Start van deze paginaSkip navigatie, ga direct naar de Inhoud
Kruimelpad
  • Home
  • Overheidsinformatie
  • Zoeken
  • Verwijzing

Wet- en regelgeving

Instellingen (nu: volledige regeling), opent een nieuw venster
  • Vorige

  • Volgende

Uitvoeringsregeling belastingen op milieugrondslag

Geldend op 09-02-2012


  • Uitvoeringsregeling belastingen op milieugrondslag
  • De Staatssecretaris van Financiën,

    Gelet op artikel 6, vierde lid, 10a, zevende lid, 11, tweede lid, 15, tweede lid, 18a, derde lid, 20, tweede lid, 22, tweede lid, 28, negende lid, van de Wet belastingen op milieugrondslag en op artikel 7, derde lid, van het Uitvoeringsbesluit belastingen op milieugrondslag;

    Handelende wat artikel 15, tweede lid, van de Wet belastingen op milieugrondslag betreft, mede namens de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;

    Besluit:

  • Hoofdstuk I. Inleidende bepalingen

  • Artikel 1

    • 2. Voor de toepassing van deze regeling wordt verstaan onder:

      • a. de wet: de Wet belastingen op milieugrondslag;

      • b. het besluit: het Uitvoeringsbesluit belastingen op milieugrondslag;

      • c. [vervallen;]

      • d. een krat: een verpakking met zes vlakken waarvan minimaal een vlak open is, zodat er zonder aanpassing van de verpakking een product kan worden in- of uitgepakt;

      • e. een doos: een gesloten verpakking met zes vlakken, waaruit alleen met aanpassing van de verpakking een product kan worden in- of uitgepakt.

  • Hoofdstuk II [Vervallen per 01-01-2012]

  • Artikel 2 [Vervallen per 01-01-2012]

  • Artikel 3 [Vervallen per 01-01-2012]

  • Hoofdstuk III. Belasting op leidingwater

  • Artikel 4

    • 1

    Voor de toepassing van artikel 14, tweede lid, van de wet wordt een gedeelte van een maand als een hele maand aangemerkt bij aanvang van de verbruiksperiode vóór de zestiende dag van de kalendermaand en bij einde van de verbruiksperiode na de vijftiende dag van de kalendermaand.

    • 2

    Toepassing van het eerste lid kan achterwege blijven indien een gedeelte van een maand in aanmerking wordt genomen naar evenredigheid van het aantal dagen.

    • 3

    De verklaring, bedoeld in artikel 14, derde lid, van de wet, wordt ondertekend en bevat ten minste:

    • a. de dagtekening;

    • b. naam en adres van de exploitant;

    • c. naam en adres van de leverancier, en

    • d. het aantal alsmede een omschrijving van de onroerende zaken met plaatselijke en kadastrale aanduiding, die gemiddeld op de installatie zijn aangesloten.

  • Artikel 5

    In het verzoek om teruggaaf, bedoeld in artikel 20, eerste lid, van de wet, worden de volgende gegevens vermeld:

    • a. het tijdvak waarover teruggaaf wordt verzocht;

    • b. naam en adres van de verbruiker;

    • c. naam en adres van de leveranciers;

    • d. de hoeveelheid leidingwater waarvoor teruggaaf wordt verzocht per leverancier;

    • e. de periode van levering van het leidingwater, en

    • f. het bedrag aan belasting dat wordt teruggevraagd.

  • Artikel 6

    De administratie van de belastingplichtige, bedoeld in artikel 21, eerste lid, van de wet, is zodanig ingericht dat daarin op overzichtelijke wijze de gegevens zijn opgenomen met betrekking tot:

    • a. de hoeveelheid leidingwater die is geleverd;

    • b. de opbouw van de voorschotbedragen;

    • c. de herleiding van de voorschotbedragen naar de hoeveelheden leidingwater;

    • d. de belasting begrepen in voorschotnota's en voorschotbedragen;

    • e. de belasting begrepen in eindfacturen;

    • f. de belasting begrepen in facturen;

    • g. het aantal aansluitingen voor leidingwater;

    • h. de periode van aansluiting;

    • i. het aantal malen dat de bovengrens is toegepast;

    • j. de evenredige toedeling van de bovengrens bij afwijkende verbruiksperioden;

    • k. het eigen verbruik;

    • l. de contracten ten aanzien van de onbemeterde aansluitingen;

    • m. de toepassing van de regeling, bedoeld in artikel 14, derde lid, van de wet;

    • n. de toepassing van de vrijstelling, bedoeld in artikel 19 van de wet.

