Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Wet inzake de wisselkantoren[Regeling vervallen per 19-07-2002.]

Geldend van 01-07-2002 t/m 18-07-2002

Wet van 15 december 1994, houdende bepalingen inzake de wisselkantoren

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het, ter bescherming van het financiële stelsel in Nederland en met het oog op het tegengaan van het witwassen van gelden en de uitvoering van de Wet identificatie bij financiële dienstverlening 1993 en de Wet melding ongebruikelijke transacties, wenselijk is te voorzien in een registratie van en een toezicht op wisselkantoren;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Hoofdstuk 1. Inleidende bepalingen [Vervallen per 19-07-2002]

§ 1. Definities [Vervallen per 19-07-2002]

Artikel 1 [Vervallen per 19-07-2002]

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

  • a. wisselkantoor: de natuurlijke persoon, rechtspersoon of vennootschap die beroeps- of bedrijfsmatig ten behoeve van of op verzoek van een ander wisseltransacties uitvoert;

  • b. wisseltransacties: het wisselen van munten of bankbiljetten, het uitbetalen van munten of bankbiljetten tegen inlevering van een of meer cheques, het uitbetalen van munten of bankbiljetten op vertoon van een credit-card en andere door Onze Ministers aan te wijzen transacties;

  • c. register: het register bedoeld in artikel 3;

  • d. de Bank: De Nederlandsche Bank N.V.;

  • e. Onze Ministers: Onze Minister van Financiën en Onze Minister van Justitie.

§ 2. Taak van de Bank [Vervallen per 19-07-2002]

Artikel 2 [Vervallen per 19-07-2002]

De Bank voert de registratie van wisselkantoren en oefent toezicht uit op de wisselkantoren overeenkomstig de bepalingen van deze wet.

Hoofdstuk 2. De registratie en het toezicht [Vervallen per 19-07-2002]

Artikel 3 [Vervallen per 19-07-2002]

  • 1 Er is een register van wisselkantoren dat door de zorg van de Bank wordt gehouden.

  • 2 De Bank draagt zorg voor de inschrijving van ieder wisselkantoor dat daarom verzoekt, tenzij de Bank op grond van de betrouwbaarheid van een van de in het derde lid bedoelde personen of op grond van de bedrijfsvoering of de administratieve organisatie:

    • a. van oordeel is dat hierdoor de integriteit van het financiële stelsel wordt aangetast of aannemelijk is dat deze zou kunnen worden aangetast;

    • b. een redelijk vermoeden heeft dat het wisselkantoor of een of meer van de in het derde lid genoemde personen zich schuldig maakt of schuldig zal maken aan witwassen of heling van geld, of

    • c. van oordeel is dat de bedrijfsvoering of de administratieve organisatie onvoldoende is om aan de op het wisselkantoor rustende wettelijke verplichtingen te voldoen.

  • 3 Het verzoek om inschrijving bevat de volgende gegevens:

    • a. de identiteit en de antecedenten van de bestuurders van het wisselkantoor;

    • b. de identiteit en de antecedenten van degenen die het dagelijks beleid van het wisselkantoor bepalen of mede bepalen;

    • c. de identiteit en de antecedenten van de personen die rechtstreeks of middellijk bevoegd zijn de onder a en b bedoelde personen te benoemen of te ontslaan;

    • d. de naam, het adres en de vestigingsplaats van het wisselkantoor en het adres en de vestigingsplaats van de bijkantoren daarvan;

    • e. de voorziene bedrijfsvoering en administratieve organisatie van het wisselkantoor;

    • f. het nummer van inschrijving bij de Kamer van Koophandel;

    • g. andere door Onze Ministers aan te wijzen gegevens.

  • 4 De Bank beslist binnen acht weken op het verzoek.

  • 5 In het register worden opgenomen de naam, het adres en de vestigingsplaats van het wisselkantoor, het adres en de vestigingsplaats van de bijkantoren, de datum van inschrijving van het wisselkantoor in het register en het nummer van inschrijving bij de Kamer van Koophandel.

  • 6 Het wisselkantoor dat is ingeschreven in het register is verplicht iedere wijziging die optreedt in de in het derde lid bedoelde gegevens onverwijld schriftelijk aan de Bank mee te delen.

