KruimelpadGeldend op 23-10-2009
1.De aanvrager van een handelaarskentekenbewijs dient te beschikken over een erkenning bedrijfsvoorraad als bedoeld in artikel 62, eerste lid, van de wet dan wel exploitant te zijn van een onderneming waarin in een overdekte en behoorlijk af te sluiten ruimte onder alle weersomstandigheden reparaties en andere bewerkingen aan voertuigen kunnen worden uitgevoerd.
2.Ingeval de aanvraag wordt ingediend door een exploitant van een onderneming als bedoeld in het eerste lid, dient deze bij de aanvraag over te leggen:
a. een uittreksel uit het handelsregister, bedoeld in artikel 2 van de Handelsregisterwet 1996 waaruit blijkt dat een onderneming wordt uitgeoefend als bedoeld in het eerste lid, alsmede
b. een door de rijksbelastingendienst afgegeven verklaring waaruit blijkt dat een onderneming als bedoeld in het eerste lid wordt uitgeoefend.
1.Het is degene aan wie een handelaarskenteken is opgegeven niet toegestaan meer dan vijf kentekenplaten waarop dat kenteken is aangebracht ter beschikking te hebben, met dien verstande dat:
a. indien het kenteken is aangebracht op kentekenplaten volgens de modellen 27.11 tot en met 27.14, van de bijlage bij de Regeling kentekens en kentekenplaten, beschikt mag worden over ten hoogste twee kentekenplaten per model wat betreft de modellen 27.11, 27.12 en 27.14 en over ten hoogste één kentekenplaat van het model 27.13 van de bijlage bij de Regeling kentekens en kentekenplaten;
b. indien een kenteken is aangebracht bevattende de lettercombinatie OA, beschikt mag worden over ten hoogste twee kentekenplaten met deze combinatie en wel één volgens model 27.11 en één volgens model 27.12, van de bijlage bij de Regeling kentekens en kentekenplaten;
c. indien een kenteken is aangebracht bevattende de lettercombinatie HC, beschikt mag worden over ten hoogste twee kentekenplaten met deze combinatie, en wel één volgens model 30.5 en één volgens model 30.6, van de bijlage bij de Regeling kentekens en kentekenplaten.
2.Degene aan wie een handelaarskenteken is opgegeven vernietigt de handelaarskentekenplaten terstond nadat het bijbehorende kentekenbewijs ongeldig is verklaard dan wel is verloren of teniet gegaan.
3.Bij een motorrijtuig of een aanhangwagen voorzien van een handelaarskentekenplaat, dient het bijbehorende kentekenbewijs aanwezig te zijn.
Wanneer gebruik wordt gemaakt van het handelaarskenteken, is het niet toegestaan om goederen te vervoeren, tenzij dit aantoonbaar gebeurt in het kader van beproeving van aan het voertuig verrichte of te verrichten werkzaamheden. In dat geval moeten de goederen op het adres, waar deze zijn ingeladen, ook worden uitgeladen.
1.Het toezicht als bedoeld in artikel 37, vierde lid, van de wet, bestaat uit het uitvoeren van periodieke controles. Deze controles hebben in ieder geval betrekking op de omstandigheid of nog wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 1, op het voldoen aan de overige voorschriften van deze regeling alsmede op het voldoen aan de voorschriften inzake het gebruik van handelaarskentekens als bedoeld in artikel 44 van het Kentekenreglement.
2.De in het eerste lid bedoelde controles kunnen frequenter plaatsvinden indien het vermoeden bestaat dat degene aan wie het handelaarskenteken is opgegeven, niet voldoet aan de in het eerste lid bedoelde voorschriften.
3.Vanaf de buitenkant van het bedrijf is op een door de Dienst Wegverkeer vastgestelde en in de Staatscourant bekendgemaakte wijze zichtbaar dat een handelaarskenteken is opgegeven.
1.Voor 1 januari 1995 afgegeven bijzondere registratiebewijzen blijven geldig tot een bij ministeriële regeling vastgesteld tijdstip.
2.Voor wat betreft de afgifte en het gebruik van bijzondere registratiebewijzen is het bepaalde ten aanzien van de afgifte en het gebruik van handelaarskentekenbewijzen in de artikelen 43, 44, eerste, derde en vierde lid, en 45 van het Kentekenreglement alsmede in de onderhavige regeling van overeenkomstige toepassing.
Ingetrokken worden:
a. de regeling van de Minister van Verkeer en Waterstaat van 24 april 1992, nr. RV 121204, Hoofddirectie van de Waterstaat, houdende vaststelling van voorschriften inzake de aanvraag en afgifte van handelaarskentekenbewijzen (Stcrt. 83);
b. de regeling van de directeur van de Rijksdienst voor het Wegverkeer van 23 maart 1992, nr. F10220004/JZ, houdende vaststelling van regels voor het gebruik van handelaarskentekenbewijzen (Stcrt. 83);
c. de regeling van de Minister van Verkeer en Waterstaat van 24 april 1992, nr. RV 121206, Hoofddirectie van de Waterstaat, houdende vaststelling van voorschriften inzake de aanvraag en afgifte van formulieren handelaarsvrijwaringsbewijzen (Stcrt. 83);
d. de regeling van de directeur van de Rijksdienst voor het Wegverkeer van 23 maart 1992, nr. F07220012/JZ, houdende vaststelling van regels voor het gebruik van handelaarsvrijwaringsbewijzen (Stcrt. 83).