  • Hoofdstuk IV [Vervallen per 01-01-2012]

  • Artikel 7 [Vervallen per 01-01-2012]

  • Artikel 8 [Vervallen per 01-01-2012]

  • Hoofdstuk V. Kolenbelasting

  • Artikel 9

    Een plaats waar geen kolen worden vervaardigd, maar die dient voor de opslag van kolen, kan uitsluitend als inrichting worden aangemerkt, indien de hoeveelheid kolen die aldaar gemiddeld over een jaar voorhanden is, meer bedraagt dan 20.000 kilogram.

  • Artikel 10

    Het verzoek om een vergunning voor een inrichting, bedoeld in artikel 39, eerste lid, van de wet, bevat de volgende gegevens:

    • a. een omschrijving van de aard van het bedrijf waaruit onder meer moet blijken of de vergunning mede wordt gevraagd voor de vervaardiging van kolen of uitsluitend voor de opslag van kolen;

    • b. een omschrijving van de administratie en de administratieve organisatie met betrekking tot de als inrichting aan te merken plaats, alsmede het adres waar de administratie wordt gehouden;

    • c. de hoeveelheid kolen die naar verwachting in de inrichting per jaar zal worden vervaardigd dan wel gemiddeld over een jaar voorhanden zal zijn;

    • d. het adres en de kadastrale aanduiding van de als inrichting aan te wijzen plaats, en

    • e. de persoon op wiens naam de vergunning dient te worden gesteld.

  • Artikel 11

    De verklaring, bedoeld in artikel 17, eerste lid, van het besluit, bevat de volgende gegevens:

    • a. in het geval van uitslag, de naam, het adres en het vergunningnummer van de vergunninghouder van de inrichting;

    • b. in het geval van invoer, de naam en het adres van degene die de kolen levert;

    • c. de naam en het adres van de gebruiker;

    • d. de hoeveelheid kolen waarvoor vrijstelling wordt verleend;

    • e. de plaats van levering van de kolen;

    • f. de datum van levering van de kolen, en

    • g. het kalenderjaar waarop de verklaring betrekking heeft.

  • Artikel 12

    • 1. De administratie van degene die verzoekt om teruggaaf van belasting, bedoeld in artikel 45, eerste en tweede lid, van de wet, is zodanig ingericht dat daarin op overzichtelijke wijze alle voor de vaststelling van het bedrag van de teruggaaf van belang zijnde gegevens zijn opgenomen.

    • 2. Het verzoek om teruggaaf, bedoeld in artikel 45, eerste en tweede lid, van de wet, bevat de volgende gegevens:

      • a. de naam en het adres van degene die de kolen levert;

      • b. de naam en het adres van de gebruiker;

      • c. de hoeveelheid kolen waarvoor teruggaaf wordt verzocht;

      • d. de plaats van levering van de kolen;

      • e. het tijdvak waarover teruggaaf wordt verzocht, en

      • f. het bedrag aan kolenbelasting dat wordt teruggevraagd.

  • Hoofdstuk VI. Energiebelasting

  • Artikel 13 [Vervallen per 01-01-2010]

  • Artikel 14

    • 1. Voor de toepassing van artikel 47, eerste lid, onderdeel k, van de wet worden producten, afvalstoffen en residuen van de landbouw, met inbegrip van plantaardige en dierlijke stoffen, de bosbouw en aanverwante bedrijfstakken, alsmede industrieel en huishoudelijk afval met een aandeel onvermijdbare kunststoffen en ander materiaal van lang-cyclisch organische oorsprong van ten hoogste 3 massaprocent per partij, geacht geheel biologisch afbreekbaar te zijn.

    • 2. Voor de toepassing van het eerste lid wordt als partij aangemerkt de op basis van één specificatie geleverde hoeveelheid materiaal die voor controle op het aandeel onvermijdbare kunststoffen en ander materiaal van lang-cyclisch organische oorsprong door degene die het materiaal gebruikt voor de opwekking van elektriciteit gedurende een door hem vastgestelde periode als eenheid wordt aangemerkt en als zodanig identificeerbaar is.

  • Artikel 15

    Berekeningen voor de toepassing van artikel 47, eerste lid, onderdeel p, van de wet worden gemaakt op basis van een kalenderjaar.

  • Artikel 16

    • 1. Artikel 50, derde lid, van de wet is van toepassing indien degene aan wie het aardgas of de elektriciteit geleverd wordt, een verklaring heeft overgelegd aan de leverancier dat hij leveringen via een aansluiting aan de verbruiker verricht.