Artikel 4 [Vervallen per 19-07-2002]

  • 1 Het is verboden als wisselkantoor werkzaam te zijn.

Artikel 5 [Vervallen per 19-07-2002]

  • 1 Onze Ministers kunnen vrijstelling of, op verzoek, ontheffing verlenen van het in artikel 4, eerste lid, vervatte verbod.

  • 2 In door Onze Ministers te bepalen gevallen kan de in het eerste lid bedoelde ontheffing namens Onze Ministers worden verleend door de Bank.

  • 3 Aan de vrijstelling en aan de ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden en beperkingen worden gesteld.

Artikel 6 [Vervallen per 19-07-2002]

  • 1 De Bank haalt de inschrijving door:

    • a. op verzoek van het wisselkantoor;

    • b. in geval van overlijden van de natuurlijke persoon die het bedrijf van wisselkantoor uitoefent;

    • c. in geval het wisselkantoor of de natuurlijke persoon die het bedrijf van wisselkantoor uitoefent, in staat van faillissement is verklaard of ten aanzien van hem de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing is verklaard;

    • d. in geval van ontbinding van de rechtspersoon of vennootschap die het bedrijf van wisselkantoor uitoefent;

    • e. in geval van beëindiging van de werkzaamheden als wisselkantoor.

  • 2 De Bank kan de inschrijving doorhalen:

    • a. in geval het wisselkantoor kennelijk niet langer wisseltransacties uitvoert;

    • b. in geval het wisselkantoor niet voldoet aan zijn wettelijke verplichtingen;

    • c. in geval de Bank op grond van de betrouwbaarheid van een van de in artikel 3, derde lid, bedoelde personen, of op grond van de bedrijfsvoering of de administratieve organisatie:

      • 1°. van oordeel is dat de integriteit van het financiële stelsel wordt aangetast of aannemelijk is dat deze zou kunnen worden aangetast;

      • 2°. een redelijk vermoeden heeft dat het wisselkantoor of een of meer van de in artikel 3, derde lid, bedoelde personen zich schuldig maakt of schuldig zal maken aan witwassen of heling van geld, of

      • 3°. van oordeel is dat de bedrijfsvoering of de administratieve organisatie onvoldoende is om aan de op het wisselkantoor rustende wettelijke verplichtingen te voldoen;

    • d. in geval de Bank informatie bekend wordt die, was zij haar bekend geweest op het moment van het verzoek om inschrijving, ertoe geleid zou hebben dat het verzoek niet zou zijn ingewilligd;

    • e. indien een der bestuurders of degene die het dagelijks beleid van het wisselkantoor bepaalt of mede bepaalt, in staat van faillissement is verklaard;

    • f. de Bank niet binnen de door haar te bepalen termijn de ingevolge artikel 8, tweede lid, verschuldigde betaling heeft ontvangen.

Artikel 7 [Vervallen per 19-07-2002]

  • 1 Van de inschrijving in het register dan wel van de doorhaling van de inschrijving in het register wordt door de zorg van de Bank binnen twee weken na de dag waarop deze heeft plaatsgevonden, mededeling gedaan in de Staatscourant.

  • 2 In de maand januari van elk jaar wordt door de zorg van de Bank een afschrift van het register naar de stand van 31 december van het voorafgaande jaar in de Staatscourant geplaatst.

  • 3 Een afschrift van het register ligt voor een ieder kosteloos ter inzage ten kantore van de Bank.

Artikel 8 [Vervallen per 19-07-2002]

  • 1 Het wisselkantoor is ter zake van het verzoek van inschrijving in het register aan de Bank een bedrag verschuldigd waarvan de hoogte door Onze Minister van Financiën wordt vastgesteld.

  • 2 Het wisselkantoor dat is ingeschreven in het register is jaarlijks, ter zake van de dekking van de kosten verbonden aan het toezicht op de geregistreerde wisselkantoren, aan de Bank een bedrag verschuldigd waarvan de hoogte door Onze Minister van Financiën wordt vastgesteld.

