Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Regeling erkenning bedrijfsvoorraad

Geldend van 01-07-2016 t/m heden

Regeling erkenning bedrijfsvoorraad

Hoofdstuk 1. Begrippen, modellen en aanwijzing

Artikel 1. Begripsbepaling

In deze regeling wordt verstaan onder erkenning: erkenning als bedoeld in artikel 62, eerste lid, van de wet.

Artikel 2. Modellen

Als modellen voor bedrijfsvoorraadpassen worden vastgesteld de modellen 1.1 en 1.2 in de bijlage bij deze regeling.

Artikel 3. Aanwijzing

Als personen en instanties als bedoeld in artikel 47, eerste lid, onderdeel c, van het Kentekenreglement, door wie een erkenning kan worden aangevraagd en aan wie een erkenning kan worden verleend, worden aangewezen:

  • a. de Directie Domeinen van het Ministerie van Financiën, en

  • b. verzekeringsmaatschappijen.

Hoofdstuk 2. Eisen

Artikel 4. Eisen erkenning

  • 4 De aanvrager van een erkenning moet beschikken over een of meer terreinen waarop de bedrijfsvoorraad kan worden gestald.

  • 5 De aanvrager van een erkenning moet beschikken over een goed afsluitbare voorziening, waarin de op de erkenning betrekking hebbende bescheiden en documenten kunnen worden opgeborgen.

Artikel 4a. Vestigingen waarvoor de erkenning geldt

In de erkenning worden de vestigingen vermeld waarop de aanvraag betrekking heeft.

Artikel 5. Eisen bevoegdheid

De aanvrager van de bevoegdheid, bedoeld in artikel 46, tweede lid, onderdeel d, van het Kentekenreglement, dient te beschikken over voor de bevoegdheid door de Dienst Wegverkeer goedgekeurde datacommunicatie-apparatuur, geschikt voor communicatie in een door de Dienst Wegverkeer geaccepteerd netwerk.

Artikel 6. Eisen bevoegdheid versneld aanvragen van inschrijving van voertuigen

  • 1 De bevoegdheid, bedoeld in artikel 46, tweede lid, onderdeel a, van het Kentekenreglement, heeft betrekking op:

    • a. de aanvraag van het versneld inschrijven van voertuigen met een afzonderlijk onderzoek van het betrokken voertuig en met een afzonderlijke controle op de afdracht van de ter zake van het voertuig verschuldigde belastingen en rechten, of

    • b. de aanvraag van het versneld inschrijven van voertuigen zonder afzonderlijk onderzoek van het betrokken voertuig en zonder afzonderlijke controle op de afdracht van de ter zake van het voertuig verschuldigde belastingen en rechten.

  • 2 Voor zover de aanvraag betrekking heeft op de bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, is de aanvrager van de bevoegdheid in het bezit van:

    • a. voor zover van toepassing op de categorie voertuigen waarvoor inschrijving wordt gevraagd: toestemming als bedoeld in artikel 8 van de Wet op de belasting van personenauto’s en motorrijwielen 1992,

    • b. voor zover de aanvraag betrekking heeft op voertuigen, waarvoor een nationale typegoedkeuring is afgegeven: die typegoedkeuring dan wel, indien de typegoedkeuring is verleend aan de fabrikant, een machtiging van deze fabrikant om gebruik te maken van deze typegoedkeuring,

    • c. indien de aanvragen door middel van datacommunicatie worden ingediend: voor de bevoegdheid door de Dienst Wegverkeer goedgekeurde datacommunicatie-apparatuur, geschikt voor communicatie in een door de Dienst Wegverkeer geaccepteerd netwerk, en

    • d. een organisatieschema van het bedrijf en een door de Dienst Wegverkeer goedgekeurd kwaliteitshandboek van het bedrijf waarin het volgende staat beschreven:

      • 1°. voor zover van toepassing op de categorie voertuigen waarvoor inschrijving wordt aangevraagd: de functionaliteit van de automatisering,

      • 2°. de verantwoordelijkheden, bevoegdheden en kennis van afdelingen en personen alsmede de verhouding tussen deze afdelingen respectievelijk personen voor zover deze werkzaamheden verrichten in het kader van de aanvraag tot versneld inschrijving van voertuigen of daar leiding aan geven, en

      • 3°. voor zover de aanvraag betrekking heeft op voertuigen, waarvoor een Europese typegoedkeuring is verleend: een procesbeschrijving waaruit blijkt dat de certificaten van overeenstemming aanwezig zijn bij de aanvrager op het moment van de aanvraag.