    • 2. De verklaring, bedoeld in het eerste lid, wordt ondertekend en bevat ten minste:

      • a. de dagtekening;

      • b. naam en adres van degene die op zijn beurt leveringen via een aansluiting aan de verbruiker verricht;

      • c. naam en adres van de leverancier;

      • d. de hoeveelheid aardgas of elektriciteit waarop de uitzondering betrekking heeft, en

      • e. het kalenderjaar waarop de verklaring betrekking heeft.

    • 3. Degene aan wie met toepassing van artikel 50, derde lid, van de wet aardgas of elektriciteit wordt geleverd, dient:

      • a. zijn administratie zodanig in te richten dat daarin op overzichtelijke wijze de gegevens zijn opgenomen omtrent alle voor de heffing van de energiebelasting van belang zijnde bedrijfshandelingen, en

      • b. de hoeveelheid aardgas onderscheidenlijk elektriciteit te meten die wordt betrokken voor verbruik als bedoeld in artikel 50, vierde lid, onderdeel c, van de wet.

  • Artikel 17

    Op de administratie van de fiscaal vertegenwoordiger, bedoeld in artikel 54, eerste lid, van de wet, is artikel 28 van overeenkomstige toepassing.

  • Artikel 18 [Vervallen per 01-01-2010]

  • Artikel 19

    De verklaring, bedoeld in artikel 20, eerste lid, van het besluit, wordt ondertekend en bevat de volgende gegevens:

    • a. de dagtekening;

    • b. naam en adres van de verbruiker;

    • c. naam en adres van de leverancier, en

    • d. het kalenderjaar waarop de verklaring betrekking heeft.

  • Artikel 20

    Ter zake van de tarieven, bedoeld in artikel 60, eerste lid, van de wet, is artikel 34a van de Uitvoeringsbeschikking omzetbelasting 1968 van overeenkomstige toepassing.

  • Artikel 21

    • 1. Voor de toepassing van artikel 63, vierde lid, van de wet wordt een gedeelte van een maand als een hele maand aangemerkt bij aanvang van de verbruiksperiode vóór de zestiende dag van de kalendermaand en bij einde van de verbruiksperiode na de vijftiende dag van de kalendermaand.

    • 2. Toepassing van het eerste lid kan achterwege blijven indien een gedeelte van een maand in aanmerking wordt genomen naar evenredigheid van het aantal dagen.

  • Artikel 22

    De verklaring, bedoeld in artikel 22, eerste, derde of vierde lid, van het besluit, wordt ondertekend en bevat ten minste:

    • a. de dagtekening;

    • b. naam en adres van de exploitant;

    • c. naam en adres van leverancier, en

    • d. het kalenderjaar waarop de verklaring betrekking heeft.

  • Artikel 23 [Vervallen per 01-01-2010]

  • Artikel 24

    • 1. 1. In het verzoek om teruggaaf, bedoeld in artikel 67, eerste lid, van de wet, worden de volgende gegevens vermeld:

      • a. de verbruiksperiode waarop het verzoek betrekking heeft;

      • b. naam en adres van de gebruiker van de onroerende zaak;

      • c. naam en adres van de exploitant van de installatie voor blokverwarming;

      • d. de hoeveelheid warmte die in de verbruiksperiode is verbruikt, en

      • e. de stand van de warmtehoeveelheidsmeter aan het begin en aan het einde van de verbruiksperiode.

    • 2. In de afrekening, bedoeld in artikel 24, derde lid, van het besluit, worden vermeld de totale hoeveelheid warmte die in het blokverwarmingscomplex is verbruikt in de verbruiksperiode waarop het verzoek om teruggaaf betrekking heeft, alsmede het aandeel van de gebruiker daarin.

  • Artikel 25

    • 1. In het verzoek om teruggaaf, bedoeld in artikel 68, eerste lid, van de wet, worden de volgende gegevens vermeld:

      • a. het tijdvak waarover teruggaaf wordt verzocht;

      • b. naam en adres van de verbruiker;

      • c. naam en adres van de leveranciers;

      • d. de hoeveelheden aardgas en elektriciteit waarvoor teruggaaf wordt verzocht;

      • e. de periode van levering van aardgas en elektriciteit, en

      • f. het bedrag aan belasting dat wordt teruggevraagd.