  • 3 De hoogte van de in dit artikel bedoelde bedragen wordt zodanig vastgesteld dat deze bedragen gezamenlijk ten hoogste gelijk zijn aan de kosten die de Bank maakt ter zake van de registratie van wisselkantoren en ter zake van het toezicht dat zij uitoefent op geregistreerde wisselkantoren.

Hoofdstuk 3. Controle en inlichtingen [Vervallen per 19-07-2002]

Artikel 9 [Vervallen per 19-07-2002]

  • 1 De Bank is bevoegd van elk geregistreerd wisselkantoor inlichtingen te verlangen, voor zover dat voor de vervulling van haar taak redelijkerwijs nodig is. Een wisselkantoor waarvan de inlichtingen worden verlangd is verplicht deze binnen de door de Bank te stellen termijn te verstrekken.

  • 2 Een geregistreerd wisselkantoor is verplicht binnen een door de Bank te stellen termijn aan de Bank een periodieke rapportage te zenden omtrent haar bedrijfsvoering en administratieve organisatie. De Bank bepaalt de wijze waarop de rapportage moet geschieden en de perioden waarop de rapportage betrekking heeft.

Artikel 10 [Vervallen per 19-07-2002]

De Bank is bevoegd van ieder wisselkantoor dat onder de vrijstelling ingevolge artikel 5 valt of waaraan op grond van artikel 5 een ontheffing is verleend, inlichtingen te verlangen, voor zover dat redelijkerwijs nodig is om te controleren of dat wisselkantoor zich houdt aan de aan de vrijstelling of ontheffing verbonden voorschriften en gestelde beperkingen. Een wisselkantoor waarvan inlichtingen worden verlangd is verplicht deze binnen de door de Bank te stellen termijn te verstrekken.

Artikel 11 [Vervallen per 19-07-2002]

De Bank is bevoegd bij iedere natuurlijke persoon, rechtspersoon of vennootschap, van welke de Bank vermoedt, dat zij een wisselkantoor in de zin van artikel 1 van deze wet is, alle inlichtingen in te winnen of te doen inwinnen, die redelijkerwijze geacht kunnen worden nodig te zijn om zulks te beoordelen. De natuurlijke persoon van wie en de rechtspersoon of vennootschap waarvan de Bank deze inlichtingen verlangt is verplicht deze binnen de door de Bank te stellen termijn te verstrekken.

Artikel 12 [Vervallen per 19-07-2002]

  • 2 Een instelling, als bedoeld in het eerste lid, waarvan inlichtingen worden verlangd is verplicht deze binnen de door de Bank te stellen termijn te verstrekken.

  • 3 Voor zover de in het eerste lid bedoelde inlichtingen gegevens betreffen die de instelling aan de Bank verstrekt uit hoofde van de Wet financiële betrekkingen buitenland 1994, kan de instelling aan de in het tweede lid genoemde verplichtingen voldoen door die gegevens aan te merken als verstrekt uit hoofde van deze wet.

Artikel 13 [Vervallen per 19-07-2002]

  • 1 De door de Bank met het toezicht belaste personen zijn bevoegd elke plaats te betreden voor zover dat voor de vervulling van hun taak redelijkerwijs nodig is.

  • 2 Zo nodig verschaffen de door de Bank met het toezicht belaste personen zich toegang met behulp van de sterke arm.

  • 3 De door de Bank met het toezicht belaste personen zijn bevoegd van gegevens, gegevensdragers en bescheiden kopieën te maken.

  • 4 Indien het maken van kopieën niet ter plaatse kan geschieden, zijn de door de Bank met het toezicht belaste personen bevoegd de gegevens, gegevensdragers en bescheiden voor dat doel voor korte tijd mee te nemen tegen een door hen af te geven schriftelijk bewijs.

Artikel 14 [Vervallen per 19-07-2002]

  • 1 Bij de uitoefening van hun taak dragen de door de Bank met het toezicht belaste personen een legitimatiebewijs bij zich.

  • 3 Het legitimatiebewijs bevat een foto van de door de Bank met het toezicht belaste persoon en vermeldt in ieder geval diens naam en hoedanigheid.

