Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Subsidiëring communautair initiatief Adapt[Regeling vervallen per 25-09-2008.]

Geldend van 08-09-1995 t/m 24-09-2008

Subsidiëring communautair initiatief Adapt

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

Overwegende dat bij beschikking van de Commissie van de Europese Unie d.d. 18 mei 1995 (95/112) aan Nederland gelden uit het Europees Sociaal Fonds zijn toegewezen ter realisatie van het initiatief ’Adapt’,

Besluit:

Artikel 1. Definities [Vervallen per 25-09-2008]

In deze regeling wordt verstaan onder ’transnationaal project’: een project ten aanzien waarvan de Nederlandse projectaanvrager een samenwerkingsverband is aangegaan met een of meer instanties in tenminste twee andere EU-landen die vergelijkbare activiteiten ontplooien, en die worden gefinancierd in het kader van een communautair programma met een transnationale component.

Artikel 2. Subsidiale projecten en bijbehorende budgetten [Vervallen per 25-09-2008]

  • 1 Een natuurlijk of rechtspersoon die een transnationaal project uitvoert dat past binnen het communautair initiatief Adapt (Pb(EG)94/C180/09) kan overeenkomstig de navolgende artikelen in aanmerking komen voor subsidie, afkomstig uit het Europees Sociaal Fonds.

  • 2 Voor subsidie komen in aanmerking:

    • a. scholingsprojecten ten behoeve van ondernemers en middel- en hoger management in het Midden- en Kleinbedrijf;

    • b. projecten, gericht op begeleiding van startende ondernemers in het Midden- en Kleinbedrijf;

    • c. projecten, gericht op het creëren van nieuwe banen voor werknemers van wie de huidige functies vervallen, dan wel recent zijn komen te vervallen;

    • d. projecten, gericht op verbetering van de samenwerking tussen onderzoeksinstellingen, kenniscentra en ondernemingen in het Midden- en Kleinbedrijf;

    • e. projecten, gericht op bevordering van de interregionale en transnationale samenwerking van ondernemingen in het Midden- en Kleinbedrijf op het gebied van scholing, onderzoek en marketing;

    • f. projecten, gericht op het toepasbaar maken van beschikbaar onderzoeksmateriaal voor projecten, bedoeld onder 2.2.a tot en met 2.2.e;

    • g. projecten die tot doel hebben verworven inzichten en goede voorbeelden, die zijn voortgekomen uit het communautair initiatief Adapt te verspreiden;

    • h. Activiteiten:

      • 1e verricht door degene aan wie subsidie is toegekende krachtens de Subsidieregeling ESF doelstelling 4 ’Scholing voor behoud van werk’ (Stcrt 1995, 83), teneinde het in dat kader gesubsidieerde project deel te doen uitmaken van een transnationaal samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 1, dan wel

      • 2e verricht teneinde deel uit te kunnen maken van een transnationaal project dat in een ander EU-land wordt gesubsidieerd in het kader van het communautair initiatief Adapt.

  • 3 Ten behoeve van projecten, uit te voeren in de periode t/m augustus 1997, zijn de volgende middelen ter beschikking gesteld:

    • a. Voor projecten als bedoeld in het tweede lid onder a:f 10.800.000;

    • b. Voor projecten als bedoeld in het tweede lid onder b: f 9.000.000;

    • c. Voor projecten als bedoeld in het tweede lid onder c: f 13.500.000;

    • d. Voor projecten als bedoeld in het tweede lid onder d: f 6.100.000;

    • e. Voor projecten als bedoeld in het tweede lid onder e: f 9.300.000;

    • f. Voor projecten als bedoeld in het tweede lid onder f: f 1.800.000;

    • g. Voor projecten als bedoeld in het tweede lid onder g: f 4.200.000;

    • h. Voor activiteiten als bedoeld in het tweede lid onder h: f 3.000.0000

  • 4 Van het totaal der budgetten, als vermeld in het voorgaande lid, wordt een bedrag van f 5.000.000 gereserveerd voor projecten, uitgevoerd in de provincie Flevoland. Aanvragen m.b.t. deze projecten moeten zijn voorzien van een advies van het Regionaal Bestuur voor de Arbeidsvoorziening Flevoland.

