Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Reglement examencommissie buitengewoon opsporingsambtenaar 1995[Regeling vervallen per 01-01-2014.]

Geldend van 01-01-2013 t/m 31-12-2013

Reglement examencommissie buitengewoon opsporingsambtenaar

Artikel 1 [Vervallen per 01-01-2014]

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. de minister:

de Minister van Veiligheid en Justitie;

b. commissie:

de examencommissie, bedoeld in artikel 2, eerste lid;

c. examen:

het examen dat wordt afgelegd ter verkrijging van het getuigschrift 'buitengewoon opsporingsambtenaar';

d. examenprogramma:

het door de examencommissie vastgestelde examenprogramma voor buitengewoon opsporingsambtenaren.

Artikel 2 [Vervallen per 01-01-2014]

  • 1 Er is een examencommissie ten behoeve van het examen voor de buitengewoon opsporingsambtenaar.

  • 2 De commissie heeft tot taak:

    • a. het opstellen van het examenreglement;

    • b. het uitvoeren van het door de minister goedgekeurde examenreglement;

    • c. het vaststellen van het examenprogramma en het examen;

    • d. het bewaken van de organisatie van het examen;

    • e. het beleggen van cesuurvergaderingen;

    • f. het verschaffen van informatie over het examen aan opleidings- en werkgeversinstellingen;

    • g. het verzorgen van een jaarlijkse rapportage betreffende haar werkzaamheden aan de minister, en

    • h. het adviseren van de minister over het examenprogramma en het examenreglement.

Artikel 3 [Vervallen per 01-01-2014]

  • 1 De commissie bestaat uit ten hoogste 9 leden, de voorzitter daaronder begrepen, en ten hoogste drie adviserende leden. De commissie wordt bijgestaan door een ambtelijk secretaris, die geen lid is van de commissie.

  • 2 De minister benoemt en ontslaat de leden en de adviserende leden van de commissie.

  • 3 De leden van de commissie, met uitzondering van de voorzitter, zijn afkomstig uit de navolgende instellingen:

    • a. het parket van de Procureur-Generaal;

    • b. het Hoofdofficierenberaad;

    • c. de Vereniging van Nederlandse Gemeenten;

    • d. het Landelijk instituut sociale verzekeringen

    • e. het Platform Bijzondere Opsporingsdiensten;

    • f. de politie;

    • g. instellingen voor de opleiding van buitengewoon opsporingsambtenaren, en

    • h. andere instellingen die betrokken zijn bij de uitoefening van opsporingsaktivi-teiten van buitengewoon opsporingsambtenaren.

  • 4 De commissie draagt als adviserend lid in ieder geval een vertegenwoordiger van het Instituut voor Toetsontwikkeling (Cito) voor.

  • 5 De leden kiezen uit hun midden een plaatsvervangend voorzitter.

Artikel 4 [Vervallen per 01-01-2014]

  • 1 De leden en de adviserende leden worden voor vier jaar benoemd en kunnen al dan niet op verzoek worden ontslagen.

  • 2 De secretaris wordt uit hoofde van zijn ambtelijke functie benoemd.

  • 3 Bij verlies van de hoedanigheid op grond waarvan de benoeming plaatsvond, wordt aan personen, genoemd in het eerste lid, ontslag verleend.

Artikel 5 [Vervallen per 01-01-2014]

  • 1 De commissie vergadert zo dikwijls als de voorzitter dit nodig oordeelt of dit is gevraagd door tenminste drie leden van de commissie, onder opgave van de te behandelen onderwerpen, doch tenminste 5 maal per jaar.

  • 2 De commissie regelt haar werkzaamheden.

  • 3 De secretaris is bij de uitoefening van zijn functie uitsluitend verantwoording verschuldigd aan de commissie.

Artikel 6 [Vervallen per 01-01-2014]

  • 1 De voorzitter en de leden hebben stemrecht.

  • 2 De commissie besluit bij meerderheid van stemmen. Hiertoe dient tenminste de helft van het aantal leden aanwezig te zijn.

  • 3 Bij staking van stemmen beslist de voorzitter, tenzij hij besluit de beslissing aan te houden tot een volgende vergadering.

Artikel 7 [Vervallen per 01-01-2014]

De commissie brengt haar adviezen schriftelijk aan de minister uit. Indien een lid van de commissie zich niet met het advies kan verenigen, kan hij zijn standpunt toevoegen.

Artikel 8 [Vervallen per 01-01-2014]

De voorzitter, de leden, de adviserende leden en de secretaris zijn verplicht tot geheimhouding van de examenopgaven.

Artikel 9 [Vervallen per 01-01-2014]

Het Reglement examencommissie buitengewoon opsporingsambtenaar wordt ingetrokken.

Artikel 10 [Vervallen per 01-01-2014]

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na publikatie in de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

Artikel 11 [Vervallen per 01-01-2014]

Dit besluit wordt aangehaald als: Reglement examencommissie buitengewoon opsporingsambtenaar 1995.

Deze regeling zal worden gepubliceerd in het Algemeen Politieblad en, met de daarbij behorende toelichting, in de Staatscourant.

's-Gravenhage, 1 maart 1995

De

Minister

van Justitie,
Namens deze,

H.P. Wooldrik,

Het

hoofd van de Directie Politie