Artikel 15 [Vervallen per 19-07-2002]

De Bank kan, voorzover dat noodzakelijk is voor de uitoefening van haar taak, aan geregistreerde wisselkantoren aanbevelingen en algemene richtlijnen geven met betrekking tot de bedrijfsvoering en de administratieve organisatie, daaronder begrepen de financiële administratie en de interne controle.

Hoofdstuk 4. Overige bepalingen [Vervallen per 19-07-2002]

Artikel 16 [Vervallen per 19-07-2002]

Het is aan iedere financiële instelling als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, van de Wet identificatie bij financiële dienstverlening 1993, verboden om aan wisselkantoren waarop naar genoemde instelling weet of redelijkerwijs kan vermoeden het verbod van artikel 4, eerste lid, van toepassing is, financiële diensten te verlenen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van die wet.

Artikel 17 [Vervallen per 19-07-2002]

Het is aan een ieder die uit hoofde van deze wet of van krachtens deze wet genomen besluiten enige taak vervult, verboden van gegevens of inlichtingen, ingevolge deze wet verstrekt, of van een instantie als bedoeld in artikel 20 verkregen, of van gegevens of inlichtingen, bij het onderzoek van boeken, bescheiden of andere gegevensdragers verkregen, verder of anders bekendheid te geven dan voor de uitoefening van zijn taak of door deze wet wordt geëist.

Artikel 18 [Vervallen per 19-07-2002]

De Bank licht het meldpunt bedoeld in artikel 2 van de Wet melding ongebruikelijke transacties in, indien zij bij de uitoefening van haar bij deze wet opgelegde taak feiten ontdekt die duiden op witwassen of heling van geld.

Artikel 19 [Vervallen per 19-07-2002]

  • 1 De Bank is, in afwijking van artikel 17, bevoegd om gegevens of inlichtingen verkregen bij de vervulling van de haar ingevolge deze wet opgedragen taak, te verstrekken aan Nederlandse of buitenlandse overheidsinstanties dan wel aan Nederlandse of buitenlandse van overheidswege aangewezen instanties die belast zijn met het toezicht op financiële markten of op natuurlijke personen, rechtspersonen en vennootschappen die op die markten werkzaam zijn, tenzij:

    • a. het doel waarvoor de gegevens of inlichtingen zullen worden gebruikt onvoldoende bepaald is;

    • b. het beoogde gebruik van de gegevens of inlichtingen niet past in het kader van het toezicht op financiële markten of op natuurlijke personen, rechtspersonen en vennootschappen die op die markten werkzaam zijn;

    • c. de verstrekking van de gegevens of inlichtingen zich niet zou verdragen met de Nederlandse wet of de openbare orde;

    • d. de geheimhouding van de gegevens of inlichtingen niet in voldoende mate is gewaarborgd;

    • e. de verstrekking van de gegevens of inlichtingen redelijkerwijs in strijd is of zou kunnen komen met de belangen die deze wet beoogt te beschermen; of

    • f. onvoldoende is gewaarborgd dat de gegevens of inlichtingen niet zullen worden gebruikt voor een ander doel dan waarvoor deze worden verstrekt.

  • 2 Indien een buitenlandse instantie als bedoeld in het eerste lid aan degene die gegevens of inlichtingen op grond van dat lid heeft verstrekt, verzoekt om die gegevens of inlichtingen te mogen gebruiken voor een ander doel dan waarvoor zij zijn verstrekt, mag dat verzoek slechts worden ingewilligd:

    • a. voor zover het beoogde gebruik niet in strijd is met het eerste lid; dan wel

    • b. voor zover die buitenlandse instantie op een andere wijze dan in deze wet voorzien vanuit Nederland met inachtneming van de daarvoor geldende procedures voor dat andere doel de beschikking over die gegevens of inlichtingen zou kunnen verkrijgen; alsmede

    • c. pas na overleg met Onze Minister van Justitie indien het in de aanhef bedoelde verzoek betrekking heeft op een onderzoek naar strafbare feiten.