  • 5 In het jaar 1997 zullen verdere bedragen ter beschikking worden gesteld ten behoeve van projecten, uit te voeren in de periode september 1997 t/m 1999.

Artikel 3. Algemene criteria [Vervallen per 25-09-2008]

  • 1 Een project komt slechts voor subsidiëring in aanmerking:

    • a. indien het project wordt uitgevoerd binnen de periode 1 mei 1995 tot en met 31 augustus 1997;

    • b. indien het project voldoet aan de eisen, als vermeld in de bij dit besluit behorende bijlage I;

    • c. indien tenminste een derde deel van de kosten van het project ten laste komt van een overheidsinstelling of van een fonds dat bij collectieve arbeidsovereenkomst in het leven is geroepen, en die overheidsinstelling of dat fonds zich garant heeft gesteld voor de goede uitvoering van het project door het opmaken van een verklaring als bedoeld in de bij dit besluit behorende bijlage II.

  • 2 Aan projecten mogen uitsluitend die vreemdelingen deelnemen die beschikken over een krachtens de Vreemdelingenwet afgegeven vergunning, welke ingevolge artikel 4 van de Wet arbeid vreemdelingen is voorzien van een aantekening waaruit blijkt dat aan die vergunning geen beperkingen zijn verbonden voor het verrichten van arbeid. Met een dergelijke aantekening wordt gelijkgesteld een verklaring verleend krachtens artikel 2 of 3 van de Wet arbeid buitenlandse werknemers.

  • 3 uitgezonderd van subsidie zijn projecten in het leerlingwezen of het regulier (initiëel) beroepsonderwijs en projecten ten behoeve van personen werkzaam bij Rijk, provincies of gemeenten, dan wel personen die werkzaam zijn in een dienstbetrekking welke wordt bekostigd in het kader van de Rijksbijdrageregeling banenpools of de Jeugdwerkgarantiewet.

Artikel 4. De aanvraag [Vervallen per 25-09-2008]

  • 1 De subsidie-aanvraag wordt voor 15 september 1995 schriftelijk ingediend bij het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Bureau Uitvoering Europese Subsidie-instrumenten.

  • 2 De subsidie-aanvraag dient te geschieden door middel van een ondertekend en volledig ingevuld aanvraagformulier, overeenkomstig het als bijlage III bij dit besluit gevoegde model, inclusief de daarin genoemde bijlagen.

  • 3 De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid beslist op of voor 31 december 1995 of een subsidie-aanvraag al dan niet wordt gehonoreerd.

  • 4 De behandeling van aanvragen vindt plaats in volgorde van ontvangst, met dien verstande dat aanvragen, ingediend binnen vier weken na bekendmaking en vaststelling van deze subsidieregeling geacht worden op hetzelfde tijdstip te zijn ontvangen.

Artikel 5. Afwijzing [Vervallen per 25-09-2008]

  • 1 De subsidie wordt geweigerd:

    • a. indien niet wordt voldaan aan de in artikelen 2 t/m 4 genoemde voorwaarden;

    • b. indien de kosten van het project niet in een redelijke verhouding staan tot de beoogde effecten;

    • c. indien onvoldoende zekerheid bestaat over de financiering van de totale noodzakelijkerwijs ten behoeve van de uitvoering van het project te maken kosten;

    • d. indien, gelet op het totaal der toekenningen die hebben plaatsgevonden, het ter beschikking staande budget, als vermeld in artikel 2 zal worden uitgeput.

  • 2 De subsidie kan worden geweigerd, indien dit nodig is om een spreiding van de subsidiëring over verschillende typen projecten te bewerkstelligen.

Artikel 6. Subsidiale kosten [Vervallen per 25-09-2008]

  • 1 Voor subsidie komen in aanmerking de noodzakelijk ten behoeve van de voorbereiding, de uitvoering en het beheer van een project te maken kosten.

  • 2 De subsidie bedraagt voor de onder 2, tweede lid onder a en h, bedoelde projecten 331/3%, voor de onder 2, tweede lid onder b t/m e, bedoelde projecten 40%, en voor de onder 2, tweede lid onder f en g bedoelde projecten 45% van de door de projectuitvoerder feitelijk gemaakte en noodzakelijk te achten kosten, voor zover deze kosten in de toekenningsbeschikking te bepalen maxima niet te boven gaan.