Artikel 7. Eisen bevoegdheid melding voorgoed buiten Nederland brengen

De aanvrager van de bevoegdheid, bedoeld in artikel 46, tweede lid, onderdeel b, van het Kentekenreglement beschikt over een afsluitbare voorziening welke naar het oordeel van de Dienst Wegverkeer voldoende bescherming tegen inbraak biedt en waarin kentekenbewijzen deel II veilig kunnen worden opgeborgen.

Artikel 8

De aanvrager van de bevoegdheid, bedoeld in artikel 46, tweede lid, onderdeel c, van het Kentekenreglement, is in het bezit van een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht voor het in werking hebben van een inrichting die behoort tot categorie 28.1, onder b, voor zover het betreft het bewerken van autowrakken, afgedankte motorfietsen of afgedankte bromfietsen, zoals genoemd in bijlage I, onder C, bij het Besluit omgevingsrecht.

Artikel 8a. Eisen bevoegdheid indiening aanvraag kentekenbewijs [Vervallen per 01-01-2014]

Hoofdstuk 3. Voorschriften erkenning algemeen

Artikel 9. Algemene voorschriften

  • 1 Het erkende bedrijf moet het bij en krachtens de wet bepaalde omtrent de bedrijfsvoorraad, de erkenning alsmede de registratie, het gebruik en de beëindiging van de registratie van de tot de bedrijfsvoorraad behorende voertuigen in acht nemen.

  • 2 Het erkende bedrijf draagt er zorg voor dat bij voortduring wordt voldaan aan de eisen en voorschriften die gelden voor de erkenning.

  • 3 Het erkende bedrijf is verplicht wijzigingen in de bedrijfsactiviteit alsmede wijzigingen in de bedrijfsgegevens, voor zover deze van belang kunnen zijn voor de erkenning, onverwijld schriftelijk te melden aan de Dienst Wegverkeer.

  • 4 Het personeel van het erkende bedrijf moet, voor zover dit nodig is in het kader van hun functie, op de hoogte zijn van de regels die gelden voor de registratie van voertuigen in en uit bedrijfsvoorraad en de regels en voorschriften die gelden voor de erkenning bedrijfsvoorraad en de daaraan verbonden bevoegdheden.

  • 5 Het erkende bedrijf moet een afschrift van de beschikking waaruit blijkt dat de erkenning is verleend en welke bevoegdheden daaraan zijn verbonden, aanwezig hebben. Het erkende bedrijf moet de beschikking op verzoek ter inzage geven aan klanten.

  • 6 Vanaf de buitenkant van het bedrijf is op een door de Dienst Wegverkeer vastgestelde en de Staatscourant bekendgemaakte wijze zichtbaar dat de erkenning is verleend en welke bevoegdheden daaraan zijn verbonden.

  • 7 Het erkende bedrijf draagt er zorg voor dat in de bedrijfsvoorraad slechts worden en zijn opgenomen:

    • a. voertuigen die bestemd zijn om te worden verkocht;

    • b. voertuigen die bestemd zijn om te worden gedemonteerd indien het erkende bedrijf beschikt over de bevoegdheid, bedoeld in artikel 46, tweede lid, onderdeel c, van het Kentekenreglement, of

    • c. bromfietsen die niet bestemd zijn om te worden verkocht gedurende een eenmalige periode van vier aaneengesloten weken.

  • 8 Het erkende bedrijf draagt er zorg voor dat met voertuigen die nog niet zijn ingeschreven in het kentekenregister, alsmede met voertuigen die in de bedrijfsvoorraad van het erkende bedrijf zijn opgenomen, geen gebruik wordt gemaakt van de openbare weg zonder dat zij zijn voorzien van een aan het bedrijf opgegeven handelaarskenteken.