Artikel 20 [Vervallen per 19-07-2002]

  • 1 Ter uitvoering van verdragen tot uitwisseling van gegevens of inlichtingen dan wel ter uitvoering van bindende besluiten van volkenrechtelijke organisaties met betrekking tot het toezicht op financiële markten of op natuurlijke personen, rechtspersonen en vennootschappen die op die markten werkzaam zijn, is de Bank bevoegd ten behoeve van een instantie die werkzaam is in een Staat die met Nederland partij is bij een verdrag of die met Nederland valt onder eenzelfde bindend besluit van een volkenrechtelijke organisatie, en die in die Staat belast is met de uitvoering van wettelijke regelingen inzake het toezicht op het kredietwezen of wisselkantoren, inlichtingen te vragen aan of een onderzoek in te stellen of te doen instellen bij ieder geregistreerd wisselkantoor dat ingevolge deze wet onder haar toezicht valt dan wel bij een ieder waarvan redelijkerwijs kan worden vermoed dat hij over gegevens of inlichtingen beschikt die van belang kunnen zijn voor de uitvoering van de wettelijke regelingen als hiervoor bedoeld.

  • 2 Degene aan wie gegevens of inlichtingen als bedoeld in het eerste lid worden gevraagd, verstrekt deze gegevens of inlichtingen binnen een door de Bank te stellen termijn.

  • 3 Degene bij wie een onderzoek als bedoeld in het eerste lid wordt ingesteld, verleent aan de persoon die het onderzoek verricht alle medewerking die nodig is voor een goede uitvoering van dat onderzoek, met dien verstande dat degene bij wie het onderzoek wordt ingesteld slechts kan worden verplicht tot het verlenen van inzage in boeken, zakelijke bescheiden of andere informatiedragers.

Artikel 21 [Vervallen per 19-07-2002]

  • 1 De Bank verstrekt aan de autoriteiten die ingevolge de Wet toezicht kredietwezen 1992, de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993, de Wet toezicht beleggingsinstellingen onderscheidenlijk de Wet toezicht effectenverkeer, belast zijn met het toezicht op kredietinstellingen, verzekeraars, beleggingsinstellingen onderscheidenlijk effectenbemiddelaars en vermogensbeheerders, de gegevens of inlichtingen die zij heeft verkregen bij de vervulling van de haar ingevolge deze wet opgedragen taak en die betrekking hebben op de betrouwbaarheid van de personen als bedoeld in artikel 3, derde lid, onder a tot en met c, voorzover de Bank van oordeel is dat de gegevens of inlichtingen van belang zijn of zouden kunnen zijn voor het toezicht dat door die andere autoriteit wordt uitgeoefend.

  • 2 De in het eerste lid bedoelde verplichting geldt niet in het geval de gegevens of inlichtingen zijn verkregen van een buitenlandse instantie als bedoeld in artikel 19.

Artikel 22 [Vervallen per 19-07-2002]

  • 1 De Bank kan toestaan dat een functionaris van een buitenlandse instantie als bedoeld in artikel 20, eerste lid, deelneemt aan de uitvoering van een verzoek als bedoeld in dat lid.

  • 2 De verplichting, omschreven in het derde lid van artikel 20, geldt eveneens jegens de in het eerste lid bedoelde functionaris.

  • 3 De in het eerste lid bedoelde functionaris volgt de aanwijzingen op van de persoon die met de uitvoering van het verzoek is belast.

Hoofdstuk 5. Beroep [Vervallen per 19-07-2002]

Artikel 23 [Vervallen per 19-07-2002]

In afwijking van artikel 8:7 van de Algemene wet bestuursrecht is voor beroepen tegen besluiten op grond van deze wet de rechtbank te Rotterdam bevoegd.

Hoofdstuk 5 A. Dwangsom en bestuurlijke boete [Vervallen per 19-07-2002]

Artikel 23a [Vervallen per 19-07-2002]

  • 3 Onze Minister van Financiën kan regels stellen ter zake van de uitoefening van de bevoegdheid bedoeld in het eerste lid.

Artikel 23b [Vervallen per 19-07-2002]

  • 2 De bestuurlijke boete komt toe aan de Bank.

  • 3 Onze Minister van Financiën, in overeenstemming met Onze Minister van Justitie, kan regels stellen ter zake van de uitoefening van de bevoegdheid bedoeld in het eerste lid.

