Start van deze paginaSkip navigatie, ga direct naar de Inhoud
  • Vorige

  • Volgende

Rijksoctrooiwet 1995

Geldend op 29-04-2012


De regeling die nu getoond wordt is dermate groot van omvang dat automatisch is overgeschakeld naar artikelsgewijze weergave. Klik op de knop hiernaast om over te schakelen naar complete weergave van de regeling. Let op: voor navigatie door de tekst in artikelsgewijze weergave maakt u gebruik van |< < > >| in de balk hierboven.

  • Artikel 80

    • 1. De rechtbank te ’s-Gravenhage is in eerste aanleg uitsluitend bevoegd voor:

      • a. vorderingen tot vaststelling van ontbreken van rechtsgevolg, vernietiging, vaststelling van een verlies van rechtsgevolg of opeising van octrooien, bedoeld in onderscheidenlijk de artikelen 10, 75, 77 en 78;

      • b. vorderingen tot opeising van Europese octrooiaanvragen;

      • c. vorderingen tot verlening van een licentie als bedoeld in artikel 58, eerste lid;

      • d. vorderingen tot vaststelling van een vergoeding als bedoeld in de artikelen 58, 59 en 60.

    • 2. De rechtbank te ’s-Gravenhage en de voorzieningenrechter van die rechtbank zijn in eerste aanleg in Nederland uitsluitend bevoegd voor:

      • a. vorderingen, bedoeld in de artikelen 70, 71, 72 en 73;

      • b. vorderingen welke worden ingesteld door een ander dan de octrooihouder ten einde te doen vaststellen dat bepaalde door hem verrichte handelingen niet strijdig zijn met een octrooi.