Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Regeling toekenning specifieke premierechten zoogkoeienhouders[Regeling vervallen per 24-01-2004.]

Geldend van 01-01-1998 t/m 23-01-2004

Regeling toekenning specifieke premierechten zoogkoeienhouders

De Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,

Gelet op de artikelen 4a, 4d en 4f van Verordening (EEG) nr. 805/68 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector rundvlees van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 27 juni 1968 (PbEG L 148) en de ter uitvoering daarvan vastgestelde Verordening (EEG) nr. 3886/92 van de Europese Commissie van 23 december 1992 (PbEG L 391).

Voorts gelet op de artikelen 15, 27 en 28 van de Landbouwwet;

Gezien het advies van het Landbouwschap en het Produktschap voor Vee en Vlees;

Besluit:

Artikel 1 [Vervallen per 24-01-2004]

Deze regeling neemt de begrippen van de Uitvoeringsregeling EEG-premie aanhouden zoogkoeienbestand 1993 over en verstaat voorts onder:

a. regeling:

Uitvoeringsregeling EEG-premie aanhouden zoogkoeienbestand 1993;

b. premierechten:

rechten, bedoeld in de artikelen 4 en 16 van de regeling;

c. specifieke premierechten:

rechten, bedoeld in artikel 7 van de regeling;

d. aanvullende premierechten:

de rechten, bedoeld in artikel 17 van de regeling.

Artikel 2 [Vervallen per 24-01-2004]

  • 1 Uit de nationale reserve worden op aanvraag specifieke premierechten toegekend aan producenten, bedoeld in artikel 3.

  • 2 De toekenning van de specifieke rechten vindt plaats uit het deel van de nationale reserve dat overeenkomt met het deel, bedoeld in artikel 4f, eerste lid, eerste zin, van de basisverordening en mag dat deel niet te boven gaan.

  • 3 Indien het aantal aangevraagde specifieke premierechten groter is dan het aantal daarvoor beschikbare premierechten vindt een proportionele vermindering van de individueel toe te kennen specifieke premierechten plaats.

  • 4 De overeenkomstig artikel 3 toe te kennen specifieke rechten worden ten behoeve van de vorming van de nationale reserve met 1% verminderd.

  • 5 De paragrafen 5 en 6 van Hoofdstuk 2 van de regeling zijn met uitzondering van de artikelen 20, tweede lid, en 23, tweede lid, van overeenkomstige toepassing.

Artikel 3 [Vervallen per 24-01-2004]

  • 1 Producenten, die in het verkoopseizoen zoogkoeien in de zin van de regeling aanhouden en

    • a. aan wie niet reeds uit hoofde van de regeling premierechten, specifieke premierechten dan wel aanvullende premierechten zijn toegekend en

    • b. die gedurende de heffingsperiode 1992/1993 hun gehele individuele referentiehoeveelheid tijdelijk hebben overgedragen en in die periode geen melk en zuivelprodukten hebben geleverd, behoudens rechtstreekse levering van het bedrijf aan de consument en

    • c. die ten genoegen van de minister het aantal zoogkoeien kunnen aantonen die zij met ingang van 1 januari 1995 gedurende een ononderbroken periode van zes maanden op hun bedrijf hebben gehouden,

      komen in aanmerking voor toekenning van specifieke premierechten.

  • 2 De toekenning, als bedoeld in het eerste lid, geschiedt op basis van het aantal in het eerste lid onder c vermelde aantal zoogkoeien.

Artikel 4 [Vervallen per 24-01-2004]

  • 1 De producent die op grond van artikel 3 in aanmerking wenst te komen voor toekenning van specifieke premierechten dient, onverminderd het bepaalde in artikel 34 van de regeling, door middel van een daartoe door de Dienst Uitvoering Regelingen vastgesteld aanvraagformulier, een aanvraag in die in de periode van 3 juli 1995 tot en met 28 juli 1995 bij de Dienst Uitvoering Regelingen moet worden ontvangen.

  • 2 De aanvraag is vergezeld van daartoe strekkende bewijsstukken welke ter staving van de aanvraag worden aangevoerd.

Artikel 5 [Vervallen per 24-01-2004]

  • 1 De aanvraag is, behoudens overmacht, niet ontvankelijk indien de producent de aanvraag niet binnen de in artikel 4 bedoelde periode heeft ingediend.

  • 2 De artikelen 37 en 38 van de regeling zijn van overeenkomstige toepassing.

Artikel 6 [Vervallen per 24-01-2004]

De Minister beslist op de aanvraag.

Artikel 7 [Vervallen per 24-01-2004]

  • 1 De producent is verplicht terzake van zijn aanvraag op een daartoe strekkend verzoek van de dienst Landelijke service bij regelingen van het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij (LASER) en binnen de door LASER bepaalde termijn volledig en naar waarheid alle aanvullende inlichtingen te verstrekken alsmede aanvullende bewijsstukken over te leggen welke deze noodzakelijk acht voor de toekenning van een specifiek premierecht.

  • 2 De producent verleent in het kader van de aanvraag toestemming aan de Stichting Gezondheidszorg voor Dieren om op daartoe gericht verzoek aan de Directeur gegevens te verstrekken uit het door de Stichting Gezondheidszorg voor Dieren beheerde Identificatie- en Registratiebestand welke LASER ten behoeve van de uitoefening van zijn taak behoeft.

Artikel 8 [Vervallen per 24-01-2004]

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 9 [Vervallen per 24-01-2004]

Deze regeling wordt aangehaald als: ’Regeling toekenning specifieke premierechten zoogkoeienhouders’.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 2 mei 1995

De

Minister

van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,

J.J. van Aartsen