Artikel 23c [Vervallen per 19-07-2002]

  • 1 Het bedrag van de boete wordt bepaald op de wijze als voorzien in de bijlage, met dien verstande dat de boete voor een afzonderlijke overtreding ten hoogste € 900 000 bedraagt.

  • 2 De bijlage bepaalt bij elke daarin omschreven overtreding het bedrag van de deswege op te leggen boete.

  • 3 De bijlage kan bij algemene maatregel van bestuur worden gewijzigd.

  • 4 De Bank kan het bedrag van de boete lager stellen dan in de bijlage is bepaald, indien het bedrag van de boete in een bepaald geval op grond van bijzondere omstandigheden onevenredig hoog is.

Artikel 23d [Vervallen per 19-07-2002]

Degene jegens wie door de Bank een handeling is verricht waaraan hij in redelijkheid de gevolgtrekking kan verbinden dat hem wegens een overtreding een boete zal worden opgelegd, is niet verplicht ter zake daarvan enige verklaring af te leggen. Hij wordt hiervan in kennis gesteld alvorens hem mondeling om informatie wordt gevraagd.

Artikel 23e [Vervallen per 19-07-2002]

  • 1 Indien de Bank voornemens is een boete op te leggen, geeft hij de betrokkene daarvan kennis onder vermelding van de gronden waarop het voornemen berust.

Artikel 23f [Vervallen per 19-07-2002]

  • 1 De Bank legt de boete op bij beschikking.

  • 2 De beschikking vermeldt in ieder geval:

    • a. het feit ter zake waarvan de boete wordt opgelegd, alsmede het overtreden voorschrift;

    • b. het bedrag van de boete en de gegevens op basis waarvan dit bedrag is bepaald; en

    • c. de termijn, bedoeld in artikel 23h, eerste lid, waarbinnen de boete moet worden betaald.

Artikel 23g [Vervallen per 19-07-2002]

  • 1 De werking van de beschikking tot oplegging van een boete wordt opgeschort totdat de beroepstermijn is verstreken of, indien beroep is ingesteld, op het beroep is beslist.

  • 2 In afwijking van het eerste lid wordt de werking van de beschikking tot oplegging van een boete voor een overtreding die op grond van artikel 23e, tweede lid, is aangewezen, opgeschort totdat de bezwaartermijn is verstreken of, indien bezwaar is gemaakt, op het bezwaar is beslist.

Artikel 23h [Vervallen per 19-07-2002]

  • 1 De boete wordt betaald binnen zes weken na de inwerkingtreding van de beschikking waarbij zij is opgelegd.

  • 2 De boete wordt vermeerderd met de wettelijke rente, te rekenen vanaf de dag waarop sedert de bekendmaking van de beschikking zes weken zijn verstreken, tenzij het een overtreding betreft die op grond van artikel 23e, tweede lid, is aangewezen.

  • 3 Indien de boete niet tijdig is betaald, stuurt de Bank schriftelijk een aanmaning om binnen twee weken de boete, verhoogd met de kosten van de aanmaning, alsnog te betalen. De aanmaning bevat de aanzegging, dat de boete, voor zover deze niet binnen de gestelde termijn wordt betaald, overeenkomstig het derde lid zal worden ingevorderd.

  • 4 Bij gebreke van tijdige betaling kan de Bank de boete, verhoogd met de kosten van de aanmaning en van de invordering, bij dwangbevel invorderen.

  • 5 Het dwangbevel wordt op kosten van de overtreder bij deurwaardersexploit betekend en levert een executoriale titel op in de zin van het Tweede Boek van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

  • 6 Gedurende zes weken na de dag van betekening staat verzet tegen het dwangbevel open door dagvaarding van de Bank.

  • 7 Het verzet schorst de tenuitvoerlegging niet, tenzij de voorzieningenrechter van de rechtbank in kort geding desgevraagd anders beslist.

  • 8 Het verzet kan niet worden gegrond op de stelling dat de boete ten onrechte of op een te hoog bedrag is vastgesteld.