  • 9 Het erkende bedrijf bewaart de bedrijfsvoorraadpassen, de kentekenbewijzen deel II, de in het bezit zijnde kentekencards van de in bedrijfsvoorraad geregistreerde voertuigen alsmede alle overige in het kader van de erkenning aan het erkende bedrijf verstrekte documenten en bescheiden in de in artikel 4, vijfde lid, bedoelde voorziening.

  • 10 Voor zover het erkende bedrijf in het kader van de erkenning en de daaraan verbonden bevoegdheden gebruik maakt van datacommunicatieapparatuur, dient het bedrijf gebruik te maken van de door de Dienst Wegverkeer goedgekeurde datacommunicatieapparatuur en de communicatie te laten plaatsvinden in een door deze dienst geaccepteerd netwerk. Bij dit gebruik dient het bedrijf de door de Dienst Wegverkeer gegeven aanwijzingen in acht te nemen.

Artikel 10. Bedrijfsvoorraadpassen, codes en kentekenbewijzen deel II

  • 1 De Dienst Wegverkeer verstrekt in het kader van de erkenning codes aan het erkende bedrijf. Het erkende bedrijf draagt er zorg voor dat de codes niet toegankelijk zijn voor onbevoegden.

  • 2 Het erkende bedrijf ziet er op toe dat de bedrijfsvoorraadpassen en kentekenbewijzen deel II niet door anderen dan het personeel van het erkende bedrijf worden gebruikt en neemt ook overigens de noodzakelijke zorgvuldigheid ten aanzien van documenten en codes in acht.

  • 3 De bedrijfsvoorraadpassen mogen slechts worden gebruikt voor voertuigen welke overeenkomstig het bepaalde in artikel 27 van het Kentekenreglement in bedrijfsvoorraad worden opgenomen. Het erkende bedrijf mag alleen de bedrijfsvoorraadpassen en kentekenbewijzen deel II gebruiken die hiertoe door de Dienst Wegverkeer aan het bedrijf zijn verstrekt.

  • 4 Indien een bedrijfsvoorraadpas verloren is geraakt of teniet is gegaan, dient het erkende bedrijf dit onverwijld te melden aan de Dienst Wegverkeer. De werking van de pas wordt dan door de Dienst Wegverkeer geblokkeerd. Ingeval de melding telefonisch is gedaan, dient het bedrijf de melding binnen twee weken schriftelijk aan de Dienst Wegverkeer te bevestigen. Indien na twee weken na de melding geen schriftelijke bevestiging is ontvangen, wordt de werking van de pas hersteld.

Artikel 10a

  • 1 De erkenninghouder mag een voertuig slechts in bedrijfsvoorraad aanmelden, indien hij de bijbehorende kentekenplaten volgens de modellen 18.2A tot en met 18.2E, met uitzondering van kentekenplaten met een donkerblauwe achtergrond, 27.1A tot en met 27.1E, 27.30A tot en met 27.31E en 30.1A tot en met 30.4D van de bijlage bij de Regeling kentekens en kentekenplaten in ontvangst heeft genomen. Het aantal in ontvangst te nemen kentekenplaten bedraagt één bij voertuigen op twee of drie wielen, bromfietsen of aanhangwagens, respectievelijk twee bij voertuigen op meer dan drie wielen. Het voorgaande is niet van toepassing indien het voertuigen betreft waarbij alleen bijbehorende donkerblauwe kentekenplaten in ontvangst genomen zijn.

  • 2 Het eerste lid is niet van toepassing indien in de aanmelding tevens melding wordt gemaakt van het voorgoed buiten gebruik stellen van het voertuig en van het ontbreken van kentekenplaten.

Artikel 10b

Het is de erkenninghouder niet toegestaan voertuigen die zijn voorzien van lichtblauwe kentekenplaten volgens de modellen 18.2A tot en met 18.2E of 27.30A tot en met 27.31E aan te melden in bedrijfsvoorraad, tenzij in de aanmelding tevens melding wordt gemaakt van het voorgoed buiten gebruik stellen van het voertuig.

Artikel 10c. Wijze van verstrekken tellerstanden

Aan een op grond van artikel 23k van het Besluit voertuigen bestaande verplichting wordt gevolg gegeven door de tellerstand van een motorrijtuig te verstrekken aan de Dienst Wegverkeer door middel van datacommunicatie-apparatuur als bedoeld in artikel 5, 6, tweede lid, onderdeel c, of 9, tiende lid.