  • 3 In afwijking van het tweede lid bedraagt de subsidie voor de onder 2, tweede lid, onder b tot en met g bedoelde projecten uitgevoerd in de provincie Flevoland 65% van de door de projectuit-voerder feitelijk gemaakte en noodzakelijk te achten kosten, voor zover deze kosten in de toe-kenningsbeschikking te bepalen maxima niet te boven gaan.

  • 4 De maxima, bedoeld in het tweede en derde lid, zijn gelijk aan het totaal van de voorbereidings-, uitvoerings- en beheerskosten van het project, zoals door de aanvrager geraamd in zijn subsidie-aanvraag, met dien verstande, dat bepaalde, in de toekenningsbeschikking te vermelden, kostenposten buiten beschouwing kunnen worden gelaten dan wel op een lager bedrag kunnen worden vastgesteld, voor zover de desbetreffende uitgaven redelijkerwijs niet noodzakelijk geacht kunnen worden voor de uitvoering van het project.

  • 5 Geen recht op subsidie bestaat voor kosten die uit anderen hoofde worden gesubsidiëerd, dan wel die toegerekend kunnen worden aan de normale bedrijfsvoering.

Artikel 7. Beschikking [Vervallen per 25-09-2008]

De beslissing en, indien deze geheel of gedeeltelijk afwijzend luidt, de motivering, wordt schriftelijk vastgelegd en aan de aanvrager toegezonden dan wel uitgereikt.

Artikel 8. Bevoorschotting [Vervallen per 25-09-2008]

  • 1 Aan degene aan wie subsidie is toegekend, worden desgevraagd voorschotten verleend, met dien verstande dat:

    • a. het bedrag en het tijdstip van uitbetaling van de voorschotten afhankelijk zullen worden gesteld van de aanvangsdatum en voortgang van het project en de in verband daarmee gedane en te verwachten uitgaven;

    • b. het bedrag der voorschotten nooit meer zal bedragen dan 80% van het maximaal toegekende subsidiebedrag;

    • c. de voorschotten niet eerder worden verleend, dan nadat de desbetreffende gelden door de Europese Commissie aan Nederland zijn overgemaakt.

  • 2 Voorschotbetalingen kunnen als volgt worden gedaan:

    • a. een eerste voorschot van maximaal 50% van het subsidiebedrag voor het eerste subsidiejaar kan direct worden verstrekt bij de subsidietoekenning;

    • b. een tweede voorschot van maximaal 30% van het subsidiebedrag voor het subsidiejaar kan op verzoek worden verstrekt, indien door middel van een of meerdere tussentijdse rapportages is aangetoond dat het eerste voorschot voor tenminste de helft is gebruikt voor de uitvoering van het betrokken project en de prognose niet verlaagd is;

    • c. de voorschotten voor het tweede en eventueel derde subsidiejaar worden op vergelijkbare wijze verstrekt, mits het eerste voorschot voor het voorafgaande subsidiejaar volledig en het tweede voorschot voor het voorafgaande subsidiejaar voor tenminste de helft is gebruikt.

  • 3 Voorschotverzoeken dienen te worden ingediend bij het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Bureau Uitvoering Europese Subsidie-instrumenten.

Artikel 9. Administratievoorschriften [Vervallen per 25-09-2008]

  • 1 Degene aan wie subsidie krachtens deze regeling is toegekend zal een inzichtelijke en controleerbare aparte administratie bijhouden of doen bijhouden met betrekking tot de uitvoering van het project en de in verband daarmee gedane uitgaven. Deze administratie zal bestaan uit een deelne-mersadministratie en een financiële administratie, waarin alle noodzakelijke gegevens tijdig, betrouwbaar en volledig zijn vastgelegd en zijn te verifiren met bewijsstukken.

  • 2 De deelnemersadministratie geeft inzicht in de geplande en gerealiseerde prestaties in termen van deelnemers en uren, dan wel in termen van geleverde produkten en /of diensten.

  • 3 De financiële administratie geeft inzicht in de subsidiabele kosten en de wijze waarop de inkomsten en uitgaven aan het project worden toegerekend.

  • 4 De administratie dient aldus te zijn opgezet dat deze voldoende waarborgen biedt voor correcte en adequate tussentijdse rapportages.