    • 2. De administratie van degene die het in het eerste lid bedoelde verzoek om teruggaaf indient, is zodanig ingericht dat daarin op overzichtelijke wijze alle voor de vaststelling van het bedrag van de teruggaaf van belang zijnde gegevens zijn opgenomen.

  • Artikel 26

  • Artikel 27

    • 1. De administratie van degene die verzoekt om teruggaaf van belasting als bedoeld in artikel 70 van de wet, is zodanig ingericht dat daarin op overzichtelijke wijze alle voor de vaststelling van het bedrag van de teruggaaf van belang zijnde gegevens zijn opgenomen.

    • 2. In het verzoek om teruggaaf, bedoeld in artikel 70 van de wet, worden de volgende gegevens vermeld:

      • a. het tijdvak waarover teruggaaf wordt verzocht;

      • b. naam en adres van de verbruiker;

      • c. naam en adres van de leveranciers;

      • d. de hoeveelheid en het soort product waarvoor teruggaaf wordt verzocht per leverancier;

      • e. de periode van levering van het product, en

      • f. het bedrag aan belasting dat wordt teruggevraagd.

  • Artikel 28

    • 1. De administratie van de belastingplichtige, bedoeld in artikel 53, eerste lid, van de wet, dient zodanig te zijn ingericht dat daarin op overzichtelijke wijze de gegevens zijn opgenomen met betrekking tot:

      • a. de hoeveelheden aardgas en elektriciteit die zijn geleverd;

      • b. de opbouw van de voorschotbedragen;

      • c. de herleiding van de voorschotbedragen naar de hoeveelheden aardgas en elektriciteit;

      • d. de belasting begrepen in voorschotnota's en voorschotbedragen;

      • e. de belasting begrepen in eindfacturen;

      • f. de belasting begrepen in facturen;

      • g. het aantal aansluitingen voor aardgas en elektriciteit;

      • h. de periode van aansluiting;

      • i. het aantal malen dat de belastingvermindering is toegepast;

      • j. de evenredige toedeling van belastingverminderingen bij afwijkende verbruiksperioden;

      • k. het eigen verbruik;

      • l. de contracten ten aanzien van de onbemeterde aansluitingen;

      • m. de toepassing van artikel 50, derde lid, van de wet;

      • n. de toepassing van de tarieven, bedoeld in artikel 59, eerste lid, van de wet;

      • o. de toepassing van de tarieven, bedoeld in artikel 60, eerste lid, van de wet;

      • p. de toepassing van de vrijstellingen, bedoeld in artikel 64, van de wet.

  • Artikel 29

    • 1

    De administratie van een installatie waarin zuivere biomassa zodanig wordt verwerkt dat daaruit elektriciteit wordt opgewekt, dient zodanig te zijn ingericht dat daarin op overzichtelijke wijze alle gegevens zijn opgenomen welke van belang zijn voor de jaarlijkse vaststelling van:

    • a. de door de installatie geproduceerde hoeveelheid elektriciteit alsmede de aan het distributienet geleverde hoeveelheid elektriciteit;

    • b. de verbruikte hoeveelheid fossiele brandstof en de energie-inhoud daarvan;

    • c. de verbruikte hoeveelheid biomassa die als zuivere biomassa kan worden aangemerkt en de energie-inhoud daarvan;

    • d. de verbruikte hoeveelheid biomassa die niet als zuivere biomassa kan worden aangemerkt en de energie-inhoud daarvan;

    • e. het netto elektrisch rendement van de installatie.

    • 2. De administratie van een installatie waarin zuivere biomassa wordt verwerkt op een wijze als bedoeld in het eerste lid, dient zodanig te zijn ingericht dat daarin op overzichtelijke wijze de gegevens zijn opgenomen omtrent alle voor de toepassing van artikel 14 van belang zijnde bedrijfshandelingen.

    • 3. De administratie van een installatie waarin biomassa zodanig wordt verwerkt dat daaruit stortgas, rioolwaterzuiveringsgas of biogas wordt gewonnen, dient zodanig te zijn ingericht dat daarin op overzichtelijke wijze alle gegevens zijn opgenomen welke van belang zijn voor de jaarlijkse vaststelling van de door de installatie gewonnen en aan het distributienet geleverde hoeveelheid stortgas, rioolwaterzuiveringsgas, of biogas.