Artikel 11. Toezicht en sancties

  • 1 Het toezicht op het erkende bedrijf bestaat uit het uitvoeren van periodieke controles door de daartoe bevoegde ambtenaren. Deze controles kunnen frequenter plaatsvinden indien het vermoeden bestaat dat het erkende bedrijf de in het kader van de erkenning geldende eisen en voorschriften niet nakomt.

  • 2 De in het eerste lid bedoelde ambtenaren moeten desgevraagd behoorlijk in de gelegenheid worden gesteld te onderzoeken of het erkende bedrijf voldoet aan de gestelde eisen en voorschriften.

    Het erkende bedrijf dient inzage te geven in de met betrekking tot de erkenning en bevoegdheden te voeren administratie en het in artikel 6, tweede lid, onderdeel d, bedoelde kwaliteitshandboek. Tevens dient het erkende bedrijf op verzoek van bedoelde ambtenaren de voertuigen die in de bedrijfsvoorraad zijn aangemeld, de daarbij behorende kentekenplaten alsmede de overeenkomstig artikel 14a bewaarde helften van kentekenplaten te tonen.

  • 3 Ingeval de erkenning of de bevoegdheden worden geschorst of ingetrokken, blijven de voertuigen die op het moment waarop de beschikking van kracht wordt in bedrijfsvoorraad staan geregistreerd, als zodanig geregistreerd tot het moment waarop het voertuig ophoudt te behoren tot de bedrijfsvoorraad.

  • 4 Bij de intrekking of schorsing van de erkenning of de bevoegdheden, of de wijziging van de erkenning kan een onderscheid gemaakt worden tussen de betrokken vestigingen.

Hoofdstuk 4. Voorschriften aanvullende bevoegdheden

Artikel 12. Centrale afhandeling en correctie-melding bedrijfsvoorraad

  • 1 De Dienst Wegverkeer verstrekt aan het erkende bedrijf formulieren ‘centrale afhandeling’ voor de gevallen dat na de melding door het bedrijf blijkt dat de registratie van het voertuig in bedrijfsvoorraad niet is toegestaan.

  • 2 Indien een voertuig ten onrechte in bedrijfsvoorraad is geregistreerd, meldt het erkende bedrijf dit binnen twee weken aan de Dienst Wegverkeer. Hiervoor dient het bedrijf gebruik te maken van de door de Dienst Wegverkeer verstrekte formulieren ‘correctie-melding bedrijfsvoorraad’.

Artikel 13. Voorschriften bevoegdheid versneld aanvragen inschrijving voertuigen

  • 2 Het erkende bedrijf dat het voertuig heeft ingeschreven, ziet er op toe dat op het moment waarop het voertuig wordt verkocht aan een ander dan een erkend bedrijf, het voertuig te naam wordt gesteld. Het bedrijf verstrekt hiertoe de tenaamstellingcode aan degene aan wie het voertuig wordt overgedragen.

  • 3 In gevallen als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel b:

    • a. handelt het erkende bedrijf overeenkomstig het door de Dienst Wegverkeer goedgekeurde kwaliteitshandboek van het bedrijf. Wijzigingen in het kwaliteitshandboek worden door de Dienst Wegverkeer goedgekeurd voordat overeenkomstig de wijzigingen wordt gehandeld;

    • b. vraagt het erkende bedrijf alleen inschrijving van voertuigen die:

      • 1°. nog niet eerder in gebruik zijn genomen, en

      • 2°. behoren tot het type waarvoor een nationale typegoedkeuring is verleend aan het erkende bedrijf of aan de fabrikant door wie het erkende bedrijf is gemachtigd om van die typegoedkeuring gebruik te maken, dan wel behoren tot een type waarvoor een typegoedkeuring als bedoeld in artikel 22, tweede lid, van de wet is verleend en waarbij certificaten van overeenstemming aanwezig zijn;

    • c. betaalt het erkende bedrijf de voor de aanvraag tot inschrijving verschuldigde tarieven op een door de Dienst Wegverkeer te bepalen wijze;

    • d. draagt het erkende bedrijf zorg voor een correcte afdracht van de verschuldigde belasting van personenauto's en motorrijwielen;

    • e. verstrekt het erkende bedrijf de door de Dienst Wegverkeer te bepalen gegevens met betrekking tot het voertuig, welke gegevens overeen dienen te komen met de gegevens op het certificaat van overeenstemming, en

    • f. toont het erkende bedrijf op verzoek van daartoe bevoegde ambtenaren de voertuigen waarvoor inschrijving is aangevraagd, alsmede de daarbij behorende certificaten van overeenstemming.