  • 5 De administratie biedt voldoende mogelijkheden voor een goede accountantscontrole op de juiste naleving van de subsiedievoorwaarden.

  • 6 Indien de administratie niet in eigen beheer wordt uitgevoerd, wordt bij de aanvraag opgave gedaan van de instelling die de administratie voert.

  • 7 Degene aan wie subsidie krachtens deze regeling is toegekend zal aan door de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid dan wel de Europese Commissie daartoe aangewezen personen desgevraagd inzage in of informatie uit deze administratie geven of doen geven. Tevens zal de hij voornoemde personen desgevraagd informatie verschaffen over de voortgang van het voor subsidie in aanmerking gebrachte project.

Artikel 10. Einddeclaratie [Vervallen per 25-09-2008]

  • 1 Degene aan wie subsidie krachtens deze regeling is toegekend dient binnen zes maanden na beëindiging van het project een verzoek in om definitieve vaststelling van het subsidiebedrag waarop aanspraak bestaat. Bij dit verzoek wordt een declaratie gevoegd van de gemaakte kosten, als bedoeld in artikel 6, eerste lid.

  • 2 De einddeclaratie is voorzien van een verklaring van een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, overeenkomstig het als bijlage IV bij dit besluit gevoegde model.

  • 3 De hoogte van het definitieve vastgestelde subsidiebedrag wordt schriftelijk medegedeeld aan de projectuitvoerder.

Artikel 11. Intrekking subsidietoekenning [Vervallen per 25-09-2008]

  • 1 De subsidietoekenning kan worden ingetrokken, en de op basis daarvan uitbetaalde bedragen kunnen worden teruggevorderd:

    • a. indien de aanvrager bij zijn aanvraag onjuiste of onvolledige informatie heeft verstrekt, en de subsidie bij juiste of volledige informatie niet, dan wel tot een lager bedrag zou zijn toegekend;

    • b. in geval het project wordt uitgevoerd in afwijking van de bij de aanvraag gevoegde projectbeschrijving, voor zover de subsidietoekenning daarop was gebaseerd;

    • c. indien de doelstellingen van het project ten gevolge van nalatigheid van de projectuitvoerder niet of slechts ten dele worden gerealiseerd.

    • d. indien de projectuitvoerder een der voorschriften, vervat in de artikelen 8, 9 of 11 niet naleeft.

  • 2 Intrekking en terugvordering krachtens het eerste lid, onder b, vindt niet plaats, indien de afwijking vooraf aan de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid is voorgelegd, en deze daarmee schriftelijk heeft ingestemd.

Artikel 12. Evaluatie [Vervallen per 25-09-2008]

Degene aan wie subsidie krachtens deze regeling is toegekend zal alle medewerking verlenen aan de opstelling van evaluatierapporten m.b.t. deze subsidieregeling, en zal, indien het gesubsidieerde project niet in eigen beheer wordt uitgevoerd, zorgdragen dat de feitelijke uitvoerder van het project deze medewerking verleent.

Artikel 13 [Vervallen per 25-09-2008]

  • 1 Dit besluit wordt in de Nederlandse Staatscourant bekend gemaakt.

  • 2 Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na die van haar bekendmaking in de Staatscourant.

  • 3 Deze regeling kan worden aangehaald als Regeling Communautair Initiatief Adapt.

’s-Gravenhage, 14 juni 1995

de

Minister

voornoemd,

A.P.W. Melkert

Bijlage I [Vervallen per 25-09-2008]

Selectiecriteria

De algemene criteria die gelden voor Adapt:

  • Transnationaliteit

    Er moet sprake zijn van samenwerking tussen subsidie-ontvanger en instanties in tenminste twee andere lidstaten van de Europese Unie die vergelijkbare activiteiten ontplooien. Deze transnationale partners moeten ook onder het Adapt-initiatief of onder een ander communautair programma met een transnationale component worden gefinancierd. Projecten waarbij tenminste één partner uit een doelstelling-één gebied afkomstig is (zie bijlage 1a), genieten de voorkeur.

