Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Instelling werkgroep fiscaal-technische herziening loon- en inkomstenbelasting

Geldend van 01-02-1995 t/m heden

Instelling werkgroep fiscaal-technische herziening loon- en inkomstenbelasting

De Staatssecretaris van Financiën,

Overwegende dat het wenselijk is de werkgroep fiscaal-technische herziening van de loon- en inkomstenbelasting in te stellen;

Besluit:

§ 1. Instelling en taak

Artikel 1

Er is een werkgroep fiscaal-technische herziening van de loon- en inkomstenbelasting.

Artikel 2

  • 1 De werkgroep heeft tot taak om op drie niveaus de loon- en inkomstenbelasting door te lichten.

    Het eerste niveau betreft het bestek van de huidige wetgeving. De werkgroep gaat na welke onvolkomenheden er binnen het bestek van de huidige wetgeving bestaan en draagt concrete voorstellen ter wegneming ervan aan. Het gaat hierbij om technische bijstellingen van bepaalde regelingen ten einde geconstateerde knelpunten in die regelingen weg te nemen, het aanbrengen van vereenvoudigingen en meer in algemene zin het bijschaven van de verschillende wettelijke regelingen ten einde tot een meer ‘elegante’ wetgeving te komen.

    Het tweede niveau betreft de strekking van de huidige wetgeving. De werkgroep gaat na welke onvolkomenheden er binnen de loon- en inkomstenbelasting bestaan in het licht van de beoogde strekking van deze wetten. In aanvulling hierop draagt de werkgroep concrete voorstellen aan waarmee het bestek van de wetgeving meer in overeenstemming kan worden gebracht met de beoogde strekking van de wetgeving. Bij dit tweede niveau kan primair worden gedacht aan hetgeen in het verleden ook wel werd aangeduid met het begrip ‘reparatiewetgeving’.

    Het derde niveau behelst de opzet van de loon- en inkomstenbelasting. Aan de werkgroep wordt gevraagd om voor een aantal deelterreinen concrete voorstellen aan te dragen ter verbetering en vereenvoudiging van de opzet van de loon- en inkomstenbelasting. Deze deelterreinen omvatten in elk geval:

    • -

      diverse onderdelen uit de Bouwstenennotitie:

    • -

      inkomsten uit vermogen, met inbegrip van de positie van de vermogensbelasting;

    • -

      opties voor een loonsomheffing;

    • -

      aftrekbare kosten;

    • -

      reiskostenforfait en autokostenfictie;

    • -

      buitengewone lasten en persoonlijke verplichtingen;

    • -

      bijzondere tarieven;

    • -

      faciliteiten voor ondernemers;

    • -

      waardering vakantiebonnen;

    • -

      vergroening van het fiscale stelsel;

    • -

      winst uit aanmerkelijk belang;

    • -

      sfeerovergangen (bloot-eigendomconstructies);

    • -

      verhouding loonbelasting en inkomstenbelasting.

  • 2 Bij het doen van voorstellen neemt de werkgroep de volgende voorwaarden in acht:

    • -

      de budgettaire aspecten van de voorstellen dienen nadrukkelijk in de afweging te worden betrokken, waarbij de thans bestaande budgettaire kaders niet overschreden mogen worden;

    • -

      de werkgroep doet geen voorstellen met betrekking tot de tariefstructuur, met uitzondering van de bijzondere tarieven;

    • -

      de voorstellen dienen naar het mogelijke bij te dragen aan het vergroten van de aanvaardbaarheid van de belastingwetgeving, ook door het verminderen van het aantal potentiële geschilpunten tussen fiscus en belastingplichtige en het verminderen van de administratieve lasten.

§ 2. Samenstelling en werkwijze

Artikel 3

  • 1 Tot lid, tevens voorzitter van de werkgroep wordt benoemd: mr. D.E. Witteveen

  • 2 Tot lid, tevens secretaris van de werkgroep wordt benoemd: mr. C.W.M. Van Ballegooijen

  • 3 Tot leden van de werkgroep worden benoemd:

    • prof. mr. E. Aardema

    • prof. dr. T. Blokland

    • prof. dr. S. Cnossen

    • prof. dr. P.H.J. Essers

    • prof. dr. J.A.G. Van der Geld

    • prof. mr. J.F.M. Giele

    • dr. A.M. Haberham

    • prof. dr. J.J.M. Kremers

    • mw. dr. C.L. van Lindonk

    • mr. G.J. Van Muijen

    • prof. dr. R.E.C.M. Niessen

    • prof. dr. M.P. Van Overbeeke RA C. Petiet

    • prof. mr. H.M.N. Schonis

    • drs. J.P.M. Simons

    • prof. dr. L.G.M. Stevens

    • mr. H.B.A. Verhoeven

    • mw. mr. I.J.F.A. Van Vijfeijken

    • mw. mr. A.M.L. Wekking

    • mw. mr. N.J.M. Wijnsma

    • prof. dr. J.W. Zwemmer

Artikel 4

Ter uitvoering van haar taak kan de werkgroep zich rechtstreeks tot derden wenden voor het verkrijgen van inlichtingen en hen zo nodig ter vergadering uitnodigen om hun mening nader uiteen te laten zetten.

Artikel 5

De werkgroep kan uit haar midden – en met instemming van de Staatssecretaris van Financiën ook aangevuld met personen die geen zitting hebben in de werkgroep – subwerkgroepen instellen om een of meer deelgebieden te bewerken. Deze subwerkgroepen, waarvan de voorzitter door de Staatssecretaris van Financiën wordt aangewezen, rapporteren aan de werkgroep.

Artikel 6

De werkgroep brengt op verzoek van de Staatssecretaris van Financiën tussentijds verslag uit.

Artikel 7

De werkgroep legt haar laatste voorstellen uiterlijk per 1 april 1996 aan de Staatssecretaris van Financiën over.

§ 3. Overige bepalingen

Artikel 8

De leden van de werkgroep, voor zover geen ambtenaar, ontvangen vacatiegelden alsmede een vergoeding voor de reis- en verblijfkosten volgens de bestaande rijksregelingen, voor zover niet uit anderen hoofde een vergoeding van deze kosten wordt verleend uit 's-Rijks kas.

Artikel 9

Een ieder die betrokken is bij de werkzaamheden van de werkgroep en daarbij de beschikking krijgt over gegevens waarvan hij het vertrouwelijke karakter kent of redelijkerwijs moet vermoeden, en voor wie niet reeds uit hoofde van ambt, beroep of wettelijk voorschrift ter zake van die gegevens een geheimhoudingsplicht geldt, is verplicht tot geheimhouding daarvan behoudens voor zover wettelijk voorschrift hem tot bekendmaking verplicht of uit zijn taak bij deze werkzaamheden de noodzaak tot bekendmaking voortvloeit.

Artikel 10

  • 1 Dit besluit wordt bekend gemaakt in de Staatscourant.

  • 2 Afschrift van dit besluit wordt gezonden aan de Algemene Rekenkamer.

's-Gravenhage, 22 december 1994

De

Staatssecretaris

van Financiën,

W.A. Vermeend