  • Hoofdstuk VII [Vervallen per 01-01-2011]

  • Artikel 30 [Vervallen per 01-01-2011]

  • Artikel 31 [Vervallen per 01-01-2011]

  • Hoofdstuk VIII. Verpakkingenbelasting

  • Artikel 32

    • 1. Als logistieke hulpmiddelen, bedoeld in artikel 80, onderdeel a, onder 4°, van de wet worden aangemerkt:

      • a. pallets, inclusief opzetranden, palletboxen en tussenplaten, bedoeld om in combinatie met een pallet te worden gebruikt en met eenzelfde oppervlakte als de pallet;

      • b. glasbokken;

      • c. Intermediate Bulk Containers;

      • d. rolcontainers;

      • e. vaten, jerrycans en gasflessen met een inhoud vanaf 20 liter;

      • f. kratten met een inhoud vanaf 8 liter;

      • g. dozen met een inhoud vanaf 1 m3;

      • h. big bags met een inhoud vanaf 250 liter;

      • i. kernen, spoelen en haspels met een lengte vanaf 50 cm.

    • 2. Voor de toepassing van het eerste lid wordt de inhoud bepaald aan de hand van de binnenmaten.

    • 3. Als producten die wel voldoen aan de definitie van verpakking, maar die naar hun aard hoofdzakelijk een andere functie dan een verpakkingsfunctie hebben, bedoeld in artikel 80, onderdeel a, onder 4°, van de wet worden aangemerkt:

      • a. niet-navulbare aansteker;

      • b. injectiespuit;

      • c. niet-navulbare pen;

      • d. schrijfstift, daaronder begrepen markeringsstift;

      • e. correctieroller;

      • f. toner- en inktcartridges.

  • Artikel 32a

    Het percentage, bedoeld in artikel 86, tweede lid, van de wet is 50%.

  • Artikel 32b

    De producentenorganisatie, bedoeld in artikel 28i van het Uitvoeringsbesluit belastingen op milieugrondslag, wordt aangewezen in de bij deze regeling behorende bijlage.

  • Hoofdstuk IX. Algemene bepaling

  • Artikel 33

    • 1. De administratie van degene die verzoekt om teruggaaf van belasting, bedoeld in artikel 92, eerste lid, van de wet, is zodanig ingericht dat daarin op overzichtelijke wijze alle voor de vaststelling van het bedrag van de teruggaaf van belang zijnde gegevens zijn opgenomen.

  • Hoofdstuk X. Slotbepalingen

  • Artikel 34

    Deze regeling treedt in werking met ingang van de datum waarop de bepalingen van de Wet belastingen op milieugrondslag en van het Uitvoeringsbesluit waarop deze regeling berust, in werking treden.

  • Artikel 35

    Deze regeling wordt aangehaald als:

    Uitvoeringsregeling belastingen op milieugrondslag.

  • De

    Staatssecretaris

    van Financiën,

    W.A.F.G. Vermeend

  • Bijlage bij de Uitvoeringsregeling belastingen op milieugrondslag

    Coöperatieve Telersvereniging Batavia U.A.

    Postbus 1150

    2990 CA BARENDRECHT

    Telerscoöperatie Best Growers Benelux U.A.

    Postbus 204

    2665 ZL BLEISWIJK

    Coöperatie Koninklijke Fruitmasters Groep U.A.

    Postbus 222

    4190 CE GELDERMALSEN

    Telerscoöperatie Fossa Eugeniana U.A.

    Postbus 1056

    5900 BB VENLO

    Telerscoöperatie FresQ u.a.

    Postbus 125

    2670 AC NAALDWIJK

    Coöperatie Funghi U.A

    Postbus 28

    6590 AA GENNEP

    Coöperatie The Greenery U.A.

    Postbus 79

    2990 AB BARENDRECHT

    Coöperatie Komosa U.A.

    Postbus 3021

    5902 RA VENLO

    Coöperatie Nautilus U.A.

    Havenweg 11-C

    8251 KB DRONTEN

    Coöperatie Unistar B.A.

    Daalder 13

    8305 BE EMMELOORD

    Telerscoöperatie Versdirect.nl U.A.

    Ebweg 12C

    2991 LT BARENDRECHT

    Coöperatie WestVeg U.A.

    Postbus 11

    2678 ZG DE LIER

    Coöperatieve Tuinbouwveiling ‘Zaltbommel en Omstreken’ B.A.

    Postbus 7

    5300 AA ZALTBOMMEL

    Coöperatieve Veiling Zuidoost Nederland U.A.

    Postbus 3200

    5902 RE VENLO

    Coöperatieve Fruitveiling Zuid-Limburg B.A.

    Aan de Fremme 33

    6269 BK MARGRATEN