    De voorgenomen transnationale samenwerking dient te worden vastgelegd in een schriftelijke overeenkomst (transnationaliteitsdocument) tussen de betrokken partijen, waarin ondermeer de concrete doelen en de verdeling van taken en middelen zijn opgenomen. Dit document wordt verstrekt bij het aanvraagformulier. Het eerste voorschot op het subsidiebedrag zal pas worden verstrekt indien het transnationaliteitsdocument volledig ingevuld en door alle partners ondertekend is teruggezonden.

  • Innovatie en multipliereffect

    Het project moet een vernieuwend karakter hebben, cq. er moet sprake zijn van een voorbeeldwerking. Dit vernieuwende karakter dient tot uiting te komen op het niveau van nationaal beleid en/of op projectniveau.

  • Complementariteit

    Er moet bij voorkeur sprake zijn van een samenhang met andere communautaire programma’s, zoals ESF-doelstelling 4, het communautair initiatief Werkgelegenheid en Leonardo.

  • Evenredige deelname

    Projecten dienen een evenredige deelname van vrouwen te beogen.

  • Additionaliteit

    Projecten dienen additioneel te zijn. Subsidie kan niet gebruikt worden voor financiering van bestaande scholingsinspanning zonder dat deze naar vorm en omvang wordt gewijzigd.

De volgende projecten zijn subsidiabel: [Vervallen per 25-09-2008]

Scholingsprojecten ten behoeve van ondernemers en middel- en hoger management in het MKB [Vervallen per 25-09-2008]

Het gaat hierbij om projecten gericht op:

  • -

    het opzetten en uitvoeren van interne en externe programma’s voor continue opleiding in het MKB

    Een voorkeur gaat uit naar projecten die:

    • als hoofddoelstelling hebben het bevorderen van een continue gestructureerde aanpak van scholing zowel intern als extern in het MKB, met name in bedrijven die niet zelfstandig een scholingsprogramma kunnen opzetten, en

    • de scholing van werknemers die daaruit voortvloeit, met name gericht op het vergroten van het rendement uit nieuwe technologieën.

  • -

    het opleiden van ondernemers en managers.

    Een voorkeur gaat uit naar projecten die:

    • resulteren in een kwaliteitsverbetering bij het management van het MKB via bijscholing;

    • zich richten op ondernemers in sectoren, waar sprake is van een kennistekort, met name op het gebied van organisatie en technologie.

  • -

    het ontwikkelen van plannen voor de opleiding van ’trainers’ in de aanpassing van werknemers aan de gewijzigde omstandigheden in het bedrijfsleven en de veranderde produktiesystemen.

    Een voorkeur wordt gegeven aan projecten die:

    • zich richten op de ’opleiders’ (bv. de directie of het middenkader) in een MKB-onderneming die te maken heeft met gewijzigde produktie-omstandigheden;

Projecten gericht op begeleiding van startende ondernemers in het MKB: [Vervallen per 25-09-2008]

Het gaat hierbij om het aanmoedigen van samenwerking en opleiding op nieuwe terreinen van economische activiteit met het oog op het scheppen van nieuwe kansen op werk;

Een voorkeur gaat uit naar projecten die:

  • gericht zijn op het begeleiden van kansrijke starters met het oog op het duurzaam creëren van een eigen bedrijf;

  • zogeheten doorstarters ondersteunen en begeleiden met hun problemen in een latere fase in hun bedrijfsvoering;

  • zich richten op werknemers die met (tijdelijke) werkloosheid worden bedreigd of recentelijk werkloos geworden zijn.

Projecten gericht op het creëren van nieuwe banen voor werknemers van wie de huidige functies vervallen, dan wel recent zijn komen te vervallen [Vervallen per 25-09-2008]

Deze maatregel betreft steun voor lokale werkgelegenheidsinitiatieven. Hieronder worden ondermeer verstaan partnerschappen tussen overheden, instellingen en particulieren (bv. MKB, grote ondernemingen, kenniscentra), ten einde strategieën voor economische ontwikkeling te combineren met opleidingsactiviteiten ten behoeve van getroffen werknemers.

Een voorkeur wordt gegeven aan projecten die:

  • reguliere banen creëren voor met werkloosheid bedreigde werknemers.

Projecten, gericht op verbetering van de samenwerking tussen onderzoeksinstellingen, kenniscentra en ondernemingen in het MKB [Vervallen per 25-09-2008]

Centraal staan het bevorderen van samenwerking en uitwisseling tussen ondernemingen en onderzoek op het gebied van technologie-overdracht aan plaatselijke arbeidsmarkten en economische sectoren en van opleidingen aan ondernemingen en instanties voor beroepsopleiding.