Artikel 14. Voorschriften bevoegdheid melding voorgoed buiten Nederland brengen

  • 2 De melding dat een voertuig voorgoed buiten Nederland wordt gebracht, kan door het erkende bedrijf alleen worden gedaan voor voertuigen die in het kentekenregister als bedrijfsvoorraad van het erkende bedrijf staan geregistreerd. Bij de melding geeft het erkende bedrijf de lamineercodes van de overeenkomstig artikel 10a ingenomen kentekenplaten van het voertuig op.

  • 3 Na de melding meldt de Dienst Wegverkeer een transactiecode en reikt een kentekenbewijs deel II uit.

  • 4 Het erkende bedrijf ontwaardt de kentekencard op een door de Dienst Wegverkeer vastgestelde wijze en geeft, in geval van levering van het voertuig in Nederland aan een in het buitenland woonachtig dan wel gevestigd persoon de kentekencard en het kentekenbewijs deel II aan de persoon die het voertuig naar het buitenland brengt.

  • 5 Het erkende bedrijf brengt bij de persoon die het voertuig naar het buitenland brengt onder de aandacht dat er een verzekering tegen wettelijke aansprakelijkheid als bedoeld de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen dient te zijn afgesloten alvorens met het voertuig van de weg gebruik wordt gemaakt.

Artikel 14a

  • 1 Terstond na de melding dat een voertuig voorgoed buiten Nederland wordt gebracht, maakt het erkende bedrijf de voor dat voertuig overeenkomstig artikel 10a ingenomen kentekenplaten onbruikbaar door deze op zodanige wijze doormidden te knippen dat de lamineercode goed leesbaar blijft.

  • 2 Het erkende bedrijf bewaart de twee helften van de kentekenplaten waarop de laatste tien meldingen, bedoeld in artikel 14, tweede lid, betrekking hebben.

Artikel 15. Voorschriften bevoegdheid melding voorgoed buiten gebruik stellen

  • 2 De melding dat een voertuig voorgoed buiten gebruik is gesteld, kan door het erkende bedrijf alleen worden gedaan voor voertuigen die in het kentekenregister als bedrijfsvoorraad van het erkende bedrijf staan geregistreerd.

  • 3 Voorafgaand aan de melding dat een voertuig voorgoed buiten gebruik is gesteld, ontwaardt het erkende bedrijf de kentekencard dan wel het kentekenbewijs op een door de Dienst Wegverkeer vastgestelde wijze.

  • 4 Het erkende bedrijf controleert bij toepassing van artikel 27, achtste lid, van het Kentekenreglement het legitimatiebewijs van degene die het voertuig overdraagt, alvorens te melden dat het voertuig voorgoed buiten gebruik is gesteld. De Dienst Wegverkeer verstrekt aan het erkende bedrijf een vervangend tijdelijk document onderscheidenlijk een vervangende tenaamstellingscode.

Artikel 15a

  • 1 Terstond na de melding dat een voertuig voorgoed buiten gebruik is gesteld maakt het erkende bedrijf de overeenkomstig artikel 10a ingenomen kentekenplaten onbruikbaar door deze op zodanige wijze doormidden te knippen dat de lamineercode goed leesbaar blijft.

  • 2 Het erkende bedrijf bewaart de twee helften van de kentekenplaten behorend bij de voertuigen waarop de laatste tien meldingen, bedoeld in artikel 15, tweede lid, betrekking hebben.

Artikel 15b. Voorschriften bevoegdheid indiening aanvraag tenaamstelling

  • 2 De uitoefening van de bevoegdheid heeft slechts plaats vanaf de locatie die door het erkende bedrijf als bedrijfsadres is opgegeven en welke op het uittreksel uit het handelsregister, bedoeld in artikel 22 van de Handelsregisterwet 2007, als zodanig is vermeld.