Artikel 23i [Vervallen per 19-07-2002]

  • 1 De bevoegdheid een boete op te leggen vervalt indien ter zake van de overtreding een strafvervolging is ingesteld en het onderzoek ter terechtzitting een aanvang heeft genomen, dan wel het recht tot strafvordering is vervallen ingevolge artikel 74 van het Wetboek van Strafrecht.

  • 2 Het recht tot strafvervolging met betrekking tot een overtreding als bedoeld in artikel 23b vervalt, indien de Bank ter zake van die overtreding reeds een boete heeft opgelegd.

Artikel 23j [Vervallen per 19-07-2002]

  • 1 De bevoegdheid een boete op te leggen vervalt drie jaren na de dag waarop de overtreding is begaan.

  • 2 De termijn bedoeld in het eerste lid wordt gestuit door de bekendmaking van de beschikking waarbij een boete wordt opgelegd.

Artikel 23k [Vervallen per 19-07-2002]

De werkzaamheden in verband met het opleggen van een dwangsom of van een boete worden verricht door personen die niet betrokken zijn geweest bij het vaststellen van de overtreding en het daaraan voorafgaande onderzoek.

Artikel 23l [Vervallen per 19-07-2002]

  • 1 Met het oog op de bescherming van het financiële stelsel en het tegengaan van het witwassen van geld, kunnen Onze Minister van Financiën en de Bank, onverminderd artikel 17, het feit ter zake waarvan de last onder dwangsom of de bestuurlijke boete is opgelegd, het overtreden voorschrift, alsmede de naam, het adres en de woonplaats van degene aan wie de last onder dwangsom of de bestuurlijke boete is opgelegd, ter openbare kennis brengen.

  • 2 Onze Minister van Financiën kan regels stellen ter zake van de uitoefening van de bevoegdheid bedoeld in het eerste lid.

Hoofdstuk 6. Wijzigingen van andere wetten [Vervallen per 19-07-2002]

Artikel 24 [Vervallen per 19-07-2002]

[Red: Bevat wijzigingen in andere regelgeving.]

Artikel 25 [Vervallen per 19-07-2002]

[Red: Bevat wijzigingen in andere regelgeving.]

Artikel 26 [Vervallen per 19-07-2002]

[Red: Bevat wijzigingen in andere regelgeving.]

Artikel 27 [Vervallen per 19-07-2002]

[Red: Bevat wijzigingen in andere regelgeving.]

Hoofdstuk 7. Slotbepalingen [Vervallen per 19-07-2002]

Artikel 28 [Vervallen per 19-07-2002]

[Red: Bevat wijzigingen in andere regelgeving.]

Artikel 29 [Vervallen per 19-07-2002]

  • 1 De in artikel 4, eerste lid, vervatte verbodsbepaling blijft buiten toepassing tot de eerste dag van de tweede kalendermaand na de datum van inwerkingtreding van deze wet.

  • 2 Met ingang van de in het eerste lid bedoelde dag geldt de in artikel 4, eerste lid, vervatte verbodsbepaling niet ten aanzien van degene die in de aan die dag voorafgaande periode bij de Bank een verzoek om registratie heeft ingediend en tot de tweede dag nadat de Bank zijn beslissing op het verzoek heeft verzonden.

  • 3 In plaats van de in artikel 3, vierde lid, genoemde termijn geldt voor het nemen van een beslissing als bedoeld in het tweede lid een termijn van 13 weken.

Artikel 30 [Vervallen per 19-07-2002]

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Artikel 31 [Vervallen per 19-07-2002]

Deze wet kan worden aangehaald als: Wet inzake de wisselkantoren.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te ’s-Gravenhage, 15 december 1994

Beatrix

De Minister van Financiën,

G. Zalm

De Minister van Justitie,

W. Sorgdrager

Uitgegeven de achtentwintigste december 1994

De Minister van Justitie,

W. Sorgdrager

Bijlage bedoeld in artikel 23c, eerste lid, van de Wet inzake de wisselkantoren [Vervallen per 19-07-2002]

Artikel 1 [Vervallen per 19-07-2002]

Voor de overtredingen genoemd in tabel 1 en tabel 2, begaan na het tijdstip van inwerkingtreding van Hoofdstuk 5 A van deze wet, zijn de boetebedragen vastgesteld als volgt:

Tariefnummer:

Bedrag (vast tarief):

1.