De voorkeur gaat uit naar projecten die:

  • het innovatieve vermogen van het MKB versterken middels intensivering en verbetering van de samenwerking tussen onderzoeksinstellingen, kenniscentra en het MKB;

Projecten, gericht op de bevordering van (inter)regionale en transnationale samenwerking van ondernemingen in het MKB op het gebied van scholing, onderzoek en marketing [Vervallen per 25-09-2008]

De voorkeur gaat uit naar projecten die:

  • samenwerking en netwerkvorming tussen ondernemingen bevorderen met als doel te komen tot gezamenlijke inspanningen op het gebied van scholing, onderzoek, marketing, enzovoorts;

  • zich richten op MKB-ondernemingen die geconfronteerd worden met gewijzigde economische omstandigheden en op eigen kracht niet of nauwelijks aan de nieuwe eisen kunnen voldoen.

Projecten gericht op het toepasbaar maken van beschikbaar onderzoeksmateriaal voor projecten bedoeld onder 2a t/m 2e [Vervallen per 25-09-2008]

Het gaat om studies die betrekking hebben op gewijzigde omstandigheden in het bedrijfsleven en de gevolgen voor werkgelegenheid en kwalificaties van het personeel.

Een voorkeur gaat uit naar projecten die:

  • de overdracht van kennis verkregen uit studies bevorderen en de omzetting in concrete projecten mogelijk maken.

  • zich richten op bedrijven en organisaties die tot nu toe niet door de desbetreffende informatie werden bereikt, zoals de kleine bedrijven in het MKB;

Projecten die tot doel hebben goede ervaringen en inzichten, die zijn voortgekomen uit het communautair initiatief Adapt te verspreiden en die het gebruik maken van de mogelijkheden van het Adapt-programma bevorderen [Vervallen per 25-09-2008]

Het gaat om projecten gericht op:

  • -

    de bevordering van de verspreiding van ’good-practice’ projecten: het inventariseren, inzichtelijk maken en beschikbaar stellen van goede praktijkvoorbeelden, bijvoorbeeld op sectoraal niveau, ten dienste van onder de maatregelen 2 en 3 uit te voeren projecten.

    Een voorkeur gaat uit naar projecten die:

    • • als doel hebben het realiseren van een overzicht met goede voorbeelden projecten op het terrein van opleidingen met een interregionale of transnationale opzet en het bereik van het MKB;

  • -

    – bewustmakingsacties, promotie en publiciteit.

    Een oorkeur gaat uit naar projecten die:

    • het gebruikmaken van de mogelijkheden van het ADAPT-programma bevorderen middels het organiseren van een bewustmakingscampagne, gevolgd door een publiciteits- en promotiecampagne;

    • zich richten op branche- en sector-organisaties, werkgevers- en werknemersorganisaties, intermediaire organisaties, opleidingsinstituten en lagere overheden. In tweede aanleg projecten die zich richten op (groepen van) bedrijven en de werknemers binnen de bedrijven.

Activiteiten, verricht door degenen aan wie subsidie is toegekend krachtens de Subsidieregeling ESF doelstelling 4 'scholing voor behoud van werk' (Stcrt 1995, 83), teneinde het in dat kader gesubsidieerde project deel te doen uitmaken vaneen transnationaal samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 1, dan wel activiteiten die gericht zijn op hetr voor Nederland toepasbaar maken van in het buitenland ontwikkelde produkten, waaraan subsidie is verleend in het kader van het Adapt-programma [Vervallen per 25-09-2008]

Het gaat hierbij om projecten gericht op:

  • -

    het identificeren van veranderingen in de bedrijfsomvang en het opstellen van bedrijfsplannen met aandacht voor opleiding;

  • -

    het ontwikkelen en uitvoeren van opleidingsplannen door middel van het tot stand brengen van samenwerking;

  • -

    het ontwikkelen en beschikbaar stellen van beroepskeuzevoorlichtings- en adviessystemen;

  • -

    het anticiperen op trends op de arbeidsmarkt, kwalificatievereisten en overige ontwikkelingen die van invloed zijn op het functioneren van ondernemingen;