  • 4 Het erkende bedrijf draagt zorg voor een zodanige registratie van de identiteit van de medewerker die een aanvraag tot tenaamstelling feitelijk indient, dat voor de Dienst Wegverkeer te allen tijde eenvoudig kenbaar is welke medewerker een bepaalde aanvraag in behandeling heeft genomen.

  • 5 Indien de aanvrager van een tenaamstelling een natuurlijk persoon is, geschiedt de indiening op basis van een door de aanvrager ondertekende verklaring als bedoeld in artikel 25a, tweede lid, of artikel 28a, tweede lid, van het Kentekenreglement nadat het erkende bedrijf heeft vastgesteld dat de identiteit van de aanvrager overeenstemt met het door de aanvrager overgelegde legitimatiebewijs.

  • 6 De verklaring, bedoeld in het vijfde lid, vermeldt:

    • a. de naam en het adres van de aanvrager,

    • b. het nummer van het getoonde rijbewijs dan wel het burgerservicenummer en, indien van toepassing, het nummer van de mededeling van registratie,

    • c. het kenteken van het voertuig dat wordt overgedragen,

    • d. de naam en het bedrijfsnummer van het erkende bedrijf waar de aanvraag wordt ingediend,en

    • e. de handtekening van de aanvrager.

  • 7 Nadat de aanvrager de verklaring als bedoeld in het vorige lid heeft overgelegd, gaat het erkende bedrijf over tot de indiening van de aanvraag bij de Dienst Wegverkeer. Bij de indiening worden het kenteken en het nummer van het getoonde legitimatiebewijs verstrekt aan de Dienst Wegverkeer.

  • 8 Indien de aanvraag tot tenaamstelling wordt gedaan door een rechtspersoon, en aan het erkende bedrijf hiertoe een ondertekende machtiging met bijbehorende bescheiden als bedoeld in artikel 25a, derde lid, of artikel 28a, derde lid, van het Kentekenreglement, is verstrekt, verstrekt het erkende bedrijf de gegevens vermeld in artikel 25a, derde lid, onderdeel b, onder 1° tot en met 5°, van het Kentekenreglement, aan de Dienst Wegverkeer.

  • 9 Indien als gevolg van de indiening van een aanvraag voor een natuurlijk persoon of een rechtspersoon een tenaamstelling heeft plaatsgevonden welke afwijkt van de verklaring, bedoeld in artikel 25a, tweede lid, of artikel 28a, tweede lid, of van de machtiging bedoeld in artikel 25a, derde lid, of artikel 28a, derde lid, van het Kentekenreglement, doet het erkende bedrijf hiervan onverwijld mededeling aan de Dienst Wegverkeer.

  • 10 Indien blijkt dat de ingediende aanvraag niet door de Dienst Wegverkeer wordt aanvaard, verwijst het erkende bedrijf de aanvrager naar de Dienst Wegverkeer.

Hoofdstuk 5. Slotbepalingen

Artikel 16

De artikelen 10a en10b zijn van overeenkomstige toepassing indien het betreft kentekenplaten volgens de modellen 18.2 en 27.10 van de bijlage bij de Regeling kentekens en kentekenplaten zoals deze bijlage luidde voor het tijdstip van inwerkingtreding van de wet van 12 mei 2005 tot wijziging van de Wegenverkeerswet 1994 en enkele andere wetten in verband met de invoering van een kentekenregistratiesysteem voor bromfietsen alsmede vaststelling van overgangsbepalingen in verband daarmee (Stb. 281).

Artikel 17. Intrekking regeling versnelde afgifte kentekenbewijzen [Vervallen per 01-01-2014]

Artikel 18. Inwerkingtreding [Vervallen per 01-01-2014]

Artikel 19. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als:

Regeling erkenning bedrijfsvoorraad.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De

Minister

van Verkeer en Waterstaat,

A. Jorritsma-Lebbink

Bijlage

Model 1.1 Bedrijfsvoorraadpas uitgegeven tot 1 april 2012 Voorzijde
Bijlage 249771.png
Achterzijde
Bijlage 249772.png
Model 1.2 Bedrijfsvoorraadpas uitgegeven na 1 april 2012 Voorzijde
Bijlage 249773.png
Achterzijde
Bijlage 249774.png