveneens betrokken bij de bepaling van de rentebijdrage.

    Opgegeven dient te worden:

    • -

      per opgegeven leningsbedrag het bedrag van de gemaakte borgstellings- cq. disagiokosten

    • -

      de datum waarop de betrokken borgstellings- cq. disagiokosten betaald zijn aan de borgings-instelling.

  • 3. Ondertekening

    De opgave dient ondertekend te worden door het bevoegd geza van de sociale verhuurder (het bestuur van de instelling of het college van B&W).

  • 4. Accountantsverklaring

    De opgave dient vergezeld te zijn van een mededeling van een accountant dat de gegevens met betrekking tot de wijze van herfinanciering en de opgegeven kapitaalmarkt- en gemeenteleningen en de borgstellingskosten cq. disagiokosten voor de herfinanciering van de rijkslening volledig en juist zijn.

  • 5. Vereisten aan het aantoonbaar aangetrokken zijn van kapitaalmarktleningen of gemeenteleningen ter herfinanciering van de rijkslening

    T.a.v. de over te leggen informatie om aan te kunnen tonen dat de aangetrokken kapitaalmarktlening of gemeentelening diende ter herfinanciering van de rijkslening, wordt zoveel mogelijk aangesloten op de gebruikelijke procedures van het WSW, van financiers en van gemeenten.

Projectnummers of objectomschrijvingen aanwezig in het contract

Borgstellingen via het WSW en raadsbesluiten over leningen of garanties zijn altijd voorzien van projectnummers of objectomschrijvingen. Het Rijk accepteert de gegevens van de vervangende financiering(en) en de borgstellings- cq. disagiokosten onder de voorwaarde dat:

  • -

    in de aanvraag of het contract opgenomen is dat het om financiering of borgstelling van te herfinancieren rijksleningen gaat. In de aanvraag of het contract moeten daarbij projectnummers of objectomschrijvingen opgenomen zijn, waarbij de relatie naar het rijksleningsnummer aangetoond moet kunnen worden (zelfde complexnummer of zelfde woningadressen).

  • -

    aangetoond wordt dat de opgegeven herfinancieringen per rijksleningsnummer, eventueel in relatie tot andere in dezelfde lening betrokken projectfinancieringen, vallen binnen het totaalbedrag van de aangetrokken nieuwe lening(en)

  • -

    de looptijd van de herfinanciering géén langere periode beslaat dan de restant-looptijd van de langst lopende geherfinancierde rijkslening.

Incidenteel ontbreken van projectnummers of objectomschrijvingen

Als er projectnummers of objectomschrijvingen ontbreken in het lenings- en/of borgstellingscontract, de aanvraag of een raadsbesluit, kan de opgave ook door het Rijk geaccepteerd worden onder de voorwaarden dat:

  • -

    het herfinancieringen betreft m.b.t. rijksleningen die vervroegd zijn afgelost vóór 1 april 1995.

  • -

    de herfinanciering heeft plaatsgevonden binnen drie maanden voor of na de datum van vervroegde aflossing

  • -

    uit formele briefwisselingen met de gemeente of het rijk, gedateerd voor de datum van vervroegde aflossing en betrekking hebbend op de vervroegde aflossing, blijkt dat er een vervangende lening geregeld was voor de herfinanciering van de opgegeven rijksleningsnummers

  • -

    aangetoond wordt dat de opgegeven herfinancieringen per rijksleningsnummer, eventueel in relatie tot andere in dezelfde lening betrokken projectfinancieringen, vallen binnen het totaalbedrag van de aangetrokken nieuwe lening(en)

  • -

    de looptijd van de herfinanciering géén langere periode beslaat dan de restant-looptijd van de langst lopende geherfinancierde rijkslening.