Bijlage Ia [Vervallen per 25-09-2008]

Doelstelling één-regio’s

Spanje: Andalusië, Asturias, Castilla y León, Castilla-La Mancha, Ceuta en Melilla, Valencia, Extremadura, Galicië, Canarische Eilanden, Murcia, Cantabria

Frankrijk: Franse Overzeese Departementen, Corsica, de arrondissementen Valenciennes, Douai en Avesnes

Griekenland: gehele land

Ierland: gehele land

Italië: Abruzzi, Basillicata, Calabrië, Campanië, Molise, Apulië, Sardinië, Sicilië

Portugal: gehele land

Verenigd Koninkrijk: Noord-Ierland, Merseyside, Highlands and Islands Enterprise Area

België: Henegouwen

Duitsland: de vijf nieuwe Länder en Oost-Berlijn

Nederland: Flevoland

Bijlage II [Vervallen per 25-09-2008]

Model garantverklaring

Overheidsinstantie, dan wel fonds die tegenover de Europese Commissie en het Ministerie van S.Z.W. garant staat voor de goede uitvoering van het project met hieronder vermeld dossiernummer.

Projectnaam:

Naam overheidsinstantie of fonds:

Adres:

Contactpersoon:

Telefoon nr.:

Namens de hierboven vermelde instantie deel ik u mede garant te staan voor de goede uitvoering van het project met hierboven vermeld ESF-dossier-nummer.

Deze garantstelling houdt in dat aansprakelijkheid wordt aanvaard voor de terugbetaling van aan de projectuitvoerder toegekende en uitbetaalde ESF-subsidiegelden, in geval die subsidiegelden in verband met een gebrekkige uitvoering van het project door de minister van SZW dan wel de Europese Commissie kunnen worden teruggevorderd, en de projectuitvoerder, na tot terugbetaling te zijn gemaand, in gebreke blijft.

Naast de garantstelling zal de genoemde instantie een financiële bijdrage verschaffen in de uitvoeringskosten van het project ten bedrage van f .....

Naam bevoegd functionaris:

Functie:

Datum:

Handtekening:

Bijlage III. ligt ter inzage bij de bibliotheek van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid [Vervallen per 25-09-2008]

Bijlage VI [Vervallen per 25-09-2008]

Model accountantsverklaring subsidie communautair initiatief ’Adapt’

Wij hebben de bijgevoegde, door ons per pagina voor gezien gemerkte einddeclaratie met bijlagen inzake de uitvoering van een project met subsidiëring vanuit het communautair initiatief Adapt gecontroleerd.

Het betreft de declaratie van:

(naam aanvrager)

(adres)

(postcode en plaats)

(projectnaam)

(projectnummer)

De declarant is met beschikking (nummer), dd. (datum van de beschikking) door de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid voor toekenning van de subsidie in aanmerking gebracht ten behoeve van het project (naam project).

Op grond van ons onderzoek verklaren wij:

  • *

    dat een administratie is gevoerd waarin alle gegevens zijn verwerkt die voorkomen in de aanvraag om subsidie, de tussenrapportage en de einddeclaratie;

  • *

    dat de in de aanvraag om subsidie, de tussenrapportage en de einddeclaratie verstrekte gegevens juist zijn en in overeenstemming met de gevoerde administratie;

  • *

    dat uit de gevoerde administratie blijkt dat de tussenrapportage en einddeclaratie overeenkomen met de werkelijkheid en voldoen aan de gestelde subsidie-vereisten ten aanzien van:

    • -

      het aantal deelnemers en de kenmerken daarvan,

    • -

      de door deze deelnemers gerealiseerde uren,

    • -

      de daarmee gepaard gaande subsidiabele kosten,

    • -

      de overige in de einddeclaratie opgevoerde subsidiabele kosten.

  • *

    dat daarmee de rechtmatigheid van de totale projectkosten kon worden vastgesteld;

  • *

    dat de voorschotten, zoals vermeld in de bijgevoegde einddeclaratie juist zijn gespecificeerd.

Deze verklaring wordt afgegeven ten behoeve van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Afgegeven te ... (plaatsnaam)

dd. ... (datum)

door ... (naam van de accountant)

functie ... (register-accountant c.q. accountant-administratie-consulent)