€ 453

2.

€ 907

3.

€ 5 445

4.

€ 21 781

5.

€ 87 125

Artikel 2 [Vervallen per 19-07-2002]

1. Indien een boete wordt opgelegd voor het overtreden van een bepaling als genoemd in tabel 11, is bij de vaststelling van de hoogte van deze boete de volgende categorie-indeling naar opbrengst respectievelijk balanstotaal van toepassing met de daarbij behorende factor2:

Categorie-indeling normgeadresseerden

Categorie I: geregistreerde wisselkantoren met een opbrengst van minder dan € 45 400; Factor: 0,25;

Categorie II: geregistreerde wisselkantoren met een opbrengst van ten minste € 45 400 maar minder dan € 90 800; Factor: 0,5;

Categorie III: geregistreerde wisselkantoren met een opbrengst van ten minste € 90 800 maar minder dan € 226 900, alsmede kredietinstellingen en financiële instellingen opgenomen in het register, bedoeld in artikel 52 van de Wet toezicht kredietwezen 1992, met een balanstotaal van minder dan € 45 378 000; Factor: 1;

Categorie IV: geregistreerde wisselkantoren met een opbrengst van ten minste € 226 900 maar minder dan € 453 800, alsmede kredietinstellingen en financiële instellingen opgenomen in het register, bedoeld in artikel 52 van de Wet toezicht kredietwezen 1992, met een balanstotaal van ten minste € 45 378 000 maar minder dan € 453 780 000; Factor: 2;

Categorie V: geregistreerde wisselkantoren met een opbrengst van ten minste € 453 800, alsmede kredietinstellingen en financiële instellingen opgenomen in het register, bedoeld in artikel 52 van de Wet toezicht kredietwezen 1992, met een balanstotaal van ten minste € 453 780 000 maar minder dan € 4 537 800.000; Factor: 3;

Categorie VI: kredietinstellingen en financiële instellingen opgenomen in het register, bedoeld in artikel 52 van de Wet toezicht kredietwezen 1992, met een balanstotaal van ten minste € 4 537 800.000 maar minder dan € 45 378 020.000; Factor: 4;

Categorie VII: kredietinstellingen en financiële instellingen opgenomen in het register, bedoeld in artikel 52 van de Wet toezicht kredietwezen 1992, met een balanstotaal van ten minste € 45 378 020.000; Factor: 5.

2. De boete wordt vastgesteld door het bedrag, bedoeld in artikel 1, te vermenigvuldigen met de factor behorende bij de categorie naar opbrengst respectievelijk balanstotaal, bedoeld in het eerste lid.

3. Indien de gegevens omtrent de opbrengst respectievelijk balanstotaal niet aan de Bank beschikbaar zijn gesteld, kan de Bank aan degene aan wie de boete wordt opgelegd verzoeken deze gegevens binnen een door hem te stellen termijn te verstrekken. Indien de betrokkene niet binnen de gestelde termijn voldoet aan dit verzoek, is bij de vaststelling van de hoogte van de boete categorie VII van toepassing.

Artikel 3 [Vervallen per 19-07-2002]

Op grond van artikel 23e, tweede lid, behoeft de betrokkene niet in de gelegenheid te worden gesteld om naar keuze schriftelijk of mondeling zijn zienswijze naar voren te brengen voordat de boete wordt opgelegd, indien het een overtreding betreft waarvoor tariefnummer 1 of 2 is vastgesteld.

  • ^ [1]

    In tabel 1 zijn die bepalingen opgesomd die zich uitsluitend richten tot instellingen (geregistreerde wisselkantoren, alsmede kredietinstellingen en financiële instellingen in de zin van de Wtk 1992). In tabel 2 zijn die bepalingen opgesomd die zich in beginsel tot een ieder (al dan niet instellingen) richten.

  • ^ [2]

    Onder opbrengst wordt in dit verband verstaan het bedrag aan totale baten overeenkomstig rubriek 2500 van het rapportageformulier wisselkantoren.