Besluit overige niet-meldingplichtige gevallen bodemsanering

Geldend van 01-07-2013 t/m heden

Besluit van 29 november 1994, houdende overige niet-meldingplichtige gevallen van niet-ernstige bodemverontreiniging ten aanzien waarvan het voornemen bestaat de bodem te saneren dan wel handelingen te verrichten ten gevolge waarvan de verontreiniging van de bodem wordt verminderd of verplaatst

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 13 september 1994, nr. MJZ 13994065, Centrale Directie Juridische Zaken, Afdeling Wetgeving;

Gelet op artikel 28, vierde lid, van de Wet bodembescherming;

De Raad van State gehoord (advies van 10 november 1994, nr. W08.94.0569);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 23 november 1994, nr. MJZ 23n94001, Centrale Directie Juridische Zaken, Afdeling Wetgeving;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Artikel 2

  • 2 Het eerste lid, aanhef en onderdeel a, is niet van toepassing indien de in dat lid, aanhef en onderdeel a, bedoelde resultaten van het bodemonderzoek niet meer representatief zijn om te kunnen beoordelen of de bodem ernstig verontreinigd is. Hiervan is in ieder geval sprake indien er vijf jaren zijn verstreken na voltooiing van het bodemonderzoek.

Artikel 4

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit overige niet-meldingplichtige gevallen bodemsanering.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

's-Gravenhage, 29 november 1994

Beatrix

De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

Margaretha de Boer

Uitgegeven de dertiende december 1994

De Minister van Justitie,

W. Sorgdrager

Terug naar begin van de pagina